Salomon Kusiel

door Wim van Stiphout
SALOMON KUSIEL
GEB. 22 JUNI 1866
OVERL. 20 JUNI 1940

kusielsalomongrafsteenZo staat het op zijn grafsteen op de Algemene Begraafplaats aan de Ringdijk in Rotterdam-Schiebroek. Deze steen is vanaf de straat goed te zien. Door zijn voornaam is wellicht bij veel inwoners van Schiebroek ten onrechte de indruk ontstaan, dat de begraafplaats een Joodse begraafplaats is. In september 2011 bezocht ik op de Open Monumentendag het baarhuisje op de Algemene Begraafplaats aan de Ringdijk in Rotterdam Schiebroek. Daar viel mijn oog op een grafsteen met de naam Salomon Kusiel.
Enigszins nieuwsgierig zocht ik op internet en ontdekte zijn naam op een website voor het onderzoek naar de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Ludwigsburg, dichtbij Stuttgart (1). Ik vond nog een andere site ter herinnering aan deze Joodse gemeenschap (2). Hier verraste me de zin ‘Am 20. Juni 1940 wurde er durch Nazis im KZ Schriebroek ermordet.
kusielsalomonstolpersteinOok op een Stolperstein – een herinneringssteentje – voor het huis waar hij gewoond had in Ludwigsburg stond: ‘Interniert KZ Schribroek – Ermordet 20-6-1940’. Later bleek dat ook in enkele historische documenten was vastgelegd, dat hij in het ‘KZ Schribroek’ (concentratiekamp Schiebroek) was omgekomen.(3)
Ik kreeg twijfels bij de woorden ‘KZ Schribroek’, omdat ik al ruim 25 jaar in Schiebroek woon, maar nog nooit van een concentratiekamp Schiebroek gehoord heb. Hierdoor argwanend geworden ging ik met enige schroom verder zoeken om toch vooral, bij alle verschrikkingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben plaats gevonden, juiste informatie over hem te achterhalen.
Door onderzoek in enkele archieven bij het Stadsarchief Rotterdam en door navraag bij enkele oude Schiebroekenaren raakte ik gaandeweg ervan overtuigd, dat deze gegevens rond het overlijden van Salomon Kusiel niet juist konden zijn. Behalve de grafsteen was er ook een overlijdensakte, waaruit bleek dat hij op 20 juni 1940 om 7.00 uur ’s avonds was gestorven. Verder staan er geen bijzonderheden op.(4)
Ik heb geen enkele aanwijzing gevonden, dat hij vermoord zou zijn. En een concentratiekamp is er nooit geweest in Schiebroek. De Jodenvervolgingen begonnen in Rotterdam pas in de loop van 1942. Salomon Kusiel was zo goed als zeker een natuurlijke dood gestorven.
In juli 2012 heb ik mijn eerste bevindingen gemeld aan de beheerders van de eerder genoemde websites in Ludwigsburg. Daar is men opnieuw grondig in de archieven gaan zoeken. Met een verrassend resultaat. Er zijn nog notities van zijn zoon Siegfried bewaard gebleven.

De Rotterdamse deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek heeft in het voorjaar van 2013 mijn constatering, dat er nooit een concentratiekamp Schiebroek heeft bestaan officieel bevestigd en aan “Ludwigsburg” gerapporteerd.
Zelf ben ik via internet naar nog meer informatie gaan zoeken over het echtpaar Kusiel én hun kinderen. Een bijzondere vondst was een documentje met de vroegste jeugdherinneringen van oudste dochter Alice van het echtpaar Kusiel.(5)

kusielsalomonstolpersteinniEen nieuwe Stolperstein
Uit het archiefonderzoek in Ludwigsburg is gebleken dat Salomon Kusiel een natuurlijke dood is gestorven. Zo had zijn zoon Siegfried het vastgelegd. Hij is dus niet in een concentratiekamp in Schiebroek omgekomen. Alle onderzoeksresultaten hebben ertoe geleid, dat op zaterdag 27 april 2013 in Ludwigsburg voor Salomon Kusiel een nieuwe Stolperstein is geplaatst met een aangepaste tekst. Bij die korte plechtigheid heeft men dankbaar enkele passages uit de herinneringen van Alice Ottenheimer-Kusiel voorgelezen. Bovendien is de eerder genoemde webpagina over de familie Kusiel aangepast en aanzienlijk uitgebreid.

