Ridderkerk

synagogeridderkerk
synagoge Benedenrijweg 9

Van 1863 tot 1931 was er een zelfstandige kille (Joodse gemeente) in Ridderkerk. Dit nadat de Joodse gemeenschap in 1862 een verzoek indiende bij de Koning om zo’n gemeente te mogen vestigen. Een van de sporen van deze gemeenschap is de zolder van het pand op de Benedenrijweg 9, waar ooit de synagoge was onder de rook van de zwaar hervormde Singelkerk.
Deze sjoel is gebruikt van 1835 tot 1924. In 1895 werd het 60-jarige bestaan van de sjoel groots gevierd en verscheen in het NIW het volgende bericht: ‘Zondag jl. vierde de Israëlitische gemeente te Ridderkerk feest en wel zoodanig, dat het de 75 feestvierenden een alleraangenaamste herinnering zal nalaten. Het betrof het 60-jarig bestaan der synagoge aldaar en het met deze samenvallende 25-jarig bestuurslidmaatschap van den penningmeester, den heer Simon den Hartog Azn. Des morgens ten 8 ure werd het gewone ochtend-gebed op een flinke wijze door den heer M. de Jong uit Rotterdam, belangloos verricht. Daarna nam de heer S. den Hartog Ezn., president der gemeente het woord en gaf in sierlijke bewoordingen den aanwezigen te kennen, welk genot het voor allen is, en hoe dankbaar gestemd men moet zijn een dergelijk kerkelijk feest mede te maken. Even dankbaar was hij ook namens de geheele gemeente aan zijn collega den heer S. den Hartog Azn., penningmeester, voor zijn 25-jarig bestuurslidmaatschap, en uitte daarbij den wensch, dat hij nog tal van jaren voor de gemeente en zijne familieleden moge gespaard blijven, waarbij hij den jubilaris namens gemeenteleden een prachtig souvenir aanbood. De heer den Hartog dankte in korte woorden allen, die tot dit cadeau hadden bijgedragen; alle aanwezigen voor hun belangstelling en den vorigen spreker voor zgn hartelijke en welgemeende toespraak. Daarna nam de weleerw. heer S. Dasberg, rabbijn te Dordrecht het woord. Deze schetste in zeer boeiende taal het genot, wat er in opgesloten ligt om van kerkelijke feesten gebruik te maken en lichtte dit door bijbelteksten toe, spoorde alle aanwezigen aan, den weg van godsdienst en zeden te bewandelen, herdacht en bracht hulde aan de stichters van dit bedehuis. Daarna droeg zgn weleerw. voor de geopende arke het gebed voor het Koninklijk Huis voor, waarop de heer M. de Jong “ledor mezmor”‘ en “jigdal” prachtig voordroeg. Door de Ridderkerksche vrouwenvereen. werd een uitmuntend feest aangeboden, waarbij de voorzitster der dames-vereeniging mevr. A. den Hartog-den Hartog in goedgekozen woorden allen dank bracht voor de buitengewone belangstelling door van heinde en ver deel te nemen aan dit feest. Nog eenige sprekers brachten toasten uit op den bloei en de welvaart van Israels gemeente te Ridderkerk.

1924
In 1924 waren er te weinig leden en te weinig financiën over om de diensten te kunnen houden. De voormalige synagoge bestaat uit 2 lagen en een zadeldak, dat een geheel vormt met aangrenzende panden. Het heeft vensters met zesruitsschuiframen. In het uit het begin van de 19e eeuw daterende pand bevindt zich op de verdieping een synagoge, verdeeld in een vrouwen- en mannendeel, die door een balusterhek met deur zijn verbonden. Over het mais was een houten koepelgewelf geplaatst. De sjoel was gevestigd in een woning en de woonbestemming is na 1924 weer hervat. Het aantal Joden in Ridderkerk heeft de gehele 19e eeuw rond de 60 gelegen, in 1930 zakte dit aantal tot 10.
Voor Ridderkerk een zelfstandige gemeente was ressorteerde men onder Dordrecht, in 1931 werd de gemeente weer samengevoegd met die van Dordt.

