louis monasch

groingenconfectielevie
Groningen – fabriek Gebr Levie

Louis Monasch werd op 3 juni 1908 op de Diergaardelaan 44b in Rotterdam geboren als enig kind zoon van Betsij Gast en Leo Monasch. Hij trouwde met Elizabeth Cohen, die op 14 oktober 1909 in Groningen werd geboren. Ze kregen twee kinderen, Leo Louis, geboren op 30 september 1936 te Groningen en Leida Betsy, geboren op 27 april 1940 te Groningen. Het gezin werd vermoord in Auschwitz op 19 oktober 1942.

Het grootste deel van het leven van Louis heeft zich in Groningen afgespeeld. Zijn vader, geboren in Zuid Holland (Oud Beijerland), werkte als bedrijfsleider bij confectiefabriek fa. Gebr. Levie in Groningen (atelier in 1880 aan de Carolieweg, later W A Scholtenstraat).
Louis werd doof geboren. In Groningen bezocht hij het Doveninstituut en toen hij dit verliet in 1923 kreeg hij een baan als boekhouder bij hetzelfde bedrijf als zijn vader.
Louis was zeer actief voor de dovengemeenschap in Nederland. Hij schreef veel artikelen voor het tijdschrift van deze gemeenschap zoals over politiek, over de ziektewet en over de dove Suzanne Levaud, die hij in Parijs interviewde. Mevrouw Levaud had gestudeerd en was doctor.
Verder was er van zijn hand een verslag over het 4e Internationale Congres van Doofstommen dat in 1931 in Parijs gehouden werd. Louis werd penningmeester van de Nederlandse Bond van Dovenverenigingen.
In 1935 trouwde hij met Elizabeth Cohen, doof geboren. Hun zoon Leo Louis werd ook doof geboren en hij ging toen hij drie was al naar het doveninstituut. In het begin van de oorlog werd Leo Louis naar huis gestuurd, vanwege zijn Joods-zijn mocht hij het instituut niet meer bezoeken. Dat leidde tot een protest van directeur Buchli van het instituut en op 4 november 1941 mocht Leo Louis terug naar zijn school.
In 1941 werd Louis tijdens een boottocht op de Friese meren de raad gegeven om te gaan onderduiken met zijn gezin. Louis weigerde dit. “Alles is goed in orde en ik wil gehoorzaam zijn aan de Duitsers”.
Zoals veel Joodse gezinnen in Groningen werd Louis en zijn gezin op 3 oktober 1942 weggevoerd. Hij werd na de razzia met zijn gezin nog gezien door een grote groep jongens van het Doveninstituut die op zaterdagmiddag langs de spoorlijn naar Assen (en Westerbork) liep. Louis, zijn vrouw en hun kinderen zwaaiden vanuit de lange trein die vol zat met de Joden die in Groningen tijdens de razzia waren opgepakt.

 

bron:
maxvandam.info,
dovenshoah.nl,
dovenclubhuis.nl,
digitale stamboom Rotterdam.

laatst bijgewerkt:
25 december 2016