Het verhaal van Sara en Marion van Straten

door Sjaak Kouwenhoven

De commissaris van politie te Gorinchem verzocht in het Algemeen Politieblad, nummer 48, 3 december 1942, 1351, bericht 2958, de opsporing, aanhouding en voorgeleiding van Sara Frouke van Straten (Gorinchem, – Sobibor, ). Zij was van ‘woonplaats veranderd zonder de daartoe vereiste vergunning te hebben verkregen’. Op deze manier werden Joden aangeduid die waren ondergedoken.

Het gezin Van Straten
Sara woonde bij haar ouders op de Kortendijk 14 te Gorcum. Ze was de dochter van Mozes van Straten (Herwijnen, – Auschwitz, ) en Maria van Straten-Polak (Gorinchem, – Auschwitz, ). Haar ouders hadden al jaren een gezellig ouderwets kruidenierswinkeltje waar ‘koloniale waren’ en koosjere producten werden verkocht. Op de toonbank stond altijd een pot met snoep voor de kinderen. Het vriendelijke gezin woonde boven de winkel.

Nieuwsblad (voor Gorinchem en omstreken), 23/10/1931
Pagina 1 van 4.

Sara had nog een broer, Toon Hermanus (Gorinchem, – Sobibor, ). Toon ging na de hbs naar de toneelschool en was in de jaren dertig een verdienstelijk conferencier. Daarbij was hij ook eigenaar van een amusementsbureau dat ingeschreven stond op het adres van zijn ouders. Toon vertrok in 1935 naar Rotterdam. Niet veel later ging zijn amusementsbureau failliet en werkte Toon kort als journalist. Hij was ook medewerker van het Bureau van Auteursrecht van de Vereniging van Letterkunde. Eind 1937 verloofde Toon zich met zijn jeugdliefde Ziena ‘Zini’ van Berlijn (Amsterdam, – Sobibor, ).

Zini met Marion 1942 bron www.sobiborinterviews.nl

Bij de verplichte registratie van Joden in februari 1941 was zijn beroep reiziger (vertegenwoordiger). Nadat Toon en Zini in augustus 1941 trouwden gingen ze in de Weesperstraat 2a in Amsterdam wonen. Er is verder weinig bekend over hoe het jonge stel in Amsterdam leefde onder de toenemende vervolging. Toon ging later voor de Joodsche Raad werken en Zini werkte als verkoopster bij De Bijenkorf. Beiden onderhielden een goede band met hun familie.

Philip Polak (Gorinchem, – Auschwitz, ) woonde ook op de Kortendijk 14. Philip was de broer van Maria van Straten – Polak en woonde al jaren bij het gezin Van Straten in. Philip was de koster bij de Israëlitische gemeente in Gorcum. Een buurtbewoner schreef: ‘Elke vrijdagavond tegen de schemering, als de Sjabbath begon, ging hij naar de sjoel (synagoge), gekleed in een zwart pak, zwarte rijgschoenen en hoge hoed. Hij was altijd aan de late kant, want wekelijks ging hij op een holletje via de Kortendijk, Kapelsteeg, Bloempotsteeg naar de Kwekelstraat.’

Voor een groot deel van de Joodse gemeenschap was handel de bron van inkomsten. Dat was niet anders voor Philip Polak. Naast zijn functie als koster had hij, ook op Kortendijk 14, het verkoopkantoor ‘Mascotta’ waar loten werden verkocht. Hierbij waren grote (geld)prijzen te winnen. Een deel van de opbrengst ging naar een Joods doel.

Het begin van de anti-Joodse maatregelen
In het eerste oorlogsjaar was er natuurlijk angst, maar van een grote verstoring van het Joodse leven in Gorcum was nog geen sprake. De aangebleven bestuurders hielpen – denkend aan het regeringsdocument ‘Aanwijzingen van 1937’ de noodzakelijke rust te bevorderen door met de bezettende macht mee te werken. Terugblikkend zou burgemeester Van Rappard daar nog aan toevoegen dat ‘de Duitse instanties (zulks) terecht zozeer op prijs stel(d)en’.

Eind 1940 werden de eerste anti-Joodse maatregelen van kracht. Er werd bekendgemaakt dat alle Joodse ambtenaren, voorlopig met behoud van salaris, moesten worden ontslagen. Sara van Straten was onderwijzeres op de openbare lagere school in de Zusterstraat en moest hierdoor afscheid nemen van haar leerlingen.
Op zaterdag 1 februari 1941 werd aan het bureau van politie gemeld dat er vernielingen waren aangericht in de synagoge aan de Kwekelstraat 18. Daders werden niet gevonden. De vernieling van de synagoge stond op zich; van spontane anti-Joodse acties in Gorcum zijn nadien geen voorbeelden. Zoals overal in het land werden Duitse anti-Joodse maatregelen van hogerhand bekendgemaakt, geaccepteerd en uitgevoerd, zonder veel commentaar van Joodse of niet-Joodse zijde.

