De verloren vriendschap

Erna en Meijerd

door Hanna Ero

Op nevenstaande foto staan Rosa Martha Paula Erna Hart (Rosslau, – Auschwitz, ) en Meijerd van der Veen (Winschoten, – Malepane, ). Meijerd groeide op als zoon van slager Mannes van der Veen (Beilen, – Auschwitz, ) en Johanna Hart (Scheemda, 9 april 1859 – Rotterdam, 28 maart 1917) in Winschoten. Hij had een zus Martha (Winschoten, – Auschwitz, ) en twee broers; Mozes (Wedde, – Auschwitz, ) en Salomon (Wedde, – Auschwitz, ).
Winschoten werd in de negentiende eeuw snel een van de grote Joodse gemeenschappen van ons land waar, net zoals Amsterdam, voor de bezetting 10% van de inwoners Joods was. Mannes hertrouwde op 3 maart 1920 met Lea Israëls (Grijpskerk, – Auschwitz, ).

In 1915 kwam Meijerd naar Rotterdam. Hij woonde in 1921 op de Noordmolenstraat 55, in 1922 was hij inwonend op de Oppert 14a en op 10 februari 1923 op de Binnenweg 56. Meijerd vertrok op 2 november 1923 naar Duitsland. Erna en Meijerd trouwden op 4 november 1924. De huwelijksvoltrekking vond plaats in Dessau (Duitsland). In de Nieuwe Rotterdamsche Courant verscheen een annonce over het huwelijk. Na het huwelijk vestigde het jonge echtpaar zich in Gronau, Westfalen, Duitsland. Ze werkten hard om hun stoffenzaak op te bouwen en draaiende te houden.

Erna

Kinderen
Het gezin breidde op 12 augustus 1925 uit, de twee-eiige tweeling Johanna (Hans, Rotterdam, – Auschwitz, ) en Elsa (Rotterdam, – Auschwitz, ) werden geboren. Louis Robert (Rotterdam, – Auschwitz, ) volgde vijf jaar later.

Meijerd

Rotterdam
Meijerd en Erna moeten regelmatig heen-en-weer gependeld hebben tussen Rotterdam en Duitsland, de kinderen werden immers in Rotterdam geboren. Het was een gelukkig gezin. De kinderen gingen naar school en speelden met andere kinderen en iedereen was gezond. In hun schaarse vrije tijd genoten Erna en Meijerd van hun kinderen en van de kleine momenten samen. Door de enorme inzet van Erna en Meijerd ging het goed met de zaak.

De economische crisis en de politieke instabiliteit raakten Duitsland hard. De Joodse gemeenschap in Duitsland bevond zich in een gespannen en onzekere positie. Hoewel ze grotendeels geassimileerd waren en zich Duits voelden, nam de onrust en het antisemitisme toe. Ongeveer 130.000 Joden verlieten tussen 1933 en 1937 het nationaalsocialistische Duitsland, tot september 1939 steeg dit aantal naar 282.000 personen en daarbij nog 117.000 uit Oostenrijk.

Op 9 november 1938, Kristallnacht, werd de zaak in het centrum van Gronau getroffen door een gecoördineerde aanval van de nationaalsocialisten. Er werd geplunderd en de etalages werden vernield. Na de Kristallnacht werden veel Joodse zakenlieden in de regio gedwongen hun bedrijven ver onder de waarde te verkopen of gingen failliet.

Volgens de archiefkaart vestigde het gezin zich op 6 januari 1933, kort voor de verkiezing van Hitler tot Rijkskanselier, in Rotterdam en gingen op de Binnenweg 24b wonen. De anti-Joodse sfeer in Duitsland begon niet met de verkiezing van Hitler, maar bouwde zich in de jaren ervoor steeds verder op. Op 7 augustus 1940 verhuisden ze naar de Claes de Vrieselaan 71b. Dit zou uiteindelijk hun laatste adres in Rotterdam worden…

Er werd in Rotterdam een nieuwe zaak opgericht. De manufacturenzaak lag niet ver van hun woning. Het gezinsleven ging verder, de tweeling ging naar school en maakte vriendinnen. Ze raakten bevriend met een klasgenootje. Betsy was de dochter uit de kapperszaak waar ook drogisterijartikelen werden verkocht en snoep als drop en pepermuntjes. De onderneming voerde Meijerd met zijn oudere broer Salomon (Wedde, – Auschwitz, ) en of de ene broer bij de andere werkte of dat de broers gelijkwaardige partners waren is niet bekend. In ieder geval floreerde de zaak en in 1938 waren er vier vestigingen, op de Jonker Fransstraat 76, de Tiendstraat 1, de Binnenweg 24-26 en de Gedempte Slaak 81-83.

