begraafplaats delfshaven

Delfshaven en Schiedam waren religieus-administratief ingedeeld bij Den Haag en niet bij Rotterdam.

In 1864 woonden er 6 Joodse gezinnen in Delfshaven. Aan het eind van dat jaar overleed Salomon Levie en het gemeentebestuur gaf geen toestemming voor het begraven van Joden uit Delfshaven bij een afwijzing op 28 december 1864 van B & W. Deze zaak werd hoog opgespeeld en Gedeputeerde Staten van Zuid Holland gaven wel toestemming bij besluit van 31 januari en van 8 maart 1865. Op 29 maart 1865 wees B & W van Schiedam dit weer af en nu werd de Commissaris van de Koning en de Minister van Binnenlandse Zaken erbij betrokken.
Zij beslisten dat het gemeentebestuur van Delfshaven aan het verzoek moest voldoen. De Raad van Delfshaven besluit daarna dat een deel van de Algemene Begraafplaats van Schoonderloo gebruikt mocht worden voor het begraven van Joodse plaatsgenoten. Er werden 6 personen begraven.

Op 31 januari 1886 werd Delfshaven door Rotterdam geannexeerd. De begraafplaats Schoonderloo werd in 1898 gesloten en geruimd maar de hoek voor de Joodse overledenen blijft en dit deel wordt niet geruimd.

Stukje Schoonderloo
In 1910 besluit de gemeente om daar een plantsoen aan te leggen zodat daardoor de begravenen in hun grafrust niet gestoord worden. Het is er nog steeds, aan het Kerkepad, bij een school en een kinderspeelplaats, omgeven door een hek en struiken.
bron:
Hausdorff, D, Jizkor, Platenatlas van drie en halve eeuw geschiedenis van de joodse gemeente in Rotterdam van 1610 tot 1960 (Baarn 1978) 85
illustratie:
© joodserfgoedrotterdam, 2010