Heinrich (Henry) Feilchenfeld en Hannah Feilchenfeld-Kadisch – Langendijk 55 Gorinchem

Heinrich Feilchenfeld en Hannah Kadisch met dank aan Tom Newman.

door Sjaak Kouwenhoven

Van Berlijn naar Gorcum, Westerbork en Bergen-Belsen
Op 19 januari 1945 overleed Heinrich (Henry) Feilchenfeld in concentratiekamp Bergen-Belsen verzwakt door ondervoeding, dysenterie en de uitputtende urenlange appèls in weer en wind. Twee dagen later verliet zijn vrouw Hannah Feilchenfeld-Kadisch hetzelfde kamp in een transport van gevangenen die mogelijk konden worden uitgewisseld tegen Duitse burgers in geallieerde handen. Daardoor overleefde zij de oorlog. Hun levensverhaal begon echter vele tientallen jaren eerder in Duitsland en voerde via Berlijn, Scheveningen, Gorcum, Westerbork en Bergen-Belsen uiteindelijk naar de Verenigde Staten.

Hun geschiedenis laat zien hoe de vervolging van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog ook oudere vluchtelingen trof die dachten in Nederland veiligheid te hebben gevonden.

Afkomst en familie
De familie Feilchenfeld behoorde tot een grote Duits-Joodse familie waarvan verschillende leden arts, jurist of rabbijn werden. Binnen de familie werd veel waarde gehecht aan opleiding en maatschappelijke ontwikkeling.
Heinrich Feilchenfeld werd op 4 januari 1865 geboren in Culm (het huidige Chełmno in Polen), als zoon van de latere Landesrabbiner Fabian Feilchenfeld. Fabian Feilchenfeld stond bekend als schrijver en een gerespecteerd geestelijk leider binnen het Duitse jodendom.

Als jonge man vertrok hij naar de Verenigde Staten, waar hij ongeveer vijftien jaar verbleef. Volgens familieherinneringen woonde hij in de Texaanse havenstad Galveston en werkte hij daar voor de familie Lasker, een invloedrijke Duits-Joodse ondernemersfamilie.
Uit latere familiegetuigenissen blijkt dat Heinrich ongeveer vijftien jaar in Galveston woonde. Na deze periode keerde hij terug naar Duitsland. Volgens zijn dochter Eva reisde hij na zijn terugkomst direct naar Dantzig, waar hij op zoek ging naar een echtgenote. Daar ontmoette hij Hannah Kadisch.
Hannah Kadisch werd geboren op 17 december 1880 in Dantzig, tegenwoordig Gdańsk in Polen. Zij groeide op in een Joods gezin in een stad waar een grote Joodse gemeenschap woonde. Op 22 november 1904 trouwde zij met Heinrich Feilchenfeld.
Na hun huwelijk vestigden Heinrich en Hannah zich in Berlijn. Daar werden hun kinderen geboren: Ruth (1906-1946), Eva Elisabeth (1908-2007) en Gerhard (1911-1996). Eva Elisabeth Feilchenfeld zou later een belangrijke bron worden voor de familiegeschiedenis.

Het leven in Berlijn
De familie Feilchenfeld voelde zich zowel Joods als Duits. Zij maakten deel uit van de Duitse samenleving en leefden niet afgezonderd van hun niet-Joodse stadsgenoten. De kinderen bezochten reguliere scholen en namen deel aan het maatschappelijke leven. Een bijzondere plaats binnen het gezin werd ingenomen door Frieda Schöneberg. Zij kwam uit Dantzig en trad al vóór Eva’s geboorte in dienst bij de familie. Binnen het gezin kreeg zij de bijnaam “Monte”. Zij bleef uiteindelijk meer dan veertig jaar verbonden aan de familie Feilchenfeld.
Monte was veel meer dan een huishoudelijke hulp. Zij hielp bij de opvoeding van de kinderen, ondersteunde Hannah en speelde later zelfs een rol in enkele zakelijke activiteiten van Heinrich.
Volgens Eva was haar vader een ondernemend man die voortdurend nieuwe plannen had. Na de Eerste Wereldoorlog verloor hij een groot deel van zijn vermogen. Vervolgens probeerde hij verschillende nieuwe ondernemingen op te zetten. Hij werkte samen met uitvinders en investeerde in uiteenlopende projecten. Een van die projecten was een bedrijf dat kleding produceerde voor Duitse jeugdorganisaties. Monte leidde daarbij een werkplaats waar verschillende vrouwen werkzaam waren. Ondanks financiële tegenslagen bleef Heinrich optimistisch. Zijn dochter beschreef hem later als iemand die altijd geloofde dat een nieuw idee succes kon brengen.

