
Zittend van links naar rechts: Michiel Winkel (tekenen), dr. Matthijs van Rees (wis- en natuurkunde), mej.dra. Mathilde Henriëtte Pool (Engels), mej. Eva Sanders (lichamelijke oefening), mej.dra. Helene de Beer (Duits), Israël Spanjar (Frans), dr. Simon Wijnberg (rector, oude talen) en Samuel Simon Noach (conrector, Duits).
Staand van links naar rechts: dr. Elchanan Stein (oude talen), Joseph Gotlieb (aardrijkskunde), drs. Jacob Philip van Praag (Nederlands), dr. Juda Joseph Vleeschhouwer (scheikunde), drs. Gabriël Emile de Groot (oude talen), James Brandel (handelswetenschappen) en mr. Emanuel Hamburger (geschiedenis, staatsinrichting).
Op de foto ontbreekt dr. Emanuel Arnoud Maurice Speijer (natuurlijke historie). Collectie Historiefoto’s, toegangsnummer 4282.
Met ingang van 1 september 1941 mochten Joodse leerlingen niet meer op dezelfde school zitten als niet-Joodse leerlingen. De bezetter droeg de gemeente Rotterdam op om voor Joodse leerlingen Joodse scholen op te richten. Een van die scholen was het Joods Lyceum. De officiële naam was Gemeentelijk Lyceum voor Joodse leerlingen.
Simon Wijnberg (Winschoten, – Rotterdam, ) was voor de Tweede Wereldoorlog leraar Klassieke Talen op het Rotterdamsch Lyceum. Op 22 november 1940 werd hij bij de rector Schrijver geroepen en kreeg van hem te horen ‘ik moet je ontslaan en ik ontsla je hierbij’. Vervolgens was Simon werkloos tot september 1941. De Joodse leerlingen mochten na de zomervakantie in 1941 niet meer terugkeren naar hun scholen en de bezetter richtte Joodse scholen op, als onderdeel van de segregatie. Simon werd rector van het Joodsch Lyceum en bleef dat tot maart 1943. Wat is er bekend over Simon?
Simon was een zoon van Wolf Wijnberg (Winschoten, – Winschoten, ) en Hulda Aptroot (Leek, – Winschoten, ) en had de volgende broers en zus: Mozes (Winschoten, – Auschwitz, ), Betje (Winschoten, – Sobibor, ) en Julius (Winschoten, – Midden-Europa, ).
Simon was gehuwd met Selma Elisabeth Manassen (Tiel, 21 maart 1904 – 29 december 1998) en zij hadden een zoon Walter Jacques (Rotterdam, 15 juni 1932 – Voorschoten, 27 april 2012). Ze woonden vanaf 1932 op de Beukelsdijk 62b.
Het gezin van Simon heeft tijdens de jaren van de bezetting het zeker niet makkelijk gehad. De Joodse identiteit was bekend en op 23 maart 1942 werd Simon door de Sicherheitspolizei gearresteerd wegens ‘a-sociale handelingen’. Deze werden niet verder gespecificeerd maar hij bleef vastzitten tot 4 april 1942. Hij kon op die dag weer naar huis gaan en verder met zijn werk als rector. Vanwege zijn functie had Simon een Sperre (voorlopig uitstel van deportatie) en werd niet doorgezonden naar Westerbork. Het betekende niet dat Simon en Selma de Sperre volledig vertrouwden. In het gezin werd gesproken over een vlucht naar Zwitserland, maar nadat familieleden die deze tocht ondernamen werden opgepakt werd dat dit plan afgezien.
| Een van de lezers van de website laat zijn herinneringen weten aan Simon Wijnberg: ‘Dr. Wijnberg heb ik goed gekend gedurende mijn gymnasiumperiode in Rotterdam (1961-1967) aan het voormalige Caland Lyceum te Rotterdam. Hij was t/m mijn eindexamen gymnasium Alpha in ’67 één van mijn geliefde leraren Latijn en Grieks. Ik draag, ongetwijfeld met (nog levende) klasgenoten, goede herinneringen aan deze bijzondere man, die soms midden in het klasgebeuren uitingen deed over de wandaden van het naziregime en de wijze waarop in Oostenrijk indertijd na de oorlog “recht werd gesproken” over de misdaden, die hij dan als ‘poppenspel’ o.i.d. kwalificeerde. Dat maakte indruk. Een markante opmerking plaatste de heer Wijnberg in mijn gymnasiumklas 5 of 6 alpha (ca 1966) nog eens toen een klasgenoot van mij bij een mondelinge vertaling in de klas uit het Latijn het ”waagde” het daar voorkomende Latijnse werkwoord “transportare” gemakshalve maar te vertalen met ”transporteren”. U voelt het al aan, dat was natuurlijk uit den boze. Hij antwoordde terwijl het stil werd in de klas ongeveer: ”Dit is geen juiste vertaling. Transporteren deden de Duitsers in de oorlog”. Wijnberg sprak soms ook het Nederlands als vertaald Latijn: ”Jongelui, zit mij niet tegen de verwarming aan”. Typische Latijnse grammaticale constructie. Hij reed in een grote Fiat 2300, en als hij voorbijreed langs ons fietsende scholieren, zag je alleen zijn hoed, klein van stuk als hij was. De bijnaam die hij had was niet zo vriendelijk eigenlijk: “Bolletje”, zoals hij veelal werd aangehaald. Dat vond ik maar niks. |
Het gezin kwam op de Lijst Frederiks terecht, een lijst met Joden die van maatschappelijk belang waren. In de herinnering van zoon Walter Jacques moest het gezin eind maart 1943 naar Huize De Biezen in Barneveld waar ze met een stadsbus naartoe vervoerd werden. In september 1943 gingen ze met een normale personentrein naar Westerbork, daar werden ze gehuisvest in Barak 85; een aparte barak voor personen op de Barneveld-lijst. Ze waren volgens zoon Walter Jacques de laatste grote groep Joden die in het kamp aankwamen. Vader kreeg werk in het kamp en was er magazijnmeester in de garage. Daar werden de auto’s van de bewakers onderhouden. De kinderen mochten niet rondzwerven door het kamp.
