Betje “Bep” Elkerbout-Bloemendal / Burgemeester Gaarlandtstraat 45

door Sjaak Kouwenhoven

Betje Bloemendal. Foto met dank aan familie Elkerbout.

Bep werd geboren in de Jan Steenstraat in Amsterdam, als dochter van Benjamin Bloemendal en Pietje Mendels. Hun gezin was arm en telde nog zes andere kinderen, allemaal geboren tussen 1905 en 1923 op verschillende adressen. Bij het betrekken van een nieuw huis hoefde namelijk de eerste maand geen huur te worden betaald.
Toen Beps vader op jonge leeftijd stierf aan een herseninfarct was zij met haar vijftien jaar de oudste dochter die nog thuis woonde. Ze nam de zorg voor haar moeder en het gezin op zich en doordat het inkomen van haar vader was weggevallen moest Bep ook financieel bijdragen.

Bep sloot zich aan bij de socialistische Arbeiders Jeugd Centrale, passend bij haar tijd. Ze vond werk als verkoopster in een bakkerij in de Westerstraat in Amsterdam, waar ze later ook de administratie deed. De druk van al die verantwoordelijkheid en zorgen om haar moeder en jongere broers en zussen werd haar te veel, en in 1936 belandde ze overspannen in het sanatorium in Zeist.

Jo Elkerbout, foto met dank aan familie Elkerbout.

Daar ontmoette ze Jo Elkerbout uit Dalem, die daar was om te herstellen van tuberculose. Beide verblijven werden bekostigd door de Algemene bond van Handels en Kantoorbedienden.
Jo en Bep waren beiden lid van de AJC, een band die hun hele leven zou duren. Het was een aparte wereld, vergelijkbaar met de aparte gemeenschappen van gereformeerden en katholieken, elk met hun eigen organisatie.

Bep, met haar rode haren, was een kalme, vriendelijke en zorgzame vrouw die van toneel en muziek hield. Jo was niet zo muzikaal of creatief, maar hij bewonderde haar wel. Hij was zelfverzekerd, grappig en altijd vol praatjes. Een jaar na hun ontmoeting, op 27 oktober 1937, trouwden ze.

Betje met Reina en Bennie. Foto met dank aan familie Elkerbout.

Jo regelde een huis in Gorcum, op Arkelse Onderweg 3i, waar hun eerste kind Reina “Reini” (1938) werd geboren. Hierna verhuisden zij naar de prins Bernardstraat 45 waar Benjamin “Bennie” (1940) werd geboren. Toen de oorlog uitbrak, verloor Jo zijn baan als vertegenwoordiger bij P. Sluis, een bekend veevoederbedrijf, omdat het gebied waar hij werkte onder water werd gezet tijdens de mobilisatie.
Het gezin had opeens geen inkomen meer. Jo maakte zich er niet al te druk om; hij hield er toch al niet van om voor een ander te werken. Hij begon een handel in kippen, voornamelijk in Amsterdam.

Sientje, Louis en Betje. Foto met dank aan familie Elkerbout.

Op 9 november 1938 vond in Duitsland de Kristallnacht plaats, waar Joden op grote schaal werden aangevallen en gearresteerd. Huizen en winkels werden vernield, er vielen doden en velen sloegen op de vlucht. Onder de vluchtelingen waren Duits-Joodse kinderen die te voet de grens probeerden over te steken. De Nederlandse marechaussee hield hen tegen en stuurde hen terug omdat ze geen papieren hadden. Sommige kinderen die zich in de bossen hadden verstopt, werden echter illegaal de grens over geholpen door behulpzame Nederlandse burgers. Ze werden ondergebracht in het joodse weeshuis aan de Rapenburgerstraat, waar ook de jongere broer en zus van Betje, Louis en Sientje, woonden.

Jo en Bep hoorden deze verontrustende verhalen over de Jodenvervolging in Duitsland uit eerste hand. Maar dat zulke dingen ook in Nederland zouden kunnen gebeuren, konden ze zich niet voorstellen.