De opkomst van Hitler
In 1932 trouwde Eva Feilchenfeld met Rudolf Neumann (later Randolph Newman), een jurist die tijdens haar rechtenstudie haar docent was geweest. In die jaren konden Duitse Joden nog volwaardig deelnemen aan het maatschappelijke leven. Toen de nazi’s in 1933 aan de macht kwamen, werd hun leven ingrijpend veranderd. Op 30 januari 1933 werd Adolf Hitler benoemd tot rijkskanselier van Duitsland. Voor Joodse families veranderde de situatie snel.
Rudolf Newman bevond zich al vóór de machtsovername van Hitler regelmatig in Nederland. Zijn werkgever was in 1932 begonnen zakelijke belangen van Berlijn naar Den Haag over te brengen. Rudolf begeleidde deze overgang en reisde vaak tussen beide steden. Toen Eva Feilchenfeld in april 1933 als gevolg van de anti-Joodse maatregelen haar baan als jurist bij de Berlijnse rechtbank verloor, verbleef Rudolf in Den Haag. Hij drong er bij zijn vrouw op aan Duitsland onmiddellijk te verlaten. Eva, die zwanger was van haar eerste kind, Tom, volgde zijn advies. Aanvankelijk woonde het jonge echtpaar in een eenvoudige gehuurde kamer. Enkele maanden later kwamen ook Eva’s ouders, Heinrich en Hannah Feilchenfeld, naar Nederland. Niet lang daarna verhuisde de familie naar een ruimere woning aan de Gevers Deynootweg 28 in Scheveningen.

Stolperstein Heinrich Feilchenfeld, Berlijn.

Vlucht naar Nederland
Veel Duitse Joden zagen Nederland in die jaren als een veilig toevluchtsoord. Niemand kon toen vermoeden dat ook Nederland enkele jaren later door Duitsland bezet zou worden. Op 30 januari 1934 kwam ook Frieda Schöneberg naar Nederland. Zij bleef bij het gezin wonen.
De jaren in Scheveningen verliepen aanvankelijk rustig. Het gezin probeerde een nieuw bestaan op te bouwen. Er zijn foto’s bewaard gebleven waarop Heinrich en Hannah te zien zijn met hun kleinzoon Tom Newman.

Tijdens zijn verblijf in Scheveningen speelde Heinrich Feilchenfeld een belangrijke rol binnen de Joodse vluchtelingenzorg. In een aanbevelingsbrief van 6 januari 1938 aan het Comité voor Joodse Vluchtelingen in Amsterdam beschreef hij zichzelf als voormalig leider van een welzijnsdistrict van de Joodse Gemeente Berlijn en verklaarde hij dat hij sinds circa 1934 in Nederland werkzaam was als godsdienstleraar onder Joodse emigranten en vluchtelingen. Vanuit die functie ondersteunde hij vluchtelingen bij hun maatschappelijke en emigratievraagstukken.
De Duitse expansiepolitiek, de toenemende vervolging van Joden en de onzekerheid over de toekomst in Europa brachten Eva en Rudolf ertoe verder te kijken dan Nederland. In 1939 besloten zij naar de Verenigde Staten te emigreren. Volgens Eva’s overlijdensbericht woonde zij zes jaar in Nederland voordat zij in 1939 met haar echtgenoot Rudolf Newman en hun kinderen naar de Verenigde Staten vertrok. Daardoor waren Eva, Rudolf en hun kinderen al in veiligheid toen Duitsland op 10 mei 1940 Nederland binnenviel.

Naar Gorcum
In augustus 1939 emigreerden hun dochter Eva Newman en haar echtgenoot Rudolf naar de Verenigde Staten. Aanvankelijk namen zij alleen hun oudste zoon Tom mee, die in september naar school zou gaan. Zij hadden verwachtte niet dat de oorlog snel zou uitbreken. Hun twee jongere zoons, Steven en Robert, bleven daarom tijdelijk in Nederland achter en werden in oktober 1939 alsnog naar New York gebracht. Heinrich Feilchenfeld en zijn vrouw Hannah bleven daarna samen met Frieda Schöneberg in Nederland achter.In september 1940 bepaalden de Duitse bezettingsautoriteiten dat alle niet-Nederlandse Joden de Nederlandse kustgebieden moesten verlaten. De maatregel werd officieel gemotiveerd met militaire veiligheidsredenen, maar vormde een van de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Het echtpaar Feilchenfeld moest hierdoor hun woonplaats Den Haag verlaten.

