Broodje Hakkert

Op Hang 12 werd door Asser Hakkert (Vianen, – Den Haag, ) eind augustus 1898 een koosjer restaurant geopend, dat als broodjeszaak zeker vijftig jaar zou bestaan. Asser was gehuwd met Bertha Kaufmann (Haaren, Duitsland, – Den Haag, ) en zij hadden de volgende kinderen: Jacob Norbert (Vreeswijk, – Den Haag, ), Helena Roosje (Vreeswijk, – Sobibor, ), Albert Samuel (Vreeswijk, – Auschwitz, ) en Max (Rotterdam, 20 mei 1903 – 20 februari 1972). Het gezin woonde achtereenvolgens op Hang 12, Westewagenstraat 74, Westewagenstraat 80a en de Heemraadsingel 320b.

In 1948 vierde de zaak het vijftigjarig jubileum. Het Vrije Volk besteedde er aandacht aan met het volgende artikel:

‘Zo ’s avonds na de vergadering of bioscoop of na de deftiger Schouwburggang straalt op vaste punten in de woning- en winkelrijen der binnenstad het licht uit de eet- en drinkgelegenheden, die dampige wolken van gebakken vis, van gebakken streepjes aardappel en van koffiegeurtjes in de straat uitzenden. Die zaakjes hebben het aantrekkelijke van ’t onconventionele en menigeen neemt er zijn toevlucht ter bevordering van de stofwisseling, die geestelijk fit houdt. Al een halve eeuw geleden stichtte Max Hakkert het eerste Joodse eetsalonnetje. Dat was in de Hang, later in de Weste Wagenstraat. Duizenden Rotterdammers hebben in de loop der jaren achter het toonbankje het broodje met vlees, uit de vuist weg, verorberd, deden zich te goed aan de hartige bete van een stijf gepaneerd croquetje, vlees of vis, genoten er het kopje koffie, woorden wisselend over het schone of regenachtige weer, Hakkert mengend in de kleine roddelarijtjes van elke dag of er aan spitse grapjes het aanzien gevende.

september 1940

Toen heeft de oorlog ook dat stukje Rotterdam weggevaagd. Hakkert verloor ben been (bij het bombardement op Rotterdam – red), maar was daardoor misschien – geluksvogel, door de Duitsers in het concentratiekamp ontzien, want daar kreeg hij wel eens een koolstronk meer dan een ander. En nu jubileert Hakkert in twee zaken, aan de Bentincklaan 4 en Groene Hilledijk 181. Beide zaken maken Hakkert tot een tevreden mens en zijn klanten zijn niet minder tevreden. Dat is bekend. Is dat alles bij elkaar niet een goede jubileumbasis?’

Naar Israël
Drie jaar na het jubileum verdween Hakkert uit Rotterdam. Max en zijn vrouw To (Catharina) Alter (Den Haag, ) verkochten de zaak en maakten alijah. In 1967 stond er in Het Vrije Volk een groot interview, waarin To en Max vertelden over hun emigratie en terugblikten:

Café Hakkert nu in Israël
Een broodje van Hakkert is tot het begin van de vijftiger jaren in Rotterdam een begrip geweest.  Het was sinds 1895 een lekker en goed belegd broodje. Wanneer de mensen, naar de schouwburg of de bioscoop waren geweest, gingen ze bij Hakkert een broodje eten.
Dat is allemaal al weer lang geleden. In 1951 verkochten Max Hakkert en zijn vrouw To Hakkert-Alter hun bloeiend bedrijf en trokken naar Israël. “Als je ze ziet, doe ze dan vooral de groeten van mij”, vroeg ons oud-Rotterdamkenner Ekstein. We hebben de Hakkerts gezien en we hebben de groeten overgebracht. “Ha”, die Harry Ekstein. “Als we in maart naar Nederland komen, zullen we hem direct opbellen”, beloofden To en Max Hakkert. We spraken met de Hakkerts in het hotel Gan-Hamelech in de Israëlische badplaats Netanya. In dit hotel logeerden de personeelsleden van Gebroeders Coster heren- en jongenskledingbedrijven tijdens hun droomreis naar Het Beloofde Land. De Costers en de Hakkerts zijn oude vrienden. Vandaar dat de Hakkerts snel naar Netanya waren gereden om de heer A. Coster te begroeten.

Het echtpaar Hakkert woont in een dorpje dat Hadar-Am heet. Hadar-Am betekent ‘Vrucht van het Volk’. Zijn de vruchten, die Max en To Hakkert te midden van het Joodse volk van Israël geplukt hebben, groot geweest?? U kunt zelf oordelen.