In 1942 bepaalden de Duitse bezettingsautoriteiten dat straatnamen die verwezen naar leden van het Koninklijk Huis moesten worden gewijzigd. De Prins Bernhardstraat kreeg daarop tijdelijk de naam Langestraat. Onder die straatnaam vond in juli 1943 de arrestatie plaats van Bep, haar moeder en haar zus, nadat in hun woning Joodse onderduikers waren ontdekt. Na de bevrijding kreeg de straat aanvankelijk weer de naam Prins Bernhardstraat. In 1948 werd de straat definitief hernoemd tot de huidige Burgemeester Gaarlandtstraat.

In juli 1942 werden Beps jongste broer en zus Louis en Sientje door de Duitsers weggehaald. Als eersten van de familie Bloemendal. Zus Janny was op dat moment nog veilig. Zij zat op kamers bij een ouder joods echtpaar op de Tugelaweg in Amsterdam. Bep was erg ongerust over haar broertje en zusje, van wie ze hun transport naar Westerbork niets meer hoorde. Louis en Sientje werden op 21 juli 1942 op transport gezet naar Auschwitz en daar op 30 september 1942 vergast. Louis was toen twintig jaar, Sientje was negentien.

Niet lang daarna kreeg het gezin nog een harde klap: ook Beps oudste broer Max en zijn vrouw Clara werden opgepakt, samen met hun twee jonge kinderen. Clara en haar kinderen werden bij aankomst in Auschwitz meteen vergast. Max werd na de bevrijding als vermist opgegeven. Hij stierf in Duitsland tijdens een van de dodenmarsen. Max was 36 jaar oud en Clara was 37.

Saartje Bloemendal. Foto met dank aan familie Elkerbout.

Een jaar later, 16 juli 1943, werd ook de oudste zus van Bep, Saartje de Vries – Bloemendal met haar man en 2 van haar kinderen vermoord in Sobibor. Haar oudste zoon, Benjamin vond de dood eind februari, op weg naar huis na de bevrijding van Auschwitz

In 1942 besloten Jo en Bep onderduikers in huis te nemen omdat ze niet langer wilden toekijken hoe hun vrienden en familie werden weggevoerd. Jo bouwde een schuilplaats in de kast en zaagde een luik in de vloer naar de kruipruimte. Het was bijna niet te zien, maar voor de zekerheid bedekte hij het met een kleed. Als eersten trokken Beps moeder Pietje en haar zus Janny bij hen in. Niet veel later voegden Tally en zijn vrouw Alie de Rosa, vrienden van de AJC, zich bij hen. Later kwam ook Gerda Zeldenrust met haar vierjarige dochtertje Elly bij hen wonen.

Jo stapte over van kippenhandel naar koffiehandel, een schoner en makkelijker te vervoeren product waar meer aan te verdienen viel. Het was zwarthandel, maar Jo maakte zich geen zorgen. Het waren andere tijden, andere regels golden. En er moest eten op tafel komen.

Marianne (Janny). Foto met dank aan familie Elkerbout.

In augustus 1942 stonden er plotseling twee Gorcumse politieagenten voor de deur. Ze hadden een telefoontje gekregen van de Sicherheitsdienst in Amsterdam, die vroeg om de arrestatie van de Jodin Marianne Bloemendal. Marianne zou verblijven op Langestraat 45, het huis van Elkerbout. De agenten vonden haar niet, maar Jo vertelde hun dat ze niet bij hem was geweest. Enige tijd later kwam de zesde onderduiker, oom Sam, de oom van Tally, langs. Hij leidde het ondergrondse blad Vrijheid, Arbeid en Brood en voerde nu verzetswerk uit.
Het huis zat al behoorlijk vol, maar Jo had veel respect voor oom Sam en zijn werk in het verzet. Dus haalde hij hem op in Amsterdam. Op een middag, toen Jo weg was, kreeg Bep bezoek van twee Duitsers. Ze vroegen om haar papieren en namen haar mee in hun auto, terwijl de kinderen vlakbij op straat speelden. Gelukkig kon ze hen overtuigen haar niet mee te nemen, maar ze dreigden terug te komen.

