Belvedère

In het Stadsarchief van Rotterdam bevindt zich het bouwdossier van de nieuwbouw van een woonhuis met café. De datering is 13 maart 1894, het pand zou Bellevue gaan heten. Het pand kennen we nu als Verhalenhuis Belvedère op de Rechthuislaan 1. Door gebeurtenissen tijdens de bezetting kan dit pand tot het Joodse erfgoed van Rotterdam worden gerekend.

Het pand werd in 1894 gebouwd en is daarmee een van de oudere panden in de wijk Katendrecht. Dat bij de bouw de bestemming al café was laat zien dat deze voorziening gewenst was in deze buurt.

De naam Belvedère was in ieder geval in 1913 al in gebruik. W. den Ouden, de toenmalige uitbater van het lokaal, zocht een bediende. Zijn naam is regelmatig in advertenties terug te vinden, vaak zoekt hij meerdere personen als personeel, met name in de jaren twintig van de vorige eeuw.

In de jaren dertig krijgt de jazz een steeds grotere rol op Katendrecht. Nationale grootheden treden op in Belvedere, zoals Kid Dynamite, Teddy Cotton en Boy Edgar. De naam die nu gevoerd wordt is Negropalace Belvédère, de eigenaar is Daan Troost.

Bezetting
Op 19 juli 1941 vond de feestelijke opening plaats van Dancing Belvedère. De bakens werden iets verzet en zeker op Katendrecht was er zelfs tijdens de bezetting een uitgaansleven. Kid Dynamite speelde tijdens de opening en hij was een (tenor)saxofonist van Surinaamse afkomst. Zijn echte naam was Lodewijk Rudolf Arthur Parisius (Hannover, bij Zanderij; archiefkaart Paramaribo, 23 juli 1911 – 14 december 1963) en hij kwam aan het einde van de jaren twintig als verstekeling naar Rotterdam. Hij ging inwonen op de Coolsingel 45b. Op Katendrecht was hij veilig met zijn muziek; er kwam een minimum aan bezetters en hij kon er zijn jazz spelen. Jazz was niet toegestaan door de bezetter tijdens de oorlog, maar door een ingenieus waarschuwingssysteem klonk de muziek toch. Kwam de bezetter, dan werd er Duitse volksmuziek gespeeld.

Katendrecht stond bekend als de buurt van de prostituees en om SOA’s te voorkomen stond er bij de ingang van het schiereiland een bord waarop duidelijk werd gemaakt dat de Wehrmacht er niet mocht komen. Nou ja, ze kwamen er toch en arresteerden er ook de Joden die op de Kaap woonden.

De Jazz was te horen op de zolder van Belvedère. En daar woonde beeldhouwer, fotograaf, graficus en schilder Wally Elenbaas (Rotterdam, 21 april 1912 – Rotterdam, 21 mei 2008). Op 28 februari 1942 trok zijn Joodse muze, fotografe Esther Hartog (Amsterdam, 21 juni 1905 – Rotterdam, 12 september 1998), met wie hij op 5 juli 1945 zou trouwen, en haar zus Sophia (Fie) bij hem in. Dat ene pand vertegenwoordigde een vreemde vrijhaven in bezet Rotterdam. Een café waar gedanst werd, waar jazz gespeeld werd, waar Duitsers niet mochten komen en waar twee Joodse vrouwen woonden. In Belvedère kon het.

En er was nog iets bijzonders, Sophia had een aanstelling bij de Joodsche Raad van Amsterdam, bureau Rotterdam. Ze was medewerker van de afdeling Sociale Zorg en door die aanstelling kwam ze in een bijzondere positie. Het stelde haar in staat om voor kinderen die gedeporteerd zouden gaan worden voor een onderduik te zorgen. En dat deed ze. En het ligt voor de hand dat ze voor dit verzetswerk samenwerkte met haar zus die in Katendrecht zat op haar eigen unieke locatie.

Voor zover bekend heeft Esther nooit haar memoires over de bezetting geschreven, en Fie is er nooit aan toegekomen. Ze overleed op 14 maart 1946 aan een verwaarloosde longontsteking. Esther en Wally bleven er tot hun dood wonen.

1971

Na de oorlog veranderde de bestemming van het pand. Eerst werd de Kit Cat Cotton Club er gevestigd, daarna Bioscoop de Maas. Daarna de “Bazoukia nachtclub” en vervolgens “Xenos bar/nachtclub”. En steeds bleef, vanaf 1978, als een zwaard van Damocles de sloop mogelijk.

1988

Toen werd het een museum, en zeventien jaar lang werd het gedraaid door vrijwilligers.

In 2008 stond de benedenverdieping van het pand leeg. De initiatiefnemers van het Verhalenhuis Belvedère zochten een locatie. Vanaf 2010 begonnen ze met een eigen programmering en een volkskeuken. In 2026 is dat er nog steeds.

Meer over Verhalenhuis Belvedère.

 

 

bron:
Stadsarchief Rotterdam, 396-01-03 Bouwpolitie Rotterdam, 1860-1904, 11370 Nieuwbouw woonhuis met café, 13-03-1894. Dossiernummer 1894-0197.
Bediende, Advertentie. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 07-03-1913, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 01-05-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010222403:mpeg21:p015.
Kid Dynamite, Provinciale Zeeuwse Courant | 2018 | 19 april 2018 | pagina 53.
Algemene geschiedenis via https://verhalenhuisrotterdam.nl/historie/ (geraadpleegd 12 juli 2026).
Initiatief via https://verhalenhuisrotterdam.nl/historie-en-ontstaan-initiatief/ (geraadpleegd 12 juli 2026).
Ruzie om Dolly verstoort feest in Grieks café ,Steekpartijen kunnen we niet hebben’. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad”. Rotterdam, 13-01-1971, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 12-07-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010957464:mpeg21:p008.

illustratie:
Bediende, Advertentie. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 07-03-1913, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 01-05-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010222403:mpeg21:p015.
Ruzie om Dolly verstoort feest in Grieks café ,Steekpartijen kunnen we niet hebben’. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad”. Rotterdam, 13-01-1971, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 12-07-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010957464:mpeg21:p008.

gepubliceerd:
12 juni 2026

laatst bijgewerkt:
12 juni 2026