Langendijk 55, Regionaal Archief Gorinchem.

Op 22 oktober 1940 verhuisden Heinrich en Hannah en hun trouwe huishoudster Frieda Schöneberg, door iedereen Monte genoemd, naar Gorcum en werden ze ingeschreven op het adres Langendijk 55.
In Scheveningen werd het huishouden ondersteund door Annie Sterk, een schoonmaakhulp afkomstig uit Gorcum. Haar aanwezigheid is opmerkelijk, omdat Heinrich en Hannah Feilchenfeld-Kadisch juist naar Gorcum verhuisden. Hoewel daarvoor geen sluitend bewijs bestaat, is het mogelijk dat Annie Sterk een rol speelde bij de contacten die uiteindelijk tot deze verhuizing leidden. Vaststaat alleen dat zij reeds in Scheveningen voor de familie werkzaam was.
Zij beschikten op de Langendijk 55 daar slechts over één kamer in een pand boven een timmerwerkplaats. Volgens dochter Eva vond zij het achteraf beschamend dat haar ouders, die in Berlijn en later in Scheveningen ruim hadden gewoond, op hun oude dag met zijn drieën in zo’n beperkte ruimte terechtkwamen.
Heinrich was inmiddels ruim 75 jaar oud. Hannah was begin zestig. Het echtpaar maakte deel uit van de kleine Joodse gemeenschap in Gorcum. Onder hun kennissen bevonden zich onder meer de familie Van Vriesland (Kalkhaven/Langendijk) en het gezin van dr. Zwaan (Eind).

Esther van Vriesland
Een belangrijke bron voor deze periode is het dagboek van Esther van Vriesland.
Haar aantekeningen geven een zeldzaam beeld van het dagelijkse leven van Joodse inwoners tijdens de bezetting.
Op 8 januari 1942 schreef Esther: “Om half zes kwam mevrouw Feilchenfeld weer. Ze wilde moeder een servies verkopen dat niet geheel compleet was.” Op 26 april 1942 noteerde Esther van Vriesland opnieuw een bezoek van Heinrich en Hannah Feilchenfeld in haar dagboek. Kort daarvoor was het gezin Van Vriesland verhuisd van de Kalkhaven naar de woning aan de Langendijk 47. Het echtpaar Feilchenfeld kwam langs om kennis te maken met de nieuwe buren en hun nieuwe woonomgeving te bekijken. Ondanks de steeds verdergaande beperkingen voor Joodse inwoners bleven de contacten tussen beide families in deze periode bestaan.

De herinneringen van Han Zwaan (oudste zoon van dr. Zwaan).
Ook Han Zwaan herinnerde zich het echtpaar. Han Zwaan was een zoon van huisarts dr. Zwaan. Hij woonde als jongen op het Eind, niet ver van de Langendijk en kwam regelmatig bij de familie Feilchenfeld over de vloer.
Zijn beschrijving bevestigt dat het echtpaar in bescheiden omstandigheden leefde. Dat sluit aan bij andere bronnen waarin wordt vermeld dat Heinrich, Hannah en hun trouwe huishoudster Frieda Schöneberg (“Monte”) met zijn drieën in een beperkte woonruimte verbleven. Han Zwaan beschrijft Heinrich als een oudere man van in de zeventig. Hij maakte op hem de indruk van een rustige en zwijgzame persoon. Hannah was volgens hem juist levendig en praatte graag.
Uit Han Zwaans herinneringen komt Heinrich niet naar voren als iemand die veel op de voorgrond trad. Hij was eerder een observerende figuur, iemand die zijn omgeving aandachtig volgde.
Dat beeld wordt ondersteund door de herinneringen van dochter Eva. Zij schreef dat haar vader tijdens zijn verblijf in Gorcum graag naar de rivier liep om te kijken naar het laden en lossen van schepen. Hij raakte daar gemakkelijk in gesprek met mensen. Toen hij eens een schipper complimenteerde met de inzet van een jongeman die hard werkte, bleek dat de jongen de zoon van de schipper was. De man was zichtbaar trots op die opmerking.
Tijdens hun verblijf in Gorcum werd Heinrich Feilchenfeld volgens zijn dochter Eva gewezen op een mogelijke vluchtweg naar Engeland. In de herinneringen van Eva wordt gesproken over een visser uit de omgeving die mensen clandestien naar Engeland zou kunnen overbrengen. Heinrich wees dit aanbod echter af. Volgens Eva wilde hij de betrokken visser en diens gezin niet blootstellen aan de grote risico’s die een dergelijke onderneming met zich meebracht. Daarnaast speelde waarschijnlijk ook de financiële kant een rol. Het is niet bekend wanneer dit gesprek plaatsvond of hoe concreet de vluchtmogelijkheid was, maar de herinnering laat zien dat Heinrich zich bewust was van de verslechterende situatie en dat ontsnapping kennelijk tot de mogelijkheden werd gerekend.

