Aron Brandel

Binnenweg

Aron Brandel werd in Rotterdam geboren op 6 november 1879 als zoon van Raphael Brandel en Margaretha van Strien. Hij had een twee jaar oudere zus, Dina en zijn vader had uit een eerder huwelijk, met Reintje Velleman, al vier zonen en twee dochters. Vader overleed toen Aron 4 jaar oud was en moeder had de zorg voor alle kinderen en haar manufacturenwinkel aan de Binnenweg 82.
Op 24 september 1908 trouwde Aron met Elisabeth Cohen (Rotterdam, 31 januari 1882; geboren op de Kipstraat), de tweede dochter van Eleazar Cohen en Jetje Houtkruijer (ze kregen vijf dochters). Aron en Elisabeth gingen wonen op Schiekade 190b.

Aron koos een beroep waarin veel Joden hun brood verdienen, de textielindustrie, en richtte confectie-fabriek A. Brandel op. Het bedrijf was gevestigd op de hoek Oostzeedijk-Honingerdijk, produceerde confectie- en werkkleding en draaide goed. Het echtpaar raakte vooral na de 1e Wereldoorlog in goede doen en was zeer actief op verschillende terreinen, zoals bij de Kamer van Koophandel van Rotterdam.

Ook Elisabeth kwam uit een bemiddeld gezin; hoewel haar vader was begonnen in lompen en metalen werd dit het bedrijf S. K. Cohen & Co met verschillende vestigingen in de stad. Elisabeth studeerde aan het Conservatorium in Keulen en rondde daar in 1904 haar vioolstudie af. Tevens speelde zij piano en in Rotterdam heeft zij verschillende keren opgetreden, onder meer in concerten voor werklozen tijdens de 1e Wereldoorlog.

Ook op Joods terrein was het echtpaar actief, in 1927 werd Elisabeth bestuurslid van de “Israelitische Gezondheidskolonie Rotterdam“, een vereniging voor het minderbedeelde Joodse kind. De vereniging had al sinds 1905 een koloniehuis in Ter Heijde en in Etten Leur.
Het echtpaar was niet onbemiddeld, werd lid van watersportvereniging RV Nautilus (deze vereniging liet Joden, in tegenstelling Roei- en Zeilvereniging “De Maas”, toe) en woonde sinds 1922 op de Nieuwe Binnenweg 136.

brandelgezin
Foto in 1941 gemaakt op de Avenue Concordia 18b. Achter (v.l.n.r) Eddie Hertzberger, zijn vrouw Eleonore Katz en rechts Ellis Hertzberger (overleefde de kampen). Daarvoor Anna Hertzberger (overleefde de kampen), Elisabeth Brandel (Sobibor, 2 juli 1943) en linksvoor Leopold Hertzberger. Leopold werd geboren in Rotterdam op 6 februari 1922 als zoon van Anna en Maurits Hertzberger. Hij ging naar het Erasmiaans Gymnasium en haalde zijn eindexamen in 1941. Hij mocht niet meer naar de universiteit vanwege de maatregelen van de bezetter. Hij ging toen in de leer bij vioolbouwer Lou Blitz en dook onder. Samen met 3 leden van de familie Heimans uit Amsterdam werd hij op 27 oktober 1942 opgepakt in huisje “De Pit”, tussen Lochem en Barchem. Leopold werd op 30 april 1943 vermoord in Auschwitz, de andere onderduikers overleefden de oorlog.

Het echtpaar ervoer het antisemitisme in Nederland van voor de oorlog. Joden stonden vaak op de laagste trede van de maatschappelijke ladder, ondanks eventuele individuele rijkdom. Een aantal organisaties had een ballotage die deelname van Joden uitsloot, waaronder eerder genoemde vereniging “De Maas” en de sociëteit De Harmonie uit Rotterdam. Deze sociëteit organiseerde concerten in de Doelen aan de Coolsingel en toen zij in 1888 een verbinding aangingen met het Concertgebouworkest werden jaarlijks zeven concerten gegeven voor leden van de Harmonie – en dus niet toegankelijk voor Joden.

Elie Cohen, de vader van Elisabeth, haalde toen zelf het Concertgebouworkest met de toenmalige dirigent Willem Mengelberg naar Rotterdam om in de Schouwburg concerten te geven die toegankelijk waren voor alle Rotterdammers.

Na een concert logeerde Mengelberg dan bij de familie Brandel en de vriendschap tussen Mengelberg en Brandel was zo goed dat de Brandels ook bij Mengelberg logeerden in zijn Zwitserse chalet. Daar heeft een keer Elisabeth de wereldberoemde violist Yehudi Menuhin aan de piano begeleid.

Op 6 juli 1935 was het echtpaar Brandel bij de opening van het nieuwe museum Boymans. Dat was dé gebeurtenis in het Rotterdam van dat jaar. Mevrouw Brandel had een blauwkanten avondjurk laten maken voor de galavoorstelling die ‘s avonds in het museum werd gegeven.

brandeljurkDeze avondjurk is later door Elisabeth aan haar Duitse dienstmeisje Nella gegeven, met wie zij een zeer goed contact had. Nella gaf de jurk aan haar schoonzuster Lien Bakker-Reiff. Lien overleed in 1980 en haar Amerikaanse schoondochter Marianne Bakker-Rabdau ontfermde zich over de jurk en via haar huisarts, Dr Zellman, kwam de jurk in 2005 naar Yad Vasjem in Jeruzalem en is daar nu een deel van de collectie.

Aron Brandel overleed op 27 oktober 1936. Hij had maagkanker en het echtpaar was kinderloos gebleven.
Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen en Elisabeth woonde alleen op de Nieuwe Binnenweg 136.
Na het bombardement ging ze bij haar zus Anna Hertzberger-Cohen wonen op de Crooswijksesingel 32a.
In 1942 woonden Elisabeth en Anna op de Avenue Concordia 18. De man van Anna, huisarts Maurits Hertzberger (Eindhoven, 5 september 1882), had zich van het leven benomen op de dag van het bombardement en ze gaf Cor van Heezik toestemming om het huis aan de Nieuwe Binnenweg te gaan bewonen.
Cor van Heeziks hotel Victoria aan het Willemsplein was volledig verwoest en hij mocht het pand op de Nieuwe Binnenweg als bodega inrichten, en zo kwam het dat hij het bordje “voor Joden verboden” op dit pand moest plaatsen, het pand dat zo stijlvol was ingericht door de Joodse Elisabeth.

In 1941 maakte de Lippmann Rosenthalbank via de A.N.B.O. (Algemeen Nederlandsch Beheer van Onroerende Goederen) Elisabeth dit pand afhandig.
Elisabeth moest in mei 1943 naar Westerbork. Er is nog getracht haar met haar eigen juwelen, die in bewaring waren gegeven, vrij te kopen maar dat mocht niet baten. Op 29 juni 1943 ging Elisabeth op transport naar Sobibor waar ze bij aankomst op 2 juli 1943 werd vermoord.

bron:
archief Rotterdam,
rvnautilus.nl,
Rotterdams Jaarboekje 2008,
joodmonument.nl
stadsarchief Roltterdam, gezinskaart Aron Brandel
stadsarchief Rotterdam, gezinskaart Maurtis Hertzberger

laatst bijgewerkt:
12 september 2019