Jo’s vader adviseerde hem om zijn kinderen bij hen in Dalem te brengen, voor het geval er iets zou gebeuren. Nadat Reini en Bennie bij hun grootouders waren, was er opnieuw onraad. Bij thuiskomst van Jo, waarschuwde een buurman Jo dat de marechaussee binnen was. Toen Jo binnenkwam herkende hij de man en hij bood de opper van de marechaussee koffie aan terwijl hij door hem werd ondervraagd over een nieuwe fiets, waarvan de handel verboden was. Het viel de opper op dat er geluiden uit de kast kwamen en Jo werd steeds nerveuzer. Hij besloot de opper in vertrouwen te nemen, en liet Tally en Alie uit hun schuilplaats komen. Het leek met een sisser af te lopen, maar voor alle zekerheid vertrokken Tally en Alie die avond naar een ander onderduikadres en probeerde oom Sam naar het buitenland te ontsnappen. Jo’s vriend Jan de Bruin, de koekenbakker, hielp financieel bij hun ontsnapping. Zo bleven Jo, Bep, haar moeder Pietje en zusje Janny over.

Op 15 juli 1943 drongen drie mannen van “Groep 10“, een beruchte eenheid van de Rotterdamse politie die zich bezighield met het opsporen en deporteren van Joden, het huis binnen. Ze waren verraden. Onder hen was de gevreesde Jodenjager Marinus “Ries” Jansen, een collaborateur die na de oorlog de doodstraf zou krijgen, en Philippus Pikaar, die later door het verzet zou worden geliquideerd.
Jo las de krant terwijl Bep groente schoonmaakte en Pietje en Janny aardappels schilden. Ze probeerden zich achter het schot in de dubbelwandige kast te verstoppen, maar het lawaai viel op. Een van de mannen trok zijn revolver en dreigde te schieten als ze niet tevoorschijn kwamen. Ze kwamen uit de kast tevoorschijn en het hele huis werd doorzocht, maar er werden geen andere onderduikers gevonden. Jansen geloofde hen niet en allen werden ruw ondervraagd.

Nadat Janny ernstig wed bedreigd, kon Jo het niet langer aanzien en leidde de mannen af door te zeggen dat de overbuurman mogelijk onderduikers had. Jo durfde dit wel te beweren want hij was er zeker van dat de desbetreffende man geen onderduikers kon hebben. Iedereen in de straat wist nl dat deze man “fout” was.
Zijn truc werkte: twee man, Jansen en Pikaar verlieten het huis voor een huiszoeking aan de overkant. De derde man wachtte totdat ze hun spullen hadden gepakt en begeleidde ze toen naar buiten. Ze moeten instappen in de auto die voor de deur klaarstond.

Jacques Benima, foto met dank aan Tamara Benima.

Toen de twee mannen terugkwamen, hadden ze de overbuurman bij zich, samen met een onderduiker, de Jood Jacques Benima uit Amsterdam. Jo verklaarde later dat hij nooit had gedacht dat er een onderduiker bij de “foute” overbuurman zou zijn. Hij schaamde zich diep.
Terwijl Jo, Bep, Pietje en Janny werden vastgehouden op het politiebureau in Gorcum, werd de “foute” buurman nooit geregistreerd op het politiebureau. Hij zou enkele maanden later, in september 1943, alsnog “gearresteerd” worden, samen met de leden van de verzetsgroep Spronk.

De volgende dag werden ze door de Gorcumse politie naar het station gebracht. Met de trein reden ze naar Rotterdam en werden ze opgesloten in het Haagse Veer, een groot politiebureau met veel cellen. Alle vier familieleden van de Elkerbout-Bloemendal en Jacques Benima werden geregistreerd bij aankomst, behalve de “foute” buurman.
Begin augustus 1943 werd bekendgemaakt dat alle Joden in het Haagse Veer naar Westerbork moesten. Jo mocht afscheid nemen van zijn familie. Hij zag zijn schoonmoeder, schoonzusje en Jacques Benima klaarstaan voor vertrek, maar Bep was er niet bij. Hij ontdekte dat Bep die nacht onwel was geworden en zwanger bleek te zijn. Hij mocht haar kort bezoeken, maar er zat een NSB’er mee te luisteren. Jo sprak haar moed in en beloofde een goede uitzet voor de baby. Het was de laatste keer dat hij haar zag.

Pietje Bloemendal – Mendels en dochter Marianne. Foto met dank aan familie Elkerbout.