Door het onderzoek heb ik de volgende biografische schetsen van de familie Kusiel kunnen maken:

kusielsalomonenfannySalomon Kusiel (1866-1940) is geboren op 22 juni 1866 in Duitsland in Hochberg am Neckar,dichtbij Ludwigsburg. Hij is gehuwd op 6 juli 1892 te Ichenhausen, dichtbij Ulm, met Fanny Gutmann. Woonachtig in Hochberg kreeg het echtpaar drie kinderen: Alice, Pep(p)i en Si(e)gfried. Uit de herinneringen van dochter Alice weten we, dat Salomon vanaf de eerste jaren van zijn huwelijk in 1892 elke dag met paard en koetsje naar Ludwigsburg reed, naar zijn bedrijf: een paardenhandel, waarmee hij leverde aan boeren en aan het leger. Auto’s en vrachtwagens bestonden nog niet. Als hij ’s avonds thuis kwam, nam hij vaak de tijd om met Alice te spelen en liedjes te zingen, waar zij erg van genoot.
In 1905, toen de drie kinderen geboren waren, is de familie verhuisd naar Ludwigsburg, naar Seestraße 50, tegenover de paardenhandel. Van 1928-1933, toen de kinderen al het huis uit waren, woonde Salomon met zijn vrouw op Seestraße 49, bij de paardenhandel. Dit huis in de Seestraße is nog steeds versierd met een sculptuur van een paardenkop.
Vanaf 1933 werden in Duitsland door de Nazi’s allerlei maatregelen genomen tegen Joodse burgers, waardoor Salomon gedwongen werd zijn paardenhandel te stoppen. Hij heeft deze in 1936 verkocht. Hij woonde toen al vanaf 1934 op een ander adres. In de Reichskristallnacht, de nacht van 9 op 10 november 1938, waarin veel gebouwen en eigendommen van Joodse burgers zwaar werden beschadigd of vernield, werd ook de synagoge van Ludwigsburg in brand gestoken en vernietigd. Kort erna, in januari 1939, is Salomon met zijn vrouw naar Rotterdam Schiebroek gevlucht zonder enige bezittingen, behalve tien rijksmark. Zij zijn in het huis van hun zoon Siegfried op de Adrianalaan in Schiebroek gaan wonen.
Schiebroek was toen nog een zelfstandig dorp ten noorden van Rotterdam. Per 1 augustus 1941 werd het geannexeerd en was het voortaan een wijk van Rotterdam. Vast staat, dat het echtpaar per 1 december 1939 geregistreerd stond als woonachtig op de Adrianalaan (vooraan), in Schiebroek, in het huis van hun zoon Siegfried.
Op 20 juni 1940 is Salomon daar overleden – in ballingschap – bijna 74 jaar oud. In een bericht van zijn zoon staat vermeld, dat Salomon gestorven was aan een hartkwaal (‘Krankheit / Herzleiden’). Op de Algemene Begraafplaats aan de Ringdijk in Schiebroek is Salomon begraven. Zijn mooie, maar sobere grafsteen staat daar nog steeds (2014).

Fanny Kusiel – Gutmann (1869-1943) is geboren op 5 januari 1869 in Ichenhausen, dichtbij Ulm. Haar dochter Alice omschrijft haar in haar jeugdherinneringen als een verstandige en ontwikkelde vrouw. Gedurende haar tienerjaren had zij vijf jaren bij een tante in Parijs gewoond en daar vloeiend Frans leren spreken. Haar kinderen heeft ze daarom ook van jongs af aan het Frans proberen bij te brengen.
Na haar vlucht met haar man in 1939 naar Schiebroek en na het overlijden van haar man in juni 1940 heeft haar zoon Siegfried haar in september 1940 in Edam (N.H.) op de Voorhaven ondergebracht. De reden hiervoor was dat vanaf september 1940 het kustgebied, waartoe ook Schiebroek gerekend werd, voor Duitse vluchtelingen tot verboden gebied was verklaard. Op dat adres in Edam woonde ook een andere Joodse familie uit Ludwigsburg, het echtpaar Salomon en Julie Kaufmann. Op 7 maart 1941 is Fanny formeel uit Schiebroek Adrianalaan uitgeschreven. En in maart 1942 stond ze geregistreerd als woonachtig op de Voorhaven, Edam. Ze heeft er gewoond tot 1943.
Op 23 april 1943 is ze opgepakt en in Kamp Vught opgesloten. Daarna is ze op 9 mei naar Kamp Westerbork gedeporteerd. Op dinsdag 11 mei is ze met een goederentrein, in een veewagon, naar Sobibór in Polen weggevoerd. Haar naam komt voor op de deportatielijst van 11 mei 1943.
Een bericht van het Rode Kruis vermeldt over dit transport: ‘Vertrek 11 mei; aankomst 14 mei; aantal personen 1446’. En: ‘Van de treinen van 17 Maart, 11 Mei en 1 Juni zijn alle vrouwen en kinderen vergast.’(6)

