Voorzanger Leime Schnitzler

Lecha Doudie, gezongen door de Schnitzlers

In 1819 werd Leman (Leime) Schnitzler als voorzanger aan de Grote Synagoge in Rotterdam verbonden. Hij zong er met zijn drie broers (Joseph (Jopie), David (Dewie) en Mozes (Mousje)) tijdens de diensten. De zangkwaliteit was zeer hoog, maar kreeg niet altijd de goedkeuring van de Opperrabbijn Joseph Isaacsohn (Filehne, 2 januari 1816). Deze had halachische (volgens de Joodse wet) bezwaren tegen de uitvoeringen, waarbij bepaalde woorden herhaald werden en zelfs de naam van G’d werd genoemd.
De broers Schnitzler waren de zoons van oppervoorzanger Abraham Mozes Schnitzler die in Rotterdam als gazzan (voorzanger) werd aangesteld in 1787 en zijn vrouw Sophia Samuel Levie. Abraham kwam uit Colmar in de Elzas en overleed in 1819. Het was een groot gezin dat Abraham achter liet en zijn weduwe dreigde financieel in de problemen te komen. Dat was de reden dat de Parnassiem het verzoek kregen om Leman en zijn broers de taak van hun vader te laten overnemen, alsmede de weduwe een pensioen uit te keren.
De definitieve installatie van Leman als oppervoorzanger volgende op 21 januari 1820.

De voorzangers van de synagoge aan de Boompjes werden zeer populair en velen kwamen naar de diensten om ze te horen. Wanneer ze zongen stonden voor de sjoel de rijtuigen van de notabelen zelfs in een file. Het Schnitzler-kwartet trad ook buiten Rotterdam op zoals in Amsterdam, Kleef en Londen.

Dat de broers zich niet altijd aan de eisen van de rabbijn hielden was een dilemma want ze trokken veel geloofsgenoten naar de sjoel. Isaacsohn vroeg advies aan andere rabbijnen en in 1870 kwam het tijdens een dienst tot een uitbarsting toen de Opperrabbijn tijdens een dienst kwaad de sjoel uitliep. Een jaar eerder, in 1869, had gazzen Leime Schnitzler zijn 50-jarig jubileum gevierd. In 1875 legde Leime zijn functie neer.
Leman Schnitzler zong niet alleen in de synagoge. Op 18 augustus 1833 zong hij met het koor van de Hoogduitse Synagoge van Rotterdam (Boompjes) bij de inwijding van de synagoge in Bergen op Zoom, die in 1832 gebouwd werd. De familie Schnitzler was zeer actief in de Hoogduitse gemeente in Rotterdam. Zo was A. J. Schnitzler directeur van ‘Harpe Davids‘.

 

bron:
“Nieuwsberichten.”. “Vlaardingsche courant”. Vlaardingen, 1885/02/07 00:00:00, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 02-10-2019, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMSAVL02:000437116:mpeg21:p00002
“BINNENLANDSCHE BERIGTEN ‘s Gravenhage, den 20sten Augustus.”. “Nederlandsche staatscourant”. ‘s-Gravenhage, 1833/08/21 00:00:00, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 22-10-2019, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010057578:mpeg21:p002
D. Hausdorff, Dr. Joseph Isaacsohn en zijn tijd in Rotterdams Jaarboekje Reeks 06, Jaargang 07, 1959, 144
“Iets over het synagogale kwartet der SCHNITZLER’s te Rotterdam”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1925/07/17 00:00:00, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 23-02-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010871865:mpeg21:p012
“Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1925/07/17 00:00:00, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 23-02-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010871865:mpeg21:p012

illustratie:
“Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1925/07/17 00:00:00, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 23-02-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010871865:mpeg21:p012

laatst bijgewerkt:
8 maart 2020