Pietje Mendels-Bloemendal (58 jaar) en Janny Bloemendal (23 jaar) werden op 24 augustus 1943 vanuit Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd en direct vermoord in de gaskamers. Een “goede” dokter kwam bij Bep en schreef een brief waarin stond dat het onverantwoord was om een zwangere vrouw zonder medische zorg vast te houden of naar Westerbork te sturen. De Duitsers waren hier gevoelig voor, omdat ze wilden dat de transporten naar de kampen ordelijk verliepen. Bep werd overgebracht naar het Zuiderziekenhuis in Rotterdam, waar ze de rest van haar zwangerschap kon doorbrengen in een bewaakte afdeling voor gevangenen met medische complicaties.

Op 13 augustus 1943 werd Jo Elkerbout overgebracht naar kamp Vught, waar hij deel uitmaakte van het Buitencommando Breda. Ze werkten aan het vliegveld Gilze-Rijen en moesten na bombardementen kraters vullen en niet-ontplofte bommen onschadelijk maken.

Terwijl Bep alleen in het ziekenhuis was, kreeg ze soms bezoek van haar schoonzus Reina Elkerbout, af en toe vergezeld door haar kinderen Reini en Bennie. Hoewel ze vaak om meer bezoek vroeg, werd dit niet toegestaan. Daarom werd er vaak geschreven en waren de brieven van Jo, maar ook van Reina erg belangrijk voor Bep, haar enige contact met haar familie en kinderen.
Op 25 januari 1944 werd Beps dochter Marjan geboren. De naam Marianne was niet toegestaan vanwege de betekenis van vrijheid.
Op 1 maart 1944 werden Bep en Marjan naar Westerbork gebracht. Niet lang daarna, op 23 maart, werd Bep, die besloot haar baby achter te laten in Westerbork, op het laatste transport naar Auschwitz gezet. Ze kwam daar eind 1944 om op 29-jarige leeftijd als gevolg van uitputting en dysenterie.
De baby werd, wonder boven wonder, kort na Beps vertrek uit Westerbork door familie opgehaald en overleefde de oorlog.

Jo Elkerbout werd eerst naar kamp Amersfoort gestuurd en vervolgens naar kamp Merrem in Duitsland, waar hij moest werken voor de Union Rheinische Braunkohle und Kraftstoff AG. In het begin van 1945 wist Jo te ontsnappen en de oorlog te overleven.

Na de oorlog hertrouwde Jo en ging met zijn kinderen in Amsterdam wonen.
Later werd hij directeur van de taxionderneming Entam en was hij in Amsterdam ook gemeenteraadslid voor de PvdA.
Jo Elkerbout overleed op 5 november 2002. Hij werd 87 jaar.

 

 

