poortugaal – maasoord

maasoordPoortugaal heeft als zelfstandige gemeente bestaan van 1664 – 1984. Daarna fuseerde de gemeente en kwam het grootste deel van de voormalige gemeente Poortugaal te vallen onder de gemeente Albrandswaard.

Van een Joodse gemeenschap in Poortugaal is geen sprake geweest. Toch komt deze gemeente regelmatig terug als overlijdensplaats. Reden daarvoor is het krankzinnigengesticht Maasoord van de gemeente Rotterdam dat in deze plaats gevestigd is (nu Delta Psychiatrisch Ziekenhuis).

Binnen de gemeenschap van Poortugaal werd Maasoord goed geaccepteerd. Er was veelvuldig contact tussen dorp en inrichting en zo speelde en trainde bijvoorbeeld de voetbalvereniging Oude Maas op het terrein van Maasoord.
maasoord3Maasoord werd in 1909 gesticht en de behandeling van de patiënten ging zoals het in die jaren gewoon was – veel op bed en in bad. Alles erop gericht om de patiënten te kalmeren. Een echte behandeling bestond niet.
In 1928 komt daar de eerste verandering in. De dan nieuwe directeur Pameijer (1888 – 1956) ziet heil in het actief houden van de patiënten en wil de mensen door arbeid tot ontspanning activeren. Verschillende activiteiten worden georganiseerd, zoals werken op het land, huishoudelijk werk en er zijn foto’s van de naaikamer uit 1928.

Met de komst van Johannes van der Spek, in 1931, veranderen nog een aantal zaken. Hij introduceert een aantal behandelingen, waarvan we nu ons wel eens afvragen of ze effectief waren, maar het luidde wel een ander kijk op de psychiatrische patiënt in. De patiënt werd nu gezien als een ziek persoon die behandeld kan worden. Van der Spek introduceerde in Maasoord de elektroshock, de elektronarcose en insulinekuren.

maasoord2Blijft wel staan dat tot ver na de oorlog alle mensen met een psychisch probleem in Maasoord terecht kwamen. Dat betreft zwakzinnigen, mensen met een psychiatrisch probleem en ook mensen leidend aan dementie, met als voorbeeld de 81-jarige Benjamin Frenk uit de Krattensteeg in Rotterdam. Ondanks het feit dat de Joodse gemeenschap in Nederland uitstekende psychiatrische ziekenhuizen had (bijv. Apeldoornsche Bosch) kwamen ook Joodse Nederlanders hier terecht – wellicht vanwege de afstand tot de andere inrichtingen of omdat ze het niet nodig vonden om naar een Joodse instelling te gaan.

Onderduikers
In Poortugaal hebben Joodse Nederlanders ondergedoken gezeten en Maasoord was een goede locatie. Dr. Ketel, die op Maasoord werkte, speelde daarbij een grote rol en hij bracht de Joodse Nederlanders onder in een van de paviljoenen.

Slachtoffers oorlog
De volgende Joodse Nederlanders hebben in de oorlogsjaren in Maasoord gewoond – hetzij in de onderduik, hetzij als patiënt (overzicht niet compleet):

Salomon Melhado (Rotterdam 29 maart 1865 – Poortugaal, 20 oktober 1943) was fruithandelaar en woonde in de Helmersstraat tot het bombardement op Rotterdam.
Betti Bertha Meijler (Oss, 14 april 1865 – Poortugaal, 26 augustus 1942) begraven op de begraafplaats aan het Toepad in Rotterdam.
Salomon de Jong (Enschede, 20 maart 1868 – Poortugaal, 26 mei 1942).
Salomon Alexander Maarssen (Rotterdam, 5 feb 1877 – Poortugaal 31 aug 1942).
Levie Cohen (Rotterdam, 9 nov 1877 – Poortugaal, 5 april 1945).
Bertha Schorn-Mendel (Rotterdam, 27 dec 1882 – Poortugaal, 2 juli 1942), begraven op het Toepad te Rotterdam. Haar gezin woonde op de Mathenesserweg 187b.
Joseph Kloot (Rotterdam, 17 maart 1888 – Poortugaal, 7 jan 1942). Is begraven op het Toepad.
Philippine Josephina Philipse (Brielle, 12 sep 1888 – Poortugaal, 3 mei 1945. Zij is de verstandelijk gehandicapte dochter van Jannetje van Buren en Joseph Salomon Philipse uit Brielle. Zij werd opgenomen in Maasoord om aan de transporten te ontkomen. Dat plan werkte, maar ze overleed in Maasoord aan een hartstilstand net voor het einde van de oorlog. Meer over haar familie via deze link.
Emanuel Cohen (Rotterdam, 2 juni 1892 – Poortugaal, 29 jan 1945).
Abraham Klein (Rotterdam, 1 april 1897 – Poortugaal, 27 jan 1945).
Philip Pool (Rotterdam, 9 april 1902 – Sobibor, 2 juli 1943)
Johanna Wilhelmina Pieternella Baljon (Rotterdam, 21 jan 1911 – Poortugaal, 30 maart 1945).