Hans

Herinneringen van Betsy
‘Lopend gingen de meisjes naar school en naar de ULO in het centrum van Rotterdam. Hans en Els droegen rugzakjes, in Duitsland waren rugzakjes een gewoonte voor scholieren.
Op een dag vonden de meisjes tijdens hun wandeling een dubbeltje net naast de stoep. De eigenaar zouden ze nooit kunnen vinden, dus kochten de meisjes een pond overheerlijke druiven. Het was een delicatesse.
Hans en Els hadden zwemles Betsy ging altijd met ze mee, helaas was zwemles te duur voor haar ouders. Ze probeerde het zelf te leren door af te kijken. Op een dag mocht ze van de badmeester één keer aan de hengel.

Els

Els was stiller, met Hans kon je meer plezier maken. Ze was knapper en had een leuker snoetje dan haar zus. Betsy’s moeder kocht onder andere lakens in de manufacturenwinkel Van der Veen. Je kon naast ‘kant en klare’ kleding allerlei wollen, linnen, katoenen en zijden stoffen kopen waarvan je zelf een rok, een jurk of zelfs een kostuum kon maken. De benodigde garens, ritssluitingen en knopen waren daar ook te koop.
Betsy kwam graag bij de familie. Op zaterdag kregen de kinderen matses met dikke laag slagroom. Ze genoten er enorm van.
Meijerd had een fotocamera en de oude zwart wit foto’s getuigen dat Betsy met het gezin mee mocht op vakanties naar Krimpen aan de IJssel. Of het huis eigendom was of gehuurd was niet vermeld. Het was altijd een gezellig boel met veel drukte. Op de foto’s staan de vrolijke meisjes en andere kinderen.

Oorlog
Op vrijdag 14 mei 1940 werd Rotterdam gebombardeerd. Onder de gangtrap verscholen, met een kussen op haar hoofd, wachtte Betsy tot de bommen waren gevallen en het weer rustig werd. Hoe het met Hans en Els ging of waar ze waren wist ze niet. Waren ze veilig? Ze hoopte met heel hart van wel. Niet veel later zag ze dat de huizen, 30 meter verderop aan de overkant, waren verdwenen.
Het leven werd ontwricht, de binnenstad was verwoest. De oorlog was begonnen, de regels voor de Joden werden steeds strenger, mensen werden afgevoerd. Hans en Els en hun ouders vreesden voor wat zou komen, de berichten uit Duitsland waren zeer verontrustend. Er lag een dikke donkere schaduw over het leven in Rotterdam. Toch ging het leven na enige tijd door. Hans, Els en Betsy liepen na school naar het huis van Betsy en dan weer naar het huis van de familie Van der Veen. En dan draaiden ze weer om, om Betsy thuis te brengen. Veel vertier was er niet meer. Rotterdam was verwoest ze konden niet veel meer, alles was gesloten. In januari werd ook de bioscoop verboden voor Joden.

De regels voor Joden werden stapsgewijs strenger, met als doel hen volledig uit de samenleving te isoleren. Alle Joodse ambtenaren moesten zich registreren en werden niet veel later geschorst en ontslagen. Meijerd moest zijn winkel opgeven. Voor de tweede maal had hij geen zaak meer en dus geen inkomen. Waar konden ze heen? Moesten ze Rotterdam verlaten? De tweeling werd niet op de hoogte gehouden maar vermoedde dat hun ouders plannen maakten. De uitsluitingsmaatregelen volgden elkaar snel op. Een jaar na het uitbreken van de oorlog werd het Joden verboden op stranden, in parken, zwembaden en hotels komen. Bordjes “Voor Joden verboden” verschenen bij bibliotheken, musea, markten en sportvelden.

