Joodse kleuterklas De Kabouter

Mejuffrouw Schoo was vanaf 1955 hoofd van de Joodse kleuterklas en volgens een krant was het contactadres en de school gevestigd op de Bijlwerffstraat 2. Hier was kleuterschool De Kabouter gevestigd met een klas voor Joodse kinderen. Waarschijnlijk werd deze klas in 1951 gesticht. In 1954 werd de kleuterklas begeleid door onderwijzeres Mirjam Rozendaal en de klas trad toen op tijdens een viering van Poerim in het Doofstommeninstituut in Rotterdam. Volgens het Nieuw Israëlietisch Weekblad was de viering een succes, zoals de gehele bijeenkomst waar rabbijn Vorst een geslaagd optreden verzorgde als conferencier.

Max Seijffers (Borger, 25 april 1910 – Amsterdam, 21 mei 1994) was godsdienstonderwijzer en voorzanger. In zijn Rotterdamse tijd woonde hij op de Groeninxstraat 5c. Max was gehuwd met Alida Helena Meiboom (Hardinxveld, 20 november 1911).

Ook in 1955 werd de kleuterklas genoemd in het Nieuw Israëlietisch Weekblad, wederom bij de viering van Poerim. Er was toen een optreden in de Schouwburgzaal van de N. I. G., Mirjam begeleidde de kinderen weer en de kostuums werden zeer origineel genoemd. Verder werden kleine Hebreeuwse toneelstukjes opgevoerd onder leiding van de heer M. Seyffers.

Betty Ada van der Heijden (Den Bosch, 26 december 1914 – Jeruzalem, 30 augustus 2009), degene die het Chanoeka-stukje maakte, was gehuwd met Lion van Dijk (Rotterdam, 24 december 1903 – Jeruzalem, 1987) en zij woonden sinds 1937 in Rotterdam.

In januari 1956 trad de klas weer op, nu voor Chanoeka. Een Chanoeka-stukje werd opgevoerd, gemaakt door mevrouw B. van Dijk – van der Heijden. Mirjam Rozendaal emigreerde in de jaren vijftig naar Israël en Elly Hamme nam haar positie over.

In 1956 was er weer een opvoering voor Chanoeka. Elly Hamme en juffrouw Rurink schreven toen het sprookje voor de opvoering. In maart 1957 werd Poerim gevierd en de kleuters hielden voordrachtjes. Rabbijn Vorst deed een beroep op de daarvoor in aanmerking komende ouders om, ondanks de soms grote afstand de Joodse kleuters naar deze bij uitstek voor hen geschikte klas te sturen.

In januari 1958 was er weer een toneelopvoering voor Chanoeka. Het was voor het laatst onder leiding van juffrouw Hamme. Zij werd toegesproken door rabbijn Vorst en was een boom geplant in Israël voor Lily (Malkah) Hausdorff in verband met haar chatoena (huwelijk) met Henry Spitzer.

De Joodse kleuterklas verdween. Er waren te weinig Joodse kinderen voor een kleuterklas. De Joodse gemeenschap in Rotterdam bleek te klein. Toch is het ook later nog eens geprobeerd om een Joodse kleuterklas op te richten. In 1976 werd het initiatief door rabbijn Shaul Hutterer (Oswieçim, 17 februari 1920 – Antwerpen, 2007) genomen. Het moest geen cheider (orthodox-Joodse school – red.) worden, de kinderen moesten in een speelse sfeer het Jodendom leren. Of dit initiatief uiteindelijk tot een kleuterklas heeft geleid is niet bekend.

Was u een leerling van deze kleuterklas, of heeft u verhalen? Deze zijn welkom.

foto 1953.
Bovenste rij: juf Rozendaal, Channa Schaap, vierde van links Paula Tugendhaft (w.s.), zesde van links Channa Laufer, Abraham Krakauer en Jackie de Leeuwe.
Voorste rij, eerste van links Edwin Prins, tweede van links Maxje Sprecher, derde van links Josje, vijfde van links Herman Laufer, zesde van links Elsje Prins. Uiterst rechts Hansje Hertzberg.

