Nathan Levie (Bernard) Bouwman (Dirksland, 18 januari 1877 – Rotterdam, 10 juni 1932) woonde op Zandstraat 11b, en begon rond 1902 een winkel in boter en kaas op Zandstraat 11. Hij huwde op 8 november 1899 met Marianna Beffie (Rotterdam, 15 oktober 1876 – Auschwitz, 15 oktober 1942). Marianna en Bernard kregen drie kinderen; Izaak (Rotterdam, – Rotterdam, ), Levie (Rotterdam, – Sobibor, ) en Sophia (Rotterdam, 16 november 1904 – Hilversum, 15 november 1988). Het gezin verhuisde in 1906, ruim voor de afbraak van dit deel van de Zandstraat, naar de 1e Pijnackerstraat 129, voor 1912 naar 111a en in 1919 naar Bergweg 124a en vervolgens in mei 1923 naar Bergweg 338b.
Bernard wist zich maatschappelijk op te werken van eenvoudig zuivelhandelaar in de Zandstraat naar een belangrijk persoon in de Rotterdamse melkhandel. In de loop van de jaren twintig ging hij zijn winsten beleggen in onroerend goed. Eind jaren twintig startte hij Makelaarskantoor Bouwman en dit kantoor was gevestigd op de chique Diergaardelaan 3. De eerste advertentie die is teruggevonden dateert van 19 december 1929 en stond in het NRC. Lang heeft Bernard deze functie niet kunnen bekleden, op 10 juni 1932 overleed hij.
Marianna, zijn weduwe, zette de onderneming om in een vennootschap waarin zij en de zoons, Izaak (Ies) en Levie (Louis), vennoten waren. De zoons werden op 4 november 1932 beëdigd tot makelaar.
In de portefeuille van het kantoor zaten panden met een geheel verschillend karakter. Bouwman verkocht voor derden, had panden in eigen beheer en bemiddelde in verhuur. De onderneming was actief en adverteerde veelvuldig, met name in het Rotterdamsch Nieuwsblad.
Volgens bronnen woonde Marianna in het begin van de bezetting nog op de Bergweg 338b. De kaart van de Joodsche Raad geeft echter aan dat ze op Schieweg 123b woonde, dat klopte en daarover later meer. Wanneer Marianna in Westerbork geregistreerd werd, vertelt de kaart niet. Wel is er vermeld dat ze op 12 oktober 1942 gedeporteerd werd. Bij aankomst in Auschwitz werd Marianne meteen vermoord.
Zoon Levie woonde volgens de kaart van de Joodsche Raad op de Hoogerbeetsstraat 21c in Rotterdam – Blijdorp. Samen met zijn vrouw Anna Maria Catharina Wolfsbergen (Rotterdam, – Sobibor, ) en hun dochter Mary (Rotterdam, – Sobibor, ) werden zij op 3 juli 1943 in Westerbork geregistreerd en op 6 juli op transport gesteld naar Sobibor, alwaar ze direct na aankomst vermoord werden. Ze waren al op 6 januari 1943 opgepakt en werden vanaf Loods 24 naar Kamp Vught overgebracht. Ze bleven een half jaar in Kamp Vught voordat ze via Westerbork gebracht werden. Levie had ook bij de Joodsche Raad een kaart op de naam Louis.
Izaak woonde met zijn vrouw Wilhelmina Cats (Gouda, – Rotterdam, ) en hun twee kinderen Marianne (1932) en Bernard (1934) op de Schepenstraat 85a in Rotterdam. Het gezin moet in onderduik gegaan zijn en op die manier de oorlog hebben overleefd. Izaak overleed kort na de oorlog, op 16 oktober 1946, en werd begraven op de Joodse begraafplaats aan het Toepad in Rotterdam.
De onderneming tijdens de bezetting
In 1942 werd er geconstateerd dat de onderneming niet meer bestond; er waren geen activiteiten meer. Volgens de Handelswet kon er nu worden overgegaan tot liquidatie. Dit alles volgde op de afkondiging op 11 augustus 1941 door Seyss-Inquart van de ‘Verordening betreffende Joods grondbezit (VO 154/1941). Joden moesten grondeigendommen en de daarop staande bebouwing aanmelden, inclusief de opbrengsten die werden verkregen. Men diende de aangiften te sturen naar de Niederländische Grundstückverwaltung (NGV) en dit diende voor september 1941 gedaan te zijn. De familie Bouwman vulde getrouw de formulieren in en daaruit blijkt dat ze toen 46 panden in het bezit hadden en een stuk grond.
