Jacob van Arend

jacobvanarend3Jacob van Arend (1866-1942) was aan het begin van de 20ste eeuw de bekendste almanakverkoper in Rotterdam.

 

Hij verkocht de Enkhuizer en Rotterdamse Almanak die in Rotterdam door van Zwaamen’s en Thompson werden gedrukt. Een klein krantenberichtje in november 1930, naar aanleiding van de 300ste druk (dat zou de eerste druk in 1630 zetten), wekte mijn belangstelling, want volgens dit bericht had de familie van Arend al 300 jaren lang steeds deze Almanak verkocht.
Het lijkt onwerkelijk dat er in 1630 al met een almanak uitgebreid gevent werd op de Rotterdamse straten, aangezien een almanak in die tijd over het algemeen aangeschaft werd door de gegoede lagen van de maatschappij en niet door de “gewone” man op straat, die vaak niet kon lezen en schrijven.
De almanak in de 17de eeuw was lijkend op onze hedendaagse agenda, er was buiten de nodige en nuttige informatie over maanstanden, heiligen, of feestdagen vaak ook een groot deel schrijfruimte.jacobvanarend1

Daarbij is het mij ook niet duidelijk of de (over)grootouders van “onze” Nathan Aron Cohen in de 17de eeuw al in Rotterdam woonden, dus het 300 jaar venten is met een kleine korrel zout te nemen…
Maar laten we beginnen met een klein onderzoekje naar de oorsprong van de Almanak die Jacob verkocht.

In 1725 trouwde Hendrik Thompson uit Brussel met Anna van Swamen uit Rotterdam. Het paar kreeg meerdere kinderen waaronder zoon Wilhelmus die op zijn beurt weer een zoon, Jacobus Joannes (Jacob), kreeg in 1761.
Anna had een broer, Dirck, die een zoon kreeg, Anthonius genaamd, in 1739.
Vader Dirck en zoon Anthonius hielden zich al bezig met de druk en verkoop van een Almanak. In 1775 vinden we Van Zwaamens nieuwen almanach op’t iaar … 1775 en in dezelfde periode vinden we ook de Haagsche versie van deze almanak. De bewoording “nieuwe” Almanak geeft aan dat er al een almanak bestond, misschien al in handen van de familie, of een vervolg van een almanak van andere drukkers en verkopers.
Deze naam gaat na de dood van vader Dirck in 1788 over naar de “van Zwaamen’s en Thompson’s Koopmans- Kantoor- en Schryfalmanak uit, Aanwijzende alle Kermissen, Jaar- Paarden- Beesten- en Leermarkten.” wanneer de eerder genoemde Jacob en Antonius een samenwerking aangaan.

Gedurende de Franse bezetting van Nederland kunnen we in de “BIBLIOGRAPHIE DE L’EMPIRE FRANÇAIS” over het jaar 1810 lezen dat “van Zwaamen’s en Thompson’s ”een almanach uit hadden gegeven en wel 10.000 exemplaren in één formaat, en 2.000 in een kleiner formaat, gedrukt door J.J. Thompson in Rotterdam”.

jacobvanarend4Met de naam “van Zwaamens en Thompson’s” zal de Rotterdamse almanak (zoals de lange naam voor het gemak maar genoemd werd) en de Enkhuizer almanak die in Rotterdam rond 1840 voor het eerst verscheen voort blijven bestaan. De rechten van druk werden in 1837 verkocht door de familie Thompson aan M.C. Mulders, en nog later zullen “de Bont & Zoon” de drukkers worden. Waarschijnlijk zal het venten met de almanak begonnen zijn toen de kleine zakformaten populair werden, gedurende de 18de eeuw.

