Graaf Florisstraat

indexflorisstraatIn Amsterdam waren er voor de oorlog Joodse buurten aan te wijzen, in Rotterdam was dat moeilijker. De Graaf Florisstraat en omgeving waren echter een uitzondering. Uit deze straat zijn veel inwoners weggevoerd naar de concentratiekampen. Nu, in 2010, is de Graaf Florisstraat een statige straat in een statige buurt van Rotterdam bij de Heemraadssingel.
Verder staat op nummer 45 de voormalige huishoudschool. In de hongerwinter had dit gebouw een belangrijke functie, hier kregen kinderen een halve liter bijvoeding per week. Het aantal Joden dat in de oorlog in deze straat woonden, en vermoord werd, is hoog. Bijna huis-aan-huis.

Graaf Florisstraat 9b – gezin Pels
Op 9b woonde Jakob Pels (Rotterdam, 12 april 1913 – Auschwitz, 30 april 1943, Elly Pels (Rotterdam, 2 mei 1921 – Auschwitz, 26 februari 1943) en Heintje Clasina van der Hal-Pels (Rotterdam, 5 januari 1915 – Sobibor, 4 juni 1943).

Graaf Florisstraat 11a – gezin Felder
Hier woonde Sophia Felder-Felder (Rotterdam, 26 augustus 1901 – Auschwitz, 18 november 1943) en Suze Lea Felder (Rotterdam, 11 september 1924 – Auschwitz, 18 november 1943).

Graaf Florisstraat 12b – David Wolffers
Op 12b woonde David Wolffers (Rotterdam, 17 mei 1923 – Auschwitz, 28 februari 1943).

Graaf Florisstraat 13a – gezin Bierschenk
Op 13a woonde Abraham Bierschenk (Amsterdam, 3 juni 1901 – Auschwitz, 28 februari 1943), zijn vrouw Aaltje Tokkie (Rotterdam, 5 juni 900 – Sobibor, 5 maart 1943) en hun zoon Nathan (Rotterdam, 23 april 1925, Auschwitz 28 februari 1943).

Graaf Florisstraat 15b – gezin Solmanowitz
Op 15b woonde Samuel Solmanovitz (Rotterdam, 15 augustus 1898 – Auschwitz, 28 februari 1943), zijn vrouw Sophia Maria Wolf (Rotterdam, 19 juni 1910 – Auschwitz, 2 oktober 1942) en hun dochter Mera (Rotterdam, 30 januari 1934 – Sobibor, 13 maart 1943).

Graaf Florisstraat 25a – Lea Goldschmidt
Op 25a woonde Lea Goldschmidt-Hausdorff (Rotterdam, 12 april 1896 – Auschwitz, 12 februari 1943). Lea kwam uit een gezin met vijf kinderen waarvan er vier de oorlog hebben overleefd.

Graaf Florisstraat 29b – gezin De Haas / gezin Van Vriesland
Op 29b woonden twee gezinnen. Salomon de Haas (Middelharnis, 10 juli 1886 – Auschwitz, 10 september 1943) en zijn vrouw Heintje Simmeren (Groningen, 15 mei 1913 – Auschwitz, 31 maart 1944) en verder woonde er het gezin van Adolphe Isidore van Vriesland (Haarlem, 17 november 1894 – Sobibor, 11 juni 1943), zijn vrouw Heintje Zwartverwer (Amsterdam, 28 september 1889 – Sobibor, 11 juni 1943) en hun zoon Victor Emanuel (Amsterdam, 5 november 1927 – Sobibor, 11 juni 1943). Nb.: Adolphe was familie van schrijver Victor Emanuel van Vriesland, in 1960 winnaar van de PC Hooftprijs.

Graaf Florisstraat 30b – Sophia van Esso
Op 30b woonde Sophia van Esso (Rotterdam, 2 januari 1882 – Sobibor, 23 april 1943).

