Terwenakker – Boompjes / Beth Hamidrasj (leerhuis)

bethhamidrasjOp drie dingen rust de wereld, torastudie, eredienst en weldadigheid. Een uitspraak van een rabbijn in de Spreuken der Vaderen. Torastudie en leren (lernen) is altijd belangrijk in de Joodse cultuur.

In de Middeleeuwen konden de edelen vaak niet lezen (hooguit een soort van handtekening zetten), maar de Joden, waarop werd neergezien, konden dat wel en analfabetisme onder Joden kwam nauwelijks voor.
Voor het onderwijs aan volwassenen was er het Beth Hamidrasj, het leerhuis.
Daar was het de bedoeling dat de leden van de gemeente elke dag tenminste één uur Joodse literatuur, de Thora en ook de Talmoed zouden bestuderen. Wanneer men daartoe niet in de gelegenheid was, moest dit toch zeker op de sabbat gebeuren. In een Beth ?Hamidrasj waren daar leraren voor aangesteld.

synagogeboompjes
Gezicht der Joodsche Kerk te Rotterdam 1790. Collectie Stadsarchief Rotterdam beeldbank 4080_1973-4502

Zo was in het Beth Hamidrasj in Rotterdam statutair vastgelegd dat ‘s-morgens twee uur lang de halacha bestudeerd werd, ‘s-middags de Talmoed en later op de dag een half uur de moessar.
Het Beth Hamidrasj van Rotterdam bevond zich tot het bombardement op de stad aan de achterzijde van de sjoel op de Boompjes, dus waar nu de Terwenakker is bij de Leuvehaven (foto rechts).
Een Beth Hamidrasj kon in West Europa alleen in grotere gemeenten bestaan. Er waren er niet veel in West Europa aangezien de religie vaak niet meer de spil van de Joodse inwoners van een plaats vormde; in Oost Europa was een gemeente zonder leerhuis ondenkbaar. Daar was het doorgaans een gebouw bij de sjoel dat dag en nacht open was en waar men altijd naar binnen kon om te leren.

Dit leerhuis was rond 1800 opgericht. Het leerhuis had tot doel de studie van de Thora in Rotterdam te onderhouden en uit te breiden.

Een leerhuis moest ook financieel worden onderhouden en de inkomsten bij dit leerhuis werden gegenereerd door de winst van de leb-bereiding voor het maken van kaas onder rabbinaal toezicht (leb is voor het stremmen van de kaas).

Het Rotterdamse leerhuis werd rond 1800 opgericht. De leraren van dit leerhuis waren:
Rabbi Mordechai ben Rabbi Joël uit Lissa (Leszno, Polen),
Rabbi Mozes ben Naftali,
Rabbi Wolf Feiwisj Mezrits,
Rabbi Alexander ben Salomo Hacohen (A.L. de Korte),
Rabbi Izak ben David (Izak Redlich),
Rabbi Abraham ben David (A D Lutomirski),
Rabbi Mordechai Cohen,
Rabbi Ganz,
Rabbi Meier Landau.
Leraren van het beth hamidrasj worden twee keer per jaar in de bijbehorende sjoel in een jizkor (gebed voor de doden) herdacht.

bron:
Hausdorff, D, Jizkor, Platenatlas van drie en een halve eeuw geschiedenis van de joodse gemeente in Rotterdam van 1610 tot 1960

laatst bijgewerkt:
7 september 2019