In 1928 krijgt het 50-jarig jubileum als venter van Jacob, of “almanakkie” zoals hij bekend stond in Rotterdam, uitgebreid  aandacht van het Rotterdams Nieuwsblad:
op Donderdag 1 November zal het 50 jaar geleden zijn, dat de toen 13-jarige Jacob van zijn vader den gonjezak kreeg, dezen met almanakken vulde, en „den boer” opging. Hij was toen niet de eenige van de familie Van Arend, die met den almanak langs de straten zwierf. Grootvader, twee oud-ooms, een oom en vader oefenden hetzelfde beroep uit en ieder nam een gedeelte van de stad voor zijn rekening.

De grootvader was Emanuel van Arend (1805-1883), de oud-ooms Isaac Nathan van Arend (1801-1874) en Levie Arend (1812-1889), de oom Alexander Manuel van Arent (1841-1916) en zijn vader Nathan Manuel van Arend (1839-1911).

Ook zoon van Alexander Manuel van Arent, Salomon, was almanakventer in 1928, daar deze naar aanleiding van het artikel in het Rotterdams Nieuwsblad een brief schrijft waarin hij zijn deel van belangrijkheid opeist:

Almanak nieuwe almanak….
Rotterdam 26 Oct. ’28. Wel. Ed. Heer Redacteur! Met dezen verzoek ik U.Ed. In uw geacht blad te willen zetten, dat ondergeteekende ook met almanakken loopt. Ik vent er circa 20 jaren mede en heb ook een privilege. Mijn vader was het kleine mannetje met dat boerenpetje. dat altijd bij de Beurs en bij de schippers ventte. De jubilaris ik ziin neven. In het stukje van heden doet men voorkomen dat hij alleen is. Hopende dat U.Ed. van dit schrijven wilt nota nemen en dankend voor plaatsing teeken ik hoogachtend. U.Ed. dienstw. dienaar Abonné S. VAN AREND, 1e Diergaardestraat 16, Rotterdam

Maar terug naar het verhaal over Jacob in het Rotterdams Nieuwsblad:

“„ Almanakkie” is een gezellig prater, wat men niet van hem zou denken, als hij zoo door de straten dwaalt, den zak bengelend onder zijn rechterarm en steeds maar uitstootend dien eenen Rotterdamschen winterroep: Ammenáák… nieuw ammenáák! Dan denkt men wellicht, dat hij ln die paar woorden zit vastgeroest Maar als hij over zijn beroep begint, dan raakt hij niet uitgepraat. — ‘t Is een oud privilege, meneer, dat aan onze familie werd geschonken door de uitgevers der Van Zwaanen’s en Thompsons Rotterdamsche en Enkhuizer almanakken. ‘t Gaat meer dan 300 jaar terug. Toen liepen mijn voorvaderen al met den almanak op straat. Die straatverkoop behoort ons alleen toe en met alle kracht verdedig ik mijn recht tegenover anderen. Met November begin ik altijd en ik eindig eind Januari ”.

jacobvanarend2Jacob was duidelijk trots op het beroep wat hij 3 maanden per jaar uitoefende. De rest van het jaar was hij grossier in groenten en fruit, zoals vele anderen van de familie.
10 jaar later, in 1938, kreeg Jacob weer uitgebreid aandacht in de krant, vanwege zijn 60-jarig jubileum; we zien de jubilaris in zijn beste pak met zijn almanakken, zijn gonjezak, en in de bloemetjes gezet met zijn vrouw Betje.
Bij het 50-jarig jubileum in 1928 verzekerde Het Rotterdams Nieuwsblad de lezer dat niemand bang hoefde te zijn voor het verbreken van de traditie.
En als hij zijn typisch beroep, waaraan hij zich zoo geheel geeft, eens neer mocht leggen…. dan zijn er nog zoons, die het weer op zullen nemen. De traditie zal zeker niet worden verbroken”

Niemand dacht toen nog aan de verwoestende gevolgen die de een oorlog niet zo heel veel later met zich mee zou brengen. Er bleven geen zoons in leven om de traditie voort te kunnen zetten…

bron:
Met vriendelijke toestemming van Maaike van Arend overgenomen uit Van Aron Cohen naar Van Arend.
© Maaike van Arend – 2015

laatst bijgewerkt:
3 september 2019