Graaf Florisstraat 31b – Firma Louis Blitz
Op 31b was een stempelfabriek en graveerinrichting gevestigd onder de naam Firma Louis Blitz. Hier woonden Jacob Schaap (Rotterdam, 12 april 1870 – Rotterdam, 13 oktober 1942) en zijn vrouw Rebecca Blitz (Rotterdam, 23 oktober 1874 – Auschwitz, 14 januari 1943). Hun zoon Isidore Schaap (Rotterdam, 13 november 1899) overleefde de oorlog.

Graaf Florisstraat 32a – gezin Cohen
Op 32a woonde op 1 april 1942 Samuel Isidoor Cohen (Rotterdam, 14 februari 1907 – Sobibor, 23 juli 1943) en zijn vrouw Edelina van Os (Amsterdam, 16 december 1914 – Sobibor, 2 juli 1943). Dit echtpaar verhuisde in de loop van de oorlog naar Amsterdam waar ze uiteindelijk, voor hun deportatie, op de Ingogostraat 6 II woonden.

Graaf Florisstraat 33b – Van Geldere
Op 33b woonde Jacob Levie van Geldere (Rotterdam, 16 oktober 1883 -Auschwitz, 14 oktober 1944), zijn vrouw Elizabeth Blaaser (Rotterdam, 28 januari 1894 – Auschwitz, 15 oktober 1944) en hun zoon Louis Jules (Rotterdam, 22 augustus 1927 – Dachau, 21 april 1945).

Graaf Florissstraat 36 – secretariaat Joodse vrouwenraad
In 1932 was op nummer 36 het secretariaat van het bestuur van de “Joodschen vrouwenraad” te Rotterdam gevestigd. Zij vroegen in dat jaar voor hun “Zwaluwnest”, wellicht een kleuterschool, een hoofdleidster. Op dit adres woonde mevrouw E Cohen – Hartog. In 1938 kon men zich tot haar wenden wanneer men toestemming wilde hebben om de Joodse vluchtelingen in het quarantaine-station op Heyplaat te bezoeken. Zij verstrekte de toegangskaarten.

Graaf Florisstraat 36 – Mr J. Slijper
Op nummer 36 woonde na de oorlog Mr J. Slijper. Hij was een van de notarissen die in Rotterdam zorgde voor de afhandeling van erfenissen van vermoorde Rotterdamse Joden. Mirjam Slijper was in 1957 voor de Joodse jeugdvereniging Haboniem een van de adressen in Rotterdam waar bijeenkomsten gehouden werden.

Graaf Florisstraat 39a – Siegfried Kan
Op 39a woonde Siegfried Salomon Kan (Oldenzaal, 31-5-1892 – Auschwitz, 30-9-1942).

Graaf Florisstraat 45 – De Rotterdamse Huishoudschool
Meer over deze school via deze link.

Graaf Florisstraat 45 – Anna Dorndeck
Anna Julie Tonij Dorndeck woonde eveneens op het adres van de huishoudschool. Naast dat dit adres een school was, waren er dus ook woningen. Anna werd geboren in Frankfurt am Main op 23 december 1889. Ze werd in Rotterdam ingeschreven op 9 maart 1925 en woonde daarvoor in Amsterdam, waar ze op 15 november 1922 werd ingeschreven. In Amsterdam woonde Anna op de De Lairessestraat 33 en ze verhuisde op 9 februari 1923 naar de Wouwermanstraat 44 waar ze bij haar zwager, A Bachrach en zus Mathilde, in trok. Voor haar tijd in Amsterdam woonde Anna in Duitsland. In Rotterdam was Anna hoofd van het internaat van de Rotterdamsche Huishoudschool. In juli 1932 werd Anna genaturaliseerd tot Nederlander.

Graaf Florisstraat 72b – Mietje Slier en gezin Levison
Op 72b woonde Mietje Slier (Rotterdam, 22 januari 1920 – Auschwitz, 23 september 1942). Op hetzelfde adres woonde Moses Maurits Levison (Oss, 2 november 1886 – Auschwitz, 5 oktober 1942) en zijn vrouw Anna Kadt (Oss, 25 februari 1872 – Auschwitz, 15 oktober 1942).

