
Zittend van links naar rechts: Michiel Winkel (tekenen), dr. Matthijs van Rees (wis- en natuurkunde), mej.dra. Mathilde Henriëtte Pool (Engels), mej. Eva Sanders (lichamelijke oefening), mej.dra. Helene de Beer (Duits), Israel Spanjar (Frans), dr. Simon Wijnberg (rector, oude talen) en Samuel Simon Noach (conrector, Duits).
Staand van links naar rechts: dr. Elchanan Stein (oude talen), Joseph Gotlieb (aardrijkskunde), drs. Jacob Philip van Praag (Nederlands), dr. Juda Joseph Vleeschhouwer (scheikunde), drs. Gabriël Emile de Groot (oude talen), James Brandel (handelswetenschappen) en mr. Emanuel Hamburger (geschiedenis, staatsinrichting).
Op de foto ontbreekt dr. Emanuel Arnoud Maurice Speijer (natuurlijke historie). Collectie Historiefoto’s, toegangsnummer 4282.
Met ingang van 1 september 1941 mochten Joodse leerlingen niet meer op dezelfde school zitten als niet-Joodse leerlingen. De bezetter droeg de gemeente Rotterdam op om voor Joodse leerlingen Joodse scholen op te richten. Een van die scholen was het Joods Lyceum. De officiële naam was Gemeentelijk Lyceum voor Joodse leerlingen.
Joseph Gotlieb (Grave, 7 mei 1897) kwam in 1921 naar Tiel om daar, tot zijn vertrek in 1949, leraar Aardrijkskunde en Geschiedenis te worden aan de Rijks HBS in Tiel. Hij kwam toen vanuit Amsterdam naar Tiel en ging ‘inwonen’ in het pand op het Jodenstraatje E42. Later had dit pand het adres Jodenstraatje 1 en het werd verwoest in 1944/1945. Op dat adres woonde vanaf het einde van de negentiende eeuw het gezin van de familie De Winter. Zij exploiteerden ‘Het Lederhuis’ . Tegenwoordig liggen er vijf Stolpersteine voor het gezin De Winter op die plek.
In 1922 kreeg Gotlieb een vaste aanstelling. Hij dompelde zich gelijk onder in het schoolleven en in 1923 leidde hij een door HBS-leerlingen verzorgde toneelvoorstelling. Ook de jaren daarna was hij actief bij schoolavonden en excursies betrokken.
In 1928 werd hij gekozen tot secretaris van de vereniging Physica (de populaire benaming van het natuurkundig genootschap Ars Aemula Naturae), die overigens nog steeds lezingen verzorgt. In 1929 hield hij daarvoor een lezing over het onderwerp ‘Klimaatveranderingen’.
In 1929 behaalde hij MO bevoegdheid geschiedenis. Het jaar erna probeerde hij voor benoeming een aanstelling in Rotterdam te gaan maar daar werd hij ‘slechts’ nr. 2, dus ging die ogenschijnlijke promotie niet door.
Het geven van lezingen ging ook in de jaren erna door. Zo gaf hij in 1932 een lezing met als onderwerp ‘oorlogstoerusting’.
In mei 1933 werd hij voorzitter van het ‘Comité Bijzondere Joodsche belangen’ dat de Joodse vluchtelingen uit Duitsland steunde om in 1935 voorzitter te worden van de afdeling Tiel van ‘Volkenbond en Vrede’.
In 1938 vertrok hij naar Nijmegen om in 1939 weer terug te keren naar de Varkensmarkt 13 waar hij inmiddels domicilie had gevonden in ‘pension Hes’. In april 1941 verhuisde hij opnieuw, om (nog) niet bekende redenen, naar Nijmegen.
Gotlieb schreef op 24 juni 1942 een gedicht ter ere van de 22e verjaardag van ‘juf’ Dolly Blok. Dolly was kort na het begin van de bezetting ontslagen als apothekersassistente en was daardoor werkloos. Naar verluidt gaf hij ook les aan de oudere kinderen.
Daarnaast moet hij van zomer 1941 – zomer 1942 docent zijn geweest aan het Joodsch Lyceum in Roitterdam. Daarna dook hij onder. Tijdens die onderduikperiode leerde hij zijn vrouw kennen waarmee hij op 29 maart 1947 in Utrecht in het huwelijk trad: Grietje Hendrica Ouderkerk (1896 – 1986).
De ouders van Gotlieb, die een manufacturenhandel hadden in Grave, werden slachtoffer van de Sjoa (Holocaust).
In Tiel teruggekeerd als leraar aan de HBS verzorgde hij in januari 1946 hij een lezing in Zoelen met als onderwerp ‘Drie personen uit het Oranjehuis’.
In 1946 werd de oud-directeur van de HBS, Beekman, nadat hij vanwege zijn houding in WOII aan de kaak werd gesteld, ‘onvoorwaardelijk buiten vervolging gesteld’. Dat nadat een aantal personen zijn aanklacht tegen hem had ingetrokken. De enige die die aanklacht niet introk was Gotlieb, die werd vervolgens door Beekman aangeklaagd wegens smaad.
Daartegen kwam vervolgens een aantal personen in het geweer, waaronder, uiteraard, Gotlieb.
Joseph was ook actief als schaker en in 1947 vermeldde de krant dat hij een schaakpartij tegen Roza verliest maar in 1948 vervolgens zijn partij wint tegen Petersen.
In 1948 werd hij uiteindelijk toch benoemd tot leraar aan de 4e HBS B in Rotterdam. Bij zijn afscheid in Tiel werd hem door zowel de Schaakvereniging als school veel lof toegezwaaid.
Joseph Gotlieb overleed op 9 april 1969 in Rotterdam.
bron:
Pierre van der Schaaf, Joseph Gotlieb, Tiel 2026 = met dank.
illustratie:
Stadsarchief Rotterdam, beeld en geluid. 1978-2600 Groepsportret van docenten van het Joods Lyceum aan de Speelmandwarsstraat, vermoedelijk begin 1942.
Zittend van links naar rechts: Michiel Winkel (tekenen), dr. Matthijs van Rees (wis- en natuurkunde), mej.dra. Mathilde Henriëtte Pool (Engels), mej. Eva Sanders (lichamelijke oefening), mej.dra. Helene de Beer (Duits), Israel Spanjar (Frans), dr. Simon Wijnberg (rector, oude talen) en Samuel Simon Noach (conrector, Duits).
Staand van links naar rechts: dr. Elchanan Stein (oude talen), Joseph Gotlieb (aardrijkskunde), drs. Jacob Philip van Praag (Nederlands), dr. Juda Joseph Vleeschhouwer (scheikunde), drs. Gabriël Emile de Groot (oude talen), James Brandel (handelswetenschappen) en mr. Emanuel Hamburger (geschiedenis, staatsinrichting).
gepubliceerd:
25 augustus 2026
laatst bijgewerkt:
25 augustus 2026