Na de zomervakantie moesten Hans en Els naar een andere school; het Joods Lyceum of de Joodse Mulo. Betsy mistte dat jaar op het schoolreisje haar vriendinnen heel erg. Het was zo oneerlijk. Met verjaardagen gaven ze elkaar cadeautjes. Er zijn nog drie boeken bewaard gebleven die door Hans en Els aan Betsy geschonken zijn. Een tastbaar aandenken die door Betsy (1925-2024) ruim 82 jaar zijn bewaard.

De meisjes hoorden verhalen over het wegvoeren van Joden. Ook de illegale courantjes vermeldde over de Nederlandse Joden die tijdens een razzia op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam opgepakt en gedeporteerd werden. De families wisten niet waar de mannen heen waren gebracht. Al snel overleden de eerste mannen, vanuit de kampen werden nog overlijdensberichten gestuurd naar de nabestaanden. De nabestaanden waren geshockeerd. Hoe kon het nou dat zoveel jonge, gezonde mannen zo kort na elkaar overleden? De zestienjarige Els, Hans en Betsy hadden ook de geruchten gehoord, er was twijfel en angst. Ze waren geen kind meer en ook geen pubers, de oorlog bepaalde hun leven. Bijna twee jaar duurde de oorlog nu al. Hans en Els dienden een gele ster op hun kleding te dragen zoals alle Joden vanaf zes jaar.

Op de hoek van de straat waar Betsy’s vader een andere kapperszaak was begonnen, stond een hotel. In het gebouw hadden Duitse soldaten hun intrek genomen. Het legerpersoneel kwam in de zaak om geknipt en geschoren te worden. Ze waren echter niet gewenst en als het even kon ging het bordje ‘gesloten’ op de deur voordat ze bij de zaak waren. Hetgeen niet altijd lukte, soms werd er gesommeerd open te doen. Betsy wilde haar vriendinnen niet kwijt en probeerde haar ouders over te halen de tweeling of een van hen als onderduikster op te nemen. Hans leek niet Joods en Betsy wilde haar redden. Haar vader kon het risico niet nemen om een Joods meisje in huis te nemen. In de kapperszaak kwamen veel mensen, wie kon je vertrouwen? Ook de Duitse soldaten kwamen regelmatig in de zaak. Als Hans dan ontdekt zou worden zou Betsy’s vader misschien ook worden vermoord. Het winkelhuis had geen achteruitgang, dus zouden ze door de winkel moeten lopen om naar buiten te gaan. Betsy was boos en verdrietig tegelijk. Vanaf toen waren de soldaten ‘rotmoffen’. Later troostte Betsy zich met de gedachte dat de ouders van de tweeling waarschijnlijk niet hadden gewild om hen uit elkaar te halen. De avondklok werd ingesteld, om 20:00 uur moest iedereen thuis zijn.

Gebeurtenissen in 1942
In april 1942 woonde het gezin op de Claes de Vrieselaan 71b in Rotterdam. Inmiddels was een nieuwe maatregel van kracht die hard aankwam voor de vriendinnen; het werd verboden op bezoek te gaan bij niet-Joden. Hans en Els konden niet meer naar Betsy komen, dat was ook nu al te gevaarlijk. Ze stuurden wel kaarten en briefjes.
Op een ochtend kwam een buurjongen van de overkant hard aanrennen en vertelde Betsy dat haar vriendinnen en hun ouders ’s nachts waren weggehaald. De hele familie Van der Veen werd in de oorlog ’s nachts aan de Binnenweg opgepakt en naar kamp Westerbork gebracht.
Betsy vond het vreselijk dat haar vriendinnen en het gezin, weg waren. Huilend liep ze naar binnen. Hoe kan dat nou? Waar hadden ze gezeten? Waar waren ze nu? Wie had ze verraden? Ze had net een kaart gehad waarop stond dat het wel mee viel. Of was de kaart uit Westerbork afkomstig? De kaart is niet meer aanwezig. Op 15 juli 1942 begonnen de deportaties, de eerste treinen vertrokken van Westerbork naar Auschwitz.

Betsy was woedend; hoe kon haar moeder nu zo iets zeggen!