De familie Hakkert had in Rotterdam een gerenommeerde zaak. “’t Waren eigenlijk twee zaken: Bentincklaan en Groene Hilledijk. Ze hadden tweeëndertig man personeel. Ze hadden optie op een pand aan de toen nieuwe Lijnbaan. Voor die vestiging daar hadden zij het eerste geld al gestort. De Hakkerts waren welgesteld. En nu, in het Beloofde Land?
In de ‘Vrucht van het Volk’ hebben de heer en mevrouw Hakkert een dorpscafé. Ze hebben geen personeel; doen alles zelf. Ze hebben verder een sinaasappel plantage van 2 ha. Zijn ze nog welgesteld?
To Hakkert-Alter zegt: “We zijn tevreden met ons leven. Maar ons kapitaal hebben we ingeteerd. Alles is weg. Opgegaan in het dagelijks leven. Max Hakkert zegt: “We hebben hier een niet welvarende middenstand. En van een welvarende middenstand moeten we het hebben. Een chauffeur op een bus verdient meer dan ik”.

De Hakkerts zijn in de oorlogsdagen van mei ’40 weggebombardeerd uit de Westewagenstraat waar ze hun zaak hadden. Max Hakkert werd hierbij invalide. In 1943 werden ze weggevoerd naar Bergen-Belsen. Ze overleefden de hel van het nazi-gebroed en keerden in 1945 naar Rotterdam terug om daar een best bedrijf op te bouwen.

“Waarom naar Israël, meneer Hakkert? Waarom naar Israël, mevrouw Hakkert?”
Max Hakkert antwoordt: “Er was een ramp over de Joden gekomen. We hadden het gevoel dat wij dit alleen in ons eigen land, in Israël konden oplossen. Mijn vrouw en ik waren overtuigd, dat we moesten meehelpen aan de opbouw van dit land. Noem het idealisme, maar misschien is dit een te groot woord. Ik weet niet hoe ik het precies moet zeggen.”
Mevrouw Hakkert: “We zijn vooral tevreden over het succes van onze kinderen. Onze zoon Alfred is ingenieur. Hij houdt zich bezig met verkeersproblemen en studeert met een groot stipendium in Londen. Onze dochter Jetty is onderwijzeres.”
De Hakkerts zijn, in 1951 met zestien andere Nederlandse families naar Hadar-Am vertrokken. Ze kochten er grond en lieten daar hun zaak bouwen, ze begonnen ook met hun citrus plantage.

Mevrouw Hakkert: We zijn nog altijd Café Hakkert. “Nee, we hebben geen croquetten en broodjesvlees meer. We zijn gespecialiseerd in Hollands eten. We krijgen vaak Hollanders.” En we hebben het enige café waar je een echt, lekker jong of oud Hollands borreltje kunt drinken”

Niet meer terug
De Hakkerts zeggen dat de overgang groot is geweest. Max: “In Rotterdam hadden we een groot, gemengd publiek. Voor ƒ 1,25 boden we onze gasten voorspijs, soep, groente naar keuze, kip en een dessert. We hadden knipkaarten van een gulden. De uitsmijter was onze specialiteit. We hadden avonden van tachtig uitsmijters.
Mevrouw Hakkert.: “Hier hebben we ons toegelegd op ijs als lekkernij. We hebben acht maanden zomer. We zijn een ijsbedrijf geworden.”  Max: “Wat we de mensen in Rotterdam gaven, was goed. Wat we de mensen hier geven is ook goed. Dat: hebben we van mijn vader geleerd”.
Mevrouw Hakkert:  “Het is moeilijk om hier de kost te verdienen. Maar we gaan niet terug naar Holland. De kinderen zijn hier geworteld. Ze zijn geslaagd. Mijn man is 64 en ik ben 63. Op zo’n leeftijd kun je toch niet meer terug-emigreren”.
Max: “We zullen moeten blijven werken. Als ik zeventig ben, krijg ik een AOW-tje van 110 pond per maand (Een Israëlitisch pond is ƒ 1,20, red.). Ik ben blij dat de regering me reductie heeft gegeven bij de aankoop van m’n’ autootje. Dat komt door mijn invaliditeit.” Mevrouw Hakkert:  “Spijt? Nee.” Max: „We leven nu in een crisistijd.”

Op 21 maart komen de Hakkerts voor een’ vakantie van zes weken naar Rotterdam. Dan hopen ze veel oude vrienden te zien. „Dat zal wel onze laatste reis naar Nederland zijn,” zegt mevrouw Hakkert.

 

bron:
Advertentie opening. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 30-08-1898, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 26-06-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010177397:mpeg21:p008
Stadsarchief Rotterdam, Asser Hakkert, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer 851-171, pagina 182627
Een halve eeuw nu al is er het broodje met vlees. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad”. Rotterdam, 27-09-1948, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 26-06-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010950130:mpeg21:p001
Advertentie winkeljuffrouw. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 12-02-1903, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 26-06-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010178752:mpeg21:p004
Niet meer terug. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad”. Rotterdam, 17-02-1967, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 26-06-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010956216:mpeg21:p005

illustratie:
Advertentie opening. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 30-08-1898, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 26-06-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010177397:mpeg21:p008
Advertentie winkeljuffrouw. “Rotterdamsch nieuwsblad”. Rotterdam, 12-02-1903, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 26-06-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010178752:mpeg21:p004
Niet meer terug. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad”. Rotterdam, 17-02-1967, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 26-06-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010956216:mpeg21:p005

gepubliceerd:
26 juni 2021

laatst bijgewerkt:
26 juni 2021