Hoe zou het op het kantoor van de Rotterdamsche Electrische Tram zijn gegaan, toen die aanvraag van de nazi’s kwam om op vrijdagavond 9 april 1943 zestien autobussen en drie trams beschikbaar te stellen voor het vervoer van 800 Rotterdamse Joden die op die sjabbatavond uit hun huis werden gesleurd en naar Loods 24 vervoerd moesten worden? Was er een discussie? Zou er iemand gezegd hebben dat er niet meegewerkt moest worden? Zou er iemand gezegd hebben dat er iets niet klopte aan dat sprookje over het ‘werken in het oosten’?
Het was niet de eerste keer dat zo’n aanvraag kwam. Hartog Valk, tijdens de oorlog aangesteld bij de Joodsche Raad voor Amsterdam, bureau Rotterdam, schreef in het Rotterdams Jaarboekje 1955 (hij behoorde tot de 23,6 % van de Rotterdamse Joden die de oorlog wel overleefden) dat de RET ook al materieel leverde voor de razzia’s van 3, 8 en 9 oktober 1942.
We hebben het over 1943. In tegenstelling tot de eerste deportaties was het nu inmiddels wel duidelijk dat er niet veel goeds te verwachten was van die ‘reis’ naar het oosten. Duizenden verdwenen en al snel werd er niets meer van hen vernomen. ‘Wij zijn flink’, ‘we houden goede moed’ was vaak het laatste levensteken, geschreven op een kaart die in de wiebelende deportatietrein was geschreven en naar buiten werd gegooid. De trein waar in het Nederlandse deel van de route een locomotief van de NS voor reed.
In Rotterdam werden 800 Joden op 9 april 1943 de trams en autobussen ingedreven. Vervoersmiddelen waar trots – wat een gotspe – het logo prijkte dat ontworpen was door de Joodse Elkan Manheim (Rotterdam, – Auschwitz, ). Elkan werkte bij de gemeente Rotterdam en klom daar op van assistent-opzichter tot tekenaar Stadsontwikkeling. In 1927 ontwierp hij het embleem van de RET – het openbaar vervoer van Rotterdam. Dit embleem was vanaf 1929 zichtbaar op alle trams, bussen, haltes en kaartverkooppunten. Eind 1940 werd Elkan – ambtenaar – ontslagen bij de gemeente; hij was Joods.
Zodra de bussen en de trams vol waren met doodsbange Rotterdamse Joden , koffertje of rugzak in de hand, ouders die hun kinderen gerust probeerden te stellen maar zelf doodsbang waren, zetten deze vervoersmiddelen zich in beweging met voorin een buschauffeur of een trambestuurder van de RET. Ze werden een schakel in de logistiek die de nazi’s hadden uitgedacht en doorgaans naar Sobibor of Auschwitz leidde. Vaak zat er nog geen week tussen het dichttrekken van de voordeur en de dood in het vernietigingskamp. Een week van onmenselijke omstandigheden, opeengepakt in overvolle vervoersmiddelen, dag en nacht rijdend naar het oosten – veelal naar de dood.
Alsof het om een schoolreisje ging werd materieel geleverd.
Werd er materieel ‘beschikbaar gesteld’ of werd er voor betaald? Vermoedelijk het laatste, de nazi’s betaalden goed. Dat het geld afkomstig was uit geroofd Joods bezit, ingeleverd bij de LiRo-bank, dat werd er niet bij verteld. Op deze manier betaalden Joden voor hun deportatie, en als ze uit hun huis gedreven waren, werden hun inboedels als ‘Liebesgaben’ naar Duitsland gestuurd. ‘Geschenken van liefde’, zum Kotzen. Wat een zieke geest moet deze terminologie verzonnen hebben.
Feit blijft dat er werd gecollaboreerd. ‘Men kon niet anders’, ‘Befehl ist Befehl’, ‘bang voor represailles’. Dat kan, maar er is geen moeite gedaan om op welke manier dan ook materieel onklaar te maken, en niets is gedaan om het vervoer hoe dan ook te hinderen. Alsof het om een schoolreisje ging werd materieel geleverd.
Na de oorlog, toen het feestgedruis van de bevrijding was verstomd, was Rotterdam voorgoed veranderd. De binnenstad was al vijf jaar ervoor weggebombardeerd. Een deel van de gebouwen dat gered had kunnen worden, was inmiddels gesloopt of werd dat in de jaren erna. De sfeer van de binnenstad, de Zandstraatbuurt, de Helmersstraat, de Coolsingel en de Schiedamsedijk, was er niet meer. Maar belangrijker, de Joodse gemeenschap, voor de bezetting nog 13.000 personen groot, was sterk gedecimeerd. Niet alleen door toedoen van de bezetter, maar ook door abjecte collaboratie van tal van Nederlandse organisaties. Het werd stil in 1945, en ruim 80 jaar later is die stilte er nog en ontbreken excuses.
In februari 2026 heeft de gemeenteraad van Rotterdam besloten dat er een onderzoek plaats gaat vinden over de rol van de gemeente in de bezettingsjaren.
In de bijna 1800 pagina’s van deze website wordt het verhaal verteld over ruim 400 jaar Joods Rotterdam. Juist door dit verhaal te vertellen wordt duidelijk wat er verloren is gegaan. En dat is heel, heel erg veel.
bron:
3 tramstellen, 16 autobussen, 800 Joden, Trix van Bennekom, Loods 24-herdenking, Rotterdam, 30 juli 2025.
Percentage overlevenden, Ruben Vis, Ook het Rotterdamse openbaar vervoer transporteerde Joden, De Vrijdagavond, online Joods magazine, 29 januari 2026, https://devrijdagavond.com/2026/01/29/opinie/ook-het-rotterdamse-openbaar-vervoer-transporteerde-joden/ (geraadpleegd 30 januari 2026).
Ruben Vis, Ook het Rotterdamse openbaar verzoer transporteerde Joden, https://rubenvis.eu/ook-het-rotterdamse-openbaar-vervoer-transporteerde-joden/ (januari 2026).
Onderzoek rol gemeenteraad, Jonet (1 februari 2026) https://jonet.nl/cjo-blij-met-onderzoek-rotterdams-sjoa-verleden/ (geraadpleegd 7 februari 2026).
illustratie:
Logo RET, Rotterdamsche Elektrische Tram – https://www.rovm-digitaal.nl/wp-content/gallery/logos/RET-B-a.jpg, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=66336725.
gepubliceerd:
7 februari 2026
laatst bijgewerkt:
7 februari 2026