Registratie als Jood
Op 13 februari 1941 moesten Heinrich en Hannah zich officieel laten registreren als Joden.
Zij betaalden daarvoor twee gulden aan de gemeente Gorcum. Hun persoonsbewijzen werden voorzien van de rode letter J. Vanaf dat moment werd hun bewegingsvrijheid steeds verder beperkt. Steeds meer openbare voorzieningen werden verboden terrein. Joodse inwoners mochten steeds minder deelnemen aan het openbare leven.
Op 25 november 1941 verloren veel Duitse Joden officieel hun Duitse nationaliteit. Ook Heinrich en Hannah werden hierdoor feitelijk staatloos.

De Jodenster
Op 3 mei 1942 werd het dragen van de Jodenster verplicht. Ook Heinrich en Hannah moesten vanaf dat moment zichtbaar herkenbaar zijn als Jood.
Han vertelde later dat zijn vader, huisarts J. T. Zwaan, veel Joodse patiënten had. Toen de anti-Joodse maatregelen werden ingevoerd, bleef hij deze patiënten behandelen, ondanks de steeds strengere regels. Hij negeerde de sociale uitsluiting van zijn Joodse stadsgenoten.
Volgens Han Zwaan had zijn vader veel Joodse patiënten. Hij negeerde de regels en bleef hen zien, en soms gingen mijn broers en ik met hem mee. Hij gebruikte meestal zijn fiets, en ik of een van mijn broers zat dan op de bagagedrager achterop. Een Joodse familie waar ik graag op bezoek kwam, was de Feilchenfelds. Ze waren gevlucht uit Duitsland toen de nazi’s aan de macht kwamen en vestigden zich in Gorkum. Ze hadden een appartement op de tweede verdieping boven een timmerwerkplaats aan de Langendijk, dichtbij ons huis. De man hield van lezen en had veel boeken en stripverzamelingen, allemaal in het Duits en misschien sommige in het Jiddisch, maar dat zou ik niet hebben herkend. Zijn vrouw was ongeveer vijftien jaar jonger. Ze was levendig en aardig en had verhalen te vertellen over hoe het was in het oude Duitsland voordat Hitler aan de macht kwam. Ze had altijd een snoepje of koekje voor me. Op de dag waarop het dragen van de Jodenster verplicht werd liep mijn vader demonstratief gearmd met Heinrich Feilchenfeld door de binnenstad van Gorcum. Op een dag danste Hannah rond de eettafel en zei: “Als de Duitsers ons vergeten, zullen we een groot feest hebben en rond de tafel dansen.” Natuurlijk deden de Duitsers dat niet; en op een dag zag Jan, een van mijn jongere broers, dat ze op de Langendijk werden opgepakt door Gorcumse (!) agenten.

Arrestatie door Ries Jansen en de Gorcumse politie.
Inderdaad vermeldt het dagrapport van de gemeentepolitie Gorcum van 18 november 1942 dat om 14.00 uur door rechercheur Jansen elf personen naar het politiebureau werden gebracht, onder wie het echtpaar Feilchenfeld. Met deze rechercheur wordt Ries Jansen bedoeld.
Ries Jansen was een rechercheur van de Rotterdamse politie die tijdens de Duitse bezetting deel uitmaakte van de beruchte Groep 10, verantwoordelijk voor de opsporing en arrestatie van ondergedoken Joden. Zijn fanatieke medewerking aan de vervolging van Joden en verzetsmensen maakte hem tot een van de meest gevreesde collaborateurs in de regio. Na de oorlog werd hij wegens zijn aandeel in arrestaties, martelingen en executies ter dood veroordeeld. Het vonnis werd op 11 februari 1949 voltrokken.

Westerbork 
Aan het begin van de avond werden Heinrich en Hannah door de politie op transport gesteld naar Amsterdam, waar de Hollandsche Schouwburg hun voorlopige bestemming was. Van daaruit werden zij overgebracht naar Kamp Westerbork waar zij op 21 november 1942 werden geregistreerd. Pas op 29 december 1942 ontving het gemeentebestuur officieel bericht dat Heinrich en Hannah zich in Westerbork bevonden.

