Ephraïm de Haas

haasdeephraimEphraim de Haas was een doodgewone en bescheiden man die op allerlei manieren vermorzeld werd door de maatregelen van de bezetter. Zijn verhaal….

Ephraim werd op 28 november 1887 in Middelharnis geboren. Hij was de zoon van Simon de Haas (Sommelsdijk, 14 februari 1859 – Rotterdam, 16 december 1937), veehandelaar op het Zandpad te Middelharnis, en Belia Gazan (Middelharnis, 9 december 1851 – Rotterdam, 12 februari 1935). Ephraim was het derde kind van Belia en Simon, die in totaal tien kinderen zouden krijgen.
Wanneer Ephraim precies naar Rotterdam kwam is onduidelijk, waarschijnlijk rond 1905. Hij woonde in ieder geval op 2 mei 1914 op de Gedempte Botersloot. In het begin van de oorlog woonde het gezin op de Schepenstraat 78a.
Kort daarvoor, op oudejaarsdag 1913, trouwde Ephraim met Sientje van Beek (Amersfoort, 20 september 1885 – Rotterdam, 14 augustus 1971) en het echtpaar kreeg drie kinderen:
Simon (Amsterdam, 3 maart 1914)
Mozes (Rotterdam, 18 januari 1915 – Rotterdam, 15 mei 1940. Mozes was slachtoffer van het bombardement op Rotterdam) en
Jacob (Rotterdam, 25 november 1922).

Ephraim was procuratiehouder en bedrijfsleider en een actief schaker. In 1907 werd hij lid van de Rotterdamsche Schaakvereniging. In 1926 werd hij aangesteld bij het NRC als schaakverslaggever voor Rotterdam en omgeving. In datzelfde jaar werd hij secretaris van de Rotterdamsche Schaakvereniging en hij bleef dat tot september 1941. Toen werd hij door de bezetter ontheven uit die functie en hij werd ook vanwege zijn Joodse afkomst bij het NRC ontslagen.
Ephraim was daarna werkloos en werd te werk gesteld in het Rijkswerkkamp “De Vanenburg” in augustus 1942 en twee maanden later doorgestuurd naar Westerbork. Lang is Ephraim niet in Westerbork geweest, op 22 oktober 1942 werd hij in Auschwitz vermoord.

De Vanenburg
De Vanenburg was een kasteel bij Putten. Er konden ca. 200 dwangarbeiders gehuisvest worden, een aantal dat nooit gehaald werd.Het werk bestond uit het egaliseren van de poldergronden rond het IJsselmeer, dat werd gedaan voor de Nederlandse Heidemaatschappij.

In een briefkaart, die medegevangene David Brandon op 16 september 1942 aan zijn vrouw stuurt komt Ephraim ook nog ter sprake:
Overal waar wat te egaliseren valt moet ik aan ‘t werk. Ook help ik mede met rails versjouwen, kipkarretjes wegrijden enz. Morgen is hier cabaretavond in de cantine. Mijn schaakpartij is al aan de gang, maar tegen een hoofdklassespeler en redacteur ben ik natuurlijk niet opgewassen.
Ik schrijf je maar weer na gisteravond, want de chef is naar het N.S.B kamp in Ommen geweest en heeft daar nieuwe instructie voor ons gekregen. Alle pakjes en brieven staan onder censuur, voornamelijk op het oog van bonnetjes en kwetsende woorden. Een keer per week (woensdag) gaat hier post weg en een keer per week (zaterdag) krijgen wij brieven. (…) Er zijn meer geintjes. We moeten leren exerceren. Stel je voor er zijn ook ondercommandanten benoemd’.
De Vanenburg is tegenwoordig een hotel.

bron:
Stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Ephraim de Haas
www.joodsmonument.nl, lemma Ephraim de Haas (geraadpleegd 15 maart 2015)
Nieuw Israelietisch Weekblad, 20 augsutus 1971, familiebericht
www.joodsewerkkampen.nl, lemma De Vanenburg (geraadpleegd 15 maart 2015)
www.bombardement1940.nl, lemma Mozes de Haas (geraadpleegd 16 maart 2015)

laatst bijgewerkt:
3 september 2019