In september 1944 werd het gezin gedeporteerd naar Theresienstadt. Na een reis van enkele dagen kwamen ze daar aan. Omdat Theresienstadt een doorgangskamp was, net zoals Westerbork, heerste er dezelfde angst. Moest je op transport of mocht je nog blijven? Daar zaten ze op een zolder van de kazerne. Walter bracht er boodschappen rond. Hij kreeg roodvonk en kwam er op een ziekenzaal terecht.
Begin februari 1945 ontstond het gerucht dat er een transport naar Zwitserland zou gaan. Door deze toelating van Joden aan het einde van de oorlog wilden de Zwitsers laten zien dat ze niet alleen neutraal waren maar ook aan de goede kant van de geschiedenis hadden gestaan.
Een groot deel van de Barneveldgroep ging inderdaad op 5 februari 1945 naar Zwitserland. De meest gerenommeerde Joden hielden de nazi’s als gijzelaar in Theresienstadt. In april/mei 1945 kon Walter naar het Prinses Beatrix Lyceum in Glion sur Montreux waar hij in enige maanden de eerste klas doorliep. Simon werd daar plaatsvervangend conrector.
In augustus 1945 kon het gezin terug naar Nederland. De trein ging naar Eindhoven, waar ze in een magazijn van de Philips-fabrieken werden opgevangen. Later kon Simon terug naar het Rotterdamsch Lyceum. Er werd niet gesproken over de ervaringen in de kampen. In Rotterdam had men toch de Hongerwinter meegemaakt, er was dus geen belangstelling.
bron:
Marleen van den Berg, Joods Rotterdam, Vervolging, Ontrechting, Terugkeer en Rechtsherstel (Amsterdam 2025) 98, 99.
Johan Knoester, We kwamen als laatste groep in Westerbork aan, Geschiedenis van Zuid-Holland (2 mei 2009) https://www.geschiedenisvanzuidholland.nl/verhalen/verhalen/we-kwamen-als-laatste-groep-in-westerbork-aan/ (geraadpleegd 16 november 2025).
Simon Wijnberg, Stadsarchief Rotterdam, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer 851-546.
Simon Wijnberg, Stadsarchief Rotterdam, 63 Archief van de Gemeentepolitie Rotterdam, inventarisnummer 3501.
Simon Wijnberg, Stadsarchief Rotterdam, 63 Archief van de Gemeentepolitie Rotterdam, inventarisnummer 3759.
Simon Wijnberg, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives, 130400020 (Simon WIJNBERG).
Herinnering D. van Efferen (email 2 december 2025 en email 5 december 2025).
illustratie:
Stadsarchief Rotterdam, beeld en geluid. 1978-2600 Groepsportret van docenten van het Joods Lyceum aan de Speelmandwarsstraat, vermoedelijk begin 1942.
Zittend van links naar rechts: Michiel Winkel (tekenen), dr. Matthijs van Rees (wis- en natuurkunde), mej.dra. Mathilde Henriëtte Pool (Engels), mej. Eva Sanders (lichamelijke oefening), mej.dra. Helene de Beer (Duits), Israël Spanjar (Frans), dr. Simon Wijnberg (rector, oude talen) en Samuel Simon Noach (conrector, Duits).
Staand van links naar rechts: dr. Elchanan Stein (oude talen), Joseph Gotlieb (aardrijkskunde), drs. Jacob Philip van Praag (Nederlands), dr. Juda Joseph Vleeschhouwer (scheikunde), drs. Gabriël Emile de Groot (oude talen), James Brandel (handelswetenschappen) en mr. Emanuel Hamburger (geschiedenis, staatsinrichting).
Op de foto ontbreekt dr. Emanuel Arnoud Maurice Speijer (natuurlijke historie). Collectie Historiefoto’s, toegangsnummer 4282.
Met ingang van 1 september 1941 mochten Joodse leerlingen niet meer op dezelfde school zitten als niet-Joodse leerlingen. De bezetter droeg de gemeente Rotterdam op om voor Joodse leerlingen Joodse scholen op te richten. Een van die scholen was het Joods Lyceum. De officiële naam was Gemeentelijk Lyceum voor Joodse leerlingen.
gepubliceerd:
16 november 2025
laatst bijgewerkt:
5 december 2025