Josua Ossendrijver

ossendrijverkindermonument
Josua Ossendrijver bij de onthulling kindermoment te Rotterdam op 10 april 2013

Zo heel af en toe kom je iemand tegen van wie het leven bijzondere parallellen heeft met het jouwe. En als je dat overkomt, is een gesprek als een gesprek tussen vrienden die elkaar een poosje niet gezien hebben. Je gaat verder waar je gebleven was, tot je je realiseert dat je elkaar nog nooit eerder gesproken hebt.

Josua Ossendrijver kwam ik voor het eerst tegen tijdens de onthulling van het Kindermonument te Rotterdam. Een opvallende man, die daar duidelijk stond te vechten tegen zijn emoties. Hij viel me op, we hebben elkaar toen niet gesproken.
Einde 2013 kwam het contact echter tot stand. Kort vertelde hij per mail zijn verhaal. Ik mocht het manuscript lezen van het boek waarin hij zijn levensverhaal beschrijft. En helemaal in het begin van dit manuscript kwam de grootste parallel en de grootste schok. De schooljuf die Josua begreep én waar hij verliefd op werd in de eerste klas van zijn lagere school op het Bospolderplein, die schooljuf bleek mijn tante Miep te zijn. Tijd voor het verhaal over Josua Ossendrijver.

Het verhaal van Josua is uniek en tegelijkertijd zijn er nog meer soortgelijke verhalen.
Josua werd als pasgeboren baby door zijn ouders weggegeven aan de beste vriendin, Josua’s niet-Joodse pleegmoeder. Op deze site staan soortgelijke verhalen, zo vertelt Ellen van der Spiegel-Cohen (nota bene woonde zij op Schieweg 85b, de ouders van Josua op Schieweg 91c) haar verhaal. Zij was 5 toen ze er achter kwam wie ze was. Ook Benjamin Peleg-Flesschedrager vertelt zijn verhaal. Hij was 10 toen hij erachter kwam wie hij was. Maar Josua was al 67 jaar oud voor hij achter zijn ware identiteit kwam. Hij leefde een leven als Klaas Slegt.

1943
Josua werd op 9 november 1943 geboren in de onderduik in Rotterdam. Zijn vader was Simon Ossendrijver (Rotterdam, 10 feb 1908), zijn moeder Rosette (Roos) Sanders (Rotterdam, 16 april 1912) en het echtpaar Ossendrijver-Sanders had al een zoon, Josua’s oudere broer David (Rotterdam, 5 september 1932).

De beste vriendin van Roos was Annie de Vos. Zij was getrouwd met Henk Slegt en zij woonden sinds 1938 op de Bergweg 120a. Henk had daar een groentewinkel.

Roos moet in de onderduik wanhopig geweest zijn. Een baby is het allermoeilijkst om te laten onderduiken, ze zijn niet stil wanneer de situatie dat nodig maakt. Ze besloot haar baby na de bevalling aan Annie te geven, dat alles in de hoop dat het goed af zou lopen. Roos gaf Josua meteen na de geboorte weg; gewikkeld in een sjaal werd Josua naar zijn pleegouders gebracht.
Om de onderduik van Josua zo goed mogelijk te laten verlopen werd een besluit genomen dat Josua’s verdere leven sterk zou beïnvloeden. Er werd besloten dat dit feit nooit aan wie dan ook verteld mocht worden. En iedereen die erbij betrokken was besloot dit te doen.

Simon, Rosette en David
Simon, Rosette en David zaten in Rotterdam ondergedoken. Deze onderduik bleek niet veilig te zijn, op het moment van bevallen vielen de Duitsers (geassisteerd door de Nederlandse zwarte politie) binnen. Ze zijn in de overvalwagen ‘getrapt’, maar een Duitser blies de actie af: “Wir kommen bald zurück”. Deze waarschuwing maakte duidelijk dat ze verder moesten vluchten.
Ze kwamen in een onderduik in Molenschot bij Gilze-Rijen terecht, en zaten in logement-café “De Vriendschap” op de Bavelseweg. Daar werden ze op 15 februari 1944 gearresteerd samen met de broer van Roos, Jacob Josua Sanders, die ook in die onderduik zat. Zes weken later, op 29 maart 1944, werden ze ingeschreven in Westerbork. Waar ze in die zes weken gezeten hebben is niet bekend.
In Westerbork werden ze in Barak 67 ondergebracht, de strafbarak. In die barak werden onderduikers geplaatst, want geen antwoord geven op een oproep betekende dat men in overtreding was. Niet alleen dat, het was Joden verboden om te verhuizen. Onderduiken was in wezen verhuizen en daarmee een overtreding. Ook Anne Frank en haar familie kwam om deze reden in barak 67 terecht.