Klassenfoto uit circa 1937 met rechts juf Van Wijk en bij de deur Saartje van Straten bron Joods Gorcum / Bert Stamkot. Met dank aan J. Hulleman.

Het Joodse klasje
Door de ingevoerde scheiding in het onderwijs tussen Joden en niet-Joden, werd Sara niet lang daarna als juf voor de Joodse kinderen aangesteld. Sara ging in september 1941 werken als onderwijzeres voor de negen leerlingen van het aparte Joodse klasje waarvoor een schooltje was ingericht naast de synagoge aan de Kwekelstraat. Die negen leerlingen waren: de broertjes Meijer (Alexander Aaron en Jacob), de broertjes Vos (Flip en Manu), Levi Kalker, Line van Vriesland, Nico Julius Polak, ter assistentie van juf Sara, en ook een zoontje van een Indische ambtenaar, vermoedelijk Jan Willem van Straten. In sommige bronnen werd hier gesproken over een kleinzoon of neefje van dr. Schöyer, maar dat verhaal bleek niet te kloppen na contact met de familie.

Sara van Straten lerares Joods klasje Gorinchem bron: www.sobiborinterviews.nl. Met dank aan J. Hulleman.

De ouders van de kinderen waren in paniek omdat al in oktober 1941, een maand nadat de Joodse lagere school was opgericht, Sara van Straten, de enige Joodse onderwijzeres in Gorcum, overwoog een benoeming aan te nemen aan een Joodse school in Den Haag. Haar salaris zou in Den Haag ƒ 150,- per jaar meer bedragen dan in Gorcum. Die salarisverhoging mocht Sara van Straten niet laten lopen. Zij moest aan haar toekomst denken. Zij wilde wel in Gorcum blijven, maar alleen tegen een gelijk salaris. Indien Sara van Straten naar Den Haag zou vertrekken, betekende dit het stopzetten van het onderwijs aan de bedoelde negen kinderen, omdat deze te klein waren om dagelijks naar Rotterdam heen en weer te reizen, voor het bezoeken van een Joodse lagere school.

Een speciaal hiervoor ingestelde Joodse commissie richtte zich tot de Rotterdamse opperrabbijn Davids en vroeg hem hulp. Het idee werd nog geopperd dat de leraar M. Seijffers, dr. Van Straten en dr. Schöyer misschien wel enkele vakken voor hun rekening konden nemen. Uiteindelijk zou Sara van Straten blijven. Het gemeentebestuur verleende voor deze school een subsidie van 75 gulden per leerling per jaar. Daarnaast waren voor Sara de kosten in Gorcum lager dan in Den Haag. Zij kon bij haar ouders blijven wonen.

Begin van de deportaties
Op 28 april 1942 kregen Toon en Zini een dochter, genaamd Marion Julia van Straten. Vijf dagen later werd het dragen van de Jodenster verplicht. De oproepen voor de Arbeitseinsatz in Duitsland kwamen. Het werd een angstige tijd. Nieuwe maatregelen tegen Joden volgden elkaar op. Werken was velen al onmogelijk gemaakt, anderen werden tewerkgesteld, geld werd hun afgenomen en Nederland hing vol met bordjes ‘Verboden voor Joden’.

Toon en Zini besloten op zoek te gaan naar een onderduikadres voor Marion. Ze zagen steeds meer familieleden, buren en bekenden vertrekken of verdwijnen. Sommige Joden werden vrijgesteld; zij ontvingen een zogenaamde Sperre. Iedereen probeerde voor zo’n Sperre in aanmerking te komen, maar velen vielen buiten de criteria.
Deze verhalen en berichten uit Amsterdam bereikten ook Gorcum, maar daar was het rustig. Toons vader Mozes vroeg zijn dochter Sara of zij de kleine Marion niet kon meenemen als zij naar Amsterdam ging. ‘Wij zijn oud, jij bent “gesperrt”, dus gebeurt ons hier niets.’ Dat bleek al snel een illusie. Kort na de plechtige viering van de honderdste verjaardag van de synagoge in mei 1942 begonnen de deportaties, die vele Gorcumse Joden het leven zouden kosten.

