breepleinkerk

westkruiskade1910
prentbriefkaart 1910

In november 2006 vond er in de Breepleinkerk in Rotterdam een bijzondere reünie plaats; een flink aantal afstammelingen van de onderduikers uit de Breepleinkerk waren, kort na het 75-jarig bestaan van deze kerk, hier aanwezig. Wie waren deze onderduikers en hoe was hun verhaal?

Rebecca Andriesse
De familie Andriesse woonde op een bovenwoning aan de Kruiskade, bij de Coolsingel, een van de Joodse buurten in Rotterdam. Vader was bloemenkoopman en heeft vaste verkooppunten voor het stadhuis en het station. Het gezin deed niet veel aan de religie maar Rebecca – Bep – volgde wel Joodse les in de Tuinderstraat bij Levie Vorst.
Bij het bombardement op Rotterdam ging het huis verloren en het gezin, met de ouders van moeder Aaltje, Alexander Sanders en Christina Sanders-Bobbe, ging op de Dordtselaan234c op Zuid wonen. Daar stelt ze ook haar huis open voor vluchtelingen uit Duitsland en juist tussen die vluchtelingen zat een verrader.
Begin 1942, toen Rebecca 16 was, werd haar moeder Aaltje thuis opgepakt door die verrader, nu in Duits uniform.  Via kamp Schoorl kwam Aaltje Andriesse-Sanders in Ravensbrück terecht waar ze op 22 april 1942 omkwam.
Rebecca’s oom Mark werd op de Binnenweg gearresteerd. Hij had een half pond kersen gezocht om kwart over drie, maar Joden mochten alleen tussen twee en drie inkopen doen. Mark kwam terecht in Mauthausen en werd daar vermoord.
Toen Rebecca 17 jaar oud was trouwde ze op 28 mei 1942 met de met de acht jaar oudere Maurice Kool, zoon van Meijer Kool en Ida Groenteman, in de sjoel aan de Claes de Vrieselaan – het Oudeliedengesticht.
Rond juni 1942 kwamen de oproepen voor Rebecca en Maurice, voor Alexander en de vader van Rebecca. Grootmoeder was opgenomen in het bejaardentehuis en voorlopig vrijgesteld van deportatie.
Vader Emanuel geloofde dat men moest werken in Duitsland, grootvader Alexander niet en hij zei dat hij zijn kleindochter Rebecca bij een van zijn klanten ging onderbrengen.
Willem den Ouden, koster van de gereformeerde kerk aan de Polderstraat kwam met het idee voor de onderduik in de Breepleinkerk. Het zou voor 6 weken zijn, het werden 34 maanden. De koster van de Breepleinkerk, Jacobus de Mars, verbrandde bij aankomst van Rebecca en Maurice op 29 mei 1942 de Jodensterren.

brerepleinkerkKoster Jacobus de Mars was getrouwd met Annigje Ouwens en was van oorsprong timmerman. Hij maakte in de Breepleinkerk de schuilplaats op de zolder naast de psalmenkamer, rechts naast het orgel. Het was moeilijk om in deze schuilplaats te komen, via een wenteltrap, een stenen trap en een trapleer. Annigje verzorgde het eten voor de onderduikers en via de verzetsrelaties kon men aan extra bonnen komen.

Meijer Kool en Ida Groenteman
Meijer Kool en Ida Groenteman waren de ouders van Maurice, afkomstig uit Amsterdam maar sinds het midden van de jaren 30 woonachtig in Rotterdam waar zij het “Zuider Stoffenhuis” aan de Beijerlandschelaan openden. Op het moment dat het zakendoen werd verboden wisten ze dat ze moesten onderduiken. Ida zag onderduiken als een daad van verzet. Ook zij gingen eerst naar de kerk aan de Polderstraat, maar deze kerk stond op de nominatie om verkocht te worden, en zo kwamen ook zij na een paar weken in de Breepleinkerk terecht.