In hetzelfde document is een ooggetuigenverslag opgenomen over het transport van 11 mei: ‘Bij aankomst in Sobibor werden 80 jonge krachtige mannen voor werk uitgezocht, mede omdat zij Duits konden spreken. Vrouwen werden van dit transport niet voor werk uitgezocht. De rest werd vergast; zij moesten schoenen en sokken uittrekken en oudere en zieke mensen werden op lorriewagens gegooid; voortdurend werden deze mensen met zwepen geslagen. Volgens getuige was Sobibór en niet Auschwitz hét vernietigingskamp, waar het grootste deel der Nederlandse Joden om het leven is gekomen!’ (7)

Fanny was dus één van de 1446 slachtoffers van het 11de transport vanuit Westerbork die naar Sobibor werden gedeporteerd en daar op vrijdagochtend 14 mei 1943 aankwamen. ’s Avonds waren zij allen vermoord: vergast en daarna verbrand.(8) Met uitzondering van de genoemde 80 jonge mannen. Het echtpaar Kusiel had drie kinderen, allen geboren in Hochberg: Alice, Pepi (Peppy) en Siegfried. Zij hebben de Tweede Wereldoorlog overleefd.

kusielaliceAlice Ottenheimer – Kusiel (1893-1987) is geboren in Hochberg op 20 september 1893. Zij heeft met haar vroegste jeugdherinneringen (9) een bijzonder documentje nagelaten. Zij heeft ze geschreven voor haar kleinkinderen in 1971, toen ze ca. 78 jaar was.
Deze herinneringen bieden ook een goed beeld van het alledaagse Joodse leven rond de eeuwwisseling van de 19e en 20ste eeuw in Hochberg en omgeving.
Na haar huwelijk (1920) woonde zij met haar man in Stuttgart. Zij beiden zijn pas in augustus 1941 met hun jongste zoon Fritz (1924-1999) vanuit Stuttgart, via Lissabon, naar Amerika gevlucht met als bestemming zus Pepi. Hun oudste zoon Hans (1921- ), later John, is na de Reichskristallnacht 9/10 november 1938 opgepakt en heeft zes weken in het concentratiekamp Dachau vastgezeten. Toen hij vrij kwam, is hij begin 1939 – hij was toen ruim 17 jaar – alleen naar Amerika gevlucht. Vermoedelijk naar zijn tante Pepi. Pas in 1941 is hij weer met zijn ouders en jongere broer herenigd in New York. Alice is overleden op 1(?) maart 1987 in New York.

Pepi Kaufmann – Kusiel (1899-1992) is geboren in Hochberg op 2 augustus 1899. Zij is al in april 1937 met haar man en twee kinderen naar Amerika vertrokken. Zij heeft in 1939 vermoedelijk haar neef Hans en later in 1941 haar zus Alice, haar zwager en hun jongste zoon Frits onderdak geboden in Amerika. Zij is overleden op 3 september 1992 in Lakewood NJ. Meer is er niet over Pepi bekend.

kusielsiegfried

Siegfried Kusiel (1901-1982) is geboren in Hochberg op 3 maart 1901. Bij zijn geboorte dacht zijn oudste zus, zo herinnerde zij zich, dat hij beslist uit een ander ooievaarsnest kwam, omdat hij blond haar had, terwijl zij zelf en haar jongere zusje zwart haar hadden. Siegfried was al in 1922 naar Amsterdam gegaan om er fortuin te maken in het schoenenvak. Aan het einde van de twintiger jaren had hij een schoenenzaak in Rotterdam centrum. Hij is in 1929 in Amsterdam gehuwd met Kitty (Keetje) Montanjees (1901-1994).
In 1931, een paar jaar na hun huwelijk, zijn ze in Schiebroek op de Adrianalaan gaan wonen in een nieuwbouwhuis. Het echtpaar had geen kinderen.
In 1939 hebben ze op de Adrianalaan onderdak geboden aan zijn ouders. In juni 1940 is Salomon daar overleden en dichtbij begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Ringdijk. Gedwongen door de maatregelen van het Duitse regiem tegen de Joden, hebben Siegfried en zijn vrouw in oktober 1942 hun huis verlaten. Formeel op 2 februari 1943, met de aantekening ‘VOW’ ‘Vertrokken, onbekend waarheen’.
Hun achterbuurman, geboren en getogen Schiebroekenaar Piet Dijkshoorn (1923- ) van fietsenmakerij en later autobedrijf Dijkshoorn aan de Hoge Limiet, heeft samen met zijn broer Wim Dijkshoorn (1919-1987) met een caddy geholpen nog wat van hun huisraad in veiligheid te brengen.
Siegfried schreef op 29 maart 1960, dat hij van 2 mei 1942 tot 8 november 1942 de jodenster heeft gedragen (10). Op 31 oktober 1942 werd hij gearresteerd en ingesloten op het politiebureau in Rotterdam. Nadat hij daar was mishandeld en ondervraagd door de SS werd hij 4 november naar Amsterdam naar de Hollandsche Schouwburg gedeporteerd om daarvandaan naar Westerbork te worden weggevoerd. Op 8 november werd hij in Amsterdam voorlopig vrijgelaten. ‘…die had vanwege zijn functie – omdat hij schoenmaker en reparateur van rugzakken was – in de oorlog een Sperr’ (11). Hij en zijn vrouw hadden dus een ontheffing.
kusielschoenenDaarna is hij naar Zeist gevlucht en na twee maanden is hij tot aan het einde van de oorlog ondergedoken in Utrecht. In die onderduikperiode leefde hij onder de naam ‘Wim Dijkshoorn’. (!) Het is niet bekend of Siegfried en zijn vrouw bij elkaar op hetzelfde adres hebben gewoond tijdens hun onderduiktijd.
Na de bevrijding zijn Siegfried en Keetje uit de onderduik terug gekomen en zijn ze naar de Hoyledesingel in Rotterdam Hillegersberg verhuisd.
Enkele jaren later was Siegfried in Rotterdam Centrum weer een schoenenzaak begonnen met de modieuze Franse naam ‘Chaussures Kusiël’.
Hij en zijn vrouw hebben tot 1982 op de Hoyledesingel gewoond. Kort nadat ze daarvandaan verhuisd waren naar Rotterdam Ommoord, is Siegfried op 14 juli 1982 overleden. Zijn vrouw Keetje is in 1994 in Schiebroek overleden.