Op 15 oktober 1942 stuurde de secretaris van de Nederlandsch Israëlitische Gemeente in Gorcum een droevig bericht aan rabbijn Davids in Rotterdam. Zes gezinnen, in totaal 19 personen, waren de dag daarvoor op transport naar de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam gesteld. Mozes van Straten, zijn vrouw Marianna Polak en haar broer Philip Polak waren daarbij. Het huis werd afgesloten, Sara kon er niet meer in, zij vond elders in Gorcum onderdak. Sara van Straten was eigenlijk ook op deze lijst geplaatst, maar werd vanwege haar functie als lerares toch weer gesperrt. Vijf dagen later meldde een bewoonster van de Kortendijk zich bij het politiebureau en verklaarde dat er vermoedelijk iemand in de winkel van Van Straten aan de Kortendijk was. Twee politieagenten gingen erheen en meldden dat juffrouw Van Straten enige kledingstukken had willen halen. ‘Zij heeft den winkel verlaten zonder iets mede te nemen.’

Veertien dagen later schreef Sara aan vriendinnen: ‘Met elk medeleven ben je dankbaar. Je kunt je wel indenken wat het is als ze je vader, moeder en oom weghalen en het huis achter je sluiten. De eerste week kreeg ik dagelijks een brief van moeder, en schreven ook de anderen erbij, maar toen zaten zij nog in Amsterdam. Zini, Toon en Marion waren nog verscheidene keren bij hen. Moeder was zo ontzettend flink en kalm. Bijna niet te geloven. Ook haar brieven waren opgewekt en nog volle moed. Vader was vreselijk nerveus terwijl hij altijd zo optimistisch was. Oom Flip bleef kalm doorgaan met zijn gebeden en berustte in het vertrouwen dat God hem niet in de steek liet. Gelukkig zijn zulke mensen hè?’ Toen Sara dit schreef waren haar ouders en oom Flip al niet meer in leven. Via Westerbork waren ze gedeporteerd naar Auschwitz en na aankomst direct vermoord in de gaskamers. Mozes van Straten werd 67 jaar, zijn vrouw Marianna 66 jaar en haar broer Philip 63 jaar. Sara schreef ook dat ze voorlopig niet meer bereikbaar zou zijn.

Op 22 oktober 1942 diende zoon Toon van Straten nog namens zijn vader een verzoek in bij generaal Christiansen om ‘vrijgesteld te worden van arbeidsinzet in Duitsland’, op grond van zijn militaire verdiensten in Nederlands-Indië. Het heeft niet mogen baten. Nadat haar ouders en oom waren weggevoerd, besloot Sara onder te duiken. De commissaris van politie in Gorcum zag hierin een reden om een opsporingsbevel tegen haar uit te vaardigen. In het Algemeen Politieblad van 3 december 1942 verscheen een oproep om Sara op te sporen, aan te houden en voor te geleiden omdat zij ‘van woonplaats was veranderd zonder de daartoe vereiste vergunning te hebben verkregen’.

Rietje Tukker bron G. Noorman

Weesperstraat en het afscheid van Marion
Na omzwervingen langs verschillende adressen vond Sara in het voorjaar van 1943 onderdak bij Toon en Zini in Amsterdam. Nadat Sara enige tijd bij haar broer en zijn gezin had gewoond, kregen Toon en Zini de gevreesde oproep om zich te melden. Zij besloten hun dochtertje onder te laten duiken en stuurden de familie Tukker, die op de Langendijk in Gorcum woonden, een kaartje met daarop de vraag: ‘Kan iemand voor ons hondje zorgen?’
De zeventienjarige Rietje Tukker was een vriendin van Sara met wie zij op de Kweekschool had gezeten. De familie Tukker begreep meteen dat het om baby Marion ging en er werd besloten dat Rietje de baby de volgende dag zou gaan ophalen. De volgende ochtend nam Rietje al vroeg de trein naar Amsterdam. Ze zag de borden ‘Joodsche wijk’ en kwam vervolgens aan in de Weesperstraat. Rietje belde aan bij het huis van Toon en Zini, maar er werd niet opengedaan. Nadat ze nog een keer belde zag ze angstige hoofden boven uit het raam. Sara herkende haar meteen en er werd opengedaan. Ze maakten excuses omdat ze Sara lieten wachten. Met vrienden en bekenden hadden ze afgesproken hoe er moest worden aangebeld en dit was een vreemde bel. Ze waren bang geworden dat ze al werden opgehaald. Er werd nog wat gedronken en gepraat. Rietje zag een mooie baby, ze kreeg de kleertjes te zien en nam bonnen in ontvangst. Het afscheid van hun baby viel Toon en Zini zeer zwaar, telkens weer vroegen Toon, Zini en Sara ‘Mag ik nog even, kan ik haar nog één keertje vasthouden?’ Uiteindelijk liep Rietje met de kinderwagen de Weesperstraat uit, richting het station.

