Hugo, Julia en Rosie Kälbermann

Hugo Kälbermann is 29 jaar als hij in 1933 van Grosseicholzheim in Baden-Württemberg vlucht naar Nederland. De repressie van de nazi’s tegen de Joden neemt in dat jaar angstaanjagende vormen aan en Hugo laat familie en vrienden achter in het dorp waar hij op 15 november 1904 werd geboren. Door zijn vlucht is hij beroofd van al zijn burgerrechten, hij wordt een stateloze burger, ‘een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd’.

Voor Hugo moet het niet makkelijk zijn geweest om de veiligheid van het gezin waarin hij opgroeide, met vader Emanuel Kälbermann (1865 – 1941), moeder Rosa Kälbermann – Strauss (1870 – 1934) , en zijn broers en zussen Manfred, Martha, Hugo, Salli, Paula, Leo, achter zich te laten. Want na zijn vlucht moet hij het alleen zien te redden in Rotterdam waar hij in 1933 aankomt. Hij gaat er inwonen op de Obreenstraat 14, vanaf 1934 op de Proveniersstraat 9b, in hetzelfde jaar op de Hooidrift 56a en in mei 1939 op de Talmastraat 56a. Maar Hugo is jong, hij wordt verliefd en trouwt in november 1934 met Julia Bodenheimer. Zijn vader komt naar Rotterdam om het huwelijk bij te wonen. Weer een jaar later, in 1935, wordt dochter Rosie geboren.

De tijden worden echter ook in Nederland grimmiger en gruwelijker. Na het bombardement op Rotterdam in mei 1940 is de huisvestingssituatie in de stad nijpend, en dat kan een reden zijn geweest voor het jonge gezin om naar Amersfoort te gaan. Hugo gaat er aan de slag als worstmaker. Tot het eind van de zomer van 1942 woont hij met Julia en Rosie op de Goudsbloemstraat 37. Tussen 3 en 5 oktober 1942 moet hij samen met zijn vrouw en dochter naar Kamp Westerbork zijn weggevoerd. Vier dagen later, op 9 oktober 1942, is het hele gezin gedeporteerd met transportnummer 26 naar Auschwitz. Niet duidelijk is of Hugo al tijdens het transport is vermoord, of bij aankomst in Auschwitz op 12 oktober 1942 of op 5 mei 1945, zoals op joodsmonument.nl is vermeld.

Julia Bodenheimer, 14 jaar. bron: Dan Bodenheimer

Julia Bodenheimer
Julia Bodenheimer groeit op in Rotterdam. Haar Duits-Joodse vader, Berthold Bodenheimer, en haar Roemeens-katholieke moeder, Maria Corbulij, hebben zich op enig moment in Rotterdam gevestigd en stichten hier na hun huwelijk op 8 september 1909 een gezin. In datzelfde jaar wordt zoon Walter geboren, hij wordt maar een maand oud. Drie jaar later, op 26 mei 1912 wordt Julia geboren. Als ze vijf is, overlijdt haar moeder. Berthold hertrouwt na enige tijd met Rosa Paula Baer, en Julia krijgt nog 3 halfzusjes:  Jeannine, Madeleine en Eliane. In dit Joodse gezin groeit ze verder op. In 1934 laten Julia en haar vader zich naturaliseren tot Nederlander.
Op 14 november 1934 trouwt Julia in Rotterdam met Hugo Kälbermann. Ze is dan 22; een jaar later schenkt ze het leven aan hun dochtertje Rosie.

In 1941 woont Julia’s familie op de Graaf Florisstraat 104a in Rotterdam, een straat waar voor de tweede wereldoorlog verhoudingsgewijs veel Joden wonen. Door het bombardement op Rotterdam van mei 1940 was de woonsituatie onoverzichtelijk. Er was gebrek aan woonruimte en veel families woonden bij elkaar in, vermoedelijk is dat voor het jonge gezin de aanleiding geweest om naar Amersfoort te gaan.

In 1942 staan Julia, Hugo en Rosie ingeschreven op de Goudsbloemstraat 37 in Amersfoort, weer inwonend, bij de familie Steenbeek. Tussen 3 en 5 oktober 1942 is Julia met haar man en dochtertje weggevoerd naar Westerbork. Vier dagen later, op 9 oktober 1942,  werd het gezin gedeporteerd met transportnummer 26 naar Auschwitz. Julia en Rosie zijn daar op 12 oktober 1942 vermoord.

7e Openbare Lagere school aan de Oude Soesterweg, nu Noordewierweg in Amersfoort

Rosie Kälbermann
Rosie Kälbermann werd geboren op 24 februari 1935 in Rotterdam. In de oorlog verhuist ze met haar ouders Hugo en Julia naar Amersfoort. Rosie ging naar de 7e Openbare Lagere school aan de Oude Soesterweg, nu Noordewierweg. Rosie en Esther Kropveld uit de Primulastraat zijn de enige twee Joodse kinderen op deze school. Ze is pas 7 jaar als ze samen met haar ouders tussen 3 en 5 oktober 1942 wordt weggevoerd naar Kamp Westerbork en daarna gedeporteerd met transport nummer 26 naar Auschwitz. Op 12 oktober 1942 komt een einde aan het korte leven van Rosie, ze werd samen met haar moeder vergast.

 

bron:
Stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Hugo Kälbermann
tekst en informatie met dank aan Nelleke Visscher, Stichting Herdenkingsstenen Amersfoort
www.joodsmonument.nl, lemmata gezin Kälbermann

Illustratie:
school Rosie Kälbermann archief Eemland
Julia Bodenheimer, 14 jaar, met dank aan Dan Bodenheimer

laatst aangepast:
12 oktober 2018