Het gezin Sachs, Varkenmarkt 2 te Gorinchem

door Sjaak Kouwenhoven

In 1936 verruilde de familie Sachs Duitsland voor een nieuw bestaan in Nederland. Wat begon als een vlucht voor de toenemende Jodenvervolging, eindigde enkele jaren later opnieuw onder Duitse bezetting. Aan de hand van archiefstukken en persoonlijke getuigenissen vertelt dit verhaal hoe Otto en Ella Sachs en hun dochters Hannelore en Marianne de oorlog beleefden.

Otto Sachs en Ella Sussmann. Met dank aan Ellen Greenblum.

Hagen (1894–1936)
Op 21 augustus 1894 werd Otto Israël Sachs geboren in Kaiserslautern, in de Duitse deelstaat Pfalz. Zijn latere echtgenote Ella Sussmann werd op 10 oktober 1890 geboren in Albeck. Beiden groeiden op in Duitsland en maakten de laatste jaren van het Duitse Keizerrijk mee.

Hannelore en Marianne. Met dank aan Ellen Greenblum.

Na hun huwelijk vestigden Otto en Ella zich in Hagen, een industriestad in Westfalen met een bloeiende Joodse gemeenschap. Daar werden hun dochters geboren: Hannelore op 23 januari 1922 en Marianne (Ilse Marianne) op 24 november 1924.
In Hagen bouwde het gezin een goed bestaan op. Otto en Ella dreven een grote modezaak (millinerie) waar dameshoeden, stoffen, wol, linten, fournituren en stoffen werden verkocht. Ella ontwierp en vervaardigde hoeden en kleding op maat. Otto verzorgde de bedrijfsvoering en de inkoop van goederen, waaronder stoffen en fournituren uit Zwitserland. Volgens Marianne werkten ongeveer vierentwintig medewerkers in de onderneming.

Het gezin woonde aanvankelijk aan de Concordia Straße. In 1933 verhuisde het naar een groter pand aan de Elberfelder Straße 30. Hier bevonden zich de winkel, een kantoor, de woning van het gezin en een tuin. Otto Sachs diende tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Duitse leger. Voor zijn militaire inzet ontving hij het IJzeren Kruis.

Het gezin maakte actief deel uit van de Joodse gemeenschap in Hagen. Otto vervulde een bestuursfunctie binnen de synagoge. Ella was actief binnen de Joodse vrouwenvereniging. Hannelore en Marianne bezochten eerst de Joodse school naast de synagoge en gingen later naar een openbare school.

Marianne en Hannelore met oom Fred bij hun huis in Alabauch. Met dank aan Ellen Greenblum

Na de verkiezing en benoeming van Adolf Hitler tot rijkskanselier op 30 januari 1933 veranderde de positie van Joden in Duitsland snel. De gevolgen werden ook in Hagen al snel merkbaar. Volgens Hannelore bleven vaste klanten steeds vaker weg uit de winkel. Niet omdat zij ontevreden waren, maar omdat zij bang werden gezien te worden bij een Joodse ondernemer. Marianne vertelde dat Duitse militairen regelmatig voor de winkel stonden. Bezoekers werden gefotografeerd en hun foto’s verschenen soms in de krant, zodat zichtbaar werd wie nog zaken deed met Joden. Voor veel klanten was dat voldoende reden om weg te blijven. De omzet liep snel terug. De winkel werd bovendien meerdere keren vernield en ingegooide ruiten moesten worden vervangen.
De gevolgen beperkten zich niet tot de onderneming. Ook Hannelore en Marianne kregen met de anti-Joodse maatregelen te maken. Zij konden hun opleiding aan de openbare school niet voortzetten.
In de loop van 1936 besloten Otto en Ella Duitsland te verlaten. Zij verkochten hun onderneming in Hagen aan een ondernemer die juist vanuit Nederland naar Duitsland terugkeerde. Tegelijkertijd namen zij diens kleinere modezaak in Dordrecht over.

