Mendel Rokach

Mendel Rokach (Waniswice, – Auschwitz, ) was de 1e voorzanger van de Israëlitische Gemeente van Rotterdam en woonde aan het begin van de oorlog op de Schieweg 34b. Mendel was gehuwd met Zirly Bernfeld (Perchinsko, – Auschwitz,

1937

Het gezin Rokach emigreerde op 6 augustus 1937 naar Rotterdam en woonde daarvoor in Lemberg (Lvov, Lviv). Eind 1937 nam Mendel Rokach het initiatief om een sjoelkoor op te richten en in 1938 was hij betrokken bij de verbouwing van de synagoge aan de Botersloot. Mendel was ook betrokken bij tal van sociale instellingen. Toen de Joodse sociëteit ‘De Schakel’ in 1938 een jaar bestond opende Mendel, volgens de krant een bariton, deze avond met Jiddisje liederen. In het Centraal Blad voor Israëlieten in Nederland werd geschreven dat men ze zelden zo mooi had horen voordragen. De bekende dirigent S. H. (Sam) Englander was de pianist bij de liederen die Mendel zong.
In januari 1939 organiseerde de Joodse vereniging ‘Tsofouno’ in ‘Lommerrijk’ in Hillegersberg een avond waarbij opperrabbijn A. B. N. Davids sprak en Mendel Rokach zorgde voor de vocale omlijsting. In februari 1939 zong Mendel bij een bijeenkomst van de Nederlandse Mizrachie (‘bond van wetsgetrouwde Zionisten’) in het Forresterhuis op de Sarphatistraat 8 in Amsterdam en op 21 januari 1940 werkte Mendel mee aan een soiree voor Pools-Joodse oorlogsslachtoffers in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Den Haag.

1942

De laatste keer dat Mendel Rokach in de krant genoemd werd was in het Joodsch Weekblad van 18 december 1942.

Onderduik
De familie Dörr uit Kralingen, bestaande uit de ouders en drie zoons, hielp Joodse gezinnen onderduiken. Zoon Mari bracht altijd de kinderen naar onderduikadressen, dikwijls in de bollenstreek.

Een van die gezinnen was het gezin van Mendel Rokach, de voorzanger. De twee oudste kinderen moesten ondergebracht worden. Rokach en zijn vrouw wilden thuis blijven, ze wilden niet onderduiken als gezin. Mari Dörr heeft de kinderen weggebracht naar een adres in de bollenstreek dat hij van zijn vader kreeg. Maar niet lang daarna wilde Mendel Rokach zijn kinderen weer terug: ‘Ik kan mijn kinderen niet missen. Wat er gebeurt, gebeurt er, maar ik wil gewoon mijn kinderen; ons gezin compleet’.
Wat een dilemma. Mendel Rokach zelf zag het gevaar ook, maar wilde zijn kinderen bij zich hebben. Mari heeft ze weer opgehaald. Het hele gezin is in Auschwitz vermoord. Heeft hij er goed aan gedaan om de kinderen weer op te halen? Die vraag bleef zijn hele leven bij Mari spelen.

Het gezin Rokach wordt ook herinnerd in het boek “Annie”. Daar staat:
‘De voorzanger Rokach is een poosje geleden meegepakt, toen hij toevallig net in ‘t Joods Ziekenhuis was dat werd leeggehaald – zijn vrouw ligt nu in het Sint Franciscus om een baby te krijgen – de drie andere kindertjes thuis zijn weggehaald.’
Annie Otten-Wolff woonde op dat moment op Schieweg 40a.

Al voor de oorlog hielp de familie Dörr van de Oudedijk 249b Joodse gezinnen die beurtvaartschipper Keesie uit Duitsland naar Rotterdam vervoerde, vooral na de Kristallnacht. In de oorlog zetten de ouders, Abraham Dörr (Rotterdam, 26 oktober 1898) en Tecla Dörr-Visser (Rotterdam, 17 juli 1893) en jonge zoons, Gerard (Rotterdam, 13 december 1926), Mari (Rotterdam, 23 maart 1925) en Bas (Rotterdam, 13 december 1926), dit werk voort. Ze werden door de Remonstrantse kerk, waar ze lid van waren, geholpen met bonnen en financiële hulp voor de aanleg van volkstuintjes. Mari bracht altijd de kinderen naar onderduikadressen, dikwijls in de bollenstreek. De familie Dörr kwam voor in de verzetsnotities van Hans Quispel. Zijn dochter Nel ging na de oorlog op zoek naar de drie zoons. Van hen kwam ze in contact met Mari voordat hij overleed in 2017. Daarna heeft zijn partner Veronique van Velzen het verhaal aangevuld. Dit is zijn verhaal:

‘Na het bombardement werd het ernst. Vader had contact met het verzet, maar hij is nooit zelf lid geweest van een verzetsorganisatie. Hij kreeg wel adressen waar hij mensen kon onderbrengen en met moeder bracht hij Joden weg naar allerlei onderduikplekken.
Vanaf dan stond het leven echt in het teken van Joden helpen. Zij waren bang en wilden onderduiken. Mijn vader kreeg ze toegeschoven van mensen die wel wisten dat wij dit deden, maar we hebben het altijd geheim willen houden.