Graaf Florisstraat 77b – gezin Wolf
Op 77b woonde Jacob Wolf (Rotterdam, 31 januari 1883 – Rotterdam, 25 juni 1942), zijn vrouw Cornelia van Embden (Rotterdam, 17 september 1884 – Auschwitz, 14 januari 1943) en hun dochters Jacoba Bernardina (Rotterdam, 28 december 1919 – Auschwitz, 30 april 1943) en Rosa Hetty (Rotterdam, 14 mei 1916 – Sobibor, 16 juli 1943).

Graaf Florisstraat 89 – Mr. Harry Tels en Maria van der Klein
Op 89 woonde Mr. Harry Hijman Tels (Rotterdam, 29 juni 1897 – Mauthausen, 10 juli 1942). Zijn vrouw en twee kinderen overleefden de oorlog. Harry was de kleinzoon van Hartog Hijman Tels en was deken van de Orde van Advocaten. Hij was een van de eerste Rotterdammers die door de nazi’s werd opgepakt. Op dit adres woonde ook Maria van der Klein (Rotterdam, 11 mei 1922 – Auschwitz, 30 september 1942).

Graaf Florisstraat 90a – gezin De Vries
Op 90a woonde David de Vries (Amsterdam, 6 april 1896 – Neukirch, 5 juni 1943), zijn vrouw Jetje van der Heijm (Rotterdam, 17 april 1900, Auschwitz, 5 november 1942), hun dochter Sientje (Rotterdam, 9 juli 1934 -Auschwitz, 5 november 1942) en Jansje (Rotterdam, 22 juni 1921 – Auschwitz, 30 september 1942).

Graaf Florisstraat 90b – gezin Margulies
Op 90b woonde Josef Michel Margulies (Petzykow, 7 november 1886 – Sobibor, 21 mei 1943), zijn vrouw Adela Mahler (Dukla, 20 december 1884 – Sobibor, 21 mei 1943) en familielid Bernard Margulies (Tarnopol, 25 januari 1912 – Sobibor, 23 april 1943). Zij hadden een sigarenzaak in Rotterdam; hun twee kinderen overleefden de oorlog.

Graaf Florisstraat 90b – gezin Van Baale
Op 90b woonde Elizabeth van Baale (Rotterdam, 31 december 1896 – Auschwitz, 30 september 1942). Op ditzelfde adres woonde Moses Posner (Rotterdam, 11 november 1897 – Sobibor, 23 juli 1943), zijn vrouw Sara de Wolf (Rotterdam, 7 februari 1894 – Sobibor, 23 juli 1943), hun dochter Betje Hanna (Rotterdam, 25 oktober 1927 – Sobibor, 23 juli 1943) en Lena Gretha (Rotterdam, 29 juli 1935 – Auschwitz, 30 september 1942).

Graaf Florisstraat 94b – gezin Maritz
Op 94b woonde Rijntje Maritz (Gorinchem, 5 september 1902 – Auschwitz, 15 oktober 1942) en Bernard Samuel Maritz (15 februari 1877 – Auschwitz, 15 oktober 1942).

Graaf Florisstraat 100a – gezin Bosman
Op 100a woonde Jona Bosman (Rotterdam, 2 februari 1901 – Rotterdam, 1 januari 1945), zijn vrouw Eva de Jong (Borculo, 3 oktober 1905 – Sobibor, 11 juni 1943), zoon Arnold (Rotterdam, 22 september 1934 – Sobibor, 11 juni 1943), dochter Mirjam Anna (Rotterdam, 4 augustus 1933 – Sobibor, 11 juni 1943) en dochter Jehoedith (Rotterdam, 1 november 1937 – Sobibor, 11 juni 1943).