Geen ontruiming
Maasoord is in de oorlog niet ontruimd. Er was geen inrichting in Nederland waarbij zoveel medewerkers lid waren van de NSB. De bezetter was dagelijks op het terrein aanwezig. De instelling werd steeds bedreigd met ontruiming en bezetting en een ontruiming gebeurde niet.

In Poortugaal werd een Ortkommandantur ingericht. Daar werden soldaten ingekwartierd en vanaf dat moment wordt Maasoord dagelijks door de bezetter bezocht, al dan niet met een duideljke reden. De Duitsers richtten een wachtpost in aan het haventje bij de Oude Maas. Steeds weer maakte de bezetter aanstalten om de inrichting te vorderen, maar geneesheer-directeur Johannes van der Spek weet dit door zijn overtuigingskracht tegen te houden. Na de oorlog vertelde hij over deze gesprekken: “Talloos waren hun verlangens en bezwaren en toch moest ik de aandacht zoveel mogelijk van Maasoord afleiden en geen sfeer scheppen waarin besprekingen onmogelijk waren.

Van der Spek voelt zich verantwoordelijk voor patiënten en personeel. Hij weet hoe het standpunt is van de Nazi’s ten opzichte van krankzinnigen en de NSB deelt deze visie. De Duitse officieren blijken bovendien op de hoogte te zijn van het vergassen van de Duitse krankzinnigen in Duitsland en de Joodse krankzinnigen waren de eersten die vergast werden.
“Het werd geven en nemen”, aldus Van der Spek: “Als een Duitser beleefd iets vroeg, was ik hoffelijk terug, maar ik probeerde wel datgene te bereiken wat mogelijk was”.
Niet iedereen begreep de houding van Van der Spek. Na de oorlog werd hem dan ook een pro-Duitse houding verweten.

De NSB
Binnen de inrichting waren er felle politieke discussies tussen werknemers die de NSB aanhingen en andere werknemers. Ook dat vormde een gevaar, want deze medewerkers beklaagden zich bij de plaatselijke afdeling in Poortugaal en zoeken het later zelfs hogerop. Ze rapporteren aan hun organisatie datgene wat volgens hen niet goed gaat in Maasoord. Dat leidde tot een bezoek van de Sicherheitspolizei in november 1940. Er vinden verhoren plaats en wanneer de Sicherheitspolizei vertrokken is maakt Van der Spek aan zijn personeel bekend dat men een vijandige houding jegens de Duitse bezettingsoverheid had ervaren. En in het belang van de inrichting is dat volgens Van der Spek geen goede zaak. Hij draagt zijn personeel op om op geen enkele wijze uitdrukking te geven aan die gezindheid; “noch in woord, noch in gebaar, noch in gezelschap, noch wals men zich alleen waant.”
Het aantal medewerkers die lid zijn of sympathisant van de NSB bedraagt 40. Zij blijven permanent alert tijdens de oorlog en blijven klagen bij hun partij. Dat leidde ertoe dan Van der Spek zich hierover eerst moest verantwoorden bij de Ortkommadantur en later zelfs bij de Procureur Generaal in Den Haag. Om Van der Spek in de gaten te houden wordt er een NSB Sociale Voorman aangesteld en Van der Spek is constant op zijn hoede voor deze medewerker.