Het gezin heeft niet lang in Westerbork gezeten. Op 5 april vertrokken ze naar Auschwitz waar Simon en Jacob op 8 april geselecteerd werden voor werk en moeder Roos en zoon David op die dag vermoord werden. Simon en Jacob zaten eerst drie dagen in Monowitz (Auschwitz III) en werden van daar overgeplaatst naar Kommando Gleiwitz, waar volgens Jacob zijn zwager Simon Ossendrijver is overleden in de nacht van 5 op 6 augustus 1944 – in tegenstelling tot de administratieve datum 18 jan 1945 die elders gebruikt wordt.

Jacob overleefde de kampen en kwam na de oorlog in Nederland terug. Hij was zeer getraumatiseerd en werd opgenomen in de Sinaikliniek.

Klaas
Josua werd aangegeven bij de Burgerlijke Stand in Rotterdam als zoon van Henk en Annie met de naam Klaas. Hij was welkom in het gezin dat kinderloos was. Vader en moeder Slegt hebben verder geen kinderen gekregen.
Hendrik was een dominante man, altijd bezig om indruk te maken op anderen. Moeder was lief, eigenlijk té lief, waardoor ze over zich heen liet lopen.

Klaas had al jong het gevoel dat er dingen niet klopten. De eerste duidelijke herinnering van Klaas op dit gebied was toen hij als 5-jarige kleuter een gesprek opving tussen zijn ouders en oom Hein.Oom Hein was geen echte oom, hij was een collega van vader die inmiddels de groentewinkel van de hand had gedaan en was gaan werken op Scheepswerf Boele in Bolnes (gemeente Ridderkerk). Klaas was gek op oom Hein. Oom Hein was een vertrouweling van zijn ouders. De flarden van het gesprek dat door Klaas werd opgevangen waren: “Het is een lief knulletje, maar ik denk niet dat jullie hem kunnen houden.”
Later vroeg Klaas aan moeder wat er bedoeld werd. Moeder viel stil, en vertelde Klaas toen dat Hein dacht dat Klaas ziek was en bang was dat hij dood zou gaan. Oom Hein, de lievelings’oom’ van Klaas, werd niet oud. Hij overleed toen Klaas nog jong was.

Verder had moeder een gouden Davidssterretje aan een ketting om haar hals. Waarom draag je een Davidsster als je niet Joods bent?

Misjpoge (familie)
Er waren nog meer verhalen. Zo kende moeder een kok van het Atlantahotel. Maar die kok wilde ze niet ontmoeten. Later bleek dit een oom te zijn van Klaas, te weten Sjaak Ossendrijver (Isaac Ossendrijver, Rotterdam, 18 dec 1900 – Den Haag, 13 juni 1958). Sjaak was gemengd gehuwd met Barbara van Gils (Roosendaal, 16 mei 1900). Sjaak was kok van het Atlantahotel en overleefde met zijn vrouw en 8 kinderen de oorlog.
En er was nog zo iets vreemds. Japie Querido was de man van de fruitkraam op de weekmarkt. Hij verkocht het beste fruit van de stad. Moeder was gesteld op goede waar, maar de kraam van Japie Querido, daar liep ze omheen. Ze vertelde wel aan Klaas dat Japie Querido zijn familie in de kampen verloren had. Japie’s vader was de broer van oma Rosetta Querido (Rotterdam, 29 juli 1879), en een volle neef van vader Simon.
Ontknoping
In 2006, na de dood van moeder, zocht Klaas in verschillende bezoeken moeders nicht Beppie op.