Een nieuw begin in Nederland (1936–1942)
Op 1 september 1936 kwam het gezin Sachs vanuit Duitsland via Oldenzaal Nederland binnen. Volgens de vreemdelingendossiers vestigden Otto en Ella Sachs zich met hun dochters Hannelore en Marianne aan de Adriaan van Bleijenburgstraat 7 in Dordrecht. De modezaak, Maison Pennock, was gevestigd aan de Blekersdijk 40, tegenwoordig nummer 62.
De winkel vormde de basis voor een nieuwe start in Nederland. Net als in Hagen verkochten Otto en Ella damesmode, hoeden, stoffen, linten en fournituren. Hannelore en Marianne leerden Nederlands en gingen naar school. Een familiefoto uit 1938, gemaakt voor de winkel, laat het gezin zien in de eerste jaren van hun verblijf in Dordrecht.

Hoewel Otto en Ella hun bestaan opnieuw hadden opgebouwd, bleef hun aandacht uitgaan naar familieleden die in Duitsland waren achtergebleven. Na de Kristallnacht (9 – 10 november 1938) probeerde Otto verschillende familieleden naar Nederland te halen.
Via het Comité voor Joodsche Vluchtelingen in Amsterdam en het Dordtse Comité voor Bijzondere Joodsche Belangen diende hij verzoeken in voor zijn zwager Julius Lachmann, diens echtgenote Meta Sachs en hun zoon Hans. Hans was kort daarvoor gearresteerd en verbleef vermoedelijk in concentratiekamp Dachau. Otto verklaarde bereid te zijn zijn neef tijdelijk in Dordrecht op te nemen en financieel voor hem garant te staan totdat emigratie naar de Verenigde Staten mogelijk zou zijn.
Ook voor zijn zwager Siegfried Sussmann en diens gezin vroeg Otto om toelating tot Nederland. Zij beschikten over visa en passagebiljetten voor Cuba, maar konden Duitsland niet direct verlaten. Otto verzocht de Nederlandse autoriteiten hen tijdelijk toe te laten totdat zij hun reis konden vervolgen. Deze verzoeken laten zien dat Otto Sachs zich niet alleen inspande voor zijn eigen gezin, maar ook probeerde familieleden in veiligheid te brengen.

Otto en Ella Sachs met hun kinderen Hannelore (l) en Marianne (r) in Dordrecht. Met dank aan Ellen Greenblum

Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. Vijf dagen later capituleerde het Nederlandse leger en begon de Duitse bezetting. Voor Otto en Ella betekende dit dat zij opnieuw onder het gezag kwamen te leven van het regime waarvoor zij vier jaar eerder uit Duitsland waren gevlucht.
Al in de eerste maanden van de bezetting nam de Duitse bezetter maatregelen die gevolgen hadden voor Joden in Nederland. In het westen van het land wilde de bezetter meer controle krijgen over de kust en andere gebieden die van militair belang waren. Bepaalde groepen inwoners moesten deze gebieden verlaten. Ook Joodse vluchtelingen werden hierdoor getroffen.
Als gevolg van deze maatregelen verliet het gezin Sachs in september 1940 Dordrecht en verhuisde naar Gorinchem.

De vreemdelingendossiers geven een nauwkeurig beeld van de verhuizing naar Gorinchem. Otto en Ella werden op 9 september 1940 vanuit Dordrecht in Gorinchem ingeschreven. Hannelore en Marianne volgden administratief later die maand. Het gezin woonde achtereenvolgens aan het Nonnenveld 4 (het adres van het Joodse gezin Van Dam), in de Gasthuisstraat (het adres van het Joodse gezin van Bueren) en uiteindelijk aan de Varkenmarkt 2, boven het café van Frank Wels.
Dezelfde dossiers laten zien dat de verblijfsstatus van het gezin regelmatig door de Nederlandse autoriteiten werd gecontroleerd. Hun tijdelijke verblijfsvergunningen werden gedurende de bezettingsjaren telkens voor beperkte tijd verlengd.
Op grond van een overheidsmaatregel die gepubliceerd werd in de Deutsche Reichsanzeiger van 8 mei 1939 verloren Otto, Ella, Hannelore en Marianne hun Duitse nationaliteit. Een brief van de Höherer SS- und Polizeiführer beim Reichskommissar van 26 februari 1941 bevestigde deze maatregel. Vanaf dat moment stonden alle gezinsleden in de Nederlandse administratie geregistreerd als staatloos.

