
Ze kwamen aan uit het oosten van Europa, de vele berooide Joodse emigranten. Doel was de Nieuwe Wereld, wat ze achterlieten was thuis, maar ook armoede, pogroms en misère.
Dat mensen zoeken naar een beter leven is van alle tijden. Onder de naam ‘Veritas’ plaatste iemand een ingezonden stuk in het Weekblad voor Israëlietische huisgezinnen van 14 januari 1910. Het geeft een inkijkje in de omstandigheden rond het landverhuizershotel van toen. Het landverhuizershotel werd gebouwd als een antwoord op de slechte omstandigheden die daarvoor in achenebbisj pensionnetjes die overal in de stad waren te verbeteren; maar of het nu echt zoveel beter was voor de Joodse emigranten…
Geachte Heer Redacteur!
Beleefd verzoek ik U mij eenige ruimte in uw geëerd blad af te staan. Voor eenige jaren reeds rijpte bij mij het plan eene beschrijving te geven van de aankomst der Joodsche emigranten aan het Maasstation te Rotterdam, op welke wijze zij vervoerd worden naar het N. A. S. M. hotel, en van de behandeling tijdens hun verblijf aldaar.

Door omstandigheden moest ik mijn plan opgeven; ook meende ik, dat wellicht anderen de pen opgenomen zouden hebben, om den toestand dier vervolgde broeders onder de ogen van het publiek te brengen. Edoch, in al die jaren zweeg men, koud en gevoelloos aanschouwde men het lijden der zwervelingen, geen medelijden met het lot dier armen; hafakirim waren zij, hafakirim zijn zij nog. Laten wij het toch niet ontkennen, dat wij onbekend waren en zijn met dien donkeren toestand; waren en zijn wij dan nog heden vreemdelingen in Jeruzalem ? Hoe vaak zagen wij niet, en kunnen nog zien, met welk een takteloosheid de Joodsche emigranten door de N. A. S. M. ontvangen worden. Op sleeperswagens vervoert men bagage, vrouwen en kinderen, terwijl zoowel ouden van dagen als jongen daarnevens loopen, als vee naar de slachtplaats. Nu zout gij meenen, M. de R., dat die troep vermoeid – en verhongerde menschen rust en verkwikking vinden in het N. A. S. M. hotel, hun als verblijf aangewezen ? Niets is minder waar dan dat! Noch rust, noch geoorloofde spijzen kunnen onze arme broeders verkrijgen; verhongeren, verzwakken moeten zij, zo de reeds uitgeputten geen ? willen eten, zelfs het stukje brood hun voorgezet is voorzien van margarine.
En op de booten dier lijn, waarmede de joodsche emigranten de groote reis aanvaarden, is evenmin koosjer eten te verkrijgen. Nu vraag ik in gemoede, M. de R., hoe kunnen die menschen, dia uitzien als halfdoden hier in Rotterdam op hun verhaal komen, hoe kunnen zij gezondheid en kracht bekomen, om de strenge keuring in Amerika te doorstaan, want men eischt daar niet alleen gezondheid, ook krachtig en gespierd moeten de emigranten zijn, daar zij o, lach niet, M. de R. voor een jury van athleten zware gewichten moeten drukken. Dat er dus zoovelen teruggezonden worden, die de tweevoudige keuring niet konden doorstaan, zal niemand verwonderen.
En vraagt U mij, M. de R., „betalen die menschen dan niet voldoende?“ dan antwoord ik u: „meer dan voldoende!” Zie, M. de R., in dien toestand moet en zal verandering komen; dat weliswaar moeilijke emigranten-vraagstuk moet en kan ook opgelost worden, wanneer mannen van invloed de groote en heilige opdracht naar liefde willen betrachten, door zich eerst van de waarheid van dit schrijven te overtuigen. ‘En je zocht en onderzocht en vroeg voorzichtig en zie, het is waar en juist'(vert. hebreeuws – red.) om daarna de directie der N. A. S. M. den joodschen emigranten te verplichten koosjer eten te verschaffen, zoowel in haar hotel, als op hare booten; keukens in haar hotel en op hare booten in te richten, waar de spijzen onder rabbinaal toezicht toebereid worden; en nu moge de directie tot verontschuldiging harer willekeur aanvoeren, dat zij vele jaren geleden den joodschen emigranten koosjer eten verschaft heeft, maar dat er joodsche emigranten waren, die er geen gebruik van wilden maken, dan bleven en blijven er heden nog honderden genoeg over om met het volste recht ritueele spijzen te eischen, te vorderen, dat zij degelijk en naar billijkheid behandeld worden. De zaak, M. de R., moet degelijk aangepakt worden, er moet joodsch toezicht zijn zoowel in de keukens van het hotel als op de booten. En wat wel de hoofdzaak is, moeten de mannen, belast met het toezicht, kunnen spreken met de emigranten, om zoodoende hun vertrouwen te winnen en om hen met raad te kunnen bijstaan.
Dit is, M. de R , naar mijne bescheiden meening de weg, aangewezen voor hen, die zich met hart en ziel willen wijden aan deze heilige zaak, aan de zaak, wat de N. A. S. M. betreft. Voor de Joodsche emigranten, die geen scheepskaarten hebben, die door niemand ontvangen, maar wel door gidsen op sleeptouw genomen worden, is het lot nog ellendiger dan dat van de boven beschrevenen. Deze emigranten, die door geen buitenlandsche vereeniging naar hier worden gezonden, zoeken onder dak te komen. Men zoeke een hotel, waar zij voor billijke prijzen logies en koosjere spijzen, bereid onder rabbinaal toezicht, kunnen verkrijgen, want ook zij ontberen geoorloofde dranken en spijzen, en waar men zich in Rotterdam begeeft, in Raam– en Zandstraat en in Broedersteeg, men ziet die vermagerden en verhongerden uit donkere krotten en holen komen. Ook deze emigranten moeten vanaf de plaats hunner aankomst in bescherming genomen worden, opdat zij niet van hun laatsten roebel beroofd worden, opdat zij niet aan sjabbat aan sjabbat, dag aan dag moeten vragen; „geeft ons voor geld geoorloofde spijzen, brengt ons bij oprechte en ware Joden onder dak. Ik hoop, M. de R., dat ik door dit schrijven onze geloofsbroeders overtuigd mag hebben, dat verbetering in dezen toestand hoog noodig is, dat men pogingen in het werk zal stellen, om de ellende dier emigranten te verzachten, dan zal de plaatsing van dit stuk voldoende beloond zijn, en Gods zegen zal zeker rusten op hen en op het werk, dat edelmoedige mannen zullen ter hand nemen.
Rotterdam, januari 1910. VERITAS.
bron:
Ingezonden stuk, Weekblad voor Israëlietische huisgezinnen. 14 januari 1910. Geraadpleegd op Delpher op 20-03-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005418055:00001.
illustratie:
Maasstation 1905, Collectie Stadsarchief Rotterdam 4029_PBK-1983-1109.
Het landverhuizershotel van de NASM op de Wilhelminakade te Rotterdam. Gebouwd in 1893, de oorlog doorstaan, maar niet de sloopgolf van de 70-er jaren. Het bleef dan ook bestaan tot 1970. Collectie Stadsarchief Rotterdam beeldbank 4029_PBK-7307.
gepubliceerd:
21 maart 2026
laatst bijgewerkt:
21 maart 2026