hellevoetsluis

hellevotsluisachterom
prentbriefkaart Achterom en Nieuwstraat Hellevoetsluis

De Joodse gemeenschap in Hellevoetsluis behoorde tot 1821 tot de Ringsynagoge van Brielle.
In eerste instantie beschikte men over een huissynagoge maar in 1839 werd de synagoge aan het Achterom (foto rechts) ingericht.
De doden begroef men op de begraafplaats van Geervliet. Het aantal gemeenteleden liep aan het begin van de 20e eeuw terug (1840: 74 – 1899: 34 – 1930: 6), en in 1919 moest men de synagoge verkopen, dit gebouw werd tijdens de bezetting afgebroken.
In 1948 werd deze Joodse gemeente opgeheven en bij die van Rotterdam gevoegd.

hellevoetroosjefrenkelOostzanddijk 8a – Roosje Frenkel
Op 25 juli 2011 werd er in Hellevoetsluis een Stolperstein geplaatst ter herdenking aan Roosje Frenkel, de enige Joodse vrouw die in 1940 in Hellevoetsluis woonde, op de Oostzanddijk 8a.
Roosje Frenkel kwam uit Amsterdam en was daar geboren op 27 juli 1886 als dochter van Wolf en Froukje Frenkel. Ze was getrouwd met de niet-Joodse Gerardus van de Runstraat.
In mei 1942 moesten alle Joden de ster dragen, Roosje moest dit ook en ze kreeg een J in haar persoonsbewijs.
Haar gemengde huwelijk vrijwaarde Roosje niet van deportatie en op 28 oktober 1942 werd ze met de andere Joodse families uit Zuidland, Spijkenisse en Heenvliet met het trammetje naar Loods 24 in Rotterdam gebracht. Vandaar werd ze naar Westerbork gestuurd en op 2 november naar Auschwitz. Daar werd ze op 5 november 1942 vermoord.

hellevoetsluisluchtfotoVluchtelingenkamp
In 1938 / 1939 werd er in Hellevoetsluis een Joods vluchtelingenkamp ingericht. Dit kamp werd Vesting Hellevoetsluis genoemd en was berucht om het strenge regime. De Nederlandse overheid was niet echt blij met de (Joodse) vluchtelingen uit Duitsland; ze bouwde met geld van de Joodse gemeenschap het Kamp Westerbork en het doel van de kampen was niet het helpen van de vluchtelingen naar een veilige plek. Zo berichtte men vlak voor het begin van de oorlog over Vesting Hellevoetsluis “deze vluchtelingen zijn inmiddels bereids naar Duitschland teruggevoerd”.
85 Joodse vluchtelingen waren dus door de Nederlandse overheid de grens over gezet. Over hun lot hoeven we ons geen illusies te maken.
In januari 1939 kwamen de eerste vluchtelingen in Hellevoetsluis aan. De vluchtelingen werden er gehuisvesd tot 19 augustus 1939. Op die dag werden de resterende vluchtelingen in het kamp naar -toen nog- vluchtelingenkamp Westerbork.

Situatie in Hellevoetsluis
De situatie in Hellevoetsluis verschilde met de Nederlandse houding ten opzichte van de vluchtelingen die eind jaren 30 – met name na de Kristallnacht van 1938 – naar Nederland kwamen. Hellevoetsluis was in een economische terugval gekomen nadat in de jaren 20 alle marine-instanties overgebracht waren naar Den Helder. Ook het loodswezen en de marinewerf vertrokken, en dat was de nekslag.
Het inwonertal van Hellevoetsluis daalde van ruim 4200 in 1900 naar 1258 in 1939.
Burgemeester De Geus zag in de toevloed van -mogelijk duizenden- Joodse vluchtelingen de economische redding van zijn stadje. Verblijfsvergunningen werden dan ook rijkelijk uitgedeeld, wat in oktober 1938 door Den Haag verboden werd. Het aantal vluchtelingen is echter nooit zo groot geworden als de geruchten deden geloven en men gehoopt had. Zo bleken in april 1939 er aan legale vluchtelingen er 24 Duitse en 9 Oostenrijkse in Hellevoetsluis te wonen. Ze woonden in particuliere huizen door de gehele gemeente heen. De 7 kinderen die erbij waren gingen naar school, de vluchtelingen namen deel aan het sociale leven. De tapijtfabriek “Trio” (binnen de vesting) was de enige industrie in Hellevoetsluis, de directie werd gevormd door de Joodse vluchtelingen Hans Werner en Hugo Reichmann en de heer Van Koutrik en gaf werd aan 33 mensen.
Op 6 september 1940 werden de legale Joodse vluchtelingen medegedeeld dat ze binnen 3 dagen Hellevoetsluis moesten verlaten, ook tapijtfabriek Trio ging op 10 oktober 1940 dicht en voor de Joodse bevolking waren deze maatregelen de opmaat tot hun vertrek naar Westerbork.