bron:
– Elkerbout, R, interview, archief, foto’s (2021)
– Uyterlinde, J., De vrouw die zegt dat zij mijn moeder is, 2010.
– Pashkina, Z. en Boekbinder, J., Het stempel, 2014 (beeldverhaal naar ‘De vrouw die zegt dat ze mijn moeder is’)
– Nationaal Archief , Bloemendal-Mendels, P., 06-03 1885
Nederlandse Rode Kruis (NRK), Centraal Europese Cartotheek (CEC), archiefnummer 2.19.287, inventarisnummer 257
NRK, Joodse Raad Cartotheek, archiefnummer 2.19.294, inv.nr. 13
NRK, Kamp Westerbork, toegangsnummer 2.19.296, inv.nr. 462
Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), archiefnummer 2.09.09, inv.nr. 482
NRK, Kamp Westerbork, archiefnummer 2.19.296, inv.nr. 417 (Im Lager Westerbork befindliche Haeftlinge)
Bloemendal, M., 22-07-1920
NRK, Persoonsdossiers Europees, archiefnummer 2.19.288, inv.nr. 93627
Elkerbout-Bloemendal, B., 01-07-1916
NRK, Persoonsdossiers Europees, archiefnummer 2.19.288, inv.nr. 53046
Archief Centraal Afwikkelingsbureau Duitse Schade-uitkeringen (CADSU), archiefnummer 2.08.46, inv.nr. 811 (dos¬siernr. 121178)
Benima, J., 06-01-1916
NRK, Persoonsdossiers Europees, archiefnummer 2.19.288, inv.nr. 136644.
Elkerbout, J., 01-02-1915
Archief Centraal Afwikkelingsbureau Duitse Schade-uitkeringen (CADSU), archiefnummer 2.08.46, inv.nr 2809 (dossiernr. 367247)
NRK, Persoonsdossiers Europees, archiefnummer 2.19.288, inv.nr. 153628
slachtofferdatabase inventarisnummer is 482
www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/
– Westerbork, Westerborkportretten
Elkerbout-Bloemendal, B.
Bloemendal-Mendels, P.
Bloemendal, M. (Janny)
Bloemendal, M. (Max)
Bloemendal-Coster, C.
Bloemendal, B.
Bloemendal, E.
Vries-Bloemendal, S. de
Bloemendal, B.
Vries, B. de
Vries, S. de
Bloemendal, H. (Harry)
Bloemendal-Beem, B. van
Bloemendal, L.
Bloemendal, S.
– Arolsen Archives
Informatieverzoek Bloemendal-Elkerbout, B. (2020)
Informatieverzoek Benima, J. (2020)
collections.arolsen-archives.org
– Arolsen Archives
Bloemendal -Mendels, P.
Bloemendal-Elkerbout, B.
Elkerbout, J.
Bloemendal, M.
Benima, J.
collections.arolsen-archives.org
– Yad Vashem
Elkerbout-Bloemendal, B.
Bloemendal-Mendels, P.
Bloemendal, M. (Janny)
Bloemendal, M. (Max)
Bloemendal-Coster, C.
Bloemendal, B.
Bloemendal, E.
Vries-Bloemendal, S. de
Bloemendal, B.
Vries, B. de
Vries, S. de
Bloemendal, H. (Harry)
Bloemendal-Beem, B. van
Bloemendal, L.
collections.yadvashem.org
– Stadsarchief Rotterdam, Arrestantenkaarten 1940-1945
Elkerbout-Bloemendaal, B.
Bloemendaal-Mendels, P.
Bloemendaal, M.
Elkerbout, J.H.A.
Benima, J.
www.stadsarchief.rotterdam.nl/
Gemeente Archief Amsterdam
Elkerbout-Bloemendal, B.
Bloemendal, M.
Elkerbout, J.H.A.
Benima, J.
archief.amsterdam/indexen
– Joods monument, alle slachtoffers
Elkerbout-Bloemendal, B.
Bloemendal-Mendels, P.
Bloemendal, M. (Janny)
Bloemendal, M. (Max)
Bloemendal-Coster, C.
Bloemendal, B.
Bloemendal, E.
Vries-Bloemendal, S. de
Bloemendal, B.
Vries, B. de
Vries, M. de
Bloemendal, H. (Harry)
Bloemendal-Beem, B. van
Bloemendal, L.
www.joodsmonument.nl
– Stamkot, B., Joods Gorcum, 1989
– Stamkot, B., Archief Joods Gorcum (2023)
– Regionaal Archief Gorcum (2021), Informatieverzoek R.F. van Dijk
www.regionaalarchiefgorinchem.nl/
– Regionaal Archief Gorcum (2021), politieverslagen, Groenenberg, G
www.regionaalarchiefgorinchem.nl/
– Joods Monument Zaanstreek
Zeldenrust-de Rosa, G. (‘Gerda’), 26-1-1908
Zeldenrust, E.B., 17-1-1939
www.joodsmonumentzaanstreek.nl/zeldenrust-leo
– Regionaal Archief Gorcum, kranten. Zoektermen: Elkerbout, Bloemendal, Langestraat.
studiezaal.regionaalarchiefgorinchem.nl/
– ‘Moeders in familiegeschiedenis’, Auschwitz Bulletin, 2010, nr. 03
issuu.com/nederlandsauschwitzcomite/ docs/2010_3

illustratie:
Betje Bloemendal. Foto met dank aan familie Elkerbout.
Jo Elkerbout, foto met dank aan familie Elkerbout.
Betje met Reina en Bennie. Foto met dank aan familie Elkerbout.
Sientje, Louis en Betje. Foto met dank aan familie Elkerbout.
Saartje Bloemendal. Foto met dank aan familie Elkerbout.
Marianne (Janny). Foto met dank aan familie Elkerbout.
Jacques Benima, foto met dank aan Tamara Benima.
Pietje Bloemendal – Mendels en dochter Marianne. Foto met dank aan familie Elkerbout.

gepubliceerd:
26 mei 2026

laatst bijgewerkt:
26 mei 2026