Op 24 juli 1942, enkele dagen later, haalde Betsy haar M.U.L.O diploma in de school aan de Schonebergerweg te Rotterdam. Een paar maanden later hoorde zij het verschrikkelijke nieuws; het gezin was naar de gaskamer in Auschwitz gebracht en direct omgebracht.
Betsy’s moeder was van mening dat het gelukkig zo is gegaan. De tweelingmeisjes waren gespaard voor nare experimenten. Geen gezinslid hoefde geen ander te missen. Ze waren samen gegaan. Betsy was woedend; hoe kon haar moeder nu zo iets zeggen! Ze begreep er niets van. Bij haar was er was enkel een onoverkomelijk verdriet.

Kosel
Treinen uit Westerbork met bestemming Auschwitz werden in de periode eind augustus-begin december 1942 in het nachtelijk duister tot stilstand gebracht op het station Kosel (Opper-Silezië). De deuren worden opengerukt ‘…en men schreeuwt dat alle Joden tussen 15 en 50 jaar uit moeten stappen’. Terwijl de laatste mannen nog uit de trein worden geslagen, trekt de trein alweer op onder het voortdurend geschreeuw van de vrouwen…’
Van de ongeveer 3500 mannen en jongens die vanuit Kosel naar verschillende dwangarbeiderskampen werden gedirigeerd, maakten slechts 181 de bevrijding mee. De anderen bezweken aan hun onmenselijke werk, aan honger, dorst en ziekten; werden pardoes doodgeschoten of doorgezonden naar de gaskamers van Auschwitz. De doden werden door hun kameraden begraven langs de weg of waar er maar gelegenheid was en in een aantal gevallen werd er een graf gedolven op een plaatselijke begraafplaats. Overlevenden herinnerden zich namen van hun lotgenoten en enkele plekken waar hun graven moeten zijn.

Jaren later bleek dat het gezin niet samen was gestorven. Meijerd was onderweg uit de trein gehaald in Kosel en naar een dwangarbeiderskamp gestuurd, waar hij na twee maanden omkwam.

Betsy is tot haar overlijden op 98-jarige leeftijd over haar vriendinnen en het noodlot waar ze door getroffen werden blijven praten. Ze heeft de boeken en de foto’s altijd bewaard en heeft daarmee Hans en Els laten voortleven.

Louis Robert

Ter herinnering aan: 
Rosa Martha Paula Erna van der Veen-Hart (Rosslau, 9 april 1901 – Auschwitz, 19 oktober 1942),
Johanna (Hans) van der Veen (Rotterdam, 12 augustus 1925  – Auschwitz, 19 oktober 1942),
Elsa (Els) van der Veen (Rotterdam, 12 augustus 1925 – Auschwitz, 19 oktober 1942),
Louis Robert van der Veen (Rotterdam, 14 januari 1930 – Auschwitz, 19 oktober 1942),
Meijerd van der Veen (Winschoten, 7 juni 1896 – Malepane, 23 december 1942).

Fotoalbum familie Van der Veen
Er is een album bewaard gebleven van de familie Van der Veen. Een digitale weergave van album staat hieronder.

 

 

 

 

bron:
Meijerd van der Veen geboorteakte, Groninger Archieven, Winschoten, Geboorteregister 1896, aktenummer 128.
Meijer van der Veen, Stadsarchief Rotterdam, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten. Inventarisnummer: 851-484.
Huwelijk, Familiebericht. “Nieuwe Rotterdamsche Courant”. Rotterdam, 05-11-1924, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 06-05-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010027494:mpeg21:p007.
De Ster – van der Veen, Advertentie. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 15-09-1938, p. 16. Geraadpleegd op Delpher op 07-05-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB32:164697013:mpeg21:p00016.
Koselgroep. Dr. L. de Jong, ‘Gevangenen en gedeporteerden’ in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. 750-763
Met dank aan H. Grundel (emails 4 en 11 mei 2026).

illustratie:
Huwelijk, Familiebericht. “Nieuwe Rotterdamsche Courant”. Rotterdam, 05-11-1924, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 06-05-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010027494:mpeg21:p007.
De Ster – van der Veen, Advertentie. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 15-09-1938, p. 16. Geraadpleegd op Delpher op 07-05-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB32:164697013:mpeg21:p00016.
fotoalbum familie Van der Veen, met dank aan H. Grundel (emails 4 mei 2026).

gepubliceerd: 
8 mei 2026

laatst bijgewerkt:
11 mei 2026