hellevoetsluisoostkade
Marinehospitaal/Debarkementsgebouw

Illegale vluchtelingen
Naast de legale vluchtelingen waren er ook illegale vluchtelingen in Hellevoetsluis. Het enige verschil was dat zij geen verblijfsvergunning hadden gekregen.
Hellevoetsluis werd eind december 1938 als vluchtelingenplaats aangewezen. Dat gebeurde nadat het ministerie van Binnenlandse Zaken een maand eerder informeerde of er geschikte locaties binnen de gemeente waren. De gemeente adviseerde een aantal plaatsen; bij de toewijzing in december werden het Debarkementsgebouw (Marinehospitaal, nu de Hinderibbenflat) aan de Oostkade en de Marinekantine aan het Gallasplein hiervoor ingericht. De burgemeester benadrukte andermaal dat het verblijf van de vluchtelingen van groot economisch belang was voor het stadje en sprak de hoop uit dat het verblijf niet van korte duur zou zijn.
Een aantal Joodse vluchtelingen kwamen aan op 3 jan 1939. Zij verbleven tot toen in de beruchte strafgevangenis te Norg, nadat zij zich in Amsterdam moesten melden en daarheen overgebracht waren.

hellevoetsluismarinekantine
Marinekantine

Militair W O J Böttger werd aangewezen als kampcommandant, de militaire politie en later de marechaussee zorgde voor de orde in de vesting en de bewaking bij de uitgangen.
In het Debarkementsgebouw werden 70 vluchtelingen gehuisvest, in de Marinekantine kwamen er ongeveer 100.
Het verblijf was zwaar. De kamers waren vies, men zat er opeen gepakt. De grotere ruimtes werden niet gebruikt en de kantine werkte op winstbasis; de vluchtelingen kochten de smakeloze koffie en thee die er voor 5 cent verkrijgbaar was (men kreeg 40 cent zakgeld per week) niet. Er was niets te doen voor de mannen en men begreep niet waarom vluchtelingen als misdadigers werden opgesloten.
Kamp Hellevoetsluis viel samen met dat van Hoek van Holland onder het Rotterdams Vluchtelingen Comité onder leiding van M Hertzberger, dr. H Cohen, mevr E Cohen-Hartog en opperrabbijn A B Davids. Zij stellen vanwege de slechte omstandigheden in 1939 aan het ministerie voor om Böttger te ontslaan, burgemeester Van Bommel die nu in Hellevoetsluis is aangesteld heeft echter niets dan lof voor de kampcommandant.
Een maand later, in april, wordt het kamp in Hoek van Holland ontruimd en komen nog eens 100 hellevoetsluiskampmosterdvevluchtelingen naar Hellevoetsluis. De situatie wordt onhoudbaar. 70 mensen zitten in het hospitaal, 250 opeengepakt in de school. Op 15 april wordt de nood iets verlicht doordat 100 vluchtelingen worden overgebracht naar Nunspeet (Mosterdveen – foto boven).

Het kamp blijft zijn rol spelen binnen de gemeenschap van Hellevoetsluis. Zo is elektricien Erwin Lowry in dienst van middenstander Jaap Hartogh, slager Faeseler gedijt goed bij de Joodse clientèle en zijn er tal van contacten.
Begin juni 1939 wordt het kamp geïnspecteerd door Bückert van Binnenlandse Zaken. Hij stelt dat er veel moet veranderen in het kamp. Zo ver komt het niet, op 29 augustus 1939 wordt het kamp met het oog op de komende mobilisatie ontruimd. De bevolking wordt naar Hoek van Holland overgebracht en vandaar gaat men naar het vluchtelingenkamp op de Drentse heide dat inmiddels gereed is, kamp Westerbork. Daar komen de eerste 22 vluchtelingen op 9 oktober 1939 aan.

 

Bron:
Joodse vluchtelingen en het kamp in Hellevoetsluis, oudheidskamer Hellevoetsluis 1995, artikel A L Jonker.
stamboom Roosje Frenkel via ancestry.com,
joodsmonument.nl,
communityjoodsmonument.nl.

laatst aangepast:
27 maart 2016.