Op 4 juni 1941 vertrok Hannelore uit Gorinchem naar Utrecht. Zij ging wonen aan de Justus van Effenstraat 26 en vond werk bij Vroom & Dreesmann. Marianne bleef voorlopig in Gorinchem.

In de loop van 1942 begon de Duitse bezetter met de systematische deportatie van Joden uit Nederland. Vanuit verschillende gemeenten ontvingen Joodse gezinnen oproepen om zich te melden voor transport naar Kamp Westerbork. Hoewel de werkelijke bestemming onbekend werd gehouden, bereikten steeds meer berichten Nederland over de slechte omstandigheden in de kampen in Oost-Europa. Ook voor de familie Sachs werd duidelijk dat hun situatie snel verslechterde.

Onderduik (1942–1945)
Om hun dochters een grotere kans op overleven te geven, besloten zij het gezin uit elkaar te laten gaan. Otto en Ella doken samen onder. Hannelore en Marianne kregen ieder een eigen onderduikadres. Door de zussen van elkaar te scheiden, werd de kans kleiner dat zij samen zouden worden ontdekt. Het was de laatste keer dat zij als gezin bijeen waren

Voor Otto en Ella werd een onderduikadres gevonden bij Gijs van der Leun en Annigje van der Leun-Rietveld aan de Burggraaf in Meerkerk. Leden van het verzet, onder wie Arie Timmer, Dingeman Boon, Marinus Spronk en Filip Olivier, organiseerden de vlucht. Door Joodse onderduikers onder te brengen, namen zij grote risico’s.
Kort na het vertrek van Otto en Ella werd hun woning aan de Varkenmarkt 2 door de Duitse autoriteiten verzegeld. Het verzet probeerde persoonlijke bezittingen uit de woning veilig te stellen. Een eerste poging mislukte nadat omwonenden de politie hadden gewaarschuwd, omdat zij dachten dat er werd ingebroken. Bij een tweede poging slaagden zij erin een deel van de inboedel naar Meerkerk over te brengen.

Hannelore verbleef tijdens de oorlog op verschillende onderduikadressen. Een van haar eerste verblijfplaatsen was bij dominee Hindriks in Dussen, waar zij de schuilnaam Alie gebruikte. Toen de situatie daar te gevaarlijk werd, verhuisde zij opnieuw. Uiteindelijk kwam zij terecht bij een schoolhoofd in Huissen.
Marianne volgde een andere route. Via het verzetsnetwerk kwam zij terecht bij de familie Kadijk, die een boerderij had in de omgeving van de Biesbosch. Zij werkte mee op de boerderij en verbleef later ook op andere onderduikadressen. Tijdens de onderduik speelde de familie Hak uit Giessen een belangrijke rol. De familie stelde haar woning beschikbaar aan onderduikers en hielp bij het vinden van nieuwe onderduikadressen wanneer een verblijfplaats niet langer veilig was.
Volgens Marianne begeleidde Jan Hak haar meerdere keren naar een nieuw onderduikadres. Meestal gebeurde dat in de avond of tijdens de nacht, per fiets over dijken en landwegen. Op die manier probeerden zij controleposten en Duitse patrouilles te vermijden.
De naoorlogse politieformulieren bevatten aanvullende informatie over Mariannes activiteiten tijdens de onderduik. Zij verklaarde dat zij illegaal werk had verricht en onderduikers had geholpen. Daarbij verwees zij naar de Biesbosch. De dossiers bevatten geen nadere beschrijving van deze werkzaamheden.

Het contact met Otto en Ella bleef tijdens de onderduik beperkt. Via het verzetsnetwerk bereikten Hannelore en Marianne af en toe een kort bericht van hun ouders. Uit de herinneringen van beide zussen blijkt dat Otto en Ella hun dochters opriepen voorzichtig te blijven zolang de oorlog voortduurde.