De laatste brieven van Sara
Nadat ze veilig in Gorcum waren aangekomen, lag Marion stil in de box en er rolden twee dikke tranen over haar wangen. Rietje zou het nooit vergeten. Dokter Schöyer die naar haar kwam kijken, zei: ‘Het kind heeft de angst en de spanning van de familie gevoeld, ze is intens verdrietig.’ Nadat Toon en Zini naar Westerbork waren vertrokken, schreef Sara over het afstaan van kleine Marion: ‘Wat het was om haar weg te doen, is niet in te denken. Daarom moet ik ook alles op alles zetten om voor haar te kunnen blijven. […] Probeer iets voor me te vinden. Help me zo vlug mogelijk, ik sta praktisch op straat. Een paar nachten kan ik hier nog blijven. Als er niets voor me te doen is, schrijf het dan maar. Dan meld ik me vrijwillig voor Vught.’

Nog geen dag later, op 28 mei 1943, kreeg Sara te horen dat de Houtmarkt, nu Jonas Daniël Meijerplein, was afgezet en dat iedereen zou worden opgepakt. Niet veel later reden auto’s met luidsprekers door de straten: Joden mochten niet naar buiten maar moesten hun bagage gereedmaken. In de loop van de ochtend werden zij opgehaald. Sara schreef toen: ‘Ik ga met heel veel bekenden en zal me trachten er doorheen te slaan. Misschien zie ik Zini en Toon nog in Westerbork. Waarschijnlijk in Duitsland vader, moeder en oom Flip. Dat is mijn enige verlangen. Over onze kleine lieveling maak ik me niet ongerust […] Ik dank u voor alles wat u voor me gedaan hebt […]. Ik zal vechten voor mijn leven. Het allerbeste gewenst en ik hoop tot heel, heel spoedig ziens, Sara van Straten.’

Op 1 juni 1943 vertrok vanuit Westerbork een trein met 3006 mensen naar het oosten. Onder hen waren Toon, Zini en Sara. Dat zij dagen en nachten zouden reizen naar het vernietigingskamp Sobibor wisten zij niet. Op de dag van aankomst nog, op 4 juni 1943, werden zij vergast, 29 jaar, 25 jaar en 27 jaar oud.

Marion van Straten bron www.sobiborinterviews.nl

De onderduikplek van Marion
Gorcum was geen grote stad en na verloop van tijd gonsde het rond dat Rietje Tukker een kind van een Duitser had. De familie Tukker liet hen maar praten. Eén keer vielen gewapende Duitsers ‘s nachts het huis van de familie Tukker binnen. Ze waren op zoek naar de zoon, Jan Tukker. Alles werd overhoop gehaald en toen ze Marion zagen die bij Rietje sliep, vroegen ze waar de vader was. Rietje zei dat ze wel wisten waar al die mannen waren, in Duitsland toch? Gevaarlijker was het toen ze met Marion in de kinderwagen door de stad liep. Een Gorcumse kwam op haar afgelopen en vroeg hoe ze aan die kinderwagen kwam. ‘Die heb ik verleden jaar aan de familie van Straten verkocht.’

Door dit voorval was Marion niet veilig meer bij de familie. Ze zochten contact met het verzet om voor Marion een andere onderduikplek te vinden. Na op verschillende plekken ondergedoken te hebben gezeten, werd de 14 maanden oude Marion opgehaald door dominee Van Arkel. Hij bracht haar naar het kinderloze echtpaar Jan Dirk en Cornelia van ’t Riet in Naaldwijk. Het christelijke gezin had een slagerij en was zeer actief in het verzet. Marions naam werd veranderd in Arry.

Ze was een stil en verdrietig meisje. Jan Dirk en Cornelia namen haar op als een eigen kind en er ontstond een hechte band. Ze namen zich voor Arry alleen af te staan aan de echte ouders. Toen na de oorlog duidelijk werd dat Toon en Zini waren vermoord, schreef Jan Dirk aan de Rijkscommissie Oorlogspleegkinderen dat ze met gevaar voor eigen leven drie jaar voor Arry hadden gezorgd en dat zij niet beter wist dan dat Jan Dirk en Cornelia haar ouders waren. Van Marions familie was alleen nog een nicht over. Er is inderdaad gezocht naar de familie van Marion, maar niemand heeft de ouders van Arry ooit teruggevonden.