De instelling was opgericht om zoveel mogelijk Joods bezit te verkopen aan ‘Arische’ Nederlanders. De NGV kon onroerend goed geheel of ten dele vervreemden of bezwaren. Er werden beheerders aangesteld, die Verwalter werden genoemd. Zij regelden de zaken en de verkoop. Twee ondernemingen spelen daarbij een hoofdrol, beide geleid door NSB’ers; het administratiekantoor NV Nobiscum en het Algemeen Nederlands Beheer van Onroerende Goederen (ANBO), met vestigingen in geheel Nederland.
De vestiging in Rotterdam van de laatstgenoemde onderneming kwam in het pand aan de Nieuwe Binnenweg 180. De ANBO in Rotterdam had de medewerking van een aantal Rotterdamse notarissen. Notaris Eliza Johannes Marius de Kat (Hillegersberg, 23 oktober 1875 – Rotterdam, 19 oktober 1956) liet maar liefst 98 (105) Joodse panden passeren, hij was de koploper in deze ‘activiteiten’. Zijn schoondochter was Joods, maar dat deerde De Kat niet en het bijzondere aan dit verhaal is dat de schoondochter, juriste Hendrika Presser, na de oorlog als lid van de Commissie van Advies en Beheer voor Afwezigen (CABA) veel van de akten van haar schoonvader zou terugdraaien.
De huizen die in eigendom waren van het makelaarskantoor kwamen allemaal in beheer bij de ANBO. Ze werden verkocht. Het huis waar Marianna in woonde, Bergweg 338, werd gevorderd door de NSB en werd het Kringhuis voor afdeling Oost. Marianna moest gedwongen haar huis uit en vond onderdak bij haar broers op de Schieweg 123b.
Door de verschillende bombardementen op Rotterdam, niet alleen die van 14 mei 1940 maar onder andere ook die van 31 maart 1943 op het westen van de stad en op Schiedam, kende de stad een unieke situatie; nergens in Nederland was de woningnood zo groot. Dat Joodse huizen razendsnel onteigend en verkocht werden en nieuwe bewoners kreeg was evident. De situatie in Rotterdam, waar naast Joods leven ook Joods bezit razendsnel ‘verdween’, vormt een unicum in de historiografie.
Na de oorlog
Nadat de woning op Bergweg 338 terug kwam in het bezit van de familie Bouwman werden in hun huis godsdienstvoeringen georganiseerd voor Joden uit Blijdorp. Naast de synagoge op de Joost van Geelstraat was dit een tijd de enige plek voor zulke bijeenkomsten.
bron:
Paaschboter, Weekblad voor Israëlietische huisgezinnen, 11 april 1902. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005413015:00001.
Nathan Levie Bouwman, Stadsarchief Rotterdam, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer 851-058.
Pijnackerstraat, “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 28-06-1906, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010213828:mpeg21:p007.
Bergweg, “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 18-03-1919, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010995674:mpeg21:p006.
Marleen van den Berg, Joods Rotterdam, Vervolging, Ontrechting, Terugkeer en Rechtsherstel (Amsterdam 2025), 217 – 224.
Marianna Bouwman Beffie, kaart Joodsche Raas, Arolsen Archives, 130266005 (Marianna BOUWMAN BETTIE).
Levie Bouwman, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives, 130265993 (Levie BOUWMAN).
Louis Bouwman, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives, 130265999 (Louis BOUWMAN).
Izaak Bouwman, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives, 130265981 (Izaak BOUWMAN).
Eliza Johannes Marius de Kat, Stadsarchief Rotterdam, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer 851-233.
Marleen van den Berg, Joods Rotterdam, Vervolging, Ontrechting, Terugkeer en Rechtsherstel (Amsterdam 2025) 283.
illustratie:
Paaschboter, Weekblad voor Israëlietische huisgezinnen, 11 april 1902. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005413015:00001.
Makelaarskantoor, “Nieuwe Rotterdamsche Courant”. Rotterdam, 19-12-1929, p. 9. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010030643:mpeg21:p009.
gepubliceerd:
24 november 2025
laatst bijgewerkt:
5 maart 2026