Abraham Levie (Amsterdam, – Amsterdam, ) werd geboren als zoon van Leon Abraham Levie en Florette Meijers, overleed in Amsterdam en werd op de Joodse begraafplaats aan het Toepad in Rotterdam begraven. Zijn eerste vrouw was Sophia Hildesheim (Rotterdam, – Rotterdam, ) en hij hertrouwde met Hanna Cohen de Lara (Amsterdam, – Amsterdam, ). Waarom werd Abraham in Rotterdam begraven?
Abraham werd godsdienstonderwijzer en werkte rond 1898 in Winschoten. Daarna kreeg hij een aanstelling in Rotterdam en vermoedelijk kwam hij in 1900 naar de Maasstad toe. In 1903 kregen Sophia en Abraham een dochtertje, ze werd dood geboren.
Abraham was dertig jaar godsdienstonderwijzer in Rotterdam en plaatsvervangend hoofd van de godsdienstschool. Verder was Abraham sinds 1900 verbonden aan de vereniging Menachem Abelim (Troost der Treurenden). waar hij op 1 juni 1925 zijn 25-jarig jubileum vierde.
Abraham was een van de stichters van de vereniging Simchas Hegok. Hij was van die vereniging voorzitter tot het moment dat hij met pensioen ging en naar Amsterdam vertrok.
Lange tijd was Abraham secretaris van de vereniging Achawah. Bij zijn afscheid in 1931 werd hij gehuldigd en van opperrabbijn Davids kreeg Abraham de titel van choweir.
Abraham woonde tot 1922 op de Goudschestraat 22b, verhuisde toen naar Goudschestraat 68b en in januari 1930, voor het vertrek naar Amsterdam, naar het Van Alkemadeplein 17a.
Op 9 juni 1933 werden Abraham en Hanna in Amsterdam ingeschreven, in eerste instantie op de Sarphatistraat 152hs, op 6 juli 1933 verhuisden ze naar de Commelinstraat 64hs en op 9 januari 1941 kwam weduwnaar Abraham Levie op het Weesperplein 1 – de Joodsche Invalide – wonen.
In 1933 nam Abraham afscheid van Achawah, de bond van Israëlitische Godsdienstonderwijzers in Nederland en het maandblad schreef toen: ‘Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan, zoo ligt het eenmaal in de natuur der dingen, en wij mogen daarover niet klagen. Maar toch, wanneer de tijd van scheiden is aangebroken voor iemand, die tientallen van jaren als een onwrikbare rots op zijn post heeft gestaan, dan zijn we een oogenblik stil, dan voelen we het moment van afscheid als een benauwing, als een droef stemmende noodzakelijkheid.
Meer dan 30 jaren heeft collega Levie zijn taak als Secretaris-Penningmeester van de afdeeling Zuid-Holland – Utrecht op onvolprezen, op onverbeterlijke wijze vervuld. Hoe hij die taak heeft opgevat, we zullen er, na het vele ware. dat daaromtrent in den engen afdeelingskring reeds is gezegd, niet meer over uitweiden. Maar ons, als Dagelijks Bestuur, moet nog een woord van het hart.
Voor ons was Levie de incarnatie van de Achawa-idee. Vooraan de zelftucht, de zelfopvoeding om zich in de wetenschappelijke en technische zorg van het ambt te volmaken. Daarna het streven naar een goede rechtspositie, naar materieele verheffing als middel om de taak van godsdienstonderwijzer en voorganger naar behooren te vervullen. Levie als collega! Met hoe ongeveinsde bescheidenheid, met hoe diepe eerbied stond hij voor hen, autoriteiten en collegas, tot wie hij meende, wegens hun groote capaciteiten te moeten opzien. Maar ook, hoe zuiver vriendschappelijk collegiaal kon hij voelen. We herinneren ons uit lang vervlogen tijden, 37 jaar geleden, een feit, dat onzen Levie typeert. Een van de collega’s was met wat onaangename strubbelingen uit zijn Gemeente gegaan en deze vroeg per advertentie een nieuwen ambtenaar. Levie zat toen in het hooge Noorden waar, hetzij en passant meegedeeld, de herinnering aan hem als degelijk onderwijzer en voorganger nog voortleeft en wilde als rechtgeaard Amsterdammer graag een weinigje naar het Hollandsch duin afdalen. En wat was dan het eerste dat Levie deed, toen hij de annonce in de krant las? Natuurlijk een mooie sollicitatiebrief schrijven naar het bestuur der bedoelde Gemeente!
Mis, vrienden! Het eerste wat Levie deed, was… een brief schrijven aan . . . den vertrekkenden collega met de vraag of deze ook tegen zijn zin zijn ambt in die Gemeente had neergelegd en liever was gebleven, want dan, aldus schreef A. Levie, zou hij naar die Gemeente niet solliciteeren. Onthoudt het, jeugdige Achawa-leden, en leert van de veteranen!
Er is maar één ding, dat het Dagelijks Bestuur kan verzoenen met Levies afstand van het Zuid-Holland – Utrechtse bestuurdersschap: dat hij in Amsterdam komt wonen en den Noord-Hollanders ongetwijfeld van zijn Achawa-liefde zal doen genieten. Moge het zijn een onafzienbare reeks van jaren!
Lewaaje (begrafenis)
Abraham koos ervoor om in Rotterdam, de stad waar hij zo lang had gewerkt, begraven te worden. De begrafenis van Abraham Levie werd door vele personen bezocht, onder wie een aantal vooraanstaande personen zoals opperrabbijn Davids, rabbijn De Vries uit Haarlem, rabbijn M. Cohen, M. Zilversmit, B. J. Stein, L. D. Staal, en M. S. Hillesum.
bron:
Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 504.
Stadsarchief Rotterdam, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, Inventarisnummer: 851-296.
Willy van der Heijden, Joods Nederland in en rond de Tweede Wereldoorlog, deel 3 (ongepubliceerd), 244.
Menachem Abelim, Weekblad voor Israëlietische huisgezinnen. 5 juni 1925. Geraadpleegd op Delpher op 19-09-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005423076:00001.
Dochter, Stadsarchief Rotterdam, 999-09 Burgerlijke Stand Rotterdam, overlijdensakten, Inventarisnummer: 1903H. Folionummer: h012. Aktenummer: 1903.5850.
illustratie:
Weekblad voor Israëlietische huisgezinnen. 13 maart 1931. Geraadpleegd op Delpher op 19-09-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005426063:00001.
verloving, Familiebericht. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 17-01-1902, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 19-09-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874135:mpeg21:p005.
gepubliceerd:
19 september 2026
laatst bijgewerkt:
19 september 2026