Schiedam

synagogeschiedam
Synagoge Achter de Teerstoof

Schiedam had een Joodse gemeenschap. Dit gedurende zo’n 150 jaar. Er was een kille (gemeente) en er was een sjoel maar het aantal bezoekers van de sjoel is nooit groot geweest.

De vroedschap van Schiedam kreeg in 1786 een verzoek van de Parnassiem van de Joodse gemeente van Den Haag waarin wordt gevraagd of er Joden binnen de stadsgrenzen mochten wonen. De vroedschap accepteerde dit en de eerste Joden vestigden zich in Schiedam.
Op 22 december 1787 werd er toestemming verleend om de doden op een stuk grond buiten de stad te begraven en in 1790 is op dit stuk grond bij het Huis te Riviere (Burcht Mathenesse) de eerste lewaaije (begrafenis). De begrafenissen werden soms verstoord en in een geval werden de Joden zelfs van de begraafplaats verjaagd.
De begraafplaats, waar later het Emmaplein komt te liggen, is na de oorlog geruimd. De eerste burgerrechten aan een Jood werden in 1794 verleend, aan Benjamin Mozes. In 1797 krijgt de Joodse gemeenschap, die slechts 27 personen telt, een leerhuis en een synagoge aan het Broersveld. Voor de sjoeldiensten komt men vanaf 1826 samen op de bovenverdieping van het Wachthuis op de hoek Grote Markt / Hoogstraat bij het stadhuis. Dit pand werd afgebroken in 1859.

Een jaar eerder kocht de Joodse gemeenschap het voormalig Spin- en Weefinstituut in een steeg, “Achter de Teerstoof”. Het pand sloopte men en men bouwde er een sjoel. De bouw werd mogelijk gemaakt door de financiële steun van Joden binnen en buiten Schiedam en ook vele niet-Joodse Schiedammers, wat iets zegt over het geïntegreerd zijn van de Schiedams-Joodse gemeente.

De feestelijke inwijding van de sjoel was op 11 maart 1859 en de dienst werd geleid door de opperrabbijn van Den Haag, rabbijn Berenstein. Net zoals Vlaardingen en Delfshaven ressorteerde de Joodse gemeente in Schiedam onder Den Haag en niet onder Rotterdam. In 1884 werd het 25-jarig bestaan gevierd en de weduwe Levi schonk de kille een Simla Torah (mantel voor de Torah).
Het gaat verder niet goed met de omvang van deze Joodse gemeente. Het is moeilijk om minjan (10 volwassen Joodse mannen) bijeen te krijgen om een dienst te houden. Vooral na 1910 wordt dat steeds lastiger en in 1915 werd de sjoel opgeheven en het gebouw verkocht. In 1987 is het gebouw gesloopt.

Het aantal Joden in Schiedam daalde steeds verder. In 1869 wonen er nog 123 Joden in Schiedam; in 1930 zijn er 74 Joden in Schiedam op een totaal van ruim 56.000 Schiedammers. Al in de nacht van 13 op 14 oktober 1942 werden vijftien van de Schiedamse Joden opgepakt en naar Amsterdam gebracht. Na de oorlog blijkt het aantal Joden in Schiedam nog verder geslonken en in 1948 werd de joodse gemeente van Schiedam opgeheven.

huisteriviereNa de jaren dertig van de twintigste eeuw werd de Joodse begraafplaats op het Emmaplein, Beth Chajim, niet meer gebruikt. De laatste Schiedamse joden die er begraven werden zijn Levie Mozes van Trommel, op 13 juli 1936, en Eva de Zoete op 3 oktober 1938.
De begraafplaats ligt echter in de weg van de Huis te Riviereweg. Op 18 juli 1961 schrijft opperrabbijn L. Vorst geen bezwaar te hebben tegen het ruimen van de joodse begraafplaats in Schiedam. In 1962 wordt onder rabbinaal toezicht de Joodse begraafplaats geruimd en de stoffelijke resten van 143 gestorvenen worden opgegraven en in ongeveer 25 kisten gelegd. Samen met 15 grafstenen worden ze overgebracht naar de Joodse begraafplaats aan het Toepad te Rotterdam.

Onder andere op 24 februari 2016 werden er op verschillende locaties in Schiedam Stolpersteinen gelegd.

bron:
Historische Vereniging Schiedam
Jozeph Michman, Pinkas. Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Nederland (Ede 1992) 516

laatst bijgewerkt:
12 september 2019