Ook was er het gezin van Rokach, een Poolse Jood die op de Schiekade woonde. Hij was voorzanger in de Joodse gemeente en had twee zoons van 7 en 9. De twee kinderen moesten ondergebracht worden. Rokach en zijn vrouw wilden thuis blijven. Ik heb ze weggebracht naar een adres in de bollenstreek dat mijn vader had. Rokach is niet lang na hun vertrek naar vader gekomen. Hij zei: ‘Ik wil mijn kinderen terug. Ik kan mijn kinderen niet missen. Wat er gebeurt gebeurt er, maar ik wil gewoon mijn kinderen; ons gezin compleet’
We zaten in een dilemma: moeten we dit doen? Rokach zelf zag het gevaar ook, maar wilde zijn kinderen bij zich hebben. Ik heb ze dus weer opgehaald. Ik ben er nog niet uit, of ik er goed aan gedaan heb die kinderen terug te brengen.
Ik wist niet waarom Rokach niet onder wilde duiken, mijn vader heeft ongetwijfeld gezegd: jullie moeten met elkaar onderduiken. Maar dat wilde hij niet.
Het was ontroerend toen ik ze terug bracht. De ouders waren zo blij, de vader zong een prachtig melancholiek Joods lied voor me. Zijn vrouw had gezorgd voor eten: gefilte fisch, zoete karper; een Pools gerecht.

Gearresteerd in Carmenta
Zirly (Zirel) werkte in kraamkliniek Carmenta op de Heemraadssingel 119. Ze nam haar zoontje Schalom, die op 8 april 1943 was geboren, mee naar het werk. Zirly werd op 21 januari 1944 samen met Schalom door de Sicherheitspolizei gearresteerd en op 5 februari 1944 doorgestuurd naar Westerbork. Op die dag werd ze geregistreerd in Westerbork en op 8 februari 1944 met het hele gezin doorgestuurd naar Auschwitz, waar ze bij aankomst werden vermoord.

Toen ik weg ging kreeg ik een boek van hem over Rembrandt van Rijn, geschreven door Jacques van Looij. Het was een schitterend boek. Helemaal ingebonden in een linnen band. Hij zei: ‘Ik schrijf er niks in, want als ze dat ontdekken verraden ze je.’  Jaren later heb ik het aan een vriendin gegeven, omdat ik zo slecht ging zien dat ik het zelf niet meer kon lezen.
Zij is een paar jaar geleden overleden. Na de oorlog had ik er in geschreven hoe ik er aan kwam en wat het was, ik wilde dat het bewaard zou blijven voor als mij iets zou overkomen. Hopelijk is het in goede handen.’

68 van de 76 Joden die het gezin Dörr hielp onderduiken hebben de oorlog overleefd. Maar vooral de familie Rokach en hun trieste einde bleef Mari zich zijn hele leven herinneren en hij bleef zich afvragen: ‘Deed ik er goed aan om de kinderen weer terug te brengen?’

In mei 2018 zijn Stolpersteinen voor het gezin Rokach op de Schieweg geplaatst.

© Veronique van Velzen, © Nel Quispel, © joodserfgoedrotterdam.nl, Rob Snijders. Niets uit dit artikel mag worden overgenomen zonder toestemming van de schrijvers.

 

 

bron:
Stadsarchief Rotterdam, Mendel Rokach, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer 851-398, pagina 426247.
Stadsarchief Rotterdam, Abraham Dörr, 494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en geannexeerde gemeenten, inventarisnummer 851-107, pagina 113547.
met dank aan Veronique van Velzen, Nel Quispel voor de toestemming voor het overnemen van dit verhaal, verhaal over de onderduik staat eveneens op www.joodsmonument.nl
“Binnenland INSTLLATIE EERSTE VOORZANGER”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1937/08/27 00:00:00, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010872972:mpeg21:p006
“KUNST (De Schakel).”. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 1938/12/29 00:00:00, Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000580097:mpeg21:p00003
“TSOFOUNO”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1939/01/20 00:00:00, p. 11. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874659:mpeg21:p011
“PROPAGANDA NED. MIZRACHIE.”. “De Telegraaf”. Amsterdam, 1939/02/25 00:00:00, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:110579183:mpeg21:p009
“BINNENLAND (Pools-Joodse oorlogsslachtoffers)”. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 1940/01/11 00:00:00, Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000577046:mpeg21:p00003
“WIJDINGSDIENST OP 20 DECEMBER”. “Het joodsche weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam”. Amsterdam, 1942/12/18 00:00:00, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010318348:mpeg21:p005
Daniel Otten, Annie, een Joodse weduwe en haar zoon in de greep van bezetting en vervolging (Zutphen 2012) 119
Stadsarchief Rotterdam, Zirly Rokach – Bernfeld, 63 Archief van de Gemeentepolitie Rotterdam , inventarisnummer 3786
Stadsarchief Rotterdam, Schalom Rokach, 63 Archief van de Gemeentepolitie Rotterdam, inventarisnummer 3561
kaart Joodse Raad Zirel Rokach – Bernfeld via Arolsen Archives 130363291
met dank aan P. de Jong

illustratie:
“Binnenland INSTALLATIE EERSTE VOORZANGER”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1937/08/27 00:00:00, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010872972:mpeg21:p006
“WIJDINGSDIENST OP 20 DECEMBER”. “Het joodsche weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam”. Amsterdam, 1942/12/18 00:00:00, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010318348:mpeg21:p005

gepubliceerd
26 juli 2020

laatst bijgewerkt:
16 maart 2021