Joodse patiënten
Onder de 1100 verpleegden is een deel Joods. De steeds verder gaande anti-Joodse maatregelen treffen ook hen. Reizen zonder toestemming wordt onmogelijk, maar dit heeft ook implicaties voor het bezoek aan hen. De inrichting verlaten op (proef)verlof wordt alleen nog mogelijk na ingewikkelde procedures. In mei 1942 worden in de inrichting de Jodensterren afgeleverd, maar ze worden niet uitgereikt.
Eind juli 1942 ontvangen de eerste Joden in Rotterdam de oproep om in Duitsland te gaan werken. In Maasoord leidde dit tot de opname van nieuwe ‘patiënten’, dit met de medewerking van artsen die voor de ‘verwijzing’ zorgen.

Gedurende 1942 wordt de deportatie van de Rotterdamse Joden geïntensiveerd, maar de ziekenhuizen en inrichtingen worden vooralsnog met rust gelaten. Hier komt een einde aan op 31 december 1942 wanneer in Loosduinen in de inrichting Oud-Rosenburg een razzia wordt gehouden en 100 Joodse patiënten worden afgevoerd.
In januari 1943 volgt de dramatische ontruiming van de grote Joodse inrichting ‘Het Apeldoornsche Bosch‘ en op 26 februari 1943 het Joods Weeshuis, het Joods bejaardenhuis en het Joods ziekenhuis in Rotterdam.

In Maasoord komt de vraag naar boven of het voor de Joodse patiënten in de inrichting, met zijn vele NSB’ers, niet gevaarlijker is dan daarbuiten. De Joodse Raad wordt daarin om advies gevraagd en deze Raad adviseerde om de patiënten die dat kunnen te laten vertrekken.
Maar, tegen alle verwachtingen in, worden er in het voorjaar van 1943 geen Joodse patiënten uit Maasoord weggehaald.

28 maart 1944
Op 28 maart 1944 komt het tot een inval. 70 Duitse militairen en 30 man Sicherheitspolizei zetten de ingangen af en gaan de paviljoens binnen. Van der Spek wordt onmiddellijk ontboden en ziet als hij aankomt dat Joodse patiënten al worden afgezonderd. Op het kantoor is de bezetter bezig met de cartotheek en men is zeer goed op de hoogte over waar men moet zijn.
De Duitse leider deelde Van der Spek mede dat van verschillende kanten er berichten gekomen waren dat er in Maasoord veel Joden en onderduikers verborgen zijn. De directeur zegt dat er geen onderduikers zijn, ze worden ook niet gevonden.
De leider van de inval is de Untersturmführer bij de SD, Burghoff. Met hem begint Van der Spek een gesprek over het deporteren van de Joodse patiënten. Van der Spek zei over dit gesprek in september 1945: “Ik heb lang en ernstig met hem gesproken en wat ik allemaal gezegd heb, weet ik niet meer. Ik was geïnspireerd. Het resultaat was dat hij toestond dat de Joden naar hun paviljoens konden terugkeren. Bij de bespreking vroeg ik hem of ze ook voor de toekomst veilig zouden zijn. Hij heeft me dat bevestigd. Ik moest hem persoonlijk een lijst van de aanwezige Joden doen toekomen. Ik had op grond van de bespreking de indruk gekregen dat zijn toezegging ernstig bedoeld was. Op dat ogenblik had hij de joden, bijeengedreven, nog in zijn macht en een weigering zou naar mijn mening de positie van de Joden verergeren. Op 1 april 1944 is de lijst toegezonden. Geen enkele Jood is sindsdien bij ons weggehaald.
Wanneer de militairen en de rechercheurs vertrekken is iedereen zeer opgelucht, de Joodse paitënten van Maasoord worden met rust gelaten.
Ook Van der Spek is verbaasd over de afloop. Na de oorlog krijgt hij het verwijt dat hij de lijst met Joodse patiënten naar de SD heeft gezonden. De afloop wordt gezien als resultaat van handig optreden en een gelukkig toeval.

De SD van Rotterdam was berucht, maar Burghoff was geen overtuigd nazi en werd lid van de NSDAP toen dit voor ambtenaren noodzaak werd. Hij laat in de gevangenis in 1945 weten dat, wanneer er een persoonlijk beroep op hem gedaan werd, hij Nederlanders in uiteenlopende situaties heeft kunnen helpen.

bron:
stadsarchief rotterdam,
joodsmonument.nl
Moei, Janneke de, Een Duitse inval…geen ontruiming, het wonder van de psychiatrische inrichting Maasoord, Auschwitz Bulletin 57 nummer 4, december 2013, 10-12.

Laatst bijgewerkt:
27 maart 2016