Hun achtergelaten bezittingen
Na de deportatie van Hendrik en Hannah stelde de commissaris van politie in Gorcum in november 1942 een inventarislijst op van de achtergebleven inboedel aan de Langendijk 55. Deze lijst werd vervolgens doorgestuurd naar de SD in Rotterdam. De opgesomde goederen bestonden vooral uit kleding, boeken, foto’s, brieven en andere persoonlijke bezittingen. De inventaris laat zien hoe nauwkeurig de bezetter de onteigening van Joodse inwoners administratief liet vastleggen.

Paraguayaans paspoort echtpaar Feilchenfeld met dank aan Tom Newman.

De Paraguayaanse paspoorten
Toen Heinrich en Hannah Feilchenfeld in november 1942 vanuit Gorcum naar Westerbork werden gedeporteerd, beschikten zij over Paraguayaanse identiteitspapieren. Hoe en wanneer zij deze precies hebben verkregen, is niet bekend. Wel staat vast dat deze documenten deel uitmaakten van een bredere reddingsactie voor Europese Joden tijdens de oorlog. Via een netwerk van Joodse hulporganisaties en diplomaten in het Zwitserse Bern werden Latijns-Amerikaanse paspoorten verstrekt aan vervolgde Joden. Een belangrijke rol daarbij speelde de Poolse diplomaat Aleksander Ładoś.
De documenten waren niet gratis. Voor de paspoorten moesten bedragen worden betaald, vaak door familieleden of Joodse hulporganisaties. Ook voor de Feilchenfelds kan geld een rol hebben gespeeld bij het verkrijgen van de Paraguayaanse papieren. Hun dochter Eva verwees hier later naar. Voor de Duitse autoriteiten waren houders van dergelijke documenten mogelijk buitenlandse staatsburgers. Daardoor werden zij soms niet direct naar een vernietigingskamp gestuurd, maar opgenomen in speciale groepen die konden worden gebruikt voor uitwisseling tegen Duitsers in het buitenland.

(https://www.joodserfgoedrotterdam.nl/tolhuisstraat-50c-huidige-160-172-ouderen-op-transport/. Heijman Stad is hier te zien op de appelplaats van kamp Westerbork, de vierde rij, de meest linkse man). Copyright Yad Vashem, Photo Archive, Jerusalem, with kind permission to Cora de Roon, December 2, 2021.

Westerbork
Toen Heinrich en Hannah er arriveerden, waren de wekelijkse transporten al maanden aan de gang. Iedere dinsdag vertrok een trein. Voor de meeste gevangenen betekende plaatsing op de transportlijst deportatie naar Auschwitz of Sobibor. De reis vond vaak plaats in overvolle en vervuilde goederenwagons, waarin mensen dagenlang onder erbarmelijke omstandigheden opeengepakt zaten.
Het dagelijks leven in Westerbork werd gekenmerkt door onzekerheid. Gevangenen probeerden een zekere routine vast te houden door arbeid, onderwijs, religieuze bijeenkomsten en culturele activiteiten. Tegelijkertijd hing voortdurend de dreiging van deportatie boven het kamp. Iedere nieuwe transportlijst werd met spanning afgewacht. De vraag was niet óf iemand zou worden opgeroepen, maar wanneer. Voor oudere gevangenen als Heinrich en Hannah was het verblijf bijzonder zwaar. Heinrich was inmiddels zevenenzeventig jaar oud.
In Westerbork bevond zich een groep Duitse Joden die al vóór de oorlog naar Nederland was gevlucht en binnen de kamporganisatie functies vervulde. Een van hen was de Berlijnse jurist Erich Gustav Cohn. Hij kende de familie Feilchenfeld uit de tijd vóór de oorlog. Volgens de herinneringen van dochter Eva Newman slaagde Cohn erin om voor Heinrich en Hannah uitstel van deportatie te verkrijgen. Historici verschillen van mening over de omvang van zijn invloed, maar vaststaat dat het echtpaar gedurende ruim een jaar in Westerbork bleef, terwijl veel andere gevangenen uit hun omgeving al naar het oosten waren afgevoerd.
Tegen het einde van 1942 beschikten Heinrich en Hannah over documenten die hen in verband brachten met Paraguay. Dergelijke Zuid-Amerikaanse papieren waren in Duitse ogen van bijzondere betekenis. De bezetter beschouwde houders van dergelijke documenten soms als mogelijke ruilobjecten voor Duitsers die zich in geallieerde handen bevonden. Hierdoor kwamen zij terecht in een aparte categorie gevangenen, de zogenaamde Austauschjuden of uitwisselingsjoden.
Hun langdurige verblijf in Westerbork bood geen zekerheid. Maandenlang leefden zij tussen hoop en vrees. Zij zagen hoe medegevangenen verdwenen, hoe families werden uiteengerukt en hoe transport na transport vertrok. Dat zij niet onmiddellijk werden gedeporteerd, betekende slechts uitstel. Op 15 februari 1944 kwam ook voor Heinrich en Hannah het moment van vertrek. Zij werden opgenomen in het 87e transport uit Westerbork naar het concentratiekamp Bergen-Belsen in Noord-Duitsland.