Ook Beppie wilde het stilzwijgen niet verbreken maar na lang aandringen en in verschillende bezoeken vertelde Beppie het verhaal. Beppie vertelt over de Joodse vriendin van moeder Johanna. Er werd verteld dat de vriendin werd meegenomen en een zoontje had dat David heette. Dat was een aanknopingspunt, maar de naam David komt teveel voor om echt duidelijkheid te scheppen. Lang zoeken in het boek Kaddisj, waarin alle namen van omgekomen Joodse Rotterdammers staan, leidde tot één echtpaar die aan de gegevens voldeed – Simon Ossendrijver, Roos Sanders en hun zoon David.
Beppie noemde deze namen uiteindelijk ook en dat was de bevestiging. Het hele verhaal werd verteld. Het verhaal over het weggeven van de baby in de sjaal en hoe Simon, Roos en David verdwenen en niet terugkeerden.

Josua
Klaas wist nu hoe de vork in de steel zat. Het bracht hem in een emotionele achtbaan. Geluk, boosheid en verdriet beheersten hem maandenlang. Geluk omdat hij nu wist wie hij is, en weet dat het jarenlange gevoel van onzekerheid klopt. Verdriet om het lot van zijn biologische familie en boosheid om de afspraak van zijn pleegfamilie. Het zwijgen had (te) lang geduurd, mensen die hem hadden kunnen vertellen wie zijn ouders en broer waren, waren er inmiddels zelf niet meer. Maar ook leerde hij familie kennen. Er waren familieleden aan de klauwen van de nazi’s ontsnapt…

Ondanks deze emotionele achtbaan was deze tijd ook helend, de jarenlange depressies verdwenen.

Klaas Slegt ging de achternaam van zijn biologische familie, Ossendrijver, gebruiken. Als kind had hij nooit een Joodse voornaam gekregen, maar kijkend in de stamboom moet de meest voor de hand liggende voornaam Josua geweest zijn.

Voetsporen
Josua heeft sinds zijn ontdekking de sporen van zijn vader, moeder en David gevolgd. Het huis op Schieweg 91c kon hij bezoeken, het huis van de onderduik, het logement-café in Gilze-Rijen, Westerbork met de plek van Barak 67. Auschwitz ontbreekt nog, hij is van verschillende kanten gewaarschuwd voor de emotionele impact. Maar hij ging er wel heen, in oktober 2014, en dan is de cirkel gesloten.
Josua voelt zich echt Joods, houdt zich aan een aantal Joodse gebruiken, maar ziet zichzelf niet als gelovig: “G’d zou nooit hebben toegestaan dat de Joden, die hij beschouwde als het uitverkoren volk, werden vervolgd. Als G’d al bestaan heeft, dan is hij ook in Auschwitz gestorven”.

Boek
Josua werkte aan een boek over zijn verhaal. Het is een prachtig boek, waarin hij het verhaal vertelt afgewisseld met hoofdstukken waarin hij gesprekken houdt met zijn broer David.

Terzijde

De bokser Leen Sanders is een broer van moeder Roos. Leen overleefde de kampen, trok na de oorlog naar de Verenigde Staten en kwam de laatste jaren van zijn leven terug naar Rotterdam. Josua heeft contact met zijn Amerikaanse neef, Joe, de zoon van Leen uit zijn tweede huwelijk.

Het verhaal verder:
Meer over dit verhaal in het tweeluik van RTV Rijnmond, via deze link.

Boek
Het boek van Josua Ossendrijver is te koop bij de betere boekhandel en via deze link:

Stolpersteinen
Voor het huis op de Schieweg 91c zijn op 9 april 2014 Stolpersteinen geplaatst voor de vader, moeder en broertje van Joshua.

bron:
interview 23 dec 2013.
gezinskaart Slegt gemeentearchief Rotterdam
Hendriks, Marjolien. Klaas Slegt ontdekt opeens dat hij Joods is in het AD van 10 april 2013.
laatste correcties 18 oktober 2014.

foto:
onthulling kindermoment te Rotterdam op 10 april 2013 © joodserfgoedrotterdam.nl

Laatst aangepast:
9 april 2018