Markus Velt

Het filmorkest van het Luxor Theater stond vanaf 1924 onder leiding van Marc (Markus) Velt (Rotterdam, 16 december 1887 – Auschwitz, 19 november 1943) en was ongekend populair. Het blijft tot 1939 in functie, terwijl vanaf 1929 muzikanten langzaam maar zeker uit bioscopen verdwenen – de sprekende film doet zijn opmars en de orkesten zijn niet meer nodig. Marc was gehuwd met Rica Velt (Amsterdam, 24 april 1890 – Auschwitz, 19 november 1943) en hadden een zoon Adolf (Rotterdam, – Auschwitz, ). Hun laatste adres was de 2e Middellandstraat 2a voordat ze naar Amsterdam vertrokken, waar het gezin in het begin van de bezetting op de Prinsengracht 862 woonde. Marc belandde in Westerbork; hij was er pianist in het orkest van dit kamp.

Filmbegeleiding
Op 27 april 1929 gaf Marc in Voorwaarts, sociaal-democratisch dagblad een inkijkje in het spelen van muziek bij de stomme film:

‘Over het witte doek schimmen de spelfiguren. In ’t diepe duister zit het publiek. Verscholen in de orkestbak werken de musici. Hun muziek droomt, klaagt of jubelt, past zich aan bij al de wisselende stemmingen der beelden, die voor korte tijd al de gedachten aan het dagelijkse bij de toeschouwers doen verdwijnen. En als het goed is, is het een eenheid: klank en beeld. Dan is de muziek niet de simpele illustratie, maar dan is zij de versterker en aanvuller en dan hoort men haar niet! Het is interessant met een man van ’t vak over die dingen eens te praten. Juist omdat zij zo gewoon voor ons zijn geworden. Wie onder ’t publiek denkt aan het hoe, aan den arbeid die vooraf moest gaan vóór de eenheid gebouwd was? Zeker, wij hebben alleen maar met het resultaat te maken, met het bouwwerk en niet met de stenen, waaruit het ontstond, maar toch…. We hadden er zo terloops wat over gepraat, maar dat was in de kring geweest, waarvan Gustaf Fröhlich het middelpunt was.

Marc Velt

U weet wel: Gustaf Fröhlich (Duitse acteur – red.) de man uit „Asphalt”. Als de filmster spreekt, zwijgt de normale mens en dus zei Marc Velt toen niet veel. Het onderwerp lokte nu echter en spoedig was de afspraak gemaakt. Achter, onder de coulissen, in de keldergewelven van het Luxor Palast heeft Velt, de bekwame kapelmeester, zijn werkvertrek. Een trapje af achter, een gang door. Een kamer met een betonnen vloer. Anders zou je er niet mogen roken. Er is een lange tafel, een soort breed aanrecht en daarboven zijn vakken.

Muziek, muziek, muziek! Klasieke en moderne, ouvertures, walsen, polka’s, shimmies en trottjes. Wat u maar wilt. Uit voorraad leverbaar! Uit die voorraad moet de begeleiding van de nieuwe film worden opgebouwd. Als het een belangrijke film is, ga ik hem eerst gewoon zien, vertelde Velt. Dat gebeurt dan op maandag voor de vrijdag van de eerste vertoning. Zien zonder meer. Daarop volgt dan de tweede vertoning, die ik met de chronometer in de hand controleer. Als ik bel, stopt de operateur ogenblikkelijk. Zo kan ik dan een schema maken van de film, onderverdeeld in seconden. Ik noteer daarbij het karakter van elk beeld. Met die aantekeningen duik ik dan in mijn kamer. Ik laat de hele film in gedachten nog eens weer voorbijgaan en als de indruk sterk geweest is, m.a.w. als de film een uitgesproken eigen sfeer heeft, hoor ik de muziek al wel, die erbij past.

Maar hoe lastig is het ook vaak! Uren zoek je soms naar een brokje, dat past bij een filmfragment van 12 of 15 seconden. De muziek moet immers ook in toonsoort aansluiten aan hetgeen vooraf gaat Dan komt het uitzoeken en aaneensluiten, ’t Zijn allemaal brokstukken, die we nemen. Twaalf maten hiervan, acht daarvan. Tien maten spelen, vijf en twintig couperen, acht maten spelen enz. enz. Het wordt een hele bundel natuurlijk. Elke musicus krijgt in een map de muziekstukken, in volgorde voor zich te liggen. Alles met de aantekeningen wanneer, vanwaar en tot hoever. Voor het „Journaal” met zijn telkens wisselende kijkjes en stemmingen, met beelden uit alle werelddelen en in alle denkbare stemmingen, herhaalt zich dit alles natuurlijk. Alleen, dient ’t in veel vlugger tempo te geschieden, aangezien het „Journaal” ons eerst donderdagavond bereikt. En de volgenden avond moet alles immers gereed zijn. Voor de kluchten hebben we alleen een rij in toonsoort aansluitende moderne dansen uit te zoeken. Bij de Amerikaansche klucht wenst men de foxtrott, de shimmy, de wals. Jazz, jazz! Men komt soms plotseling voor de zonderlingste moeilijkheden te staan. In de film, die de komende week vertoond zal worden heb ik achttien maten nodig van een bepaald soort Engelsche matrozendans. De muziek daarvoor heb ik nergens kunnen krijgen. Ja, dan zit er niets anders op dan dat je maar zelf aan ’t werk slaat en die muziek schrijven.

