miss etam

etamEtablissement Mayer was in Saxen, Duitsland, de kousenfabriek van Max Lindemann. Een zakenman met visie die met “Van Fabriek Aan Publiek” besluit om de tussenhandel te beperken en zélf winkels op te zetten.
Hij zet in Duitsland winkels op en dit wordt een groot succes. Maar, wat in Duitsland kan, kan ook elders ter wereld en hij zoekt in verschillende landen lokale partners. Deze partner zou in het betreffende land het monopoly op de Etam-formule krijgen. Er waren ook voorwaarden aan de partners. Ze moesten:
– de helft van het benodigde kapitaal storten,
– Lindemann levert de kousen, op bestelling en tegen een aantrekkelijke prijs,
– de naam Etam mag gebruikt worden maar blijft eigendom van Lindemann,
– de lokale partner is verantwoordelijk voor de eigen bedrijfsvoering,
– eventuele winst wordt jaarlijks gelijk verdeeld, of als dividend, of als salaris.
In Engeland, Argentinië en België worden vestigingen geopend, Nederland volgt in 1923.
In Nederland is het Julius Korijn, broer van bankier Lodewijk Korijn, die de merknaam en de producten van Etam mocht gaan verkopen. Op 14 maart 1923 wordt een Naamloze Vennootschap opgericht tussen Julius Korijn en Hedwig Jürgens (namens Lindemann) in de aanwezigheid van Max Lindemann met de naam Etam Kousenmaatschappij NV.
Een maand later wordt de eerste winkel geopend, op de Leidsestraat 97 in Amsterdam; in hetzelfde jaar volgt Den Haag met een winkel aan het Noordeinde en in 1924 komt er een tweede filiaal in Amsterdam, op de Kalverstraat 128 – 130 wat tevens dan het hoofdfiliaal wordt.
In de jaren erna worden op toplocaties in diverse Nederlandse steden filialen geopend. In Rotterdam komt de winkel op de Boymanstraat 5, nabij de toenmalige Bijenkorf, Calandplein en Coolsingel.
Vooral de korte lijn tussen klant en fabriek zorgt voor succes van deze keten. Komt er vraag naar een bepaald artikel dan kan de fabriek dit snel leveren.
Het assortiment van Etam breidt zich eveneens uit. De kousen blijven uit Duitsland komen, Van Straten & Boon in Den Haag wordt het confectie-atelier van Etam. Van Straten & Boon heeft een atelier en een breifabriek. Hier wordt onderkleding gemaakt, nachthemden en pijama’s.

1940
Bij het bombardement op Rotterdam worden de twee Rotterdamse vestigingen vernietigd. Een aantal filialen worden gesloten vanwege de oorlog maar in de acht filialen die open blijven worden recordomzetten gedraaid. De bezetter stelt voor Etam in Nederland een Verwalter aan, Julius Korijn en zijn zoon Ed, die inmiddels ook in het bedrijf werkte, worden ontslagen.
De werkmeester van de breierij wordt naar een werkkamp gestuurd en vanwege de schaarste aan grondstoffen moet het ene na het andere filiaal sluiten.
Julius Korijn en zijn vrouw Wilhelmina worden naar Auschwitz gedeporteerd waar ze op 3 september 1942 vermoord worden.
Zoon Ed overleeft de oorlog.

Na de oorlog
Ed Korijn overleeft en er is nog één filiaal over. In Den Haag op de hoek Spuistraat / Wagenstraat. Samen met Annie van Bruinessen, voormalige directie-secretaresse van Etam en degene die de dagelijkse leiding van Etam had in de oorlog, steekt Ed de handen uit de mouwen, zorgt ervoor dat de fabriek weer kan gaan werken en zoekt nieuw personeel. Een geluk is het dat het bedrijf als eerste de hand kan leggen op een enorme partij kunstzijden kousen uit Tsjecho-Slowakije, wat zorgt voor een enorme omzet. Zo’n grote omzet dat de politie bij de Etam filialen erbij te pas moet komen om de klanten in het gareel te houden. Na de kousen uit Tsjecho-Slowakije komen de nylons uit de Verenigde Staten en met de winst wordt het bedrijf weer opgebouwd.
Door het hele land verrijzen nieuwe filialen, en ook internationaal draait het bedrijf goed.
in 1970 wordt het bedrijf verjongd en kiest men voor de naam Miss Etam.
Ed Korijn werkt in 1998 nog steeds bij het bedrijf, hij verzorgde het nawoord in het boek dat vanwege het 75-jarig jubileum wordt uitgegeven.

bron:
joodsmonument.nl,
75 jaar Miss Etam.