Van Westerbork naar Sobibor (1943)
In het voorjaar van 1943 kwam een einde aan de onderduik van Otto Sachs en Ella Sussmann-Sachs. Na maanden van schuilen werden zij verraden en gearresteerd. Waar en onder welke omstandigheden dat precies gebeurde, blijkt niet eenduidig uit de beschikbare bronnen. Vast staat wel dat hun onderduik eindigde en dat zij werden overgebracht naar Kamp Westerbork, het doorgangskamp van waaruit Joden uit Nederland naar vernietigingskampen in Oost-Europa werden gedeporteerd.
Op de vreemdelingenkaarten van Otto en Ella staat vermeld dat zij op 10 december 1942 administratief uit Gorinchem werden uitgeschreven met als bestemming ‘onbekend’. Deze aantekening hield verband met hun verdwijning uit de gemeente. De gemeentelijke administratie beschikte op dat moment niet over gegevens over hun verdere verblijfplaats.
Volgens de transportlijsten van Westerbork werden Otto en Ella op 18 mei 1943 gedeporteerd naar Sobibor, in het door Duitsland bezette Polen. Op de persoonskaarten van de Joodsche Raad, gearchiveerd bij de Arolsen Archives, is bij beiden de handgeschreven aantekening opgenomen: “Der Transport vom 18.5.43 ging nach Sobibor.”

De treinreis naar Sobibor duurde enkele dagen. De gedeporteerden werden vervoerd in afgesloten goederenwagons. De Duitse autoriteiten spraken tegenover de gevangenen over werkkampen, maar Sobibor was geen werkkamp. Het kamp maakte deel uit van Operatie Reinhard. Deze operatie had tot doel de Joodse bevolking in het bezette deel van Polen systematisch te vermoorden. Tussen maart 1942 en november 1943 werden in de vernietigingskampen Bełżec, Sobibor en Treblinka naar schatting 1,7 miljoen Joden omgebracht. Ook de transporten vanuit Nederland naar Sobibor maakten deel uit van deze operatie.
Uit de registraties bij de Arolsen Archives, het Nederlandse Rode Kruis en andere Holocaustdocumentatie blijkt dat Otto en Ella op 21 mei 1943 in Sobibor werden vermoord.
Ook andere leden van de familie Sussmann werden slachtoffer van de Jodenvervolging. Ella’s moeder Elisabeth Sara Sussmann en haar zus Johanna Sara Sussmann waren in 1939 naar Nederland gevlucht. Na een verblijf in Dordrecht woonden ook zij aan de Varkenmarkt 2 in Gorinchem. Zij werden op 18 november 1942 door de beruchte Jodenjager Ries Jansen en de politie gearresteerd en op 10 maart 1943 vanuit Westerbork naar Sobibor gedeporteerd. Bij aankomst op 13 maart 1943 werden zij vermoord.

Tijdens hun onderduik hadden Hannelore en Marianne geen contact meer met hun ouders. Pas na de bevrijding konden zij via onderzoek van het Nederlandse Rode Kruis vaststellen wat met Otto en Ella was gebeurd. Voor Otto werd het overlijden op 6 oktober 1949 officieel vastgesteld. In april 1956 stelde het Informatiebureau van het Nederlandse Rode Kruis verklaringen op voor de United Restitution Organization (URO) in Keulen. Daarin werd bevestigd dat Otto en Ella vanwege hun Joodse afkomst waren gedeporteerd naar Sobibor en daar werden vermoord.

Marianne Greenblum – Sachs in 1949 in de VS. Foto David Greenblum

Een nieuw leven na de oorlog (1945–1957)
Na de bevrijding van Nederland in mei 1945 vonden de twee zussen elkaar terug bij de familie Hak in Giessen. De familie, die hen tijdens de oorlog had geholpen, ving de zussen opnieuw op. Inmiddels rouwde ook de familie Hak om het verlies van hun zoon Jan Hak, die wegens zijn verzetswerk door de Duitsers was gearresteerd en om het leven was gebracht.
Kort daarna keerden Hannelore en Marianne Sachs terug naar Gorinchem. Volgens de vreemdelingendossiers werden zij opnieuw ingeschreven aan de Langendijk 49. Daarmee kwam een einde aan hun onderduikperiode.