Oostendam, haven

Oostendam
Oostendam is een dorp dat bij de gemeente Ridderkerk hoort, maar tegen Hendrik Ido Ambacht aangeplakt zit. Het is een kleine buurtgemeenschap met meerdere winkels en cafés en een eens bloeiende haven.
Hier vestigde zich in 1925 Abraham den Hartog, geboren in 1867. Hij begint er een slagerij waar hij op Joods-traditionele wijze de dieren slacht. Abraham was getrouwd met Leentje en ze hadden 7 kinderen, voor de huwelijkssluiting Anna, en erna Elisabeth, Stijntje, Rozetta, Sara, Betrina (Tiene) en Simon. Anna werd verpleegster en stierf jong.
Het gezin stond bekend als gezellig en alle kinderen uit de buurt kwamen er over de vloer, “Het was net de zoete inval, je was er altijd hartelijk welkom”, herinnert een van de kinderen zich.
In de jaren dertig woonden er in de gemeente Ridderkerk nog ongeveer tien Joodse families. Toen de oorlog uitbrak had Simon inmiddels de zaak van zijn vader overgenomen en het gezin was zich al in het begin van de oorlog bewust van de dreiging. Wanneer de oproep in augustus 1942 komt lukt het het gezin om tot december 1942 uitstel te krijgen. Begin 1943 komen Abraham en drie van zijn dochters in Westerbork terecht en worden gedeporteerd naar de verschillende vernietigingskampen.

Verraad in Bolnes
rozendaalstijntjeOp 17 juli 1942 ging Stijntje Rozendaal-Lusse (Rotterdam, 3 augustus 1880) naar slager Van den Oever op Ringdijk 742 in Bolnes. Ze kent Van den Oever goed, ze weet dat hij te vertrouwen is want Stijntje verkoopt zonder ster band en garen aan huis. Daarvoor is ze wel vaker in Ridderkerk te vinden. In de winkel staat de slager met Arie den Breejen te praten, een lokaal bekende NSB’er. Arie herkent Stijntje en ziet dat ze haar ster niet draagt en Stijntje mag de winkel niet in. De NSB’er verlaat de winkel, men vermoedt om de politie te waarschuwen. De slager raadt Stijntje aan om te vluchten naar IJsselmonde, en niet in de richting van Ridderkerk aangezien daar waarschijnlijk de gealarmeerde politie vandaan zal komen. Helaas loopt Stijntje de politie – hoofdagent Huibert van Leeuwen – op de Ringdijk tegen het lijf, wordt gearresteerd en gaat mee naar het bureau voor verhoor. Onder politiebegeleiding gaat ze met de bus naar Rotterdam. Om 16 uur ziet de slager haar voorbijkomen, en zonder dat de bewaking het merkt geeft Stijntje de slager nog een groet.
In Rotterdam ging Stijntje naar het politiebureau aan het Haagsche Veer, daarna ging ze naar Westerbork. Aangezien ze communiste was ging ze van Westerbork naar de strafgevangenis in Scheveningen. Vanuit Scheveningen ging ze naar concentratiekamp Ravensbrück waar ze werd vermoord. Na de oorlog werden Den Breejen en Van Leeuwen veroordeeld voor hun rol bij de arrestatie van Stijntje.

Stijntje Lusse werd op 3 augustus 1880 in Rotterdam geboren. Ze trouwde met Salomon Rozendaal (Montfoort, 15 november 1876 – Rotterdam, 21 januari 1934). Ze kregen drie zoons, Jacob (Rotterdam, 15 november1902 – Rotterdam, 3 februari 1903), Jozef Jacob (Rotterdam, 13 december 1903 – Kamp Amersfoort, 31 december 1942) en Henri (Rotterdam, 4 september 1905 – Rotterdam, 5 mei 1929). Salomon was koopman in lompen. Zowel Stijntje als haar zoon Jozef Jacob waren betrokken bij de CPN.

 

bron:
diverse, waaronder de digigids van Ridderkerk,
AD 16 maart 2002,
communityjoodsmonument.nl,
R de Kreek,
de combinatie,
stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Salomon Rozendaal,
www.geni.com, lemma Salomon Rozendaal (geraadpleegd 27 maart 2016)
aanvulling Anna den Hartog, met dank aan Els de Winter
“BINNENLAND jubileum synagoge.”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 13-09-1895. Geraadpleegd op Delpher op 12-08-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858448:mpeg21:a0030

Laatst bijgewerkt:
12 augustus 2018