Crooswijksesingel

Crooswijk was tot 1864 een onbebouwde polder. In die tijd begonnen particulieren met de ontwikkeling van dit terrein tot woonwijk. In 1862 was de Crooswijksesingel al gereed. Deze singel werd in deze polder als een van de eerste straten aangelegd in het kader van het Waterproject van Willen Nicolaas Rose.  Midden in de polder kwamen veel arbeiderswoningen, dit is nog steeds te zien aan de nauwe straten. Deze huizenreeks moest voorzien in de toenemende vraag naar woningen voor de groeiende arbeidsbevolking.
Langs de singels verrezen statige panden voor de rijkere burgerij, conform de eis die architect Rose aan het (hele) singelplan had verbonden. De vraag hiernaar in Crooswijk was (in die tijd) niet groot.

Hijman Prins
Hijman Prins

Crooswijksesingel 31a
Op 22 augustus 2012 werden er op de Crooswijksesingel 31a 6 Stolpersteinen geplaatst. Deze waren voor Samson Samuel Philipse, Wilhelmina Philipse-Prins, Eva Alexandra Philipse, Mietje Prins- Philip, Hijman Prins en Pienas Levie. Bij het plaatsen van de stenen werd een mooie toespraak gehouden door Elsje Prins, die verhaalde over het leven van deze 6 mensen. Een deel van de toespraak hier:

Wij staan nu voor het huis van onze grootouders Hijman Prins en Mietje Prins Philip, Grootvader Pienas Levie, tante Wilhelmina (Mien) Philipse-Prins, haar man Samson Samuel Philipse (Charles) en ons nichtje Eva Philipse.
Bijna 70 jaar geleden, op de dag van hun deportatie op 8 oktober 1942 was grootmoeder Mietje de oudste. Zij was 76 toen ze werd vermoord in Auschwitz. Ons nichtje Eva was amper 14jaar toen ze in Sobibor werd vermoord.
Wat weten wij van onze familieleden? Onze ouders en tante die ondergedoken waren vanaf 8 augustus 1942 tot en met de bevrijding op 5 mei 1945 op de Witte de Withstraat spraken maar weinig over hun familie en wij vroegen vrijwel niets. Er was een groot taboe om te praten over wat er gebeurd is in die oorlogsjaren maar wij wisten van jongs af aan dat het grootste gedeelte van onze familie vermoord is in de kampen van Auschwitz en Sobibor.

Mietje Prins
Mietje Prins

Grootvader Hijman -een echte Amsterdammer- had een kosjere slagerij in de Swammerdamstraat in Amsterdam totdat de familie in 1928 naar Rotterdam verhuisde. Hij heeft in Rotterdam nog vele jaren in de vlees groothandel gewerkt.
Het gezin was traditioneel Orthodox Joods en hielden zich aan de wetten van het Joodse leven. Hijman en Mietje voerden ook aan de Crooswijksesingel een pension en er woonden Duitse Joodse vluchtelingen tot 1941. In 1941 kwam er een woonverbod en Joodse Duitse vluchtelingen moesten zich terugtrekken uit het kustgebied naar het binnenland.

Wilhelmina Philipse-Prins
Wilhelmina Philipse-Prins

Grootmoeder Mietje kreeg 11 kinderen waarvan er 3 niet levensvatbaar waren en zij wordt beschreven als een zachte, lieve vrouw. Mien was verpleegkundige en heeft als pyschiatrisch verpleegster in het Sinaï Centrum in het Apeldoornse Bos gewerkt. Later werkte ze bij het Joodse Ziekenhuis op de Schietbaanlaan.

Mien was getrouwd met Samson Samuel Philipse (Charles) die musicus was. Hij leed aan zware astma en lag veel in het ziekenhuis. Hun dochtertje Eva –ons nichtje- was met ons nichtje Mary bruidsmeisjes bij het huwelijk van onze ouders -Wim en Riek Prins – op 8 september 1940.