Aan ’t eind van de lange tafel lagen de mappen van der musici. Pakken muziek voor „Asphalt”. Een aardig amusement is het daar eens in te bladeren. Ziedaar de oogst. Eenvoudig overgeschreven uit een der mappen: Ouverture „Fidelio”, 34 maten. Coupure naar het allegro, tot titel 7. Beeld van den straatmaker (tot „alles draait”). Fröhlich komt binnen, „shimmy shimmy”, 16 maten.

Vader steekt sigaar op. Het teeken is: een vogel: „Liebe schafft Rat” (allegro tot het einde). Mensen voor ’t café. Auto’s. Muziek: „Einzug der Frühlingsblumen”. Beginnen bij de 16e maat. Tot: meisje met spiegel. Einde eerste acte.
Tweede acte. „Nocturno”. 16 maten. Verkeersagenten. De juwelier verschijnt. „Misterioso erotico”. De agent neemt de parapluie: „Inspiration”. Hij tikt het meisje op den schouder. „Sommeil d’artiste”. Het meisje neemt de poederdoos. „The Vampire”. Het meisje in bed. „Elegie”. Vader gaat weg. „Toutes fleurs”. Agent alleen. „Dramatic andante”. Twee bewakers. „Pizzicato mysterioso”. Hij schrijft adres. „Du weiszt”. Zoo gaat het door tot de organist invalt.

Het publiek merkt de overgang meestal niet eens, omdat…. alles zo precies geregeld is. Het gaan, zowel als het komen. Bij titel 76 van de film moeten de musici in de orkestbak teruggekeerd zijn. De moeder komt binnen. Alles klaar? Het meisje komt binnen…, ’t orkest valt in. „Célèbre romance” van Rubinstein. Krijgt u een beeld van het metier? Begrijpt u hoe de kapelmeester geen seconde zijn gedachten den vrije loop kan laten, zonder daarvoor dadelijk gestraft te worden met…. een fout? Als in de film „De Hongaarsche Rhapsodie” de zigeuner van het strijkje plotseling afbreekt met drie jagende streken, moet ook de concertmeester van ’t orkest die drie streken laten horen. Hij is immers het beeld! Als het klopt – en het is in orde! – merken slechts enkelingen het. Als het niet klopt, constateert bijna iedereen de fout.

Ruim achttien jaar ben ik nu in het vak, vertelde de heer Velt en in dien tijd heb ik steeds sterker de overtuiging gekregen, dat filmmuziek alleen dan goed Is als ze niet opvalt. Ze moet een éénheid zijn met de film. Dezer dagen ontmoette ik een kennis. Geen musicus. Heb je „Asphalt” gezien? Ja. Hoe vind je de film? Boeiend. En ’t orkest? Hij keek me even aan. Eerlijk gezegd, zei hij toen, moet ik je zeggen, dat ik er niets van gehoord heb. Ziet u: dat beschouwde ik als een compliment. Is het eigenlijk niet eigenaardig? Daar is een schare uitnemende musici, onder leiding van een zeer bekwamen kapelmeester. Ze geven zich geheel in hun werk en hebben daarbij als bewijs van hoogste volmaaktheid slechts deze wens: dat zij niet gehoord worden! Kan het nóg bescheidener? Waarlijk, dit komt zelden, zeer zelden voor.

Jubileum
In 1930 zat Marc 25 jaar in het vak. Naar aanleiding daarvan verscheen in het Rotterdamsch Nieuwsblad van 23 januari 1930 een interview. Hij meldde daarin onder meer op de vraag dat hij 25 jaar in het vak zat: ‘Eigenlijk zit ik langer in het vak. Mijn eerste engagement kreeg ik al toen ik 8½ jaar was. Ik had een aardige hand van piano spelen. Ik was er al héél vroeg gek op geweest. Toen ik zes was, luisterde ik altijd mee als mijn broer les had van Koos van Dinteren, een oom van Chris. Ik probeer de de lessen na te spelen en kreeg, toen ik zeven was, zelf les.

Het engagement op die leeftijd kwam als volgt: In de Eleonorastraat was een danszaaltje en daar had men een goedkope pianist nodig, ’s avonds van 8 tot 10. Het oog viel op mij, een achtjarig Jongetje en het contract werd gesloten; ƒ 0,25 per avond….. De eindtijd was 10 uur. Maar soms moesten ze mij om 9 uur al wegdragen, zo’n vreselijke slaap… Toch goed geweest, dat ik het gedaan heb. Een musicus moet ritme leren en dat leert hij uitstekend in een dansschool.

