Onderduikers Nieuwe Kerkstraat 81 Hillegersberg / Oproep

Een lezer van de site uit Oslo komt uit een Nederlandse familie en zijn grootouders woonden op de Nieuwe Kerkstraat 81a in Hillegersberg. Tijdens de oorlog hadden zij Joodse onderduikers in hun kelder. Naar deze onderduikers is hij op zoek. Wat is er bekend?

Leendert Hoogerwerf (Kralingen, 17 september 1883 – Rotterdam, 30 augustus 1966) was gehuwd met Jannigje Wismeijer (Rotterdam, 21 februari 1885). Tijdens de oorlog woonden zij op de Nieuwe Kerkstraat 81a in Hillegersberg. Onder de vloer van dat huis heeft een Joods echtpaar zich schuilgehouden. Binnen de familie werd ook na de oorlog dit verhaal verteld. Dit echtpaar zou bij de Joodse onderneming Kaufmann’s Huidenhandel hebben gewerkt. Daar waren ze leidinggevenden.

Het echtpaar zou daar een groot deel van de oorlog hebben gewoond, op de vlucht voor de Duitsers. Er stond een bijl in de hal, die de ingang van de schuilplaats was. Oma Jannigje had altijd een emmer water en een dweil klaarstaan ​​boven het luik en elke keer als de deurbel ging, was ze druk bezig de vloer te schrobben…
Na het overlijden van Leendert nam zijn zoon Leendert (1912) het huis over. Een familielid is daar onder de vloer gekropen nadat hij de geschiedenis had ontdekt en vond daar kaarsresten, een kandelaar, een paar roestige olielampen en diverse “rommel”. Hij heeft dit niet opgeruimd en laten liggen. Het huis werd later verkocht en de ruimte onder het huis is nu niet meer toegankelijk.
De mogelijkheid dat er onder de vloer ondergedoken kon worden, klopte. Het huis is gebouwd op een steil aflopend perceel. Aan de lager gelegen kant van het huis, die uitkijkt op het kanaal, is er praktisch stahoogte onder de normale vloer.

In oktober 2013 werd het huis aan de Nieuwe Kerkstraat bezocht. Het luik was er nog steeds en toegankelijk. Het bleek dat er meer dan genoeg ruimte was om je daar te verstoppen. De gemeente had in de tussentijd een nieuwe afvoer aangelegd en was de oude betonnen vloer opgebroken.

Kaufmann’s Huidenhandel was voor de oorlog de grootste lederhandel van Nederland. Ze waren gevestigd in een pand aan de Westzeedijk / Looiershof 1 in Delfshaven – Rotterdam. De personen onder de vloer zou uit het management van Kaufmanns Huidenhandel moeten zijn geweest. Er werd contact opgenomen met de familie Kaufmann, omdat aangenomen werd dat een familielid een logische keuze zou zijn voor de managementfunctie.

Via een tip leek het dat het moest gaan om Hans Kaufmann en zijn vrouw Alice Germain Wolff.

In 2013 werd contact opgenomen met Peter Gerard Kaufman in Lausanne. Hij liet weten:

Lausanne, 21/3/2013
Dear Mr. Hoogerwerf,
My parents, Hans Gustav Kaufmann & Alice Germaine Wolff, sailed from Rotterdam towards the end of April 1940 aboard the Alcyone to Buenos Aires.
I consider ourselves more than lucky in this respect.
Yours sincerely,
Peter G. Kaufmann

Dit was een doodlopende weg. Het hoefde niet per se een Kaufmann te zijn. Er waren destijds ook andere Joodse mensen die directeur waren van Kaufmanns Huidenhandel NV. Het zou kunnen gaan om:

Meijer Cats (16 maart 1895 – 28 januari 1983), directeur van Kaufmanns Huidenhandel. Officier in de Orde van Oranje Nassau. Er waren twee directeuren bij Kaufmann. De ene, Mogendorff, kwam in Bergen-Belsen om, de andere, Meijer Cats, overleefde Bergen-Belsen en de oorlog.

Abraham Mogendorff (Gouda, 23 mei 1891 – Bergen-Belsen, 24 januari 1945), trouwde op 5 juli 1917 met Hanne van Danzig. Hun zoon Gerard is waarschijnlijk ook in Bergen-Belsen omgekomen.

