Het Kralingse Bos had speelde in meerdere verhalen tijdens de Tweede Wereldoorlog een rol. Bij het bombardement van 14 mei 1940 was het voor velen de plek om naartoe te vluchten. De impact op de stad van dit bombardement was groot; en hoewel het daadwerkelijk bombarderen slecht een kwartier duurde, waren de branden die door de brisantbommen ontstonden dusdanig dat het hart van de stad onleefbaar werd.
Het bos en de Kralingse Plas werden veilig geacht, en in ieder geval hadden de Rotterdammers een beter zicht op de bommen die vielen en wisten zich veilig voor de branden. Maar het was niet de enige rol…
Zeker in het begin van de twintigste eeuw werd het voor veel Joden van minder belang om met een Joodse partner te trouwen. Het geloof speelde een steeds kleinere rol en een wekelijks bezoek aan de synagoge kwam bij velen steeds minder voor. Een aantal feestdagen zorgden nog voor meer bezoek, alsmede zaken als een Choepa (huwelijk). Zo kwam het dat er behoorlijk wat gemengde huwelijken waren. Volgens de Database Joden in Rotterdam waren het er 446, volgens SS-Sturmbahnführer Herbert Johann Wolk, chef van de Ausenstelle Rotterdam, het kantoor van de Sicherheitsdienst, was het aantal het dubbele.
Het is een misverstand om te denken dat een gemengd huwelijk deportatie zou voorkomen. Het kon deportatie van de Joodse partner voorkomen, met een grotere kans wanneer er kinderen in het gezin waren. Van de 446 Joden in de database werden er 154 op enige moment gearresteerd en doorgezonden naar een van de concentratie- en vernietigingskampen. Een van hen was Amandus Wolfsbergen, de man die Hendrik Cohen opvolgde als voorzitter van de Joodsche Raad voor Amsterdam, bureau Rotterdam. Daarbij moet wel worden aangetekend dat Amandus actief verzet pleegde en verraden werd. Dat gold niet voor het grootste deel van de 153 andere personen.
De gemengd gehuwden, ondanks dat we nu weten dat een significant deel van hen toch werd vermoord, vormden voor de bezetter een probleem. Want de keten die werd bewandeld om de moord op 102.000 Nederlandse Joden mogelijk te maken had een belangrijke schakel – segregatie. Door Joden te onthechten uit de Nederlandse samenleving én de eeuwige smoes dat ‘men moest werken in het Oosten’ plus – wellicht – angst, onverschilligheid en anti-Joodse sentimenten bij het niet-Joodse deel van de bevolking, konden de Joden redelijk geruisloos en zonder veel protest uit de samenleving verdwijnen. Met wilde grootschalig protest zoals eerder bij de Februaristaking voorkomen.
Gemengd gehuwde Joodse mannen die uit Rotterdam of de omgeving kwamen werden vanaf de zomer van 1944 tewerkgesteld bij het bos- en parkplan in het Kralingse Bos. Deze groep was eerst nog ‘in de buurt’, later werden ze ingezet bij de aanleg van een vliegveld in Havelte. Het Kralingse Bos is daarmee een van de Nederlandse werkkampen geweest waar dwangarbeid werd verricht.
Maar komt het bos en de plas veder nog voor in de Joodse geschiedenis van Rotterdam? In de door mij gebruikte onderzoeksmethode – het uitpluizen van de Joodse kranten en tijdschriften – komt de locatie niet voor. Dit betekent niet dat de plas en het bos niet van belang waren, maar wel dat er geen georganiseerde activiteiten plaats vonden. Natuurlijk had het bos, waarvan de aanleg in 1895 begon, voor de oorlog een belangrijke recreatieve functie – ook voor de Joodse Rotterdammer.
Kralingse Bos en Kralingse Plas tijdens de bezetting
De Kralingse Plas werd gedeeltelijk gedempt met puin van het bombardement, wat resulteerde in de eilanden in het zuiden.
Tijdens de bezetting werden de teerpaden die in het bos en rond de plas waren aangelegd door de bewoners van Kralingen gebruikt om brandbare kooltjes eruit te hakken om zo te zorgen voor brandstof. Natuurlijk was dit verboden, maar het gebeurde wel.
In juli 1940 verwijderde de bezetter een aantal van de overal in de stad aanwezige verbodsborden waarmee de Rotterdammers duidelijk werd gemaakt dat men daar niet mocht komen, verwijderd. Bij het bos was dat een wei in het bos en bij de plas ging het om de speelweide langs de Kralingse Plas bij de Kralingse Plaslaan.
In 1943 werd het bos gebruikt door de W. A., die er trainde voor het Veldloopkampioenschap der W. a. te Oud-Leusden.
bron:
446, Marleen van den Berg, Joods Rotterdam, vervolging, ontrechting, terugkeer en rechtsherstel (Amsterdam 2025) 204.
Rotterdam gibt die Grünflächen frei Von unserem Berichtstatter.. “Deutsche Zeitung in den Niederlanden”. Amsterdam, 26-07-1940, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 08-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011119500:mpeg21:p006.
Beslissing der W.A.-veldloopen in zicht 18 Juli: Veldloopkampioenschap der W.A. te Oud-Leusden. “De zwarte soldaat : blad voor de WA”. Bussum, 15-07-1943, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 08-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010310600:mpeg21:p002.
gepubliceerd:
8 november 2025
laatst bijgewerkt:
8 november 2025