Leon Louis Akker

Leon (Leo) Louis Akker werd in Rotterdam geboren op 2 januari 1884 als zoon van Louis Izaak Akker (Groningen, 17 juni 1857 – Rotterdam, 19 augustus 1904) en Lea Pienas (Rotterdam, 12 september 1859 – Brussel, 13 april 1929) en hij trouwde op 27 november 1912 met de op 24 augustus 1888 in Enschede geboren Antje (Anna) Serphos, dochter van de textielfabrikant Salomon Simon Serphos en Aline Marx. Leon had een oudere broer Izak Louis (Rotterdam, 20 mei 1882) en een jongere zus Cato Louise (Rotterdam, 27 september 1885).

Leon en Antje kregen op 26 september 1913 in Rotterdam een zoon, Louis Leo (Dachau, 6 januari 1945), op 1 oktober 1914 een dochter, Aline Ilca en op 31 maart 1918 een zoon Frits Leo (Dachau, 15 februari 1945). Het gezin woonde op de Mathenesserlaan 332.

Leon werd fabrikant van chemische producten, en volgde zijn vader in zijn bedrijf op. Deze chemische producten waren vooral farmaceutische producten. In 1908 zette hij zijn bedrijf op en het bedrijf ging een aantal producten maken. Het bekendst werden de ‘Akkertjes’, pijnstillers. Daarnaast produceerde het bedrijf ‘Akketjes’ anijstabletten, abdijsiroop en abdijpillen. Middels reclamecampagnes werden de middelen aan de man gebracht. Helemaal zonder problemen ging dat niet. Al op 3 maart 1928 verscheen in het Maandblad van de Vereeniging tegen de Kwakzalverij, het blad begon met verschijnen in 1900, een artikel over de producten van Akker. Onder de titel ‘Ken uzelf en uw buurman’ schreef dit blad het volgende:

“Van verschillende zijden (wat wij dankbaar erkennen) werd ons een geïllustreerd boekje, onder bovenstaande titel, toegezonden dat dienst moet doen voor Akker’s kwakzalversmiddelen en dat vrij algemeen aan de huizen verspreid wordt. De wonderen van de Abdijsiroop, Kloosterbalsem, ‘Akkertjes’ anijstabletten, Abdijpillen enz. worden opnieuw den volke verkondigd op de wijze, zooals uit talrijke advertenties bekend is.
Het last ons niet nogmaals op de leugens te wijzen, die in de aanbevelingen worden aangetroffen; onze lezers kunnen, dunkt ons, weten wat zij van Akker en zijn producten te wachten hebben. Wanneer wij toch nog dit boekje bespreken heeft dit een ander doel, n.l. te wijzen op de hulp, die Akker, bij zijn gevaarlijk streven, van sommige zijkanten geboden wordt.
Van zeer geachte zijde ontvingen wij een exemplaar van de Rotterdamsche Dameskroniek, waarin het boekje, reeds voor de verspreiding, werd aangekondigd op een wijze die te denken geeft. Onderr het hoofd Wij vestigen de Aandacht bevat het blad het volgende artikel:

Ken u zelf….. en uw buurman
“Ken u zelf….. en uw buurman” is de titel van een boekje, dat wij hier bespreken zullen. Het woord ‘buurman’ is hier gebruikt als ‘naaste’; met evenveel recht had de samensteller van het boekje het woord ‘buurvrouw’ kunnen schrijven.
O, u kent uw buurvrouw? Wel, daarvan waren we overtuigd. Maar wat kent u van haar? Haar toiletten en….. haar ondeugden. Maar kent u ook haar innerlijk en hare goede hoedanigheden? En bovendien…..kent ge uzelf?

