Loods 24

loods24
voormalig terrein, nu bebouwd

gebloods24luchtWat de Hollandse Schouwburg is voor Amsterdam is Loods 24 aan de Stieltjesstraat (Entrepotstraat) voor Rotterdam. Het was het voorportaal voor Westerbork, de plek waar Joden werden ‘verzameld’ en opgesloten tot de trein naar Westerbork vertrok. Van de Hollandse Schouwburg is een herdenkingsplaats gemaakt, van Loods 24 resteert de loods niet meer, maar wel een plaquette, een stukje van de muur die het terrein omheinde en een monument. Op de foto linksboven een deel van de uitleg waar de loods ten opzichte van de muur te zien is.

Loods 24 was gevestigd op het Gemeentelijk Haventerrein tussen de Spoorweghaven en de Binnenhaven. Het terrein lag ver van de woonwijken en was omheind door een twee meter hoge muur, waardoor niemand van de straat kon zien wat zich afspeelde op het terrein zelf. Het terrein had een goede infrastructuur, nabij was het station van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij aan de Rosestraat, de verbinding met de Joodse gemeenschappen op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden, en een goederenspoorlijn van de Nederlandse Spoorwegen met een aansluiting op het landelijke spoorwegnetwerk.
Volgens overleveringen was de Rotterdamse politie niet op het terrein aanwezig, wel om het terrein te bewaken en om op straat nieuwsgierigen op afstand te houden.

Het eerste transport vanaf Loods 24 met 1100 mensen vertrok in de nacht van 30 op 31 juli 1942. De bezetter kon het “werk” in Loods 24 beter geheim houden dan in Amsterdam, want de loods lag op een afgesloten haventerrein achter een twee meter hoge muur. Het terrein had via het goederenemplacement Feijenoord aansluiting op het spoorwegnet. Vanuit de bezetter gezien was deze locatie idealer dan die in Amsterdam.

De eerste oproep
Eind juli 1942 ontvingen tweeduizend Rotterdamse Joden, per aangetekende brief een oproeping van de Zentralle
für jüdische Auswanderung Amsterdam de oproep, die luidde:
‘U moet zich voor eventuele deelname aan een, onder politietoezicht staande,
werkverruiming in Duitsland voor persoonsonderzoek en geneeskundige keuring naar het doorgangskamp Westerbork, station Hooghalen, begeven. Daartoe moet u op 30 juli 1942 om 18 uur op de verzamelplaats Rotterdam Entrepotstraat, Loods 24, aanwezig zijn.’

Voor de eerste deportatie kregen zo’n 2.000 Joodse Rotterdammer een oproep, 1100 mensen gaven hier gehoor aan en hebben zich gemeld. De overige 900 bleven thuis of doken op dat moment onder.
In augustus kwam de tweede oproep, waar 800 mensen gehoor aan gaven en bij de derde oproep in september kwamen maar 500 mensen opdagen.
Deze manier was dus niet zo succesvol in de ogen van de bezetter en de nazi’s gingen middels razzia’s de mensen ophalen. Het vierde transport werd samengesteld uit Duitse en Oost-Europese Joodse vluchtelingen, die jaren eerder nazi-Duitsland waren ontvlucht. Daarna werden Joodse Rotterdammers tussen de 60 en 96 opgepakt en zij vertrokken op 8 oktober 1942. Een week later de vrouwen en kinderen van degenen die al waren weggevoerd. Eind oktober 1942 werden de mensen van huis opgehaald.

De opgeroepen verbleven vaak met hun hele gezin in de loods. Kinderen huilden, soldaten sloegen op de gevangenen in en men hield zich doorgaans stil, onder de indruk van alles wat zich om hen heen afspeelde. Hoog in de loods hingen luidsprekers. Op die manier werden aanwijzingen doorgegeven en familienamen opgenoemd. Aan tafels op ruwhouten schragen zaten personen bij wie men zich moest melden en die doorgaven of men naar de achterkant van de loods moest, waar de treinen voor transport klaar stonden. Volgens getuigen was de achterkant van de loods een plek waar gevangenen zelfmoord hebben gepleegd, waaronder een gezin met vier kinderen.

