strijen

Strijen kende een bloeiende Joodse gemeenschap van zo’n 50 – 60 mensen.
Zij woonden in het centrum van de plaats, in de Kerkstraat, de Boompjesstraat en de Molenstraat.
De eerste Joodse inwoner in Strijen was de slager Simon Izak (sommige bronnen Isaac Hartog), die er in 1777 een huis kocht. In 1811 nam hij een andere achternaam aan, die van Van Gelder.
Tot 1857 behoorde Strijen tot de Joodse gemeente van Oud Beijerland, daarna werd het een zelfstandige gemeente.
In de Kerkstraat werd in 1857 een synagoge gebouwd, in 1874 kwam er een Joodse school aan de Boompjesstraat.
In 1895 kwam er een Joodse begraafplaats aan de Oud-Bonaventuresedijk en deze begraafplaats werd ook gebruikt door Joodse inwoners van ‘s-Gravendeel en Puttershoek.
In de oorlog werden de meeste resterende Joden uit Strijen weggevoerd en vermoord. Dit waren nog 15 mensen, door de aantrekkende werking van de grote steden (met name Rotterdam) was de Joodse bevolking van Strijen al sterk teruggelopen. 12 van hen werden vermoord in Auschwitz, 3 op andere plaatsen.
Na de oorlog kon de gemeente geen nieuw leven worden ingeblazen en werd de gemeente bij die van Rotterdam gevoegd (1948). De Joodse begraafplaats is door een groep vrijwilligers in 1988 opgeknapt en wordt door de Gemeente Strijen onderhouden.

 

bron:
Michman, Jozepf e.d., Pinkas, Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland (Jeruzalem 1985).