Groene Hilledijk

De Groene Hilledijk  verbindt de Beijerlandselaan  met de Dordtsestraatweg. De Groene Hilledijk bestaat uit twee gedeelten. Het noordelijke gedeelte vormt samen met de Beijerlandselaan een drukke winkelstraat met veel detailhandel. Het zuidelijke gedeelte vanaf de Strevelsweg is slechts aan één kant van bebouwing voorzien en loopt door Tuindorp Vreewijk. Ook het oude pand van het voormalige Zuiderziekenhuis (thans Maasstad Ziekenhuis) ligt aan de weg.
Tussen 1898 en 1957 reden over de Groene Hilledijk de stoomtrams van de RTM die Rotterdam met IJsselmonde en de Hoeksche Waard verbonden.

Groene Hilledijk 187 – Maurits I. Posner
Maurits Posner plaatste op 15 december 1938 een open brief aan Minister-President Colijn in het Centraal blad voor Israëlieten in Nederland. Hij maakte zich ernstig zorgen over het terugzenden van Joodse vluchtelingen naar Duitsland:

Dr. H. Colijn, Minister-President Excellentie,
Stellig zijt Gij in deze benarde dagen heel wat brieven deelachtig geworden. Brieven waarin men een zeer dringend beroep op Uwe Excellentie deed om de slachtoffers van vervolging en terreur, van brandstichting en mishandeling, slachtoffers van beroving van het weinige dat zij nog het hunne konden noemen, te helpen vrij maken en hen toegang tot ons gezegend land te doen verlenen. Men zal Uwe Excellentie gevraagd, gesmeekt hebben al deze slachtoffers en nog meerderen uit de wereldse hel te willen verlossen. Maar zie, Excellentie, ik kom niet tot U met een enkele smeekbede. Ik wend mij tot Uw Excellentie met een gevoel van smart en bitterheid, droefenis en verontwaardiging.

De 22 kinderen
Over de 22 kinderen waar Maurits voor pleitte is meer bekend. Ze werden niet toegelaten zoals blijkt uit het volgende artikel:

‘Bij de 600 Weensche kinderen, die Zaterdagavond te Nijmegen aankwamen, waren 22 kinderen, die weer naar Duitschland werden teruggezonden.

Bij informatie bleek het H b 1., dat deze kinderen van geen enkel document voor grensoverschrijding waren voorzien. Zij waren afkomstig uit Berlijn en op grond hiervan stond wel vast dat het hier een poging betrof om langs dezen weg van den minsten weerstand in ons land te komen.

Bovendien zijn in de laatste weken te Nijmegen kinderen toegelaten, die niet in het bezit waren van geldige papieren. Als regel gold hierbij de maatstaf dat hun vader in een concentratiekamp vertoefde en de moeder overleden was, zoodat de kinderen geheel aan hun lot waren overgelaten.

Nu deed zich het opmerkenswaardige geval voor, dat door de strenge voorschriften der laatste weken het verschijnsel, dat medelijdende reizigers kinderen uit Duitschland medenamen, vrijwel tot het verleden behoorde. Evenwel het feit dat te Nijmegen toch kinderen, die niet de vereischte papieren hadden, waren toegelaten, was in Duitschland. door briefwisseling met betrekkingen van de betrokken kinderen, wereldkundig geworden en het gevolg daarvan was, dat het aantal kinderen, dat op eigen gelegenheid naar ons land kwam, te Nijmegen zeer sterk toenam. Hierdoor ontstond een onhoudbare toestand en daarom werd van hoogerhand bepaald, dat deze kinderen in den vervolge onvoorwaardelijk moesten worden teruggestuurd. Men meent te moeten aannemen, dat de kinderen niet geheel op eigen gelegenheid naar ons land gekomen zijn, maar dat zij tot aan het Duitsche grensstation, in dit geval Kranenburg, onder geleide zijn gebracht en daarna op den trein gezet naar Nijmegen. De afwijking van de route Berlijn—Nederland wijst ook in deze richting. Maar, hoe dan ook, er worden nu slechts officiële kindertransporten toegelaten en aan de laatstelijk voorgeschreven gedragslijn wordt onverbiddelijk de hand gehouden, zoodat de pogingen om voor de bewuste 22 kinderen alsnog toelating tot ons land te verkrijgen, zonder resultaat zijn gebleven’.

