Samuël Simon Noach

Tijdens de oorlog was Samuël Simon Noach (Zutphen, 8 september 1888 – Bussum, 6 juli 1959) leraar op het Joodsch Lyceum. Voor de oorlog, vanaf 1923, was hij leraar Duits aan de Willem de Zwijger HBS aan de Bergsingel, en in dat jaar kwam het gezin naar Rotterdam. Na de oorlog keerde Samuël terug naar deze school waar hij tot 1957 bleef werken.

De vader van Samuël overleed twee twee dagen na zijn derde verjaardag, zijn moeder toen Samuël zeven jaar oud was. Samuël kwam in het Centraal Israëlitisch Weeshuis in Utrecht terecht. Samuël kon goed leren en mocht van het weeshuis doorleren voor onderwijzer.
Op 17 juli 1913 trouwde Samuël in Zeist met Dina de Lieme (Haarlem, 25 december 1887- Amsterdam, 26 juni 1970), dochter van de weeshuisvader en -moeder. Dina studeerde af op het conservatorium (piano). Op de gezinskaart is overigens aangetekend dat Samuël geen geloof aanhing, in tegenstelling tot Dina. Dina en Samuël kregen twee kinderen; Siegfried (Sieg) Adolf (Utrecht, 30 maart 1914 – Gran Canaria, 2 maart 1974) en Sophia (Fietje) Wilhelmina (Utrecht, 5 juli 1919).

Samuël werkte overdag als onderwijzer en deed een avondstudie voor de middelbare akte Duit en later de lagere akte Frans. Dina gaf pianolessen aan de muziekschool in Zeist.

Ten tijde van de oorlog woonde het gezin van Samuël en Dina op de Schepenstraat 112b. Daar waren ze in mei 1939 gaan wonen en in 1923 werden ze in Rotterdam ingeschreven. In de tussenliggende jaren woonde het gezin op de Noordsingel 141 en vanaf 1926 op de Bergweg 231a. Op het laatste adres brachten de kinderen het grootste deel van hun jeugd door. Na de lagere school ging Fietje naar ger gymnasium op het meisjeslyceum aan de Witte de Withstraat waar ze in juli 1937 voor slaagde.

Oorlog
Tijdens de oorlog was het gezin beschermd door de Sperre die Samuël had door zijn functie bij het Joods Lyceum. Maar op het moment dat het Lyceum sloot verviel deze bescherming. De kaart van de Joodsche Raad biedt meer informatie. Ten eerste is er te lezen dat Samuël conrector en leraar voor de Hoogduitse taal was. Hij was eerst onderwijzer, werd later leraar. Het verschil is dat de eerste voor de lagere school was, de tweede voor het hogere onderwijs. Samuël bezat de hoofdakte, aktes voor Frans, Duits en gymnastiek.

De inschrijving van het gezin in Westerbork is wat onduidelijk, waarschijnlijk was de datum 29 september 1943, wat overeenkomt met de sluiting van de school. Het gezin werd geplaatst op de Professor Van Dam-lijst II, een waarop Joden werden geplaatst die verdienstelijk waren voor de Nederlandse maatschappij. Door deze lijst kom men langer in Westerbork blijven. Daarnaast is aangetekend dat ze in Barneveld zaten. Uiteindelijk ging het gezin met het transport van 4 september 1944 naar Theresienstadt. Het gezin overleefde de oorlog en woonde in 1947 op de Breitnerstraat 61b in Rotterdam.

 

 

bron:
Stadsarchief Rotterdam, Dina de Lieme, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer 851-347, pagina 369594.
Kaart Joodse Raad Samuel S Noach via Arolsen Archives, 130347671.
“Naamlijst voor den interlocalen telefoondienst 1950 . apr..1950, dl.2: H-Z”. [PTT,1950. Geraadpleegd op Delpher op 18-06-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMVC01:000000044:00001.
Marleen van den Berg, Joods Rotterdam, Vervolging, Ontrechting, Terugkeer en Rechtsherstel (Amsterdam 2025) 35, 36.

gepubliceerd:
18 juni 2021

laatst bijgewerkt:
11 november 2025