Hendrik de Zoete en Sophie Polak
Hendrik Eduard de Zoete was chefapotheker bij de gemeente Rotterdam en werkte bij de GGD aan de Baan. Hij was getrouwd met Sophie, de dochter van de chazan (voorzanger) van de Nijmeegse synagoge. Ze waren lid van de zionistische jeugdfederatie, waar ze elkaar ontmoet hadden, en twee van de broers van Sophie woonden al in Palestina. De familie De Zoete woonde aan de Kralingse Plaslaan met drie dochters.
In 1942 wist het gezin dat ze moesten onderduiken en voor de drie dochters werden afzonderlijke adressen gevonden.
Hendrik en Sophie doken ook onder, maar moesten van adres naar adres. Ten lange leste riep Hendrik de hulp in van een oud-collega, Jacques Wolf van de apotheek aan het Breeplein. Jacques Wolf, zelf Joods, was voorlopig vrijgesteld van deportatie aangezien hij gemengd gehuwd was. Wolf nam contact op met zijn overbuurman, dominee Wurth en hij kwam met het idee om het echtpaar De Zoete op de zolder van de Breepleinkerk te laten onderduiken. Toen de koster werd ingeschakeld kwam de verrassing voor Wurth – de zolder werd al meer dan een jaar hiervoor gebruikt. Het echtpaar De Zoete vond hier een goede onderduikplaats.

De geboorte
Rebecca Andriesse was tegen de zomer van 1943 zwanger geraakt. Ze had een heel goede band met Annigje de Mars, en Annigje stond haar in alles bij, ook in de zwangerschap. Toen Rebecca moest bevallen werd Dr. Leo Lashley, de uit Suriname afkomstige oogarts aan de Randweg, bereid gevonden om bij de bevalling te helpen.
Op 6 januari 1944 werd in de kosterswoning een jongetje, Emanuel Alexander Jacobus Kool, roepnaam Emile, geboren. Dr. Lasley, een oogarts van Surinaamse afkomst, en verpleegster Riet Dekkers deden de bevalling. Het kind bleef in de kosterswoning, in de kerk kon niet omdat het teveel zou opvallen wanneer de baby zou huilen.

De Razzia
In Rotterdam werd de situatie niet makkelijker toen na Dolle Dinsdag (sep 1944) begin november de grote razzia onder de Rotterdamse mannen plaatsvond. Zo kon de schoonzoon van de koster niet meer over straat, en kwam hij, de dochter van Annigje en Jacobus en hun zoontje van een jaar bij de koster inwonen en Annigje moest ook voor hen zorgen.
Rebecca was inmiddels weer zwanger.
Dr. Lashley kreeg het tijdens de hongerwinter gedaan om voor de bewoners van Rotterdam Zuid met een truck voedsel te halen in de Hoekse Waard, die vanuit de Breepleinkerk werd gedistribueerd. Dat gaf ook mogelijkheden voor de onderduikers.

IMG_0843De inval
Vlak voor het einde van de oorlog gaat het bijna mis. Op zaterdag 14 april 1945 wordt – later bleek doordat tijdens een hard verhoor een lid van het verzet was doorgeslagen – de kosterswoning en de kerk doorzocht door de Grüne Polizei. De onderduikers worden niet gevonden, de koster wordt per overvalwagen afgevoerd naar politiebureau Haagse Veer, en vanaf daar naar de strafgevangenis is Scheveningen.
De onderduikers komen vanaf die dag tot de bevrijding, 3 weken later, niet meer van hun plek af en Annie de Mars, de dochter van Jacobus en Annigje, verzorgt de onderduikers. Jacobus komt twee dagen na de bevrijding weer naar huis. Zijn werk kan hij niet meer opvatten en hij overlijdt na een lang ziekbed in 1951.
De onderduikers in de Breepleinkerk hadden de oorlog overleefd.
Annigje en Jacobus werden onderscheiden door Yad Vasjem.

aanvulling 30 september 2014 (n.a.v. artikel AD Rotterdam 24 april 2013)

De Breepleinkerk in Tuindorp Vreewijk werd al het Rotterdamse Achterhuis genoemd. Twee Joodse familie zaten er ondergedoken achter het orgel en wisten zo de oorlog te overleven. Eén schuilplaats was al gevonden, en sinds vorige week is ook de tweede ruimte herontdekt.