De eerste naoorlogse jaren stonden in het teken van het opbouwen van een nieuw bestaan. Omdat Hannelore en Marianne een buitenlandse achtergrond hadden, werden zij in 1946 onderzocht door de Nederlandse autoriteiten. Op 11 april 1946 berichtte de Politieke Recherche Afdeling, district Dordrecht, dat beide zussen niet voorkwamen in de cartotheek van de dienst. Er waren geen aanwijzingen voor politieke onbetrouwbaarheid of samenwerking met de Duitse bezetter.
Daarna stelde de politie van Gorinchem voor ieder van hen een afzonderlijk rapport op.
Over Hannelore Sachs werd vermeld dat zij niet met politie of justitie in aanraking was geweest. Zij stond volgens de politie “zeer gunstig” bekend en werd “zeer zeker” betrouwbaar geacht. Op basis daarvan werd een gunstig advies uitgebracht voor de afgifte van een identiteitsbewijs.
Ook Marianne Sachs werd positief beoordeeld. In haar dossier schreef de commissaris van politie, Van Marel, dat zij zich tijdens haar verblijf had gedragen als “een oprechte vriendin van het Nederlandsche volk”. Tegen haar verdere verblijf in Nederland bestonden geen bezwaren.
Het politiedossier van Marianne bevat daarnaast informatie over haar activiteiten tijdens de oorlog. Zij verklaarde dat zij tijdens haar onderduik illegaal werk had verricht en onderduikers had geholpen. Daarbij verwees zij naar de Biesbosch. De beschikbare dossiers bevatten geen nadere omschrijving van deze werkzaamheden.

Na de oorlog gingen beide zussen ieder hun eigen weg. Marianne werkte als kantoorbediende bij de Politieke Opsporingsdienst in Utrecht. Uit haar vreemdelingenkaart blijkt dat zij een werkvergunning kreeg voor de periode van 17 augustus tot en met 31 december 1946. Op 28 oktober 1946 verhuisde zij naar de Willem Arntszkade 69 in Utrecht.
Hannelore werkte als verkoopster. In 1946 vroeg zij een identiteitsbewijs voor vreemdelingen aan. In haar aanvraag gaf zij aan dat zij naar Duitsland wilde reizen voor de afwikkeling van de nalatenschap van haar ouders. Daarbij noemde zij uitdrukkelijk de door haar ouders achtergelaten bezittingen, bestaande uit een huis en geld.
Na haar verblijf in Gorinchem verhuisde Hannelore naar de Cornéllelaan 2 in Utrecht.
In 1949 emigreerden Hannelore en Marianne naar de Verenigde Staten, waar zij werden opgevangen door familie. Marianne trouwde later en kreeg de naam Marianne Greenblum. Hannelore werkte jarenlang in de modebranche en was later werkzaam in de administratieve sector. Ondanks hun emigratie verloren de zussen Nederland nooit uit het oog. Zij bleven contact houden met de families die hen tijdens de oorlog hadden verborgen, in het bijzonder met de familie Hak. Regelmatig keerden zij terug naar Nederland om hun redders te bezoeken.
In de jaren daarna besloten beide zussen hun herinneringen vast te leggen. Zij verleenden uitgebreide interviews aan het Fortunoff Video Archive for Holocaust Testimonies van Yale University. Dankzij hun getuigenissen zijn de gebeurtenissen rond de familie Sachs-Sussmann, de onderduik in de Alblasserwaard en de hulp van het Nederlandse verzet bewaard gebleven. Hun verhalen vormen nog altijd een belangrijke bron voor de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Hagen, Dordrecht en Gorinchem.