1954. Juf Elly Hamme.
Bovenste rij van links naar rechts: David van Dijk, Chaja Schweitzer, Abram Krakauer, ?, Wim van Dijk, Mickey Meier.
Middelste rij van links naar rechts: Seno Bril, Judith Laufer, ?, Jonathan Cohen, Fietje Meyer, Hennie Schaap, Edwin Prins, Daniel Vorst.
Onderste rij van links naar rechts: Michael Strumpfman, Eliesjewa Vorst, ?.

Jongen met baard Marcel Monnickendam, meisje met witte mutsje Judith Laufer.

Achterste rij met wit kapje Channah Hausdorff
Cowboy – Ron Prins

Kabouter 7

Marcel Monnickendam en Elsje Prins

Herinneringen aan de kleuterklas
Moshe Zvi (Herman)  Laufer: ‘Van mijn derde tot mijn zesde levensjaar was ik op de kleuterschool van juffrouw Rozendaal. Ondanks mijn jonge leeftijd toen, bewaar ik heel bijzondere herinneringen aan deze periode uit mijn leven. Ik wil een paar van hen graag beschrijven:
Mijn ouders hebben mij verteld toen ik 3 ½ was, dat ik naar de kleuterschool zou gaan en ik stond weken lang in volle verwachting voor het raam te wachten of de juffrouw er al aankwam. Toen de grote dag aanbrak stond ik al vroeg klaar met mijn tasje en daar kwam een ouderwetse grote zwarte taxi aanrijden en de juffrouw stapte uit. Ik rende naar de trap maar toen ze bovenkwam veranderde ik om onverklaarbare redenen (was het angst voor het onbekende?) van gedachte en besloot dat ik toch maar niet naar de kleuterschool ging.
“Oef nie naar school” zei ik tegen mijn moeder.
“Neeeee, je hebt er zo naar uitgekeken, nou ga je netjes mee” zei Mamma. Maar ze kon me niet overtuigen en ik begon te huilen.
De juffrouw pakte me op en droeg me naar beneden naar de taxi en ging voorin naast de chauffeur zitten met mij op schoot. Ik brulde en krijste maar de auto begon te rijden. Juffrouw Rozendaal hat een enorme bos zwart uitstekend haar. Ik heb toen in mijn beide vuistjes een flinke bos van haar haar genomen en heb zo hard als ik kon getrokken. Ze moet enorme pijn hebben gehad want ik was weliswaar klein maar heel sterk en ze kon mijn handjes niet losmaken van haar haar. Tot we bij het schooltje aankwamen ben ik blijven trekken en ze moet nebbisj (zielig) echt geleden hebben. In de klas aangekomen was mijn geschreeuw “Oef nie naar school” opeens afgelopen en vanaf dat moment vond ik haar de liefste juffrouw van de wereld en heb ik al die jaren (en nog steeds!) spijt gehad van mijn gedrag.
Later kwamen ook mijn twee jongere zusjes naar deze kleuterschool van Mirjam Rozendaal.

Mijn vader z”l bracht ons iedere ochtend in weer en wind zo’n 25 minuten op de fiets naar de kleuterschool. Wij zaten met zijn drieën achter onze vader op de bagagedrager zonder bescherming van voetsteuntjes en wielspaakbeschermers (dat bestond toen nog niet). Mijn jongste zusje Judith zat pal achter het zadel waar mijn vader op zat. Daar achter mijn iets jongere zusje dan ik, Channa, en achter Channa zat ik. Mijn zusjes drukten de hele tijd naar achteren om meer plaats te hebben en om niet van de fiets te vallen, moest ik de hele weg met mijn vuistjes op mijn rug de laatste stang van de bagagedrager stevig vasthouden. Maar ik vermelde al eerder dat ondanks mijn jonger leeftijd sterke handjes had en heb me door mijn zusjes nooit van de fiets laten duwen en ben Boruch Hasjem (G’d zij dank) nooit gevallen.
Onderweg zei mijn vader ons Mode Ani, Sjema en andere tefilles (gebeden) voor, die we in koor netjes nazeiden. Mijn vader had een bekende bontzaak in Rotterdam en een keer vroeg een klant aan mijn vader: “Meneer Laufer, ik rij U ‘s ochtends wel eens voorbij op de fiets. Wat prevelt U altijd met uw kinderen?” Mijn vader legde uit dat hij Shacharies met ons davende (ochtendgebed uitsprak). Of ze het begrepen heeft vraag ik me af.

