Abraham van Collem

Bram van Collem werd in Rotterdam geboren in de Jodenhoek op 13 oktober 1858 als zoon van Eliazer van Collem, venter in manufacturen en Jetta Vroman, marktkoopvrouw.
De familie zat in de confectie-industrie en Bram werd door familieomstandigheden hier al vroeg hoofd van het bedrijf.
In 1890 trouwt hij in Amsterdam met Henriette Prins en krijgt met haar drie dochters en een zoon. In 1895 vestigt het gezin Van Collem zich in Amsterdam.
Bram van Collem woont een lezing bij van Henriëtte Roland Holst en die lezing is een keerpunt in zijn leven – hij wordt socialist, wordt lid van de SDAP en hoort binnen die partij tot de Marxistische richting. Hij verlaat de partij toen hij na de revolutie in Rusland communist werd en sluit zich niet meer aan bij een andere partij.
Pas na zijn 40e begint Van Collem door als dichter te publiceren wanneer in 1891 Russische Melodieën uitkomt was een felle reactie was op de pogroms in Rusland – ook in relatie tot zijn Joodse afkomst. Zijn werk wordt gekenmerkt door drie begrippen: Joods, socialistisch en religieus.

Van Collem was een opgewekte humorvolle persoonlijkheid. Als dichter streefde hij nooit naar roem of invloed. Hij was een socialist met een filosofische inslag, en hij streefde naar de bewustwording van het proletariaat.
Bram van Collem overleed in Heemstede op 3 november 1933.

bron:
IISG,
inghist.nl,
wikipedia.

laatst bijgewerkt:
9 september 2019