Tot slot
In Arizona vertelde Marianne Greenblum-Sachs op scholen en tijdens bijeenkomsten over haar ervaringen tijdens de Holocaust. Daarmee wilde zij bijdragen aan het levend houden van de herinnering aan de Jodenvervolging en het belang van verdraagzaamheid onderstrepen.
Na haar overlijden schreef haar dochter Ellen Greenblum dat haar moeder haar kinderen en kleinkinderen drie belangrijke levenslessen meegaf: wees vriendelijk, wees eerlijk en werk hard. Volgens haar dochter waren deze waarden sterk verbonden met de ervaringen die Marianne tijdens de oorlog had opgedaan.

 

bron:
Arolsen Archives. Arolsen Archives. https://arolsen-archives.org/
Fortunoff Video Archive for Holocaust Testimonies. Yale University Library. https://fortunoff.aviaryplatform.com/
Joods Monument. Joods Monument. https://www.joodsmonument.nl/
NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Collecties en archieven. https://www.niod.nl/
Regionaal Archief Gorinchem. Archiefcollecties.
USC Shoah Foundation. Visual History Archive – Full Length Testimonies. https://vha.usc.edu/
Persoonlijke communicatie
Boon, W. (2025–2026). Persoonlijke communicatie.
Greenblum, J. (2026). Persoonlijke communicatie.
Stamkot, B. (2025–2026). Persoonlijke communicatie.
Historische Reeks Land van Heusden en Altena. Historische Reeks Land van Heusden en Altena. https://www.historischereeks.nl
Merwedegijzelaars. De heer Kadijk over de gebeurtenissen in de Biesbosch. https://merwedegijzelaars.nl/doc/13/de-heer-kadijk-over-de-gebeurtenissen-in-de-biesbosch
Moebus-Flick, U. Die Judenhäuser in Wiesbaden. https://moebus-flick.de/die-judenhaeuser-in-wiesbaden/kaiser-friedrich-ring-80/
Raising Arizona Kids. (2020, september). My Mother, a Holocaust Survivor, Distilled Life’s Lessons to Three Profound Basics. https://www.raisingarizonakids.com/2020/09/my-mother-a-holocaust-survivor-distilled-lifes-lessons-to-three-profound-basics/
Stichting Stolpersteine Dordrecht. Twee kinderen van het Duits-Joodse gezin Sachs uit Dordrecht wisten de oorlog te overleven. https://www.stolpersteine-dordrecht.nl/het_voorbije_joodse_dordrecht_twee_kinderen_van_het_Duits-joodse_gezin_Sachs_uit_Dordrecht_wisten_de_oorlog_te_overleven.htm
Lensvelt, T. Tweede Wereldoorlog. http://www.tonlensvelt.nl/wereldoorlog2.html

illustraties:
Arolsen Archives. Central Name Index-kaart Ella Sachs [Archiefdocument].
Arolsen Archives. Central Name Index-kaart Otto Sachs [Archiefdocument].
David Greenblum. Marianne Greenblum-Sachs, rond 1949 in de Verenigde Staten
David Greenblum. Marianne, Hannelore en een vriendin, kort na het einde van de oorlog.
Ellen Greenblum. Hannelore en Marianne
Ellen Greenblum. Marianne en Hannelore met hun oom Fred bij hun huis in Alabauch
Ellen Greenblum. Otto en Ella Sachs
Ellen Greenblum. Otto en Ella Sachs met hun kinderen Hannelore (l) en Marianne (r) in Dordrecht.
NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. (1939, 10 januari). Briefkaart Otto Sachs [Briefkaart].
NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Kamp Westerbork aan de buitenkant bij een wachttoren.
Pieter Schoonenboom. Marianne Sachs – richting Giessen.
Regionaal Archief Gorinchem. Deel van document van de Gorcumse politie betreffende onderzoek naar Marianne Sachs, 1947 [Archiefdocument].
Regionaal Archief Gorinchem. Officiële kennisgeving van de Duitse bezettingsautoriteiten [Archiefdocument].
Regionaal Archief Gorinchem. Varkenmarkt 2, jaren 60.
United States Holocaust Memorial Museum. Sobibor. Collections.

gepubliceerd:
8 september 2026

laatst bijgewerkt:
8 september 2026