Moerdijk

In Moerdijk werd van 26 maart 1943 tot eind februari 1944 een van de veertien Aussenkommando’s van het Concentratiekamp Vught gevestigd. Als locatie werden oude scheepsbarakken van de luchtdoelartillerie aan de Moerdijkse Havenkade gebruikt, waar ongeveer 500 Joden verbleven. Er werden 50 SS-ers aangesteld als bewaker. De gevangenen werden vanaf Vught met de trein naar Station Lage Zwaluwe gebracht en liepen van dat station tot deze plek.

De gevangenen werden ingezet voor het graven van tankvallen in Zuid-Holland en de westhoek van Noord-Brabant. Dit werk deden ze onder erbarmelijke omstandigheden en strenge bewaking. Naast de Joodse gevangenen, die het het slechtst hadden, zaten er ook politieke gevangen in het kamp. De gevangenen droegen blauw-wit gestreepte uniformen en klompen en hadden geen jas. Dit droegen ze zomer en winter, ook als het vroor. De Joodse gevangen droegen een gele ster, de politieke gevangen een vijf centimeter brede kruinschering over het hoofd. Er zijn enkele vluchtpogingen ondernomen. Bij de bevrijding zijn de loodsen in brand gestoken en werden de sporen van het kamp uitgewist.

Helmut Katzenstein
Tijdens de bezetting kregen de gevangenen doorgaans weinig medische verzorging en moesten voor behandelingen naar Vught. Er zat wel een tandarts in dit kamp, H. Katzenstein, die behandelde en zijn verslagen zijn aanwezig bij het NIOD. Helmut Katzenstein was (nog) geen tandarts, maar tandtechnicus. Hij werd geboren op 20 mei 1910 in Altenderne-Becker (Duitsland), kwam in december 1933 naar Amsterdam en woonde in 1941 op de Amstellaan 217hs te Amsterdam. Helmut trouwde op 28 april 1937 in Amsterdam met Ruth Kugelmann (Vöhl, 8 december 1911 – Auschwitz, 3 september 1943). Helmut en Ruth hadden een zoontje Robert (Amsterdam, 5 januari 1940 – Auschwitz, 3 september 1943).
Helmut was vanaf 28 november 1942 gevangene in Westerbork en kwam op 20 februari 1943 in Vught aan. Vanuit Vught werd hij doorgezonden naar Moerdijk en zat daar in barak 3. Op 17 juli 1943 werd hij opnieuw naar Westerbork, en tenslotte op 31 augustus 1943 naar Auschwitz. Helmut kwam om rond 31 maart 1944.

Stolperstein Manfred Rosendorff, Foto: F. Siebold, Mai 2013

Manfred Rosendorff
Manfred Rosendorff was een van de gevangenen in dit kamp. Hij woonde voor de oorlog op de Roscherstraße 5 te Berlijn.  Manfred werd op 20 oktober 1924 in Berlijn geboren en woonde met zijn moeder Selma Rosendorff en zijn vier jaar oudere broer Gerhard op dit adres. Vader was al overleden. Op 8 september 1938 kon het drietal voor de Jodenvervolging vluchten naar Groningen. Op 3 oktober 1942 werd de toen 18-jarige Manfred door de Duitse bezetter gearresteerd en daarna tot 20 februari 1943 in Westerbork geïnterneerd. Toen werd hij naar het concentratiekamp Vught gebracht, en werd te werk gesteld in Moerdijk. Hij bleef daar tot 3 juli, werd weer naar Westerbork gestuurd en werd daarvandaan op 6 juli 1943 naar Sobibor gedeporteerd. Een maand ervoor, op 7 mei 1943, werd zijn moeder Selma in Sobibor vermoord, zijn broer Gerhard Richard op 31 maart 1944 in Auschwitz.

Machiel Gobets
Ook Machiel Gobets was in dit kamp gevangene en hij overleefde de oorlog. Zijn verhaal staat op de Amsterdamse site. Over Moerdijk liet hij in het Haarlems Dagblad van 14 november 1964 schrijven:
“In het kamp Moerdijk moesten we tankgrachten maken. Ook hier, waar kampcommandant Meyerhoff de scepter zwaaide, waren er weer de kruiwagens en de SS-ers met hun verschrikkelijke honden. Grond wegsjouwen in de looppas, luidde het parool, en als het niet snel genoeg ging kwamen de onvermijdelijke stokslagen. Dat de SS-ers zo nu en dan de honden loslieten, spreekt wel vanzelf. Die dieren moesten ook een verzetje hebben, vonden ze blijkbaar. Het ging zo dag-in dag-uit, een eindeloze marteling.
Tot de kampcommandant op een dag omriep: „Wie van jullie is kleermaker?” Onmiddellijk stak ik mijn vinger op. Tenslotte is dat mijn oude vak en elke verandering kon een verbetering betekenen. Dat was het ook in dit geval, want ik hoefde niet meer naar buiten, maar werd privékleermaker voor de commandant. Het was een verademing, maar helaas duurde het slechts kort. Veel te spoedig moest ik bij de kampcommandant komen, die me vertelde, dat we op transport zouden gaan, terug naar Vught.
„Houd er rekening mee, dat jullie daarna doorgaan naar Birkenau” zei hij erbij, „en vandaar kom je nooit meer terug”.
Ik stond verbaasd over de vriendelijke manier, waarop ik werd toegesproken. „Ja”, verduidelijkte Meyerhoff, „ik heb je als een aardige jood leren kennen, en daarom wil ik je een goede raad geven: probeer vóór de grens uit de trein te springen, het is je enige kans”.
Hij had mooi praten, zo gemakkelijk bleek dat niet te zijn. Tijdens de reis naar Vught heb ik op een kans geloerd, maar het bleek volslagen onmogelijk. Het was november 1943, toen we in Vught aankwamen. Er werd daar een transport van 1875 man samengesteld. Ditmaal ging liet niet meer in gewone treincoupés. Voor het eerst maakten we kennis met de veewagens, en het kleine levensmiddelenpakketje van de Joodse Raad, dat we vóór de grens al op hadden, was daarbij maar een schrale troost”.

bron:
Anneke Moerenhout, Buitenkamp Moerdijk op http://nl.tracesofwar.com/artikel/28358/Buitenkamp-Moerdijk.htm (geraadpleegd 27 maart 2017)
http://canonvanmoerdijk.nl/wo-ll-bezetting/ (geraadpleegd 27 maart 2017)
https://www.kamparchieven.nl/nl/zoeken?mivast=959&mizig=210&miadt=298&miaet=1&micode=250g&minr=1016252&miview=inv2&milang=en (geraadpleegd 27 maart 2017)
berlin.de, stolpersteinen via https://www.berlin.de/ba-charlottenburg-wilmersdorf/ueber-den-bezirk/geschichte/stolpersteine/artikel.179884.php (geraadpleegd 27 maart 2017)
www.joodsmonument.nl, lemma Helmut Katzenstein (geraadpleegd 28 maart 2017)
stadsarchief Amsterdam, persoonskaart Helmut Katzenstein
met dank aan Aline Pennewaard, gegevens Helmut Katzenstein
Haarlems Dagblad, 14 november 1964, ik overleefde 9 concentratiekampen (Machiel Gobets)

illustratie:
uitsnede kaart google
Stolperstein Manfred Rosendorff, Foto: F. Siebold, Mai 2013

laatst bijgewerkt:
28 maart 2017