Onderduik van Willem en Riek Prins

Willem en Riek Prins – Levie en de zus van Riek, Bep Levie, waren 3 jaar ondergedoken in het huis op de hoek van de Witte de Withstraat en de Eendrachtsweg, op de Witte de Withstraat 93a. De dames Taselaar bij wie zij ondergedoken waren, hadden daar een talenschool / steno-typeschool en kopieerinrichting. Deze dames hebben later de onderscheiding van Yad Vashem ontvangen.

Hendrina Anna Taselaar (Rotterdam, 24 februari 1878 – 7 december 1944) en haar dochter Antoinette Petronella Kuyper – Taselaar (Rotterdam, 29 december 1910) hadden een steno- en talenschool toen de oorlog uitbrak. Willem Prins werkte daar als een part-time leraar in Engelse zakencorrespondentie. Toen de bezetter de maatregel uitvaardigde dat het verboden was voor niet-Joden om Joden in dienst te hebben gaven de dames Taselaar aan Willen aan dat hij wat hen betrof door kon gaan met het geven van zijn lessen. Desalniettemin zegde Willem zijn baan op voor de veiligheid van zowel hemzelf als van de dames Taselaar. Rond eind juli 1942 kreeg Elisabeth (Bep) Levie, de schoonzus van Willem die bij Willem en zijn vrouw Riek in huis woonde, een oprope voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Bep ging niet maar vond een onderduikplaats. Ze moest daar echter weer weg na 7 augustus 1942. Willem ging naar de Taselaars en vroeg om hun hulp. Hendrina keek Bep aan en besloot onmiddellijk om te helpen. De oudere vrouw gaf Willem en sleutel en zei: “Kom met je vrouw en je schoonzus vanavond of morgen.” Willem wees hen op het gevaar en zei dat ze ook maar weinig geld hadden voor hun onderhoud maar de dames gaven aan dat ze niet bang waren en dat geld geen probleem was.

Hendrina en Antoinette woonden in het bovenhuis van een groot pand in Rotterdam. De school en de keuken waren op de eerste verdieping, de woonkamer op de tweede en op zolder was de badkamer en twee slaapkamers. De Taselaars trokken in een van de slaapkamers en stonden de andere af aan Willem en zijn gezin. Het lukte Willem om de Taselaars toch wat geld te laten accepteren voor hun verblijf. De kamer van het gezin Prins was boven de woonkamer dus ze moesten stil zijn wanneer er een bezoeker in huis was. Ze brachten het grootste deel van hun tijd door met lezen en studeren. Bep en Rebekka breiden ook veel. Slechts enkelen wisten dat deze onderduikers hier zaten. In november 1944 was het gevaar voor ontdekking zeer groot en verzetsman Cornelis Jasperse haalde de Prinsen uit hun tijdelijke verblijf. Toen ze terugkeerden naar de Taselaars bleek Hendrina overleden te zijn en de zorg voor de onderduikers viel geheel op de schouders van Antoinette tot 8 augustus 1945, toen kregen de Prinsen een appartement toegewezen.

Op 26 juni 1986 erkende Yad Vashem Hendrina Anna Taselaar-Ponsen en haar dochter Antoinette Petronella Kuyper-Taselaar, als Rechtvaardige onder de Volkeren.

Iemand die niet in dit artikel vermeld is, maar wel een erg grote rol gespeeld heeft in de onderduik van het gezin Prins was Kees Jasperse. Wie was hij en wat deed hij?

Cornelis Willem Gerardus Jasperse, Kees, was lid van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers – de LO. Zijn werk was het vinden van veilige duikplaatsen, onderduikers daarheen brengen, het zorgden voor geld en bonkaarten én Engelse piloten helpen die naar Engeland terug moesten. Kees was ook lid van de Landelijke Knokploeg (LK) en in september 1944 sloot hij zich aan bij de ondergrondse bewapende strijdkrachten die georganiseerd werden door de Nederlandse regering in ballingschap (Londen). Ik oktober 1944 nam Jasperse deel aan een gewapende overval op het hoofdkantoor van de Sicherheitsdienst in Rotterdam (Heemraadssingel), wat leidde tot de bevrijding van 40 leden van de ondergrondse. Hierop volgde wel dat men bang was dat de bezetter een lijst van adressen in zijn bezit had gekregen. Een groot aantal ondergedokenen moesten op stel en sprong een ander duikadres krijgen. Onder hen waren Willem en Rebekka Prins, Elisabeth Levie, de zus van Rebekka, die in onderduik waren bij moeder en dochter Taselaar. Willem stond er op dat de escorte voor de familie Prins bewapend zou zijn zo dat, in het ergste geval, zij niet in levend in de handen van de vijand zouden vallen. Na de oorlog ontdekten de Prinsen dat Kees de gewapende escorte was geweest en de familie Prins en Kees Jasperse bleven nog jaren bevriend, net zoals met Antoinette (Tan) Taselaar.

Na de oorlog kreeg Kees het Nederlandse Oorlogskruis, het Herinneringskruis, het Franse Croix des Combattants de l’Europe. Daarnaast werd Kees een erelid van de Royal Air Force Rescue Society (UK), de Netherlandse Verening van Air Crew Rescuers, de National Federated Council of the Former Resistance in the Netherlands (NRF), en het Voormalige Verzet in Zuid-Holland (VVZH).
Op 26 juni 1986 erkende Yad Vashem Cornelis Willem Gerardus Jasperse als Rechtvaardige onder de Volkeren.

bron:
“Advertentie dankzegging”. “Trouw : speciale uitgave voor Rotterdam en omstreken”. Rotterdam, 11-05-1945. Geraadpleegd op Delpher op 15-03-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010443241:mpeg21:a0033
informatie Elsje Prins d.d. 14 en 15 maart 2018
informatie database Yad Vasjem (geraadpleegd 15 maart 2018)
informatie Kees Jasperse via database Yad Vasjem

illustratie:
“Advertentie dankzegging”. “Trouw : speciale uitgave voor Rotterdam en omstreken”. Rotterdam, 11-05-1945. Geraadpleegd op Delpher op 15-03-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010443241:mpeg21:a0033

laatst bijgewerkt:
15 maart 2018