Simon Achttienribben

Simon Achttienribben © Yad Vasjem

door Wally de Lang

Simon Achttienribben (Amsterdam 13 juli 1914 – Mauthausen 18 oktober1941) was de oudste zoon in het gezin van de Amsterdamse Levie Achttienribben en de Rotterdamse Sara Haagman. Hij werd geboren in de Jodenbreestraat. Twee broertjes die na Simon ter wereld kwamen overleden op de leeftijd van één respectievelijk nul jaar met als schrijnende bijkomstigheid dat er in 1917 slechts zes weken zat tussen het overlijden van beide jongetjes. Daarna werden nog twee kinderen geboren, Louis en Izaak.

Vader Levie was koopman in tweedehands kleding. Van 1916 tot 1928 woonde het gezin in Den Haag. In 1928 verhuisden zij naar Rotterdam waar moeder Sara, afkomstig uit een groot gezin, veel familieleden had wonen. Het gezin Achttienribben vond een huis in de Joodse buurt in het centrum en hebben in verschillende woningen in de Helmersstraat gewoond. Negentig procent van de bewoners van die Rotterdamse straat was Joods, ook waren er veel Joodse winkels te vinden.

Toen Simon met zijn ouders naar de havenstad kwam, was hij inmiddels 13 jaar en had hij de lagere school in Den Haag afgerond. Het ligt voor de hand dat hij daarna zijn vader hielp met het opkopen van kleding in de verschillende wijken. Later werd hij chauffeur. Halverwege de dertiger jaren ontmoette hij Mietje Dagloonder, oudste dochter van een Amsterdamse fruitventer die ook in Rotterdam woonde. In augustus 1937 trad het jonge stel in de havenstad in het huwelijk. Mietje was toen reeds vier maanden zwanger en op 11 januari 1938 werd hun dochtertje Sara geboren.

De Helmersstraat in hartje Rotterdam was een van de straten in de binnenstad die zwaar getroffen werd door het Duitse bombardement in de middag van 14 mei 1940. Van terugkeer naar huis kon geen sprake zijn. Een deel van de familie Dagloonder vertrok onmiddellijk naar Den Haag. De ouders van Simon vonden op 1 oktober 1940 een huis in Amsterdam, in de Koningsstraat, waar ze een uitdragerij begonnen. Simon zou in november van dat jaar samen met zijn vrouw Mietje en dochter Sara naar Amsterdam verhuizen. Ze vonden tijdelijk onderdak op de Rozengracht en op 25 januari 1941 kregen ze een eigen onderkomen aan de Korte Keizersstraat 4-III in de Nieuwmarktbuurt. Simon werkte bij zijn vader in de zaak als perser.

Het woonhuis en de winkel van de familie lagen op nog geen honderd meter afstand van Uilenburg waar in het weekend van 22 en 23 februari 1941 de razzia’s plaatsvonden. Simon is op zaterdag 22 februari opgepakt en diezelfde dag naar kamp Schoorl overgebracht. Op 27 februari werd hij samen met honderden andere joodse jongens en mannen per trein naar Buchenwald gedeporteerd en vandaaruit op 22 mei naar Mauthausen. In dat kamp kwam hij op 18 oktober 1941 om het leven.

Vader Levie, moeder Sara en Simons’ broers Louis en Izaak werden in de kampen vermoord. Ook zijn vrouw Mietje en dochtertje Sara werden omgebracht.

 

bron:
Wally de Lang, Simon Achttienribben in De razzia’s van 22 en 23 februari 1941 in Amsterdam: het lot van 389 joodse mannen (Amsterdam 2021), met vriendelijke toestemming Wally de Lang

illustraties:
zie annotaties, met vriendelijke toestemming Wally de Lang

gepubliceerd:
18 april 2021

laatst bijgewerkt:
18 april 2021

Documenten Simon Achttienribben

Joodse Raad-kaart van Simon Achttienribben. Arolsen Archives
Registratiekaarten van Simon Achttienribben uit Buchenwald. Arolsen Archives
Registratiekaarten van Simon Achttienribben uit Buchenwald. Arolsen Archives
Registratiekaart van Simon Achttienribben waarop staat aangegeven wat hij na binnenkomst in kamp Buchenwald aan kleding e.d. had ingeleverd. Aan de achterzijde van de kaart staat dat op 18 april 1941 enige papieren naar zijn huisadres zijn gestuurd, vermoedelijk op verzoek van zijn echtgenote. Arolsen Archives
Registratiekaart van Simon Achttienribben waarop staat