Bergen-Belsen
In Bergen Belsen kwamen Heinrich en Hannah terecht in het zogenaamde Sternlager.
Dit kampgedeelte was bedoeld voor Austauschjuden, de uitwisselingsjoden, gevangenen die mogelijk voor uitwisseling in aanmerking kwamen.
Aanvankelijk waren de omstandigheden minder slecht dan in veel andere concentratiekampen. Dat veranderde naarmate de oorlog vorderde.
In de tweede helft van 1944 raakte Bergen-Belsen steeds voller. Transporten uit het oosten arriveerden vrijwel voortdurend. Voedsel werd schaars. Ziekten verspreidden zich snel. De sanitaire voorzieningen stortten in.

Een leraar op het appelterrein
Tijdens de dagelijkse appèls moesten gevangenen vaak urenlang buiten staan, ongeacht regen, sneeuw of kou. Voor Heinrich Feilchenfeld, die inmiddels bijna tachtig jaar oud was, vormde dit een zware lichamelijke belasting. Toch bleef hij volgens de herinneringen van zijn dochter Eva, die het verhaal later van haar moeder Hannah hoorde, opmerkelijk actief en betrokken bij zijn medegevangenen. Heinrich sprak vloeiend Engels. Tijdens zijn jaren als zakenman had hij veel internationale contacten onderhouden en na zijn vlucht naar Nederland verdiende hij een deel van zijn inkomen met het geven van Engelse lessen.
Volgens Hannah gebruikte Heinrich die kennis zelfs in Bergen-Belsen. Tijdens de lange appèls verzamelde zich geregeld een groep jongere mannen om hem heen. Terwijl zij urenlang moesten wachten op de tellingen, gaf Heinrich hun Engelse les. Hij moedigde hen daarbij aan met de woorden: “Jullie komen hier ooit uit, en dan zullen jullie Engels nodig hebben.”
Voor de mannen om hem heen was dit meer dan een taalles. In een omgeving waarin honger, ziekte en onzekerheid het dagelijks leven beheersten, sprak Heinrich over een toekomst ná het kamp. Terwijl velen bezig waren met overleven van dag tot dag, ging hij uit van de mogelijkheid dat zijn leerlingen ooit weer vrij zouden zijn.
De herinnering past bij het beeld dat uit andere bronnen naar voren komt. Heinrich was een intellectueel, een ondernemer en een man die waarde hechtte aan opleiding en kennis. Zelfs in de laatste maanden van zijn leven bleef hij proberen anderen iets mee te geven, op een plaats waar de nazi’s mensen tot nummers wilden reduceren.
De ironie was bitter. De jongere mannen aan wie hij hoop gaf, hadden inderdaad meer kans om de oorlog te overleven. Heinrich zelf zou de bevrijding niet meemaken. Op 19 januari 1945 overleed Heinrich Feilchenfeld in Bergen-Belsen, aan dysenterie. Voor een man van bijna tachtig jaar waren de omstandigheden bijzonder zwaar. Toch wist Heinrich bijna elf maanden in Bergen-Belsen te overleven. Duizenden gevangenen stierven in die winter aan ziekte, ondervoeding en uitputting.

