katendrecht

Katendrecht heeft een bijzondere plaats gehad binnen de 2e Wereldoorlog. De reden waarom dat was ligt al verder terug in de geschiedenis.
Aan het einde van de 19e eeuw beleefde Nederland een grote crisis in de landbouw. In deze periode trokken veel bewoners van de noordelijke provincies naar Amsterdam, bewoners van de zuidelijke provincies naar Rotterdam. In Rotterdam betrof dat vaak mensen uit Brabant en zij vestigden zich juist op zuid. Daarnaast werd in 1872 de Nieuwe Waterweg geopend en breidde de haven zich enorm snel uit, wat veel werkgelegenheid veroorzaakte.

In Katendrecht werden veel huizen gebouwd tussen 1894 en 1908. De nieuwe bewoners vonden hun werk in de haven en de dienstverlening.
Rond de wijk was er veel ertsoverslag, wat de leefomstandigheden in de wijk slecht maakte. Daarnaast werden mensen met sociale problematiek juist in deze wijk geplaatst. Kortom, in 1904 had Katendrecht al de naam een boevennest te zijn.
In 1911 gaan de Amsterdamse en Rotterdamse zeelieden in staking, wat de Rotterdamse Lloyd deels oplost door 100 Chinese stokers en kolentremmers als stakingbrekers uit Engeland te halen. Katendrecht had lage huren, dus de arme Chinezen vestigen zich hier en Katendrecht werd een Chinese kolonie, compleet met Chinese winkels, opiumkits en gokgelegenheden. De Chinese gemeenschap breidt zich uit en telt in 1929 534 mensen en in 1931 al 1306.
Niet vergeten mag worden dat door de ligging van Katendrecht de passagierende zeelieden dit deel van de stad makkelijk bereikten, en de prostitutie, die ervoor rond de Schiedamsedijk gevestigd was, vestigde zich daarom ook hier. Verder zorgde het bombardement in 1940 ervoor dat veel uitgaansgelegenheden, die verloren waren gegaan in de binnenstad, zich hier vestigden. Dat betrof dan met name ook de jazz-gelegenheden, want deze muziek was door de bezetter verboden maar zeer populair. Dus toen de oorlog uitbrak was Katendrecht een apart stuk van Rotterdam. Gokken, opium, chinezen, prostitutie, geslachtsziekten en de uitgaanswereld zorgden voor een verbod voor de Duitse soldaten en mariniers. Ze mochten deze wijk niet bezoeken.
Dat werd daadwerkelijk met een bord bij de toegangsweg naar Katendrecht aangegeven. Het verbod maakte Katendrecht tot een vrijhaven binnen bezet Nederland en een ideale locatie om onder te duiken.

Vrijstaat Karendrecht
Zo was er de jazzgelegenheid Belvedère van eigenaar Peter Troost waar ook Joodse musici werkten en zwarte portiers, kelners en garderobedames. In de nazi-ideologie mochten de gekleurde mensen wel deze “entartete” muziek maken, de ariërs niet.
Op Katendrecht is er toch ook een razzia geweest, in november 1943. De twee Joodse musici uit Belvedère werden op tijd gewaarschuwd door Daan Troost, de zoon van de eigenaar.
Het feit dat Katendrecht redelijk ongemoeid werd gelaten door de bezetter betekent echter niet dat de Joodse inwoners die Katendrecht aan het begin van de oorlog had de oorlog overleefd hebben. Via joodsmonument.nl zijn zo’n 70 personen uit deze wijk te vinden die of gehoor hebben gegeven aan de oproep of bij een razzia zijn opgepakt en de oorlog niet hebben overleefd.
verder
Een Joodse inwoonster van Katendrecht, die bovendien zorgde voor de onderduik van Joodse kinderen, was Esther Hartog

bron:
de rol 11 – dec 2006,
andere tijden – katendrecht (8 april 2010)

Laatst bijgewerkt:
16 juni 2015