Aanmeldingsplicht

In januari 1941 werd er door rijkscommissaris Seyss-Inquart verordening VO 6/1941 uitgevaardigd. Deze verordening verplichtte alle Joodse inwoners van Nederland om zich te laten registeren. De verordening werd in alle kranten gepubliceerd en op 10 februari 1941 stond in het Rotterdamsch Nieuwsblad het nevenstaande bericht.
Voor 21 februari 1941 diende men zich te registreren.

Voor wie geen krant las waren op verschillende plekken in de stad roze biljetten aangeplakt waarop de tekst van het krantenbericht eveneens te lezen was. De tekst was voor de Beauftragte für die Stadt Rotterdam, jurist Carl Völckers (Bremen, 24 oktober 1886 – Bremen, 16 november 1970), niet strikt genoeg. Hij vond dat alle personen die afstamden van een grootouder van het Joodse ras en in Rotterdam woonden zich moesten laten registreren. Burgemeester Oud liet vervolgens weten dat hij de tekst van de verordening had gebruikt, twee zinnen had samengevoegd, en aldus tot de tekst in de aankondiging was gekomen.

Voor de aanmelding werd een formulier gebruikt dat kosteloos kon worden opgehaald bij alle politiebureaus, bij de Afdeling Bevolking op het Stadhuis en bij de hulpsecretarieën in Hoek van Holland, Hoogvliet en Pernis. Maar bij het inleveren van het formulier moest per aangemelde ƒ 1,00 aan leges betaald worden. Kon men dit niet betalen, dan ging de rekening naar de Israëlitische gemeente waar men lid van was en was men geen lid van een gemeente, dan kon men een verzoek doen tot vermindering of kwijtschelding van de leges.

Door deze verplichte registratie kreeg de bezetter een vollediger beeld van wie Joods was en wie niet dan alleen het bevolkingsregister, waar het kerkgenootschap ook werd bijgehouden. Nu werden alle personen met tenminste één Joodse grootouder geregistreerd.
De vraag is waarom men dit opvolgde. Niet iedereen deed dit, maar het grootste deel van de Joodse inwoners wel. Daarbij moet worden bedacht dat er veel angst heerste. In Rotterdam wist men door het bombardement van 14 mei 1940 waartoe de nazi’s in staat waren. Maar ook liep de spanning op, begonnen de treiterijen van Joden door de nazi’s en de NSB. Die treiterijen waren in Amsterdam het voorspel een gewelddadige confrontatie en de arrestatie van honderden Joodse mannen op 22 en 23 februari 1941, gevolgd door de Februaristaking.

De voelbare angst in januari 1941 moet ertoe geleid hebben dat veel Rotterdamse Joden dachten dat het wel los zou lopen, en dat een registratie niet zou kunnen leiden tot de genocide op de Europese Joden. Men had toch te maken met Duitsers, mensen met een hoogstaande cultuur? Het nazisme zou wel weer verdwijnen.

De registratie zou essentieel blijken te zijn in de moord op 75% van de Nederlandse Joden. De Rotterdamse ambtenaren kregen instructies over de procedure. Zij dienden zich vooral passief op te stellen. De aangever diende zelf na te gaan of men aanmeldingsplichtig was. De ambtenaar moest bij inlevering alleen kijken of alle vragen ingevuld waren.

Vervolgens werden de formulieren vergeleken met de persoonskaarten in de gemeentelijke administratie en afwijkende gegevens werden aangepast aan de informatie op de aanmelding. Dus bij Joden die vanwege hun afkomst inmiddels hun beroep hadden verloren kregen een streep door het beroep en dit werd vervangen door het nieuwe beroep wanneer dat er was.

Vervolgens werden de aangevers gecategoriseerd. Het aantal Joodse grootouders. lidmaatschap van een Israëlitisch kerkgenootschap en huwelijk bepaalde of iemand vol-Joods (J), half-Joods (Mischlinge II Grades; GII) of kwart-Joods (Mischlinge I Grades; GI) was.

De persoonskaarten van Joden werden vervolgens voorzien van een ‘edelruiter’ waarop J, GII of GI vermeld was en op deze wijze waren de Joden snel terug te vinden in de kaartenbakken. Later zouden er verordeningen worden uitgevaardigd over verhuizingen, mochten Joden alleen met een verhuisvergunning verhuizen wat ertoe leidde dat men met deze administratie snel was terug te vinden. Vandaar dat veel Joden die niet kwamen opdagen bij een oproep thuis werden opgehaald. De genocide werd vooraf gegaan door een duivels opgezette administratie.

 

 

bron:
AANMELDINGSPLICHT VAN PERSONEN VAN JOODSCHEN BLOEDE.. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 10-02-1941, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 17-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011002649:mpeg21:p005.
Marleen van den Berg, Joods Rotterdam, Vervolging, Ontrechting, Terugkeer en Rechtsherstel (Amsterdam 2025) 103 – 108.

illustratie:
AANMELDINGSPLICHT VAN PERSONEN VAN JOODSCHEN BLOEDE.. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 10-02-1941, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 17-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011002649:mpeg21:p005.

gepubliceerd:
17 november 2025

laatst bijgewerkt:
17 november 2025