Er werd contact opgenomen met de familie Cats. Van hen kwam het volgende antwoord:
‘Wat betreft de mail van de heer Hoogerwerf. Ik heb Meijer Cats, mijn oudoom en enige broer van mijn grootmoeder Alie van Noordwijk-Cats, redelijk goed gekend, maar bij mijn weten zijn hij, zijn vrouw Eef en hun drie kinderen (Jopie, Zus (bijnaam, echte naam Kaatje?) en Hans) nooit ergens ondergedoken geweest. Zij woonden op de Molenlaan in Hillegersberg en zijn volgens mij vandaar naar Westerbork gegaan. Meijer was huidenhandelaar en mijn moeder heeft altijd verteld dat hij in de oorlog vaak genoeg aanbiedingen van leerlooiers in de Langstraat kreeg om bij hen onder te duiken, maar dat hij die pertinent afsloeg.
In Westerbork was hij lid van de Joodsche Raad (daarvoor in Rotterdam misschien ook al, maar dat weet ik niet) en van daaruit zijn Meijer, Eef, Jopie en Hans in Bergen-Belsen terechtgekomen, waar ze toevalligerwijs werden herenigd met hun middelste dochter Zus. Vanwege haar Argentijnse (bevriende natie van nazi-Duitsland) paspoort – vanwege zijn handel verbleef Meijer regelmatig in Buenos Aires, waar Zus is geboren – is zij aanvankelijk niet opgepakt. Zij is naar Parijs gegaan, vanwaar ze op een bepaald moment toch ook naar Bergen-Belsen is weggevoerd.
Wonderlijk genoeg heeft het hele gezin van Meijer Bergen-Belsen overleefd. Op een van de transporten aan het einde van de oorlog is hun trein bevrijd door de Russen. Na veel omzwervingen en hoogstwaarschijnlijk ernstige ontberingen zijn zij allen teruggekeerd in Nederland en pas toen ze weer ’toonbaar’ waren zijn ze in Rotterdam verschenen, waar ze in een ander huis op de Molenlaan zijn gaan wonen.
Mijn moeder heeft nog een compilatie van oude familiefilmpjes waarop allen te zien zijn (voor, in – met ster- en na de oorlog). Ze zijn gemaakt door Leon Swaab, neef van mijn grootmoeder Alie en haar broer Meijer en enthousiast amateurfilmer.
Dit verhaal is mij door mijn moeder talloze malen verteld, maar het kan goed zijn dat er allerlei informatie (bijvoorbeeld over een eventuele onderduik in Hillegersberg) ontbreekt of niet klopt, ook al omdat Meijer en Eef na de oorlog hebben besloten over de hel van Bergen-Belsen nog ooit met iemand of met elkaar een woord te spreken. Ik zal de mail van de heer Hoogerwerf doorsturen naar Lies Cats, de weduwe van zoon Hans. Van de kinderen van Meijer is alleen de oudste, Jopie, nog in leven. Misschien beschikt Lies of beschikken haar kinderen over andere en in elk geval meer informatie. Als je wilt, kun je mijn verhaal vast doorsturen naar de heer
Hoogerwerf. Ik ben geïnteresseerd in zijn versie van het verhaal en de foto’s.’

Grofweg schrijft ze dat ze er geen vertrouwen in heeft dat dit Meijer Cats is geweest, maar ze weet het niet zeker en sluit het ook niet helemaal uit.

Dus nu nog onderzoeken of het Abraham Mogendorff zou kunnen zijn. Het probleem hier is dat Mogendorff in Bergen-Belsen is omgekomen tegen het einde van de oorlog. Het kan daarom moeilijk/onmogelijk zijn om contact te krijgen met overlevenden…

Niet het gezin Cats
Dat het niet het gezin Cats is geweest blijkt uit dit artikel.

Verder is er contact geweest met Tom Verwaijen, een expert in Nederland op het gebied van de Joodse geschiedenis tijdens de oorlog. Hij heeft contact gehad met een opvolger van Abraham Mogendorff, die nu 94 jaar oud is, maar geestelijk nog zeer gezond. Zij gaf hetzelfde antwoord als ik van Cats kreeg: ze denkt niet dat het Mogendorff kan zijn geweest, maar weet het niet zeker en sluit het ook niet uit.

Helaas zullen we waarschijnlijk nooit de waarheid over dit verhaal weten, er zijn te veel jaren verstreken en te veel generaties verloren gegaan.

Ik ben er, gebaseerd op de overgeleverde familiegeschiedenis, volledig van overtuigd dat het verhaal waar is en zich heeft afgespeeld. Ik geloof ook dat het Mogendorff of Cats moet zijn geweest. Cats is voor mij de meest waarschijnlijke kandidaat, onder andere omdat zijn huis niet ver van de Nieuwe Kerkstraat lag – slechts 7-8 minuten lopen.

Jan Hoogerwerf

De belangrijkste vraag hierbij is: is er een lezer die iets meer van dit verhaal weet?  Reacties zijn welkom via deze link.

 

met dank aan:
Anne Schram – Ouweneel,
Dini Heijden