Het einde van de familie Van Straten
Sara van Straten, Toon van Straten en Zini van Berlijn hadden de oorlog niet overleefd. Ze werden weggevoerd en vermoord in Sobibor. Het gezin Van Straten werd volledig uitgeroeid. Toon was een begenadigd conferencier, een levensgenieter en zorgde voor de vrolijke noot. Hij was geliefd bij jong en oud. Sara was een gewaardeerde onderwijzeres. Toon, Zini en Sara lieten een klein meisje achter, dat gelukkig een nieuw thuis vond bij het echtpaar Van ’t Riet in Naaldwijk.
Het verhaal van Marion is een verhaal over liefdevolle pleegouders waar zij kon blijven. Er is echter veel controverse over het lot van Joodse kinderen en wat er met hen na de onderduik gebeurde. Al direct na de oorlog werd dit een groot politiek probleem waar uiteindelijk veel kinderen en families het slachtoffer van werden.

bron: sobibor.de

Op 30 april 2023 werd tijdens de Open Joodse Huizen dag Gorinchem het verhaal van het Joodse gezin van Straten (Kortendijk 14) verteld door schrijfster Janneke de Moei.
Marion Julia Schoenmaker-van Straten is 24 mei 2023 op 81-jarige leeftijd overleden.

lees ook Marion van Straten.

 

 

 

bron:
Stamkot, B. Joods Gorcum, 1989.
Stamkot, B. Archief Joods Gorcum.
Regionaal Archief Gorinchem. Informatieverzoek R.F. van Dijk (2022). 

Regionaal Archief Gorinchem. Polak, Kortendijk 14, Kortendijk 111, Van Straten. Krantenpagina’s 1907–1946. 
Moei, J. de. Het verhaal van Marion van Straten, 2008.
Willemstein, L. Stichting Oud Ridderkerk. Informatieverzoek (2022).
Straten, M.J. van. Joods Amsterdam. 
Joodse families in Herwijnen. Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe. http://www.oorlogsslachtofferswestbetuwe.nl/joodse-slachtoffers-uit-herwijnen.html.
Straten, S. van. Sobibor Interviews. http://www.sobiborinterviews.nl/nl/slachtoffers/sara-van-straten.
Straten-Polak, M. van, Straten, M. van, Straten, T.H. van, Straten-Berlijn, Z. van, Straten, S.F. van
Polak, P., http://www.joodsmonument.nl.
Yad Vashem. Righteous Among the Nations. Riet, J. & C. van ’t (Koppenol), Goor, B. van (overleefd), Hartog, S. den (overleefd), Jacobs, D. (overleefd), Schoenmakers (Van Straten), M.J. (overleefd), https://collections.yadvashem.org/en/righteous/7839374.
Hovingh, drs. G.C. Overzicht van predikanten die Joden hielpen, 2022. https://assets.vu.nl.
Noorman-Tukker, G. Informatieverzoek gezin Tukker, De Lampenwinkel te Gorcum (2023).
Velthuyzen-Elling, J. Informatieverzoek Rietje Tukker (2023). 
Weggevoerde joden symbolisch terug in Gorcum. AD Rivierenland. https://www.ad.nl/rivierenland/weggevoerde-joden-symbolisch-terug-in-gorcum~a991a1ac.
Straten, M. van, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives.
Straten-Polak, M. van, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives.
Straten, T.H. vanm kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives.
Straten, S. van, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives.
Polak, P., kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives.
Gorkum aan de Merwede model van vervolging. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 11-05-1990, p. 13. Geraadpleegd op Delpher op 29-05-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859436:mpeg21:p013.
Diegene die inlichtingen kunnen verschaffen over Marion, Toon en Ziena van Straten. Familiebericht. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 29-03-1946, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 29-05-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010872190:mpeg21:p006.
Brink, H. van den & Dijk, R. van. Opstaan en slapengaan in bezet Gorcum. Verhalen over het dagelijks leven in 1940–1945. Historische reeks Oud Gorcum, 2010.
Nationaal Archief. Plaatsingslijst persoonsdossiers Oorlogsgravenstichting. 2.19.255.01.
Straten, M. van
Straten-Polak, M. van
Straten, T.H. van
Straten, S. van
Polak, P.

illustratie:
zie annotatie bij de foto’s.

gepubliceerd:
29 mei 2026

laatst bijgewerkt:
29 mei 2026