En toen les gehad- van Sikemeyer. Daarna met een ensemble, ‘so eine Kapelle’, naar Berlijn geweest en daar onderwijl nog 1½ jaar gestudeerd bij Schwabe en toen weer. naar Holland: Amsterdam Rembrandtplein, Mille Colonnes. Dat beschouw ik als het beginpunt van mijn loopbaan. Ik bleef er 18 maanden, werkte nog even in Rotterdam (Loos) voor vier maanden en raakte daarna voorgoed in het bioscoopbedrijf. Eerst een klein jaar, in Cinema de la Monnaie te Amsterdam. Toen Union in Amsterdam – 3½ jaar. Niet uitvlakken; nooit vakantie en iedere dag matinee! Natuurlijk, een muzikale illustratie behoefde nog niet dat te zijn. Maar met zo’n trio had je toch ook nooit een maat rust. En toen ben ik 1½ jaar geweest in de Passage-bioscoop te Amsterdam waar mijn tegenwoordige directeur, de heer Bollongino, toen ook de lakens uitdeelde. Daar speelde ik ’s zondags gedeeltelijk alleen en had ik een vast publiek, dat naar m’n fantasieën kwam luisteren.  In Rotterdam teruggekeerd, was ik eerst drie jaar pianist in Cinema Royal en kwam daarna in Luxor. Dat is nu 8½ jaar geleden, waarvan ongeveer 8 jaar als leider en organist.

In Rotterdam heb ik bij A. B. H. Verhey gestudeerd. Hij is inmiddels overleden. Tweemaal concerteerde ik met het Philharmonisch Orkest, eens onder leiding van Feltzer en eens onder leiding van Verhey. En er waren twee kamer muziekavonden van het Philharmonisch met Marius Dado (viool) en Willem de Jong (cello). Het concert van Griep, dat ik met Verhey gespeeld heb, zal ik binnenkort weer geven op „mijn avond”.

De heer Velt koos uit enkele ter beschikking staande films een film van Himansu Rai, ‘De Dobbelstenen van het Noodlot’, een oosterse film dus, met oosterse artiesten, die hem gelegenheid geeft van zijn talent als blijk te geven. Men verzoekt ons nog mee te delen, dat niet het Philharmonisch Orkest het Piano concert van Grieg zal begeleiden, maar het Luxor-orkest, versterkt met een groot aantal leden van het Philharmonisch, die zich spontaan hiervoor disponibel hebben gesteld.

Feestavond
Voor Marc Velt werd er op 27 januari 1930 een speciale feestavond in het Luxor Palast georganiseerd na een speciale filmvoorstelling op 24 januari in verband met zijn jubileum. Er trad een balletgroep op, Marc speelde het piano-concert van Grieg en een groot aantal leden van het Rotterdamsch Philharmonisch Orkest onder leiding van Eduard Flipse trad op. Het Grieg-concert trof de aanwezigen, men zag Velt zelden als klassiek pianist. Directeur Bollongino hield een toespraak en de jubilaris kreeg een ets.

 

 

bron:
MARC VELT.. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 23-01-1930, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 16-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011001983:mpeg21:p013.
Hoe ontstaat Filmbegeleiding? ZATERDAGAVOND-BIJLAGE VAN VOOR WAARTS EN GOUDSCH VOLKSBLAD. “Voorwaarts : sociaal-democratisch dagblad”. Rotterdam, 27-04-1929, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 16-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010212462:mpeg21:p011.
ROTTERDAM. Huldiging van Mare Velt. Specialefeestvoorstelling in „Luxor”. “Voorwaarts : sociaal-democratisch dagblad”. Rotterdam, 28-01-1930, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 16-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010212691:mpeg21:p007.
Filmvoorstelling, Advertentie. “Voorwaarts : sociaal-democratisch dagblad”. Rotterdam, 23-01-1930, p. 11. Geraadpleegd op Delpher op 16-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010212687:mpeg21:p011.

illustratie:
MARC VELT.. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 23-01-1930, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 16-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011001983:mpeg21:p013.
Hoe ontstaat Filmbegeleiding? ZATERDAGAVOND-BIJLAGE VAN VOOR WAARTS EN GOUDSCH VOLKSBLAD. “Voorwaarts : sociaal-democratisch dagblad”. Rotterdam, 27-04-1929, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 16-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010212462:mpeg21:p011.
Filmvoorstelling, Advertentie. “Voorwaarts : sociaal-democratisch dagblad”. Rotterdam, 23-01-1930, p. 11. Geraadpleegd op Delpher op 16-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010212687:mpeg21:p011.

gepubliceerd:
16 december 2025

laatst bijgewerkt:
16 december 2025