Van Bergen Belsen naar de Verenigde Staten
Toen Heinrich Feilchenfeld op 19 januari 1945 in concentratiekamp Bergen-Belsen overleed, leek ook voor zijn vrouw Hannah Feilchenfeld-Kadisch het einde nabij. De omstandigheden in het kamp waren verschrikkelijk. Gebrek aan voedsel, ziekte en uitputting kostten dagelijks vele gevangenen het leven. Heinrich, die bijna tachtig jaar oud was, bezweek aan dysenterie.
Twee dagen later veranderde Hannahs situatie onverwacht. Op 21 januari 1945 werd zij met een groep zogenoemde uitwisselingsgevangenen uit Bergen-Belsen weggevoerd. Deze gevangenen beschikten over buitenlandse documenten, waaronder papieren die verbonden waren aan de Paraguayaanse nationaliteit. De Duitse autoriteiten wilden hen mogelijk gebruiken voor een uitwisseling tegen Duitse burgers die zich in geallieerde handen bevonden.
De trein reed in de richting van de Zwitserse grens. Voor de gevangenen leek vrijheid dichtbij. In de omgeving van Ravensburg moesten zij echter onverwacht uitstappen. De geplande uitwisseling ging niet door. In plaats daarvan werden de gevangenen verdeeld over verschillende interneringskampen in Württemberg. Hannah kwam uiteindelijk terecht in Wurzach, waar zij op 1 februari 1945 arriveerde.
De groep die uit Bergen-Belsen aankwam verkeerde in slechte toestand. Veel gevangenen waren uitgehongerd, verzwakt en ziek. Toch waren de omstandigheden in Wurzach aanzienlijk beter dan in Bergen-Belsen. Dankzij extra voedsel en Rode Kruispakketten konden veel gevangenen lichamelijk herstellen. Hannah behoorde tot de overlevenden die de laatste maanden van de oorlog in Wurzach doorbrachten.
Op 28 april 1945 werd Wurzach door Franse troepen bevrijd. Voor Hannah kwam daarmee een einde aan ruim twee jaar gevangenschap in Westerbork, Bergen-Belsen en de Duitse interneringskampen. De bevrijding betekende echter niet dat zij direct naar huis kon terugkeren. Zoals veel overlevenden verbleef zij eerst in opvangkampen voor ontheemden. Zij verbleef onder meer in Jordanbad en Biberach.

Hannah Feilchenfeld, kleindochter en waarschijnlijk Monte. Met dank aan H. Zwaan.

Uit documenten van het Rode Kruis blijkt dat Hannah op 28 januari 1946 het kamp Biberach verliet om naar Nederland terug te keren. Daarbij werd vermeld dat zij in goede gezondheid verkeerde.
Na de oorlog, in 1946, vestigde Hannah zich uiteindelijk bij haar dochter Eva Newman in de Verenigde Staten. Ook Monte bevond zich daar. Voor Hannah betekende de emigratie een nieuw begin na het verlies van haar echtgenoot, haar woning en een groot deel van haar vroegere bestaan.

Han Zwaan schrijft hierover: Tot onze grote verbazing en dankbaarheid ontdekten we dat Hannah de Holocaust had overleefd omdat we enkele maanden na de oorlog een hulpzending ontvingen met kleding, chocolade en enkele boeken en tijdschriften uit de Verenigde Staten door haar waren gestuurd. Ze had haar naam veranderd in Hannah Field. Hannah heeft daarna nog enkele vriendschappelijke brieven gestuurd naar dr. Zwaan.

Ray D’Addario, Public domain, via Wikimedia Commons.

Terwijl Hannah Feilchenfeld in de Verenigde Staten probeerde een nieuw leven op te bouwen, speelde haar schoonzoon Rudolf (Randolph) Newman een rol in de naoorlogse afrekening met het naziregime. In 1946 werd hij door het Amerikaanse Ministerie van Oorlog naar Neurenberg uitgezonden om als jurist mee te werken aan de processen tegen Duitse oorlogsmisdadigers. Hij maakte deel uit van het Amerikaanse vervolgingsteam dat zich bezighield met zaken tegen vooraanstaande Duitse industriëlen die tijdens het Derde Rijk hadden geprofiteerd van dwangarbeid en de oorlogseconomie. Voor de familie Feilchenfeld kreeg de geschiedenis daarmee een bijzondere wending. Terwijl Heinrich Feilchenfeld in januari 1945 in Bergen-Belsen was omgekomen en Hannah de vervolging ternauwernood had overleefd, werkte haar schoonzoon een jaar later mee aan de juridische berechting van vertegenwoordigers van hetzelfde regime dat hun leven had verwoest. Voor Hannah moet dat een bron van voldoening zijn geweest: niet alleen had zij de oorlog overleefd, maar een lid van haar eigen familie droeg nu bij aan het herstel van recht en gerechtigheid in het verslagen Duitsland.
Op 25 februari 1957 overleed Hannah Feilchenfeld-Kadisch in Baldwin, New York, op 76-jarige leeftijd. Daarmee kwam een einde aan een leven dat was begonnen in Dantzig en dat haar via Berlijn, Scheveningen, Gorcum, Westerbork, Bergen-Belsen en Wurzach uiteindelijk naar de Verenigde Staten had gebracht. Jarenlang werd in Gorcum aangenomen dat Hannah tijdens de oorlog was omgekomen. Haar naam werd zelfs opgenomen op het Joods Monument aan het Melkpad.
Later onderzoek wees echter uit dat zij de vervolging had overleefd. Daardoor kon haar geschiedenis alsnog worden aangevuld. Waar Heinrich Feilchenfeld de oorlog niet overleefde, wist Hannah na jaren van vervolging en gevangenschap uiteindelijk een nieuw leven op te bouwen in de Verenigde Staten.