Opperrabbijn A. B. N. Davids had al voor de eerste deportaties een pastorale commissie opgericht van wel dertig leden voor morele en materiële steun. Deze commissie heeft een aantal zelfmoorden kunnen voorkomen. Op de avonden dat een transport vertrok waren leden van de commissie aanwezig om steun te verleden. De commissie lag regelmatig overhoop met de ‘Joodse Raad voor Amsterdam, bureau Rotterdam’, vanwege de overlappende werkzaamheden.

gebloods24
5 mei 2010

loods24-3Tussen oktober 1942 en februari 1943 waren er minder deportaties maar op 26 februari 1943 organiseerde de SD (Sicherheitsdienst) en de Nederlandse WA de volgende razzia en het Joodse weeshuis aan de Mathenesserlaan, het Joodse bejaardentehuis (Gesticht voor Israëlitische Oude Lieden en Zieken) aan de Claes de Vrieselaan en het Joodse ziekenhuis aan de Schietbaanlaan werden leeggehaald. In totaal 269 mensen gingen op transport naar Westerbork, inclusief mensen die doodziek waren. Deze “overwinning” werd gevierd door de WA, die in gesloten gelederen zingend in Rotterdam de straat opging.
Loods 24 werd tot 10 april 1943 gebruikt als verzamelpunt voor de Rotterdamse Joden en de Joden van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden.

De laatste Joden in Zuid-Holland, enkele tientallen waaronder de Joodse Raad bureau Rotterdam, moesten zich op 22 april 1943 in Kamp Vught melden.
Daarna waren er nog wat Sefardische Joden over en die moesten vertrekken in de zomer van 1943.
Eén van de laatsten die vertrok was – eind september 1943 – opperrabbijn A.B.N. Davids en het bestuur van de Rotterdamse afdeling van de Joodse Raad. Hij gaf gehoor zijn oproep en vertrok naar Westerbork. Hij stierf op 22 februari 1945 in Bergen-Belsen.

De arme Jodenbuurt (Helmersstraat en Ammanstraat, waar nu het Weena is) was door het bombardement van mei 1940 totaal verwoest.
Door de deportaties in 1942 en 1943 werd het Joodse sociale leven ontwricht en vernietigd. In 1942 werden 4.313 Rotterdammers gedeporteerd, in 1943 volgden 2.223 onschuldigen hetzelfde lot. In 1944 slaagde de politie erin nog 254 arrestanten (voornamelijk ondergedoken Joden) over te dragen aan de Duitse moordenaars. Zodoende kon 81% van de Joodse Rotterdammers worden vermoord.

verder:
De Stieltjesstraat liep voor de oorlog aan de andere zijde van de muur. De zijde die nu te zien is vanaf de rijweg is dus de zijde waar Loods 24 zich bevond. Op de foto hieronder het terrein waar Loods 24 zich bevond, aan de onderzijde van de foto. Vanaf het Poortgebouw zijn daaronder de verschillende loodsen van de Gemeentelijke Haveninrichting zichtbaar. Het is op deze foto ook duidelijk hoe geïsoleerd de ligging was en de grote afstand die er was tot woningen en daarmee mensen die de activiteiten zouden kunnen zien.

In februari 1987 werd het ‘Comité Herinnering Loods 24’ opgericht. De loods was toen al afgebroken, de spoorrails lagen nog op het terrein. Dit comité ging zich inzetten voor een permanente plek van herdenking bij de locatie van Loods 24. Dat is gerealiseerd, alsmede het daar aanwezige Kindermonument.

Luchtfoto van Rotterdam. Nieuwe Maas met Noordereiland en Maasbruggen, Koningshaven, Binnenhaven en Spoorweghaven. 1925 – 1935. Fototechnische Dienst Luchtvaartafdeeling, 2011-0439. Nederlands Instituut voor Militaire Historie, MInisterie van Defensie. Met vriendelijke toestemming d.d. 14 januari 2021

 

 

bron:
van Riet, F. A. M. Handhaven onder de nieuwe orde: de politieke geschiedenis van de Rotterdamse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog (Zaltbommel 2008), 234, 237, 239, 240, 242
wikipedia
“Loods 24 is niet langer een vergeten plek in Rotterdam”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1988/02/26 00:00:00, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 15-01-2021, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010860066:mpeg21:p003
Avi Magid, Ontsnapping uit Westerbork (Putten 1998) 26

Illustraties:
foto’s van nu © joodserfgoedrotterdam.nl, 5 mei 2010
Luchtfoto van Rotterdam. Nieuwe Maas met Noordereiland en Maasbruggen, Koningshaven, Binnenhaven en Spoorweghaven. 1925 – 1935. Fototechnische Dienst Luchtvaartafdeeling, 2011-0439. Nederlands Instituut voor Militaire Historie, MInisterie van Defensie. Met vriendelijke toestemming d.d. 14 januari 2021

gepubliceerd:
27 februari 2016

Laatst aangepast:

27 februari 2021