Daar komen, Excellentie, met een trein 22 kinderen ons Holland binnen. 22 kinderen die geen passen hebben, maar ook geen rust. 22 kinderen die geen plaats vragen in ons economisch leven, maar een plaatsje, een o zo klein plaatsje in onze veilige huizen, bij onze brandende haarden, aan onze toch altijd nog voedsel biedende tafels. En daar klinkt het bevel: terug. Terug naar. . . . ach, Excellentie, elke term, elk woord dat wij hier zouden neerschrijven om aan te duiden waarnaar zij terug moeten, kan niet benaderen wat wij bedoelen.

Terug, jullie 22 kinderen van wie de jongste 2 jaar is en de oudste nauwelijks 16. Terug jullie, wien reeds het afscheidnemen van familie en bekenden een beproeving op zichzelve was. Terug, jullie die hulp en onderdak zochten in ons o zo gastvrij Holland. Excellentie, 22 kinderen, 22 mensen van wie Uw Grote Voorganger sprak; „Laat de kindertjes tot Mij komen”, deze 22 wordt dit tot ons komen onmogelijk gemaakt, Excellentie, ik weet het, de ambtenaren van het Ministerie van Justitie werken hard en veel. Maar zij die bevel geven deze 22 hele jonge mensjes terug te sturen, zij werken niet alleen hard, maar zij zijn ook hard. Hard als steen, dat slechts door iets harders gebroken kan worden. Excellentie, Gij die reeds de avond van Uw rijk en gezegend leven bereikt hebt, Gij die misschien reeds grootvader zijt van dreumessen, zoals de ambtenaren terug gestuurd hebben. Gij kunt zulks verhinderen. Gij, wiens macht en aanzien groot is in ons land, Gij kunt toch bereiken dat men kinderen beschermt, zelfs al zijn deze illegaal zoekende naar vrijheid en veiligheid. Excellentie, gebied dat zulks nooit meer mag en nooit meer zal gebeuren. Wat moeilijkheden oplevert voor de grote slachtoffers van een regiem, hetwelk ook Uwe Excellentie stellig betreurt, kan geen moeilijkheden opleveren voor kindertjes van 2 jaar en ouder. Excellentie, honderden, duizenden, tienduizenden gezinnen in Nederland waren bereid om één der 22 veelvoudige slachtoffertjes in hun midden op te nemen, maar Excellentie, ambtenaren hebben dit verhinderd. Moge zulks voor het laatst gebeurd zijn. Excellentie, Gij die een Godsdienstig en een Godvrezend mens zijt, Gij zult wel weten dat 3 keer per dag de godsdienstige Jood zich tot God wendt met de bede: „Zend ons niet ledig terug”. Met deze bede wend ik mij nu tot Uw Excellentie. Zend ons niet ledig terug, zend geen kindertjes meer terug, maar laat ze tot ons komen, dat zal Uwe Excellentie het Koninkrijk der Hemelen zijn.

Uw Excellentie’s dw.dnr. MAURITS I. POSNER. Groene Hilledijk 187, Rotterdam

Maurits Posner was Moses Posner (Rotterdam, – Sobibor,

Groene Hilledijk 298a – gezin Salomon Polak
Conducteur bij de Rotterdamsch Electrische Tram Salomon Hartog Polak (Rotterdam, – Auschwitz, ) werd in augustus 1942 in een werkkamp bij Ede te werk gesteld, kamp De Bruinhorst. Dit kamp werd vanaf 1941 in Huize Bruinhorst aan de Lunterseweg in Ede gevestigd, oorspronkelijk als werkverruimingsmaatregel voor werklozen. Vanaf begin 1942 werd het kamp gebruikt als ‘buffer’ voor Kamp Westerbork.

Salomon was gehuwd met Elsje Gosschalk (Rotterdam, – Auschwitz, ) en zij hadden twee kinderen; Hartog (Rotterdam, – Auschwitz, ) en Betje (Rotterdam, – Auschwitz, ).

Groene Hilledijk 315 – Zuiderziekenhuis
Hier is het voormalige Zuiderziekenhuis gevestigd. Op 3 november 1944 werd Marie van Oss door het verzet ontvoerd en in de onderduik gebracht.

 

 

bron:
algemene informatie via wikipedia
Stadsarchief Rotterdam, Salomon Polak, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer 851-376, pagina 401626
Ibidem, Moses Posner, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer 851-379, pagina 404696

“Open brief aan Zijne Excellentie”. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 1938/12/15 00:00:00, Geraadpleegd op Delpher op 30-04-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000580095:mpeg21:p00003
“22 kinderen niet in ons land toegelaten.”. “Nieuwsblad van Friesland : Hepkema’s courant”. Heerenveen, 1938/12/14 00:00:00, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 01-05-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010760201:mpeg21:p005

laatst bijgewerkt:
30 april 2020