Toen ik zes jaar was ging ik naar een (niet Joodse) lagere school met de ouwe gele open trams door heel Rotterdam. Ik stond altijd naast de bestuurder, die gewoon naast de reizigers voorin stonden, want afgesloten ruimtes voor de bestuurders bestonden toen nog niet. Ik wist ze allemaal zo meshogge (gek) te maken dat ze me de richtingaanwijzer, de voetenbel en de handrem bij de haltes lieten bedienen en ik was natuurlijk apentrots. Ik heb zelfs een bestuurder zo meshogge gemaakt dat hij een gordijn om zich heen trok zodat de andere reizigers ons niet konden zien en ik stond voor hem en mocht alles in mijn eentje doen, zelfs het handstuur bedienen die als een soort transformator de snelheid van de tram regelde. Ik was echt, als een klein Joods jongetje met mijn alpinopetje op voor 100% bestuurder van de tram! Als we gepakt waren was die trambestuurder zijn baan kwijt geweest en ik had waarschijnlijk een levenslang verbod gekregen om nog ooit in een Rotterdamse tram te rijden…

Met een andere trambestuurder had ik altijd bonje, want hij was een felle Feijenoord aanhanger en ik was een even felle supporter van Sparta. De vrijdag voor een belangrijke derby tussen de twee Rotterdamse voetbalclubs hebben we gewed wie er zou winnen. Tot mijn mazzel won Sparta.

Toen ik maandagochtend de tram inkwam was het uitgerekend die bestuurder en al bij het instappen riep ik door de hele tram naar hem: “Sparta heeft lekker gewonnen, daar sta je nou met je mond vol tanden!” De hele tram barstte van het lachen en ik begreep eerst niet meteen waarom. Maar toen hij zich ontsteld naar mij omdraaide begreep ik pas waarom iedereen zo lachte. Hij was namelijk een vrij ouwe bestuurder en had nebbisj geen tand meer in zijn mond.

Ik kan een boek schrijven over alles wat ik in mijn jeugd in Rotterdam heb meegemaakt, maar ik heb al een boek geschreven over de ongelooflijke wederwaardigheden van mijn ouders en drie oudere zusjes in de oorlog en dat heeft me zo veel tijd gekost, dat ik niet aan nog een tweede boek begin.’

 

bron:
Onderwijscommissie, De joodsche wachter. 12 november 1954. Geraadpleegd op Delpher op 30-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005454024:00001.
Reisel, Hakehilla. 1962-09. Geraadpleegd op Delpher op 30-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005775047:00001.
Joodse kleuterklas, “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 03-06-1955, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 30-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858215:mpeg21:p006.
POERIEM. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 26-03-1954, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 30-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858310:mpeg21:p004.
ROTTERDAM. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 25-03-1955, p. 9. Geraadpleegd op Delpher op 31-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858205:mpeg21:p009.
Chanoeka. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 06-01-1956, p. 9. Geraadpleegd op Delpher op 31-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010860796:mpeg21:p009.
Onderwijzeres, NEDERL. ZIONISTENBOND. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 23-03-1956, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 31-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010860807:mpeg21:p008.
Sprookje Chanoeka. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 07-12-1956, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 31-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874930:mpeg21:p008.
Oproep Vorest, WIZO-NEDERLAND. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 22-03-1957, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 31-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874900:mpeg21:p010.
Spitzer, Rotterdam. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 10-01-1958, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 31-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010872401:mpeg21:p010.
Hutterer, Advertentie. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 04-06-1976, p. 23. Geraadpleegd op Delpher op 31-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859907:mpeg21:p023.
Initiatief Rotterdam voor kleuterschool. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 04-06-1976, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 31-05-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859907:mpeg21:p003.
Max Seijffers, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 1806.
Betty Ada van der Heijden, Stadsarchief Rotterdam, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer 851-117.
Herinneringen Herman Laufer email 3 juli 2024

illustraties:
met dank aan Elsje Prins, foto’s uit 1952-1953.

gepubliceerd:
1 juni 2024

laatst bijgewerkt:
4 juli  2024