Zelfkennis en menschenkennis zijn twee eigenschappen, die ons leven gemakkelijker en aangenamer kunnen maken. Als we onszelf met anderen gaan vergelijken, dan valt meestal de vergelijking in ons eigen voordeel uit. In den grond zijn we nog zoo kwaad niet, terwijl anderen toch wel heel groote en onvergefelijke fouten hebben.
Zijn wij echter wel eerlijk als we zoo praten en vergelijken wij niet onbewust onze deugden met de fouten van onze naasten?
De bekende Rotterdamsche firma L I Akker, die de uitgeefster is van het boekske, verstrekt daarmede een handleiding voor het vergelijken van uw eigen karakter en dat van uw naaste. De diagnose is gericht op uiterlijke kenteekenen. “Men moet niet op het uiterlijk afgaan”, wordt vaak gezegd. Alles goed en wel, maar men kan toch moeilijk naar iemands binnenste kijken. Ons verstand, ons karakter zetelt in de hersenen. Moeten we dan naar iemands hersenen kijken om hem of haar te beoordelen? Stel, dat dit mogelijk was, dan zouden we, als we tenminste niet direct flauw vielen bij het zien van die griezelige massa, er niets aan kunnen ontdekken.
Neen, het uiterlijk zegt wel heel veel. Hoe is het anders mogelijk, dat men onmiddellijk een intuïtieve sympathie of antipathie voor iemand kan voelen, hoe zou liefde op het eerste gezicht te verklaren zijn en waarom zou men spreken van een ‘boeventronie’ of van een edel gelaat?
Nu heeft negentig procent van de menschen evenmin een ‘boeventronie’ als een ‘edel gelaat’. Het gaat dus om kleine, minder opvallende, kentekenen.
Het boekske: “Ken uzelfs en ….. uw buurman” geeft interessante en vaak treffende aanwijzigen daaromtrent. Het bespreekt de vorm van het hoofd en zijn beteekenis, het toont aan hoe de ziel in de oogen ligt het nodigt u uit, te letten op den vorm vna den mond en de geheimen van den neus en van het oor. Voort verklaart het hoe de kaak den wil uitdrukt, wat het voorhoofd onthult en welke aanwijzingen de wenkbrauwen geven. Ook de haren zeggen iets: de hand is mede van betekenis, terwijl de vingers en de nagels nooit liegen. Ten slotte valt nog het een en ander te leeren uit den vorm van de voeten en de lengte der ledematen.
Over het geheel is de beschrijving in hooge mate belangwekkend. Men passe de determinatie eens op zichzelf of z’n kennissen toe. Maar men doe dit vooral…..eerlijk.
Het werkje, dat er welverzorgd uitziet – het heeft een zonnigen omslag en is van suggestieve illustraties voorzien – bevat verder mededelingen over de producten van de firma L.I. Akker. Het geen aanwijzigen hoe en wanneer Abdijsiroop, Akker’s Kloosterbalsem, “Akkertjes”, en Akker’s Abdijtabletten gebruikt moeten worden en bespreekt er de werking van. Binnenkort worden de boekjes op ruime schaal verspreid.

Is het niet ergerlijk het publiek aldus voor te lichten? Wie die W. is weten wij niet; zijn naam slaat op geen der medewerkers of werksters of redactrices aan het hoofd vermeld maar het artikel is toch in het redactionele gedeelte opgenomen.

Van de Vereeniging tegen de Kwakzalverij was Leon nog niet af na dit artikel uit 1928. In februari 1933 werd er over de doelmatigheid geschreven van de middelen die Akker produceerde. De Akkertjes pijnstillers werden geanalyseerd en er werd aangetoond dat er acetylsalicylzuur inzat (aspirine), phenacetine en coffeïne. Fenatecine werd later in de twintigste eeuw uit de handel genomen aangezien een langdurig gebruik een nierbekkenontsteking kon opleveren en het middel wellicht kankerverwekkend was. Het werd toen gemetaboliseerd tot paracetamol, een veilig middel. Het middel dat Akker produceerde in zijn tijd was met de kennis van toen een effectieve pijnstiller. Niets aan de hand, zou men denken, maar de Vereniging zag toch nog wel problemen, De ouwelcapsule was ongelijk gevuld en de hoeveelheid verschilde sterk. Daarnaast was volgens de Vereniging de samenstelling niet constant. De Akkertjes waren echter een populaire pijnstiller. In de kranten stonden advertenties voor dit middel tussen 1928 en 1962.

Leon was bestuurslid van Montefiore. Leon en Antje werden vermoord in Sobibor op 14 mei 1943. Verder staan hier foto’s uit het familiealbum. Aline Ilca Akker (1914), dochter van Leon en Antje, is rond 2014 overleden.

 

bron:
stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Leon Louis Akker
www.openarch.nl, lemma huwelijk op 27 november 1912 te Enschede (geraadpleegd 14 augustus 2017)
www.jodeninnederland.nl, lemma Akker, Leon Louis 1884 – 1943 (geraadpleegd 14 augustus 2017)
‘Ken uzelf…. en de buurman’, in Maandblad uitgegeven door de Vereniging Tegen de Kwakzalverij, maart 1928.
‘Akker cachet Akkertjes’, in Maandblad uitgegeven door de Vereniging Tegen de Kwakzalverij, februari 1933.
“AKKERTJES”. “Nieuwe Apeldoornsche courant“. Apeldoorn, 24-01-1933. Geraadpleegd op Delpher op 16-08-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMCODA01:000156624:mpeg21:a0071
www.rotterdam.voorouder.nl, lemma Louis Izaak Akker (geraadpleegd 16 augustus 2017).

illustraties:
“AKKERTJES”. “Nieuwe Apeldoornsche courant“. Apeldoorn, 24-01-1933. Geraadpleegd op Delpher op 16-08-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMCODA01:000156624:mpeg21:a0071

laatst bijgewerkt:
13 maart 2018