Hendrika Mathilde de Kat – Presser

RRita4 juli 1940

Hendrika (Rita) Mathilda Presser werd op 27 april 1910 geboren in Rotterdam, als dochter van koopman Salomon Eliazar Presser (Rotterdam, 5 juli 1880 – Rotterdam, 10 december 1947) en Sara Spetter (Rotterdam, – Sobibor, ). Hendrika had een jongere broer Eliazar Salomon (Rotterdam, 4 juni 1929). Het gezin woonde onder andere op de Diergaardelaan 48b, de Honingerdijk 11, de Avenue Concordia 11 en vanaf augustus 1935 op Oostzeedijk 116b. Rita kon de rechtenstudie in Leiden gaan volgen. Eigenlijk wilde ze medicijnen studeren om later mensen medisch te helpen, maar de rechtenstudie was betaalbaarder. Ze voltooide haar studie en ging werken in Rotterdam.

Op 21 oktober 1937 trouwde Rita met Mr. Otto Boudewijn de Kat (Rotterdam, 15 december 1900). Het was een gemengd huwelijk, de Remonstrantse Otto met de Joodse Rita. Ze gingen wonen op de Mathenesserlaan 388. Het is een misvatting te denken dat een gemengd huwelijk de garantie was om niet gedeporteerd te worden en Rita moest in de onderduik. Ze sprak later zelden over deze tijd, de tijd van discriminatie en geweld.

Na de oorlog werkte ze als juriste, nu op de ‘s Gravendijkwal 157b, en richtte ze zich op het opsporen van verdwenen Joods vermogen. Met haar man oefende ze ook de ‘gewone’ advocatuur uit en richtte ze zich op zaken rond echtscheidingen, ontzetting uit de ouderlijke macht, adoptie, homofilie en pornografie. Ze werd geconfronteerd met allerlei vormen van huwelijksproblematiek, vooral met de slechte rechtspositie van de vrouw, het geharrewar rondom de kinderen, de discriminatie van homofielen en dergelijke.  Ze zag dat de juridische behandeling van dit soort zaken onvoldoende leidde tot de werkelijke oplossing problematiek Dat was voor haar een sterke impuls geweest om langs een andere weg hieraan te werken en ze werkte samen met organisaties om zo echte hulp te geven aan mensen in nood.

Zo was ze in 1954 adviseuse van het Sociaal Cultureel Vormingswerk (Ons Huis) en ze zat in 1955 in de leiding van het Rotterdams Instituut voor sociaal onderzoek en maatschappelijke opbouw.
Bijzonder veel werk heeft zij verzet binnen en voor de NVSH (Nederlandse vereniging voor seksuele hervorming): als bestuurslid en later voorzitter van de Rotterdamse afdeling en als lid van het hoofdbestuur van 1956 tot 1969, waarbij zij lange tijd ook in het dagelijks bestuur zitting had. Namens deze organisatie maakte zij deel uit van talrijke commissies zoals de Gezinsraad. Ook de commissie Zedelijkheidswetgeving bood haar de gelegenheid haar inzichten naar voren te brengen.
Juist omdat zij in haar advocatenpraktijk zo sterk in aanraking kwam met de onvolkomenheid en zoals zij het vaak uitdrukte, de zinloosheid van strafmaatregelen kon zij met grote overtuigingskracht pleiten voor een zinvolle benadering, liefst niet in de juridische sfeer maar veel meer in de sfeer van het maatschappelijk werk.

De grote aandacht die mevrouw De Kat-Presser had voor persoonlijke problematiek, welke haar in de rechtszaal, in organisaties, commissies en in geschriften deed pleiten voor openheid in deze zaken, voor de vrijheid van de mens om zelf te bepalen wat hij of zij zien en lezen.

Een feministe in de beste betekenis was zij. In de loop der jaren zijn in de Nederlandse wetgeving belangrijke veranderingen aangebracht: de handelingsbekwaamheid van de vrouw is beter geregeld, aparte belastingheffing is ingevoerd, de adoptie is in de wet geregeld.

Persoonlijk had het echtpaar De Kat hiermede te maken bij de adoptie van een dochter. Het moet uiteindelijk een voldoening voor haar geweest zijn dat een aantal veranderingen tot stand kwam maar vooral dat de mentaliteit waarmede deze zaken behandeld worden zo sterk veranderd is.
Ook de abortusproblematiek ging niet aan haar haar voorbij. Haar standpunt was duidelijk en in 1972 werd zij dan ook voorzitster van de H.O.Z., de Stichting ter voorkoming van en hulpverlening bij ongewenste zwangerschap.

De laatste zaak van Rita was voor het gerechtshof in Arnhem op 16 maart 1973. De zaak ging over het ‘Erotisch Panorama’, daterend uit 1969. De procureur-generaal concludeerde na het betoog van Ria tot vrijspraak: ‘De vertoonde scènes komen op mij over als traditionele dingen. Het valt ook niet mee op dit gebied nieuwe dingen te verzinnen. Ik geloof dus dat het thans niet meer tot een algehele veroordeling kan komen’.
Elf dagen na haar dood werd deze mening door het Hof bevestigd. Het was een kleine voldoening voor het werk van Mr. Rita de Kat-Presser, een vrouw die jaren lang gevochten had tegen discriminatie en betutteling en voor een werkelijke aanpak en hulpverlening aan hen, die om wat voor reden dan ook moeilijkheden hebben in hun leven en in het bijzonder in hun seksuele leven.
Rita werd herdacht bij de Rotterdamse rechtbank. Mr. W. D. Meeter sprak: ‘Haar objectiviteit, ook tegenover haar cliënten, haar zakelijke deskundigheid, haar altijd boeiende pleidooien en de daarin doorstralende warme menselijkheid zullen in de herinnering blijven‘.

Rita overleed in Rotterdam op 19 maart 1973.

bron:
“Advertentie”. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 1940/07/04 00:00:00, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 24-02-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011002430:mpeg21:p003
“Familiebericht”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1947/12/19 00:00:00, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 24-02-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010872020:mpeg21:p006
Stadsarchief Rotterdam 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten 851-233 NL-RtGAR_494-03_851-233_0252106V.jpg
Stadsarchief Rotterdam 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten 851-381 NL-RtGAR_494-03_851-381_0406734R.jpg
“Advertentie”. “Het parool”. ‘s-Gravenhage, 1945/10/29 00:00:00, Geraadpleegd op Delpher op 24-02-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMNIOD05:000107072:mpeg21:p002
Ir. D. A. van den Berg, Mr. H. M. de Kat – Presser 1910 – 1973 in Rotterdams Jaarboekje 1974, 156 – 159

illustratie:
“Advertentie”. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 1940/07/04 00:00:00, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 24-02-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011002430:mpeg21:p003

laatst bijgewerkt:
24 februari 2020.