Samson-Samuel-Philipseweb
Samson Philipse

Eva bezocht de meisjesschool op de Boezemsingel en zat in de klas van juffrouw Blauw. Zij ging ook wekelijks naar Joodse les op de synagoge aan de Botersloot. Vanaf september 1941 mochten Joodse kinderen niet meer naar openbare scholen en volgens een ooggetuige was Eva vanaf die tijd thuis.

Eva Alexandra Philipse
Eva Alexandra Philipse

Eva speelde vaak met het buurjongetje op het platte dak waar zijn vader sierkippen en konijnen verzorgde.

Van Grootvader Pienas Levie weten we dat hij een handelsreiziger was. Hij was getrouwd met Rosalia van Thijn. Zijn vrouw leed aan dementie en is in 1942 overleden in het Sinai Centrum in Apeldoorn. Daar in die tijd Joden niet meer mochten reizen met openbaar vervoer was niemand van de familie aanwezig bij haar begrafenis.

De deportatie
Een ooggetuige heeft me verteld over de dag van de deportatie op 8 oktober 1942. De Rotterdamse politie kwam om ongeveer 7 uur
‘s avonds langs. Er stonden 6 mensen op de transportlijst maar Samson lag in het Bergwegziekenhuis en de politie wilde dat hij eerst teruggehaald werd naar de Crooswijksesingel. Dat is dan ook gebeurd en een ambulance heeft hem thuis gebracht. Mien heeft de buren gewaarschuwd dat de politie er was en zo hebben de buren inclusief Guus afscheid genomen van de familie Prins, Philipse en Levie. Iedereen geloofde toen nog dat ze terug zouden komen
Na de arrestatie zijn de families vanuit Loods 24 naar Kamp Westerbork gebracht en vandaar op transport gesteld naar Auschwitz en Sobibor.
Het huis is leeggehaald en heeft lange tijd leeg gestaan. Later tijdens de oorlog werd het pand een bordeel.
Voor mij zijn dit schimmen maar ook dierbare fragmenten van families die wij nooit gekend hebben.
Eens waren er grote uitgebreide families die zijn vermoord vanwege antisemitisme. Door deze Stolpersteine te laten leggen hopen we dat hun namen niet worden vergeten zelfs als onze generatie er niet meer is.

Zichram levracha
(Moge hun nagedachtenis tot zegen zijn).
stolpercrooswijkse31a

 

 

 

 

 

 

 

verder:


Dit gezin wordt ook herdacht in het boek “Joodse Huizen”, dat op 30 april 2015 uitkwam. ISBN 9789491363429.

bron:
toespraak Elsje Prins bij het leggen van de Stolpersteinen op de Crooswijksesingel op 21 aug 2012, met de vriendelijke toestemming van Elsje Prins.


 

brandelgezin
foto in 1941 gemaakt op de Avenue Concordia 18b. Achter (v.l.n.r) Eddie Hertzberger, zijn vrouw Eleonore Katz en rechts Ellis Hertzberger (overleefde de kampen). Daarvoor Anna Hertzberger (overleefde de kampen), Elisabeth Brandel (Sobibor, 2 juli 1943) en linksvoor Leopold Hertzberger.

Crooswijksesingel 32a
Leopold Herzberger werd geboren in Rotterdam op 6 februari 1922 als zoon van Anna en Maurits Hertzberger. Hij ging naar het Erasmiaans Gymnasium en haalde zijn eindexamen in 1941. Hij mocht niet meer naar de universiteit vanwege de maatregelen van de bezetter.
Hij ging toen in de leer bij vioolbouwer Lou Blitz en dook onder. Samen met 3 leden van de familie Heimans uit Amsterdam werd hij op 27 oktober 1942 opgepakt in huisje “De Pit”, tussen Lochem en Barchem. Leopold werd op 30 april 1943 vermoord in Auschwitz, de andere onderduikers overleefden de oorlog. hertzbergerleopoldstolperMeer informatie over de familie Herzberger via deze link en deze link.