Graaf Florisstraat 104a – gezin Bodenheimer 
Op 104a woonde Berthold Bodenheimer (Waibstadt, 16 mei 1885 – Auschwitz, 14 juni 1943), zijn vrouw Rosa Paula Baer (Mannheim, 16 januari 1888 – Auschwitz, 14 januari 1943), hun dochters Madeleine Marianne (Rotterdam, 12 mei 1924 – Auschwitz, 11 januari 1943), Jeannine (Rotterdam, 13 januari 1922 – 26 augustus 1942) en Eliane Hanna (Rotterdam, – Auschwitz, ). Berthold had uit zijn eerste huwelijk een dochter, Julia (Rotterdam, – Auschwitz, ).

Graaf Florisstraat 106a – gezin Meijer
Op 106a woonde Marcus Meijer (Borculo, 26 februari 1883 – Sobibor, 23 april 1943), zijn vrouw Rebecca van Gelderen (Rotterdam, 8 maart 1887 – 4 februari 1943) en hun zoon Louis (Rotterdam, 2 maart 1921 – Birkenau, 1 september 1942).

Graaf Florisstraat 110a – Emanuel de Leeuw
Op 110a woonde Emanuel Mozes de Leeuw (Rotterdam, 8 dember 1906 – Bergen-Belsen 22 februari 1945).

Graaf Florisstraat 110b – gezin Fonteijn
Op 110b woonde Simon Fonteijn (Terneuzen, 8 augustus 1886 – Auschwitz, 22 oktober 1943) en zijn vrouw Bertha Kadiks (Rotterdam, 13 juni 1886 – Auschwitz, 22 oktober 1943). Eén kind overleefde de oorlog.

Graaf Florisstraat 112b – gezin Dr Mozes Elzas
Op nummer 112b woonden -tijdelijk- in juli 1945 de arts Dr Mozes Elzas (Rotterdam, 7 oktober 1888) en zijn vrouw Geertruida Nathalia Elzas-Edersheim (Den Haag, 4 december 1895). In het NIW van 13 juli 1945 staat de aankondiging van de Bar Mitswo van hun zoon Abraham Hirschel Elzas (Rotterdam, 11 augustus 1932), tijdens de sjabbos Nachamoe. Dit is het eerste teken na de bevrijding dat het Joodse leven in de Graaf Florisstraat door ging.
Moses en Geertruida hadden 6 kinderen: Salomon (Rotterdam, 3 juli 1922),
Helena Rebekka (Rotterdam, 14 november 1923),
Rebekka Marianne (Rotterdam, 23 juli 1925),
Erna Marianne (Rotterdam, 16 januari 1927),
Abraham Hischel (Rotterdam, 11 augustus 1932) en Joachim Benedictus (Rotterdam, 18 september 1934).

Nu wonen zo’n 500 mensen in deze straat. In de oorlog werden ruim 50 bewoners van de Graaf Florisstraat vermoord. Op 7 april 2010 is ter herinnering aan de voormalige bewoners van nummer 33b daar door Günter Demnig drie Stolpersteinen in het trottoir ingemetseld.

bron:
diverse internetbronnen,
joodsmonument.nl
Nieuw Israëlietisch Weekblad, 23 dec 1938, E Cohen-Hartog, nummer 36
ibidem, 13 mei 1932, Zwaluwnest, nummer 36
ibidem, 13 juli 1945, Abraham Hirschel Elzas, nummer 112b
ibidem, 29 april 1955, J Slijper, nummer 36
ibidem, 31 mei 1957, Mirjam Slijper, nummer 36
stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Mozes Elzas
ibidem, gezinskaart Anna Julie Tonij Dorndeck
stadsarchief Amsterdam, gezinskaart Anna Julie Tonij Dorndeck
Algemeen Handelsblad, 15 okt 1933, familiebericht Mathilde Dorndeck-Hoffmann
De Telegraaf, 29 sep 1920, familiebericht Juliette Oppenheimer
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 25 jan 1922, familiebericht Bernard Simons

illustratie:
foto © joodserfgoedrotterdam.nl, 2010
kaart embedded van google maps

laatst bijgewerkt:
8 oktober 2018