Sophia Hartog

Sophia (Fie) Hartog werd geboren in het gezin van diamantslijper Abraham Hartog (Puttershoek, – Amsterdam, ) en Johanna Gotschalk (Heusden, – Amsterdam, ). Abraham en Johanna hadden een groot gezin met de volgende kinderen: Henri (Amsterdam, – Polen, ), Roza (Amsterdam, – Amsterdam, ), Mozes Aäron (Amsterdam, – Auschwitz,

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Fie in Rotterdam en had een aanstelling bij de Joodse Raad. Ze leidde daar de ‘afdeling I’ (van Illegaal). Deze ‘niet-bestaande’ afdeling was een onderafdeling van de Afdeling Sociale Zorg.1 Fie coördineerde onderduikmogelijkheden vanuit haar positie binnen de Joodse Raad Rotterdam en haar organisatie werd actief vanaf juli 1942. 2

Een familiebericht uit het Vrije Volk uit 1946, gecombineerd met andere bronnen zoals de stadsarchieven van Amsterdam en Rotterdam, zorgden de aanwijzing dat het hier gaat om Sophia Hartog (Amsterdam, 11 mei 1898). 3 Dit werd vervolgens bevestigd door de achternicht van Sophia Hartog, Francine Hartog. 4

Sophia kwam uit een politiek geëngageerd gezin en ze sloot zich voor de oorlog aan bij de C.P.N. Ze werd bestuurslid van tal van organisaties, waaronder voorzitter van de Algemene Vrouwenbond.5
Sophia en haar jongere zus Esther verhuisden naar Rotterdam (Sophia op 30 november 1922) en werkten als telefonistes bij de P.T.T. 6 Sophia werd later lerares. 7
Haar linksgeoriënteerde politieke overtuiging en haar diepgaande vriendschap met kunstenaar Paul Schuitema zorgden dat ze lid werd van het Arbeiders-Schrijvers-Collectief ‘Links Richten’, een organisatie die in 1930 werd opgericht. 8 Sophia kwam daar in contact met Nederlandse kopstukken die in de Spaanse Burgeroorlog tegen Franco vochten, zoals Jef Last en Gerard Vanter.9

De vriendschap met Schuitema kwam ook tot uitdrukking in een poster die hij in 1928 voor Nutricia ontwierp. Schuitema verwerkte zijn gezicht, dat van Dick Elffers en van Fie Hartog in de collage.

Fie Hartog was medewerker van de Afdeling Sociale Zorg van de raad en haar politieke overtuiging stond lijnrecht tegenover die van de bezetter. Vanwege het riskante karakter van de activiteiten van Sophia ontbreekt het (tot nu) aan nadere bronnen. Ook de namen van haar ‘vertrouwde medewerkers’ zijn niet bekend. Het overlijden van Sophia heeft ervoor gezorgd dat ze haar herinneringen aan deze periode niet heeft kunnen optekenen.

Haar zus Esther zat ondergedoken bij fotograaf Wally Elenbaas boven Café-Restaurant Belvedère op de Katendrechtselaan in Rotterdam. 10 Deze locatie, midden in het deel van de stad dat bekend stond om de prostitutie, was tijdens de bezetting verboden voor de Wehrmacht vanwege de angst voor seksueel overdraagbare aandoeningen. 11 Katendrecht was daardoor een redelijk veilige onderduiklocatie. Via Esther werden Joodse kinderen met de onderduik geholpen, wat bekend is via overleveringen. 12 Aangenomen kan worden dat Sophia en Esther hebben samengewerkt binnen dit verzet. Sophia kwam door haar werk in contact met Joodse kinderen waar onderduik voor gezocht werd, Esther was ondergedoken op een locatie waar ze haar zus Sophia kon helpen.

Verder zorgde Sophia voor vervalste persoonsbewijzen voor ondergedoken Joden. 13 Wally, Esther en Sophia overleefden de oorlog in de onderduik. Sophia overleed in Rotterdam op 15 maart 1946 aan de gevolgen van een verwaarloosde longontsteking. 14 Haar zus Esther heeft, voor zover bekend, in haar latere leven geen herinneringen aan haar zus in deze periode opgetekend. 15

Artikel afkomstig uit bachelorscriptie R. A. Snijders, Bureau Rotterdam van de Joodsche Raad te Amsterdam; Collaboratie, schipperen of verzet? (UvA 2018)

[1] J L van der Pauw, Guerrilla in Rotterdam. De paramilitaire verzetsgroepen 1940 – 1945 (Den Haag 1995)p. 441 en Valk, De Rotterdamse Joden, bijlage 1, r. 62
[2] Pauw, Guerilla, 435.
[3] “Familiebericht”. “Het Vrije Volk: democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 16-03-1946. Geraadpleegd op Delpher op 25-04-2018.
[4] Informatie Francine Hartog per email d.d. 24 en 25 april 2018.
[5] Herinneringen Francine Hartog, interview 24 april 2018 en “Familiebericht”. “Het Vrije Volk: democratisch-socialistisch dagblad”. Rotterdam, 16-03-1946. Geraadpleegd op Delpher op 04-06-2018.
[6] Stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Sophia Hartog. P.T.T. is de Nederlandse Posterijen, Telegrafie en Telefonie.
[7] Stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Sophia Hartog.
[8] Flip Bool, PAUL SCHUITEMA (1897-1973). Een poging tot ordening van zijn werk voor de Tweede Wereldoorlog. Doctoraalscriptie Kunstgeschiedenis, Universiteit van Amsterdam 1974.
[9] Gerard Vanter is een pseudoniem van G. J. M. van het Reve. Hij was een Nederlands communistisch journalist en vader van schrijver Gerard Reve.
[10] Valdemar Hansen Elenbaas (Rotterdam, 21 april 1912 – Rotterdam, 21 mei 2008).
[11] https://anderetijden.nl/aflevering/235/Verboden-voor-Duitsers (geraadpleegd 11 mei 2018).
[12] Gesprek met Linda Malherbe, mede-initiatiefneemster Verhalenhuis Belvedère.
[13] “verleden kunstenaar fotograaf vond weinig erkenning Verzetsman Van Maanen: zijn inzet bleef onbekend door Huib Goudriaan”. “Trouw“. Onbekend, 22-02-1979. Geraadpleegd op Delpher op 04-06-2018.
[14] “Familiebericht”. “Het vrije volk: democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 16-03-1946. Geraadpleegd op Delpher op 25-04-2018 en informatie Francine Hartog, interview 24 april 2018.
[15] Informatie via Linda Malherbe, Verhalenhuis Belvedere, per email d.d. 17 mei 2018.

laatst bijgewerkt:
14 maart 2020