Bewogen geschiedenis
Zo is er een einde gekomen aan mijn onderzoek en is ook het begrip ‘concentratiekamp Schiebroek’, de aanleiding voor dit speurwerk, ontzenuwd. Het was een term, die slechts in de documentatie over Salomon Kusiel heeft bestaan. De naaste familie moet altijd geweten hebben dat hij een natuurlijke dood is gestorven.
De grafsteen voor Salomon Kusiel is onbedoeld een klein monument geworden voor de bewogen geschiedenis van een gewone Joodse familie.

Een aantal personen ben ik voor dit onderzoek veel dank verschuldigd voor de zeer plezierige samenwerking. Met name wil ik vermelden:
Dr. Joachim Hahn, medewerker aan http://www.alemannia-judaica.de/ludwigsburg_synagoge.htm en Jochen Faber, medewerker aan http://www.stolpersteine-ludwigsburg.de/

 

Noten

1 link
2 link
3 Zie o.a. Schüßler, Beate Maria. Das Schicksal der jüdischen Bürger von Ludwigsburg während der Zeit der nationalsozialistischen Verfolgung. Ludwigsburger Geschichtsblätter. Heft 30, 1978. Historischer Verein für Stadt und Kreis Ludwigsburg e.V., 1979. Pag. 105: ‘Salomon Kusiel, … 1939 nach Holland, 1943 (!) im KZ Schribroek ermordet’
4 Overlijdensacte Gemeente Schiebroek 1940-38
5 Ottenheimer, Alice. My first 12 years. 1893-1905. New York, CJH, 1971. 5 pag. Zie: link
6 Informatiebureau van het Nederlandsche Roode Kruis. Sobibor. 2e verb. en aang. uitg. Den Haag, 1947. Pag. 3
7 Idem, pag. 16
8 Cohen, E.A. De negentien treinen naar Sobibor. Amsterdam, 1979. Pag. 89-90
9 Zie noot 5
10 Kusiel, S. Schreiben an das Amt für die Wiedergutmachung. Stuttgart,1960
11 Aldus een mededeling in 2013 van het Kenniscentrum van het Joods Historisch Museum te Amsterdam

Dit artikel is in verkorte vorm eerder gepubliceerd in:
Tussen Wilgenplas en Rotte. Rotterdam, VSW, nr. 70, november 2012. Pag. 18-19; en: nr. 72, november 2013. Pag. 22-23
En in:
Leven in Schiebroek. Rotterdam, SBO, april 2013. Pag. 4; en: december 2013. Pag. 4
En later is het gepubliceerd op:
www.communityjoodsmonument.nl

Het artikel is in pdf hier te downloaden.

Bron:
Wie was Salomon Kusiel door Wim van Stiphout

Foto’s:
Grafsteen van Salomon Kusiel op de Algemene Begraafplaats, Rotterdam Schiebroek: Guido van Stiphout.
De Stolpersteine voor Salomon Kusiel en Fanny Gutmann voor het huis Seestraße 49 in Ludwigsburg (2011)
De nieuwe Stolperstein voor Salomon Kusiel, met een aangepaste tekst (2013) (Foto: Jochen Faber)
Het echtpaar Fanny en Salomon Kusiel-Gutmann
Alice Ottenheimer – Kusiel
Verlovingsadvertentie Algemeen Handelsblad 31-8-1928
Advertentie Het Vrije Volk, 9 juli 1953

gepubliceerd:
2 maart 2016

Laatst bijgewerkt:
22 maart 2024