Gedicht
Dit gedicht werd door Hannah in het Engels geschreven in Wurzach, ruim 400 mijl van Bergen-Belsen en niet meer dan 35 mijl van het Bodenmeer en de Oostenrijkse stad Bregenz. Wurzach was de plaats van het kamp waarheen Hannah en een relatief klein aantal overlevenden ongeveer drie maanden vóór het einde van de oorlog werden gestuurd. Kort na het overlijden van haar man Heinrich op 19 januari 1945 verliet Hannah Bergen-Belsen met een uitwisselingstransport. Uiteindelijk kwam zij terecht in het interneringskamp Wurzach. Daar schreef zij op 8 februari 1945 een Engelstalig dankgedicht voor de warme kleding en gebreide sloffen die zij had gekregen.

Wurzach – Feb. 8th 45

Since months I have got such painful feet.
Always like ice and never heat.
So I felt troubled and at a loss
Till I met little lady of the Red Cross.
She gave me a pair of beautiful shoes.
They are not too tight nor are they too loose.
She gave me a blouse and warm underwear.
But felt sorry for socks weren’t there.

Tonight she appeared, an angel with wings
And held in her hands the most handsome things.
I could hardly have trusted my eyes.
And wanted to smile, but nearly did cry.

Those loveliest slippers in knitting
Like made to order are sitting.
And both my feet feel cosy and warm,
As if they never gave any harm.
Excuse my bad English upon the whole.
I thank you most heartily with all my sole (soul).

 

 

bronnen:
Archief Bert Stamkot.
Archief familie Zwaan.
Arolsen Archives, persoons- en kampgerelateerde documentatie.
Regionaal Archief Gorinchem (RAG).
Haags Gemeentearchief, persoonsdossiers en bevolkingsregistraties betreffende de familie Feilchenfeld.
Bundesarchiv – Online-Zugang (Ładoś-lijst).

Gedrukte en onuitgegeven bronnen
Newman, Robert G., Eva E. Newman: Her Story (New York, 2007).
Brieven van Hannah Zwaan (archief familie Zwaan).

Digitale databanken en genealogische bronnen
Geni.com, genealogische gegevens betreffende de families Newman en Feilchenfeld, alsmede gevangenen van Bergen-Belsen concentration camp.
InLibra, persoonsgegevens betreffende Eva Elizabeth (Elisabeth) Newman, geboren Feilchenfeld.
JewishGen, genealogische gegevens betreffende het echtpaar Feilchenfeld-Kadsich.

Websites en online bronnen
Joods Monument – Eva Elizabeth Newman.
Westerborkportretten – Erich Gustav Cohn.
Red Houses.
Academia.edu – The Ładoś List.
Texas State Historical Association – Morris Lasker.

illustraties:
Stolperstein Heinrich Feilchenfeld, Berlijn, Stolpersteine-Berlin.de
Neurenberger Processen, beklaagdenbank. Ray D’Addario, Public domain, via Wikimedia Commons.
Langendijk 55, Regionaal Archief Gorinchem.
Hanna Feilchenfeld, kleindochter en waarschijnlijk Monte. Met dank aan H. Zwaan.
https://www.joodserfgoedrotterdam.nl/tolhuisstraat-50c-huidige-160-172-ouderen-op-transport/ Heijman Stad is hier te zien op de appelplaats van kamp Westerbork, de vierde rij, de meest linkse man. Copyright Yad Vashem, Photo Archive, Jerusalem, with kind permission to Cora de Roon, December 2, 2021.
Heinrich Feilchenfeld en Hanna Kadisch; Tom Newman.
Paraguayaans paspoort echtpaar Feilchenfeld; Tom Newman
familiefoto’s met vriendelijke toestemming van Tom Newman, New York.

gepubliceerd:
2 augustus 2026

laatst bijgewerkt:
3 augustus 2026