Hans Max Hirschfeld

Dr. H.M. Hirschfeld, Directeur Generaal Handel en Nijverheid van het departement van Economische Zaken. Nederland, 1932.

Hans Max Hirschfeld werd op 29 mei 1899 in Bremen geboren als zoon van Mendel (Max) Leib Hischfeld en Clara Dorothea Julie Schaper. De ouders woonden vanaf 1933 op de Mathenesserlaan 366a. Hans had een broer Alfred (Achim, 26 juni 1895), Heinrich (Rotterdam, 26 februari 1901) en zus Else (Rotterdam, 20 maart 1903). Hij overleed in Den Haag op 4 november 1961.
Hirschfeld was een Nederlands econoom die in Rotterdam studeerde aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool (Erasmus-Universiteit) en daar in 1922 promoveerde. Drie jaar later ging hij naar Batavia, waar hij chef werd van de economisch-statistische afdeling van de Javasche Bank. In 1931 keerde hij terug naar Nederland en vlak voor de bezetting werd Max directeur-generaal van Handel en Nijverheid. Aangezien de regering in 1940 naar Londen vluchtte werden de directeurs-generaal eindverantwoordelijk voor hun departement. Hirschfeld bleef de hele bezetting op die post, wat uitzonderlijk was want met een Joodse vader en niet-Joodse moeder was Hirschfeld een halfjood. De nazi’s wilden doorgaans geen Joden op zulke posities, maar de kwaliteiten van Hirschfeld waren voor de bezetter zo hoog dat ze niet om hem heen konden.

Hirschfeld probeerde met zijn positie te bewerkstelligen dat werkloze Nederlanders niet in Duitsland te werk gesteld werden, hetgeen nauwelijks lukte. Wel was zijn aanblijven essentieel voor een eerlijke voedselverdeling. Bij het uitroepen van de algemene spoorwegstaking door de regering in Londen wilde Reichskommissar Seyss-Inquart dat levensmiddelen en brandstoffen niet meer naar het westen van Nederland gingen. Hirschfeld kon druk uitoefenen en de bezetter ging ermee akkoord dat er met schepen voedsel over het IJsselmeer naar het westen getransporteerd werd. De hongerwinter was niet meer te voorkomen, maar deze maatregel voorkwam een nog grotere massale sterfte in het westen van Nederland. Hier gebruikte Hirschfeld zijn invloed, maar bij zaken waarvan hij dacht geen invloed te kunnen uitoefenen, zoals de deportaties van Joden, deed hij niets dat is vastgelegd. Individuele Joodse Duitsers en Joodse Nederlanders werden echter wel geholpen door Hans. Hirschfeld was overigens fel gekant tegen de stakingen die vanuit Londen gedicteerd werden.

Hirschfeld en het verzet tijdens de oorlog hadden moeite met elkaar. Hij kwam onder vuur te liggen van de illegale pers en de regering in Londen. Hirschfeld zag zichzelf die de verantwoordelijkheid had en de orde moest bewaken. Hij onderhandelde met de bezetter terwijl uit die hoek en uit de hoek van de NSB hij keer op keer gewezen werd op zijn Joodse achtergrond.
Na de oorlog was Loe de Jong fel tegen Hirschfeld en zijn mening leidde tot een uitgesproken mening over hem. De Jong noemt Hirschfeld in zijn werk net zo vaak als Hitler. De naoorlogse zuiveringscommissie prees Hirschfeld voor zijn inzet voor de instandhouding van een redelijke basis van bestaan, maar meldde dat hij ook onvoldoende oog had gehad voor de geestelijke waarde van het verzet. De Jong onderschreef dit. Verder stelde De jong in deel 12 van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog dat Hirschfeld ‘een man van uitzonderlijke bekwaamheid en werkkracht was, maar cerebraal, afgesloten van emoties en steeds rationeel denkend: wat was haalbaar, wat niet?
De Jong had voor deze stelligheid een minimaal aantal ontmoetingen met Hirschfeld gehad, 15 jaar na de oorlog, en stelde zichzelf niet de vraag of de persoonlijkheid van Hirschfeld in die 15 jaar wellicht veranderd was – ook door de kritiek die hij te verduren kreeg. Deel van die kritiek was in die periode zelfs van De Jong geweest, hij had hem al eens een ‘slecht exempel’ genoemd. Hirschfeld’s ergernis over de bemoeienis vanuit Londen gedurende de oorlog – de beste stuurlui staan aan wal – betrof ook De Jong, want ook hij zat in die periode in Londen.

De Jong c.s. vond een tegenstander in hun beeldvorming van Hirschfeld in de econoom Piet van der Kooij, een medewerker van Hirschfeld. Hij stelt dat de opmerking van De Jong dat Hirschfeld zijn gevoel zou uitschakelen speculatief was. Van der Kooij stelde dat Hirschfeld een groot verantwoordelijkheidsgevoel had en hij wist dat zijn werk hem niet populair zou maken. De voedselvoorziening was voor hem essentieel, zoals deze voedselvoorziening ook essentieel voor het verzet was. Het verschil van inzicht over Hirschfeld leidde er toe dat Van der Kooij zich terugtrok (officieel om gezondheidsredenen) uit het bestuur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (nu NIOD).
Uiteindelijk werd Hirschfeld op eigen verzoek eervol ontslagen, maar al in 1947 werd er weer door de regering een beroep op hem gedaan. Nu om de voorbereiding en uitvoering van de Marshall-hulp te regelen en later als regeringscommissaris in Jakarta om de scheiding tussen Indonesië en Nederland in goede banen te leiden. Nadat hij definitief als ambtenaar stopte, bekleedde hij nog diverse commissariaten bij grote Nederlandse bedrijven.

Max Hirschfeld overleed in 1961.

bron:
Stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Max Hirschfeld
www.ambtenarengeschiedenis.plieo.nl, lemma Dr Hans Max Hirschelf, een ‘onphilosofies pragmaticus’ (geraadpleegd 8 mei 2017)
www.dedokwerker.nl, lemma Hans Hirschfeld (geraadpleegd 8 mei 2017)
Robin de Bruin, Dr Hans Max Hirschfeld, man zonder moreel kompas? Over de ontsporing van de beeldvorming (webpublicatie 2008).

illustratie:
Dr. H.M. Hirschfeld, Directeur Generaal Handel en Nijverheid van het departement van Economische Zaken. Nederland, 1932. This work is in the public domain in its country of origin and other countries and areas where the copyright term is the author’s life plus 70 years or less.

laatst bijgewerkt:
13 mei 2017