De benauwde, stoffige verblijfsplaats was vrijwel onaangeroerd toen koster Cornelis van der Pligt en kerklid Henk den Haan er onlangs naar binnen gingen. In 1965 waren er nog wat elektriciens over de vloer geweest om kabels te trekken maar daarna bleef het houten ‘hok’ – slechts 2,5 meter breed – hermetisch gesloten.

‘Heel bizar,’ stelt de beheerder in het AD Rotterdams Dagblad, ‘we vonden er nog allerlei spullen die daar vanaf 1945 hebben gelegen. Twee stropdassen en andere kledingstukken, zwaar onder het stof en half verteerd. Zakdoeken, washandjes, sokken, zakken met merknamen als Peijnenburg, een zalmblikje, een jampotje en een medicijndoosje van broom. Een groot aantal zakken van de kruidenier.’

Een van de twee onderduikplaatsen naast het orgel. Foto 4 mei 2016.
Een van de twee onderduikplaatsen naast het orgel. Foto 4 mei 2016.

Oorlogsgeheimen
Het verhaal van de Breepleinkerk is een van de meest wonderbaarlijke uit de Tweede Wereldoorlog. Door heldhaftig optreden van koster Jacobus de Mars en dominee Gerrit Brillenburg Wurth werden twee Joodse gezinnen behoed voor transport naar de concentratiekampen in Polen door hen onderdak te bieden in het robuuste gebedshuis aan het Breeplein, vlakbij de Kuip.

Nadat half 1942 de familie Kool als eerste zijn intrek had genomen op een van de ‘orgelzolders’ in de kerk, volgt een jaar later het apothekersechtpaar Chaim en Fifi de Zoete. Voor drie dochters – Mirjam, Judith en Hadassah – worden pleeggezinnen gevonden; laatstgenoemd meisje komt terecht in Vreewijk, zogenaamd als weeskind dat haar ouders tijdens het bombardement is verloren.

De dominee zorgt voor de bevoorrading van het echtpaar, neemt de vuile was mee en brengt hen boeken om de tijd te doden. Stil moesten ze zijn, muisstil, om te voorkomen dat ze werden ontdekt. Alleen op zondag, als de kerkbanken met twaalfhonderd gelovigen vol zaten en het orgel klonk, mochten ze geluid maken.

Balustrade
Den Haan: ‘Hun dochter Hadassah konden ze stiekem zien door een raam, als ze vanuit Vreewijk naar school in de Van Malsenstraat liep. Op zondag kwam de familie waarbij ze was ondergebracht wel eens bij de dominee op de koffie, en dan mocht ze in de achtertuin de kippen voeren. Ook dan konden de ouders vanaf de balustrade naar haar kijken. Contact maken was verboden, want niemand mocht weten dat ze daar zaten.’

Alle onderduikers – inclusief een baby die op de andere zolder is geboren – overleven de oorlog. Het gezin De Zoete emigreerde naar Israël. Vorig jaar stelde burgemeester Ahmed Aboutaleb voor om straten in Rotterdam naar de moedige koster Jacobus de Mars en dominee Gerrit Brillenburg Wurth te vernoemen.

Aanvulling 30 september 2015
Op 30 september 2015 werd het verhaal opnieuw verteld in 1 Vandaag op NPO 1. Dit naar aanleiding van het boekje “Tussen Droom en Daad”, een nieuw boekje dat geschreven werd door Ahmed Aboutaleb en op 1 oktober 2015 verscheen. De opbrengst van het boekje gaat naar de Breepleinkerk. Er is € 90.000,- nodig voor de restauratie van de kerk.

bron:
bewerking van “De Orgelzolder” – Jaap van Gelderen, Rotterdams Jaarboekje 2008,
Schuilplaats Joodse families ontdekt in Rotterdamse kerk, AD Rotterdam 24 april 2013
“het Rotterdamse Achterhuis”, reportage in 1 vandaag, NPO 1, 30 sep 2015

foto’s:
interieur 4 mei 2016 © joodserfgoedrotterdam.nl

Laatst aangepast:
30 september 2015